Van de straat

Het is alweer een tijdje geleden dat we onszelf moesten leren onthaasten. Het woord ‘onthaasten’ is zo'n lelijk woord dat je je zo snel mogelijk uit de voeten wilt maken, maar dat is nu net niet de bedoeling. Het is zaak het woord langzaam te proeven en het je eigen te maken. Ik onthaast, wij onthaasten, wij hebben onthaast.

Het is om te rillen.
Trouwens, hoe moet je het langzaamaan doen als je door de regen fietst? Hoe, als het zo koud is dat je zo snel mogelijk bij de warme kachel wilt zijn? Hoe, als de vlam in de pan slaat? Ik geloof dat in zulke gevallen ‘onthaasten’ een bijna onmogelijke opgave is.
Maar ik heb een voorbeeld gevonden van pure onthaasting, gewoon op straat waar iedereen er kennis van kan nemen, te midden van alle drukte en lawaai die het leven maar te bieden heeft. Ik zag hem één keer - en daarna nog verschillende keren en telkens stond ik weer even stil van ontroering: zo'n onthaasting was klasse.
Want je moet niet denken dat de economie met in haar kielzog de jongens van de Bahama’s zich iets aantrekt van een advies voor onthaasting. Wat hen betreft kan het niet snel genoeg gaan, het liefst dubbelzinnig, zodat de mensen twee keer in één keer moeten denken. Zo bedachten ze eens de tekst: Kan ie nog platter? Dat was namelijk wat ze altijd over de bar riepen, waaraan ze achter hun Cuba libre schuine moppen tapten. Ook leuk voor een wervende tekst voor platte zaktelefoontjes, dachten ze. Ze beschéurden het.
Nee, waar ik het over heb was weliswaar ook een reclame voor zaktelefoontjes of zoiets, maar het leek er niet op. Wat je zag was een grote hond die luisterde naar een klein apparaat dat op een nietszeggend tafeltje stond. Uit dat apparaatje komt muziek, dacht ik de eerste keer dat ik het zag, die hond luistert naar Der Ring des Nibelungen, die hond geniet.
Boven de oren van de hond, gespitst om geen noot van Wagner te missen, staat geschreven: Meesterlijke klank - en dat is de ultieme tekst.
Zelden heb ik een levend wezen zo intens naar muziek zien luisteren als die hond op dat billboard. Niets om hem heen heeft zijn aandacht. Niets kan hem afleiden. Hij luistert met een intensiteit en een overgave die hun weerga niet kennen. En uiteindelijk, na uren luisteren, geeft hij zijn bezonnen en kritisch commentaar op de Ring van Wagner, met zijn diepe hondestem die al heel wat heeft afgehoord in het leven: meesterlijke klank.
Zo'n hond is het toppunt van onthaasting. Midden in het drukke gewoel van mensen die snel boodschappen doen, met hun hoofd al bij Sinterklaas en Kerstmis, die niet weten hoe ze in hemelsnaam alles op tijd in huis moeten hebben, zit daar als een baken van rust die hond die naar de Ring des Nibelungen luistert en zijn waarderend, rustig oordeel velt. En elke keer sta ik even stil en beaam ik wat hij zegt: zeker, oh mijnheer Hond, meesterlijke klank.