Wisselcolumn

Van der Jagt

Als Arnon Grunberg werkelijk historie had willen schrijven, had hij behoedzamer met zijn laatste mystificatie moeten omspringen.

Niemand die nog gelooft dat hij Marek van der Jagt, auteur van De geschiedenis van mijn kaalheid, níet is. Door juist in NRC Handelsblad het dwaalspoor uit te zetten beging de auteur een stommiteit. Niet omdat hijzelf voor die krant columns schrijft, maar omdat Reinjan Mulder zijn medewerking eraan verleent. Mulder is tevens in dienst bij De Geus, de uitgeverij die de succesvolle debuutroman uitgeeft waarmee Van der Jagt de zaterdag uit te reiken Anton Wachter prijs afdwong.

In NRC Handelsblad kreeg Van der Jagt behalve twee ingezonden brieven een opiniebijdrage afgedrukt. Mulder moet stevig gepleit hebben voor publicatie van dit document; gewoonlijk accepteert de NRC een ingezonden stuk pas als de gegevens van de scribent deugen. Dat de antecedenten van de apothekersbediende te Wenen niet in de haak waren, onthulde de krant nota bene zelf. In het over de voorpagina uitgesmeerde bericht komt namens De Geus Reinjan Mulder aan het woord. Manhaftig weigert hij de identiteit van zijn auteur prijs te geven. Complot theorie: Mulder heeft de NRC-redacteur op het spoor van de scoop gezet, bedingt zichzelf een citaat en camoufleert zo elke schijn. Schijn van belangenverstrengeling: de publiciteitshausse legt De Geus geen windeieren.

Dat niemand voortijdig afbreuk mocht doen aan de Marek-mystificatie ondervond filosoof Eric Schliesser. Hij doorliep samen met Grunberg het Vossiuslyceum en onderhoudt sinds enige jaren een hartstochtelijke elektronische correspondentie met zijn beroemd geworden schoolgenoot. Met het definitieve ontmaskeringsbewijs rammelde Schliesser vergeefs aan de NRC-poorten. Enige tijd geleden had hij al ontdekt dat in een van Van der Jagts opinieartikelen, dat handelt over de huidige staat van de Nederlandse literatuur, passages voorkomen die rechtstreeks uit zijn e-mails aan Grunberg geplunderd lijken. Schliesser is er verbolgen over dat Van der Jagt zomaar zijn thema’s leent. De e-mails waarin hij schrijft over de vraag waarom regeringen die «voornamelijk op de kogel berusten zo bang zijn voor het (geschreven) woord» heeft hij zorgvuldig bewaard. Evenals de kerende mails, van Grunberg, die de materie uitbundig herkauwt. In een e-mail van 19 juli poneert Schliesser de stelling dat een romanschrijver «de slaaf van de massa» is. Ook dit element komt in het Van der Jagt-artikel terug. Toen Schliesser zijn vriend van zijn ontdekking op de hoogte stelde, antwoordde deze als volgt: «Nogmaals, ik ben Marek van der Jagt niet. Het viel me op dat hij inderdaad, daar waar het ging om gevaar e.d., nogal aan jou deed denken. Maar ik stond daar verder niet bij stil.»

Benieuwd wie komende zaterdag bij de uitreiking van de Wachterprijs niet komt opdagen.