Van de straat

We hebben er niet aan meegedaan, maar het moet énig zijn geweest.
Natuurlijk waren we een hele tijd aan het dubben of we zouden gaan, maar uiteindelijk won toch het idee dat we de zaterdag als alle andere zaterdagen wilden laten verlopen: rommelig en gelukkig en zo min mogelijk de stad in.

Maar we hebben nu natuurlijk van alles gemist.
Afgelopen zaterdag was de Nationale Afvaldag. Ik wist niet dat er zoiets bestond, maar jaren geleden heb ik besloten alleen Koninginnedag, Prinsjesdag en Tweede Kerstdag te beschouwen als nationale rampdagen en me met de rest niet te bemoeien. Je kunt wel aan de gang blijven.
Wie zouden er wel naar de Nationale Afvaldag zijn gegaan? vroeg ik me midden in de nacht plotsklaps af. Gezinnen met kinderen die de Efteling niet meer konden zíen? Bejaarde echtparen die tweemaal per week met pijnlijke rug de biobak van drie hoog naar beneden sjouwen? Vrienden die met hun verjaardag iets extra’s wilden doen? Straatvegers met hart voor hun vak? Bezorgde stadswachten?
Het is vast een meesterlijk festijn geweest vol stomverbaasde mensen. Een dag achter je afval aan en je zult versteld staan, kondigden de affiches aan.
Eindelijk zou een oude kinderwens voor alle vaders worden vervuld: mee op de vuilniswagen. Moeder en de kinderen rijden er in de Mitsubishi achteraan en wuiven en zwaaien dat het een lieve lust is. De papiertjes en doosjes van de chocoprinsen en smarties gaan vrolijk uit het raam. De bananeschillen beschrijven ongelooflijk mooie bogen.
Het eindpunt van de feestrit is de vuilnisbelt, waar ieder kind iets naar zijn of haar gading mag uitzoeken. Daar krijgen de deelnemers gelegenheid om met andere liefhebbers van afval van gedachten te wisselen. Ze vertellen over de buren die de vuilnis zo van het balkon af op de straat kieperen, over loslopende honden die de vuilniszakken openscheuren om er iets eetbaars in te zoeken. Wat die niet allemaal opduikelen! Een mevrouw zegt dat ze iedere dag om tien voor zeven opstaat en dan de straten in haar buurt controleert op onoirbaar afval. Als er een enveloppe met adres tussen zit, berispt ze de geadresseerde met een persoonlijke brief. Een man met baard beweert dat hij kunstenaar is bij gratie van de rotzooi die de mensen weggooien. Hij toont een kunstwerk, vervaardigd uit kattemanden, bijzettafeltjes, een driewielertje en een bontmuts.
Een ander zegt dat hij aan wat hij vindt en verkoopt een goed loon overhoudt. Men bespreekt de juiste tijd en wijk voor ‘het schooien’. Problemen met zogenaamde 'blindgangers’, mensen die buiten hun eigen wijk schooien, komen aan de orde.
Maar het hoogtepunt van de dag is de door het comité Nationale Afvaldag georganiseerde lezing door Frotima Buitenwind: Babyluiers zorgen voor spanning in mijn woonwijk. Men luistert met stijgend afgrijzen.
Met de apotheose: Afval van burgemeester duikt op in sportpark, heeft men bevrediging gevonden in zoveel vuiligheid en men gaat tevreden naar huis. Wat een zaterdag, wat een heerlijk nationaal feest.
En die affiches van ons op de aanplakzuilen? vraagt het jongste lid van het comité. Die? Och, laat maar waaien.