Van de straat

Er bestaan woorden die je bent vergeten, die je als een gure wind om de hoek in het gezicht waaien.

Je leeft heel prettig zonder zo'n woord. In je vriendenkring hoor je het nooit, de groenteboer bezigt het niet als hij de aardappelen voor je afweegt en de kranten zijn het woord ook zo'n beetje vergeten. Dan sla je nietsvermoedend een hoek om en páts! daar hangt het, op een billboard, op een verwaaid plein: Gelukkig is het gros er nog niet rijp voor.
Het gros.
Het is een reclamebord voor sherry. Voordat alle vrouwen aan valium waren verslaafd en alle mannen aan prozac, was iedereen tot en met de koningin van Engeland verslaafd aan sherry. Het was het drankje waar je met goed fatsoen al vóór de lunch mee kon beginnen zonder aan alcoholisme te hoeven denken. Het werd gedronken als de vrouwen ’s ochtends een partijtje tennis hadden gespeeld, als de mannen wachtten op hun broodje zalm bij de lunch, als oma onverwacht bezoek kreeg. Welk Nederlands huis had niet permanent een fles sherry in huis?
Op de een of andere manier heeft de sherry het verbruid. Bij recepties is het verreweg in de minderheid op de bladen die worden rondgedragen, op feestjes hoef je er niet meer om te komen. Witte wijn, rode wijn en Spa hebben het heft in handen genomen. Het is stilzwijgend gegaan, het is niet te begrijpen waarom het zo is gegaan, maar terwijl Sir John Falstaff nog liederlijk tenonderging aan de sherry die in 1588 met de Armada was meegekomen, gaat de moderne alcoholist die fatsoenlijk wil doen tenonder aan wijn.
Een paar jaar geleden hoorde je al dat de sherry opnieuw onder de aandacht moest worden gebracht, maar het heeft nog een tijd geduurd voordat de jongens van de Bahama’s de passende tekst hadden gevonden om een nieuwe afzetmarkt te creëren. En wat blijkt? Dat de beoogde doelgroep uit dezelfde soort bestaat als de sherrygebruikers en -gebruiksters uit de jaren zestig: de mensen die menen dat zijzelf niet behoren tot ‘het gros’ der mensheid, die snobisme tot hun handelsmerk hebben gemaakt, die zichzelf permitteren om om half twaalf in de ochtend 'een sherrytje’ tot zich te nemen.
Geen kwaad woord over sherry overigens.
Maar wat me bij voorbaat al tegen de borst stuit, is de aanblik van een horde opeengepakte sherrydrinkers, die het gros er nog niet rijp voor acht. Aan welk soort mensen men dan moet denken, wordt duidelijk uit een tweede reclamebord voor sherry: Je eerste oester, je eerste sigaar, je eerste sherry.
Geen kwaad woord over oesters. Een eerste sigaar laat ik nog even aan me voorbijgaan.
Het gaat er niet om dat de zoete dingen van het leven niet geprezen mogen worden. Ik ben de eerste die het klein geluk van goede dingen zingt. Maar als het erom gaat je verheven te voelen boven 'het gros’, als je oesters eet, sherry drinkt en sigaren rookt, dan zit ik liever temidden van 'het gros’ - en bestel een glas rode wijn, alstublieft.