Van de straat

Door de Haarlemmerhout lopend dacht ik erover na wanneer we van iemand zeggen dat hij ‘een fatsoenlijk iemand’ is. Daaronder versta je toch iemand die geleend geld terugbetaalt, niet achter je rug kwaad over je spreekt en geen geweld gebruikt, geestelijk noch fysiek. In ieder geval is fatsoen niet iets waar ik bezwaar tegen heb.

Dat was vroeger wel anders. Toen Nicolaas Beets door de Haarlemmerhout liep, was ‘fatsoen’ juist datgene waarmee ik niets te maken gehad zou willen hebben. Haarlem zelf kampt nog steeds met een fatsoen dat de tijden niet heeft bijgehouden. Overal elders is de toegenomen irritatie merkbaar. Dat gaat van 'geen fietsen plaatsen s.v.p.’, via het machteloze 'verboden fietsen te plaatsen’ naar het dreigende 'fietsen worden verwijderd’. Ik ken zelfs één geval waarin al met wat kleingeld voor de komende argumenten wordt gerammeld: 'Geen fietsen plaatsen. Dus ook niet voor eventjes’. Het lijken me mensen die met hun kinderen in discussie gaan als ze iets willen verbieden.
Maar Haarlem houdt er heel eigen mores op na. Ze lijken wat uit de tijd, maar de vraag is of ze daarom minder werken. Aan de rand van de Hout had een gesloten café het bordje hangen: 'Heren inbrekers, de kassa is leeg’. Ter illustratie hadden ze de lege kassalade op de vensterbank gezet.
Was het effectief? vroeg ik me af. Stel, je bent een inbreker die weer eens op stap moet voor de dagelijkse kost. De lege kassa-automaten op de vensterbank zeggen je niet zo veel. Ervaring heeft je geleerd dat er dan altijd nog wat te halen is uit de fruitautomaten of dat ze ergens achterin toch nog een brandkluisje hebben staan. En zo niet, dan ben je altijd verzekerd van een mooi voorraadje drank.
Maar bij dat 'Heren inbrekers, de kassa is leeg’ begint er toch iets te knagen aan je geweten. Je denkt: alles goed en wel, maar dit zijn mensen die respect hebben voor het vak, dat kom je niet zo vaak tegen. Integendeel, tegenwoordig is het de hele dag 'je’ en 'jou’. Ook als je geen inbreker bent. Of ze je nou aansporen om bij hun bureau om werk te vragen, bij de politie te komen, een springveren matras te kopen of een zaktelefoon - altijd wordt er gedaan of je hun maatje of een schooljongen bent. Deze mensen kennen respect en houden een beleefde afstand in acht. Kom daar eens om tegenwoordig. Nee, zulke mensen ga ik niet benadelen. Er zijn nog zo veel andere cafés in het centrum van Haarlem.
Of zou je, weer een blokje verder, plotseling denken: kijk, als ik ergens niet van hou dan is het likken en liegen. Wat 'Heren inbrekers’?! Wij zijn een erkend slag boeven. Ons hoef je geen stroop om de mond te smeren. We zullen daar eens een gouden kraak zetten. Als ze de waarheid spreken, nemen we alleen wat van de drankvoorraad mee. En anders die toch volle kassa. Dat zal ze een toontje lager laten zingen, de heren van de horeca.
Het dak op met je fatsoen.