Van de straat

Twee keer per jaar staat er bij de banketbakker een rij op de stoep, zo druk is het. Deze paaszaterdag was het weer zover.

Het is geen onaangename rij. Je staat in de heerlijkste geuren uit de bakkerij wat te praten met bekenden uit de buurt en je hebt goed zicht op een keur van paashazen in de etalage. Er zijn blote en aangeklede paashazen, paashazen die een mandje torsen en paashazen die zo maar wat kuieren, zorgelijke paashazen en zorgeloze, in chocola of in suikerwerk. Iedere paaszaterdag staan mijn gedachten even stil bij Nico Scheepmaker, God hebbe zijn ziel, die meer dan vijfentwintig jaar geleden als ‘Hopper’ in de Volkskrant opmerkte dat er weliswaar paashazen in alle soorten en maten te krijg waren 'maar waar werkelijk behoefte aan is (zoals ik uit mijn naaste omgeving weet), namelijk aan een paashaas met een brilletje op, zul je tevergeefs zoeken’. Die waarheid blijkt nog steeds geldig. Waarom wordt daar nu eens niet iets aan gedaan? Terwijl ik in gedachten nog verkeerde bij deze misstand, viel mijn oog op de pui van de banketbakkerij waar iemand met viltstift een andere misstand aan de kaak had willen stellen. Er stond: Het leven is geen test, maar de BVD vindt van wel. Daar stond ik toch even van te kijken. Natuurlijk is het leven geen test, dacht ik, wat viel er nu te testen aan die onhandigheden en schijnbewegingen van mensen die wat zoetigheid voor de paasdagen willen kopen? Aan welke test moesten de paashazen onderworpen worden? Dat ze behoren tot het meest breekbare waarmee we ons omringen, weet een kind. Het leek me door een wanhopige geschreven. Hier had iemand midden in de nacht, achternagezeten door boeven van de BVD, iemand die van huis en god verlaten was, ontheemd, op de vlucht, zonder hebben en houden, op de muur gekrabbeld dat het leven op zich best meevalt, maar dat de BVD roet in het eten gooit. Misschien door naar een paspoort te vragen, misschien door zomaar willekeurig daklozen op te jagen of door te verbieden dat iemand midden in de nacht verlekkerd naar een etalage met suiker- en chocoladewerk staat te kijken. 'Wat doet u hier?’ 'Ik kijk naar de etalage van de banketbakker.’ 'Aha! Dat is ten strengste verboden op dit uur. Laat u maar eens uw paspoort zien.’ 'Maar ik doe niets.’ 'Dat testen we dan even uit.’ Het zal je maar overkomen. Maar het vreemdste was nog dat niemand in de rij voor de banketbakker een opmerking maakte over de met viltstift gekalkte noodkreet, vlak naast de paashazen. Ik zag wel dat mensen glazig de tekst lazen, maar kennelijk deerde het hen niet dat de BVD vond dat het leven een test is. Misschien vonden ze dat zelf eigenlijk ook. Deze rij op de stoep van de Vijzelgracht was immers ook getest en wél bevonden: zij hadden permissie de duurste en breekbaarste paashazen te kopen, omdat ze goed hadden opgelet in het leven en het zich dus konden permitteren.