Van de straat

De krant van afgelopen zaterdag maakte mij weer eens opmerkzaam op een van de raadselen van deze tijd. Het raadsel van de Ene Schoen.

De krant toonde een grote foto van de schoen van Drazen Petrovic, zoals die tentoon staat gesteld in het Olympisch Museum in Lausanne. Eerlijk gezegd had ik nog nooit van Drazen Petrovic gehoord, maar hij wordt beschouwd als de beste Europese basketbalspeler aller tijden. Het was een mooie schoen; de zool had negen noppen en zeven verschillende profielen. De handtekening van Petrovic stond er op. Wat ik me meteen afvroeg was of de beste basketbalspeler aller tijden niet op twéé schoenen speelde. Waarom niet béide schoenen tentoongesteld? Ik geef toe dat één een dramatischer effect bewerkstelligt, wat nog eens wordt benadrukt door het feit dat Petrovic in 1992 is omgekomen bij een auto-ongeluk op de snelweg tussen Frankfurt en München. Wie heeft zich niet al veel keren verbaasd langs de kant van de weg één schoen te vinden? De andere schoen die de eerste bruikbaar zou maken, is in geen velden of wegen te bekennen. Wat denkt de drager/draagster, vraag je je af: ach, ik heb nog een reserveschoen, ik loop gewoon door? Of: nou nog die andere schoen ergens anders zien kwijt te raken en het zaakje is gepiept? Is zij of hij achter op de fiets gesprongen en zonder het te merken een schoen kwijtgeraakt, tot het moment dat er van de fiets gestapt moest worden? Of was het een automobilist die onder het rijden een lastig steentje uit de linkerschoen wilde verwijderen en daarbij meteen de hele schoen liet vallen? Of, erger nog, is hier een misdrijf in het spel geweest? Moest men zich in het heetst van de strijd uit de voeten maken? Kon de vijand alleen nog maar de schoen te pakken krijgen en ging de eigenaar van de schoen er hinkelend vandoor? Je weet het niet en je zult het nooit weten. Het verschijnsel is van alle tijden. Ik stel me wel eens voor hoe over vijfduizend jaar, als er elders toch heelalmannetjes blijken te bestaan, tegen deze, onze wereld wordt aangekeken. Zou voor hen het raadsel van de Ene Schoen helemaal geen raadsel zijn? Zouden ze gewoon in hun ontdekkingsboeken schrijven dat op aarde wezens leefden met één been? Zoals ook de Ierse monnik uit de twaalfde eeuw, Sinte Brandaen, zijn tijdgenoten kond deed van wonderen die in een verbrand boek waren opgetekend, waaronder het feit dat er ónder onze wereld een tegenwereld bestond, waar de mensen op hun kop liepen en slechts één been hadden. Hij geloofde het eerst zelf ook niet, maar door de genade van Jezus Christus had hij dit alles met eigen ogen mogen aanschouwen en ter wille van de heilige maagd Maria had hij het nog maar een keer opgetekend. Een dergelijke Brandaen zal later optekenen dat Drazen Petrovic de beste basketbalspeler aller tijden was. Hij speelde op één been.