Opheffer

Van den Ende

Vanuit New York. Laat ik het even kort hebben over Franciscus (Frans) van den Ende (1602-1674). Ik haal mijn kennis uit de boeken van Jonathan Israel (De radicale Verlichting) en Wikipedia. Frans was een zoon van wevers, geboren in Antwerpen. Hij verhuisde naar Amsterdam. Daar begon hij een boekwinkeltje in de Nes. Ik heb nog proberen uit te zoeken waar dat boekhandeltje zou kunnen zijn geweest, maar ik heb dat niet kunnen vinden. Frans richtte op het Singel in Amsterdam een Latijnse school op. Op achttienjarige leeftijd kwam daar in 1650 Spinoza studeren.

Van den Ende was een ‘vrijgeest’, wat je tegenwoordig een vrijdenker zou noemen. Hij was zelfs een atheïst. Hij was ook voor de democratie. Iedereen is ervan overtuigd dat hij een enorme invloed heeft gehad op Spinoza.

Op zijn school op het Singel en in zijn winkel in de Nes kwamen tal van intellectuelen, waaronder burgemeester Van Beuningen van Amsterdam om te praten over de politiek en de filosofie.

Van den Endes invloed was groot, ook vanwege zijn pedagogische kwaliteiten. Hij speelde ook een rol in het culturele leven van de stad. Hij maakte toneelstukken die werden opgevoerd, en tevens schreef hij gedichten. Een erudiet.

Eigenlijk vermoed ik dat hij een groter geest was dan Spinoza. Spinoza is groter geworden dan Van den Ende (die trouwens is opgehangen in de Bastille) omdat hij zijn filosofische ideeën, die dus volgens mij voor een groot deel afkomstig waren van Van den Ende, heeft vastgelegd.

Van den Ende had een groot filosofisch-democratisch bewustzijn. In 1662 schreef hij Kort Verhael van Nieuw Nederlants Gelegenheit, waaruit blijkt – volgens de een – dat zijn ideeën veel overeenkomsten vertonen met Spinoza, terwijl de ander juist beweert dat Spinoza ‘veel verder’ was dan hij. (Men is dit nog volop aan het onderzoeken, begrijp ik.)

Maar waar het mij om gaat zijn zijn Vrije Politieke Stellingen uit 1665, waarin hij zich sterk maakt voor het recht op de vrijheid van meningsuiting (‘Vrijheid van spreken’, noemde hij het) en de vrijheid die je moet hebben om je te ontwikkelen.

Wat was ik daar graag bij geweest. Een winkeltje in de Nes. De winkel kan niet groot zijn geweest. Daar zaten ze dan te praten. Ze wisten dat ze tegen de heersende opvattingen ingingen. Van den Ende moet opzien hebben gebaard – zeker in die tijd – met zijn weerzin tegen God en godsdienst, hoewel hij katholiek was en dat ook altijd gebleven is. Spinoza moet als achttienjarige enorm in de ban van hem zijn geweest, zelfs al heeft hij de filosofische gedachten van Van den Ende vervolmaakt.

In die tijd al het besef hebben dat democratie iets nastrevenswaardigs is en dat je daarvoor een vrijheid van meningsuiting nodig hebt, is uniek.

Van den Ende en Spinoza zijn de mensen waaraan Nederland zijn naam dankt dat het tolerant is. Hoe komt het dat we die tolerantie zijn verloren?

Omdat voor tolerantie een vorm van moed nodig is. Niet alleen om domweg te zeggen wat je wil, maar om daar ook de consequentie van te dragen. Over die consequentie worden we het maar niet eens omdat zich op dit moment een paradox voordoet: kan een mening, bijvoorbeeld de opvatting dat homo’s en ongelovigen dood moeten, getolereerd worden, als je van tolerantie eist dat men de consequentie van zijn opvatting trekt? Behoort zo’n opvatting dan ook tot de vrijheid van meningsuiting?

Ik zou daarover graag in het boekwinkeltje in de Nes hebben gesproken, al heb ik wel een idee wat Van den Ende hierover zou hebben gezegd.

Ik denk dat Van den Ende ook zou hebben gezegd dat dit niet kan. Om de simpele reden dat in het onderhavige voorbeeld homo’s en ongelovigen geen recht van spreken hebben; ze worden immers vermoord om hun aard en hun opvattingen. Dus moet je de moed hebben om opvattingen die oproepen tot gewelddadigheid te censureren.

Van den Ende moest zich altijd met politiek bemoeien. Hij vluchtte naar Parijs, raakte betrokken bij een complot tegen Lodewijk de Veertiende en werd voor de Bastille opgehangen.