Van de straat

Ik ben toch buiten verwachting opgewonden geraakt van de invoering van de euro. Ik liet de hond uit - en plotseling stond hij daar op het dak van de Nederlandsche Bank, in heldere laserstralen, de blauwe vlag met gouden sterren. De bijna volle maan stond ernaast.

Onder ons gezegd en gezwegen is het een wat kinderachtige vlag, een beetje een kerstvlag voor in de zomer. Had Europa zich niet wat minder tuttig kunnen presenteren, bijvoorbeeld met een gedurfd crunch-design, zoals de Stars and stripes? Hoe moeten we hem trouwens noemen? De Kerstkrans? De Sterren? De Blauwe Hemel? In ieder geval zal het woord gulden in onbruik raken. Zoals wij het uitspreken kan geen Europeaan het uitspreken, terwijl het toch van alle tot nu toe in omloop zijnde munteenheden de meest Europese was. Vroeger heetten veel munten die in Europa werden geslagen gulden, een van oorsprong in goud geslagen munt zoals in het woord gulden nog te horen is. Het eerste van deze goudstukken werd in 1252 in Florence uitgegeven en verwierf daarom de naam florijn, wat wij nog steeds als f of fl voor de bedragen zetten. Maar het verdwijnt, zoals alles verdwijnt, de cent, de papieren en de zilveren rijksdaalder en de vuurtoren. Waar is toch de vuurtoren gebleven, het mooiste van onze nu waardeloze bankbiljetten? Soms zie je er nog één vlug van hand tot hand gaan en dan is het alsof er een ‘oldtimer’ voorbij komt. In denk dat ze worden verzameld door het koninklijk huis, zoals wij vroeger suikerzakjes of sigarebandjes verzamelden. Soms kan ik midden in de nacht opschrikken: de gulden verdwijnt! En dan denk ik niet aan armoede, nee ik denk aan die prachtige onuitspreekbare harde G die wij met zo'n gemak laten schuren, aan die ronde U die geen enkele Europeaan beheerst. Dan denk ik: je zult het zien, dit is het einde van de Nederlandse taal. Het is al bijna zover dat de universiteiten het Engels als voertaal vereisen; dat wetenschappelijke publicaties, de televisie, de popmuziek door het Engels worden overheerst - nu het laatste typisch Hollandse bolwerk de gulden verdwijnt, zijn de dijken gezwicht. Nog honderd jaar, denk ik en de Nederlandse taal heeft binnen ons eigen land de status van het Fries nu. Met dit verschil dat tegen die tijd het Fries een hogere status heeft dan het Nederlands, omdat de Friezen bestaan uit botte doordouwers die het stelen van de zetel van de Commissaris van de Koningin nog als volksvermaak beschouwen. Misschien moeten we de handen ineenslaan met Spanje dat het woord huevos ook met zo'n kwaad schurende G uitspreekt. Het Spaans is tenslotte wereldtaal nummer twee. Dat is eigenlijk een mooie gedachte voor het eind van deze eeuw: Spanje en Nederland richten een commissie op voor het behoud van de harde-G-talen. Ze klutsen eieren en guldens samen en brengen langzaam een nieuwe wereldtaal in omloop, die in het jaar 3000 het Engels dreigt te vervangen. Dan is de Tachtigjarige Oorlog toch nog ergens goed voor geweest. (Deze zin bevat ácht harde G’s!)