Van der lubbe, held of sukkel

65 jaar na dato ruziet men nog steeds over de vraag of Marinus van der Lubbe schuldig was aan de brand van de Reichstag. Ook in De Groene woedt de polemiek. ..LE FEBRUARI 1933. Wat moet dat voor de Duitsers een bizarre maand zijn geweest. Onder nationaal-socialisten heerste euforie, al hadden de meesten geen flauw benul van wat komen zou. Voor de meerderheid van de bevolking, die zich voor 30 januari van Hitler gedistantieerd had, was de verwarring compleet. Wat zouden de nazi’s gaan doen? Hoe lang zou het duren? Hoe erg zou het worden? Velen zetten onmiddellijk hun kaarten op de nieuwe machthebbers en sloten zich aan bij de ‘nieuwe orde’. De meesten wachtten echter gelaten af. Misschien was het een onweersbui die vanzelf weer zou overdrijven. Als je je gedeisd hield zou je waarschijnlijk de dans ontspringen.

Op 18 februari arriveerde in Berlijn een halfblinde, 24-jarige werkloze bouwvakker uit Leiden. Rinus van der Lubbe was vrijwel onmiddellijk na Hitlers MachtÅbernahme naar Duitsland afgereisd. Twee weken had hij, lopend en liftend, door Duitsland getrokken. Verbijsterd was hij over de apathie van de arbeiders. Duitsland had de grootste georganiseerde arbeidersbeweging ter wereld, en die deed niets! Hadden ze dan niet door dat die nationaal-socialistische revolutie in de eerste plaats tegen hen gericht was?
Van der Lubbe had zich in Nederland al ge‰rgerd aan de slappe houding van de sociaal-democraten en de kadaverdiscipline van de communisten. Hij voelde zich het meest thuis bij de radencommunisten, die geloofden dat de revolutie alleen kon komen als de arbeiders zelf in actie kwamen. Maar toen hij in Berlijn wilde meelopen in een demonstratie, bleek dat die niet doorging; de politie had de bijeenkomst verboden en de linkse arbeiders bleven keurig thuis.
Dat lamme Duitse zooitje moest dus wakker geschud worden, er moest een signaal worden gegeven. Niets baart zo veel opzien als een goede brand. Van zijn schamele centen kocht Van der Lubbe lucifers en vuurmakers. Pogingen om brand te stichten in het Raadhuis, het Paleis en een stempellokaal mislukten echter.
Dan valt zijn oog op de Rijksdag. Op de avond van de zevenentwintigste schopt hij een ruit in en gaat hij het parlementsgebouw binnen. Met behulp van gordijnen, lakens en een deel van zijn eigen kleren weet hij een brand te stichten die snel om zich heen grijpt.
NIEMAND KON geloven dat Van der Lubbe het in zijn eentje had gedaan. De nazi’s geloofden het net zomin als de communisten. Beide kampen wezen de ander aan als de brandstichter. Tijdens het proces, in de herfst van 1933, kon niet worden bewezen dat een groep communisten de brand had aangestoken. Het communistische propagandagenie Willy MÅnzenberg organiseerde een internationaal tribunaal en publiceerde twee Bruinboeken, waarin werd beweerd dat de nazi’s de brand zelf hadden aangestoken.
Op het eerste gezicht was dat niet eens zo'n vreemde opvatting, gezien het enorme profijt dat Hitler had bij de brand. De kersverse minister van Binnenlandse Zaken Hermann G”ring trachtte al weken aan te tonen dat de communisten een staatsgreep planden, zodat deze grootschalig konden worden aangepakt. De brand was een gouden kans, die de nazi’s met beiden handen aangrepen. Vele duizenden politieke tegenstanders, vooral communisten en sociaal-democraten, werden nog dezelfde nacht gearresteerd. Een prachtige aanleiding dus, maar als deze er niet was geweest hadden de nazi’s er zelf wel een gefabriceerd.
Volgens de communistische lezing was Van der Lubbe, die ooit lid was geweest van de CPN, een halfdebiele, homoseksuele handlanger van de SA. Om dit te bewijzen schrokken MÅnzenberg en zijn trawanten voor geen enkele leugen terug. Hoewel geestverwanten van Van der Lubbe in een zogenaamd Roodboek aantoonden dat de communistische ‘bewijzen’ vals waren, werd sindsdien door vrijwel iedereen geloofd dat het de nazi’s waren geweest die de Rijksdag in de fik hadden gestoken. Van der Lubbe, die tijdens het proces als een zombie met zijn kin op de borst in het beklaagdenbankje zat, was gewoon een zwakbegaafde stakker geweest die door de nazi’s was misbruikt.
Dit beeld werd onderuit gehaald door de Duitse historicus Fritz Tobias, die in 1962 de meer dan zevenhonderd pagina’s tellende studie Der Reichstagbrand: Legende und Wirklichkeit publiceerde. Door middel van nauwgezette analyse van het materiaal wist hij aannemelijk te maken dat Van der Lubbe de brand in zijn eentje had gesticht.
Sindsdien wordt de opvatting van Tobias gedeeld door vrijwel alle historici die zich met dit onderwerp hebben beziggehouden. De beweringen uit het Bruinboek werden alleen nog serieus genomen aan gene zijde van het IJzeren Gordijn, en door een handvol mensen die de 'AlleintÑterthese’ verwerpen. In de jaren zestig en zeventig waren dat onder meer Walter Hofer en Edouard Calic, die op grond van uiterst mager bewijsmateriaal en gesjoemel met documenten beweerden dat de nazi’s toch de brandstichters waren geweest. Tegenwoordig wordt deze opvatting vooral verdedigd door historicus Hersch Fischler.
COMPLOTTHEORIEEN vinden vaak gretig gehoor, vooral bij het grote publiek. Maar waarom geloven mensen ze ook zo graag?
Dat de nazi’s het verhaal van een communistisch complot goed konden gebruiken, en ook gebruikt hÇbben, is zonneklaar. De communisten hadden er op hun beurt belang bij Hitler als schuldige aan te wijzen. Dat gold eigenlijk ook voor alle andere tegenstanders van de nazi’s. Vrijwel iedereen stond apathisch te kijken hoe Hitler een dictatuur vestigde. En dan zou zo'n simpele zwerver uit Nederland de enige zijn geweest die de ernst van situatie inzag, en de enige die iets deed? Een onverdraaglijke gedachte. Vandaar dat het zaak was Van der Lubbe af te schilderen als een randdebiel, een schandknaap, een provocateur.
Ook voor hedendaagse Duitsers is het niet leuk om te constateren dat, terwijl het Duitse verzet pas vrij laat op gang kwam en uiteindelijk ook niet al te veel heeft voorgesteld, een buitenlander de eerste verzetsdaad pleegde. De nazi’s hebben trouwens zo veel ellende aangericht, daar kan zo'n Rijksdagbrand ook nog wel bij.
MAAR ER ZIJN meer redenen om in een complottheorie te geloven. Journalisten vinden het doorgaans prachtig als autoriteiten op hun gezicht gaan, dus is het fantastisch als blijkt dat al die historici het jarenlang bij het verkeerde eind hebben gehad.
En dan is daar nog de door twijfels en onzekerheden geplaagde postmoderne mens, die zich sinds de teloorgang van de grote ideologie‰n geconfronteerd ziet met een politieke en levensbeschouwelijke chaos. Het is wel zo prettig als in die chaos weer een beetje orde te brengen is. Complottheorie‰n maken de wereld overzichtelijker. Door het Kwaad duidelijk te lokaliseren kun je jezelf gemakkelijker als 'goed’ kwalificeren. De communisten hadden hiervoor vroeger 'de bourgeoisie’, de nazi’s hadden 'de jood’, links had later het 'militair-industrieel complex’, en tegenwoordig scoren 'de maffia’ en 'de politiek’ vrij hoog.
In een dergelijke schematische kijk op de werkelijkheid is eenvoudigweg geen plaats voor een individu dat zich niets van allerlei conventies en wetmatigheden aantrekt en gewoon een daad stelt. Het komt ons niet goed uit, en daarom is het niet gebeurd. Misschien heeft Van der Lubbe het inderdaad niet gedaan, is hij op de een of andere manier buiten zijn medeweten in een duister complot beland, maar bewezen is dat nog altijd niet. Wel bewezen is dat hij het alleen gedaan kan hebben. En bewezen is ook dat hij het geprobeerd heeft.
Wie over het leven van Rinus van der Lubbe leest denkt al spoedig dat hij te maken heeft met een figuur uit een roman van Camus. Verbijsterd stapte Van der Lubbe rond in een absurde wereld. Zonder al te veel reflectie doet hij iets, en vervolgens stort die hele wereld zich boven op hem. Niemand begrijpt hem, niemand gelooft hem. Hij laat het hoofd hangen. Totdat het wordt afgehakt.