Van der lubbe, held of sukkel

65 jaar na dato ruziet men nog steeds over de vraag of Marinus van der Lubbe schuldig was aan de brand van de Reichstag. Ook in De Groene woedt de polemiek. ..LE ALLES AAN DE Rijksdagbrand is nep. Het begint al met de beelden van die zevenentwintigste februari 1933. Een recente analyse van het beroemde filmpje waarop de Reichstag baadt in een vlammenzee, leert dat veel van het gesuggereerde vuur is ingekleurd. In de laboratoria van propagandaminister Goebbels werd bij ieder raam een gelijkmatig brandende vlam ingekleurd ter verhoging van het dramatische effect dat de machtsovername die de nazi’s koppelden aan de brand van de eeuw moest rechtvaardigen. In werkelijkheid stond van het kolossale complex alleen de parlementszaal met bijbehorende koepel in lichterlaaie, en die brand was nu uitgerekend niet het werk van de man die op 10 januari 1934 als enige veroordeelde in de zaak van de Reichstag-brand het hoofd werd afgehakt, de 24-jarige metselaar Marinus van der Lubbe uit Leiden.

Het proces tegen Van der Lubbe was een wrede farce, een duistere voorbode van wat komen ging in het Derde Rijk. Niemand geloofde dat Van der Lubbe het in zijn eentje had gedaan. Half blind als gevolg van een incident op de werkvloer, waarbij een collega hem een zak kalk over het hoofd had getrokken, had hij onmogelijk alleen het spoor van vernielingen kunnen achterlaten waarop de dienstdoende inspecteurs waren gestuit. De Berlijnse correspondent van het socialistische Nederlandse dagblad Het Volk noteerde al een dag na de brand dat de parlementszaal in brand was gestoken met een oplossing van zwavel en fosfor, het favoriete strijdmiddel van de SA van die dagen. De correspondent meldde dat hij tijdens zijn ronde door het pand overal grote vlekken van dat spul zag liggen. Al wat Van der Lubbe - wel degelijk een pyromaan activist uit naam van het utopisch, anarchistisch ingestelde radencommunisme - als strijdmiddel bij zich had waren gloeiende kooltjes.
Van der Lubbe was onwetend van de grootte van de catastrofe die hem in de schoenen werd geschoven. Vandaar dat hij het tijdens zijn gevangenschap in afwachting van het proces nog zo rooskleurig inzag. Zo schreef Van der Lubbe zich tijdens zijn detentie nog in voor een wedstrijd Kanaalzwemmen, ervan uitgaand dat hij ruim op tijd op vrije voeten zou komen om de hoofdprijs binnen te halen.
Gedurende zijn proces was het hem niet vergund verwanten te spreken, terwijl zijn advocaat Alfons Sack NSDAP-lid was. Niemand weet precies wat Van der Lubbe wist. Toen het de hoogste tijd voor hem werd om zijn mond open te doen, was het te laat, hadden zijn bewakers hem teruggebracht tot een zielig hoopje mens dat met gebogen hoofd, kwijlend op zijn schoenen, op het beklaagdenbankje werd gedrukt en zich tegen geen enkele aantijging meer kon verweren, omdat hij die waarschijnlijk niet eens meer horen kon.
TOT AAN DE jaren zestig geloofde eigenlijk niemand dat Van der Lubbe de Rijksdagbrand alleen had aangestoken. Het probleem was dat allerlei ooggetuigen die die avond allerlei typen met lange leren jassen bij het parlementsgebouw hadden zien rondlopen, een voor een uit de weg bleken te zijn geruimd. Ook de getuigen die hadden gemeld dat zij op de avond van de brand een auto voor de Reichstag hadden zien staan (die later bleek toe te behoren aan een Nederlandse dandy genaamd Schoch, die uitstekende contacten had in de SA-top) bleken onvindbaar.
De nazi’s zelf hadden tijdens het proces geprobeerd de aanslag af te schilderen als een communistisch complot, met Van der Lubbe als slechts een der verdachten. Dit nazi-opzetje mislukte echter, doordat Van der Lubbes medearrestanten, een groep van vier elders gearresteerde communisten onder leiding van de Bulgaar Georgi Dimitrov (de latere premier van zijn land), zich op overtuigende wijze wisten vrij te pleiten. Dimitrov zette het proces geheel naar zijn hand en verwierf over de gehele wereld faam met zijn moedige optreden. Dat veelgeroemde optreden ging echter wel over de rug van Van der Lubbe, die in de vurige verdedigingsredes van Dimitrov werd afgeschilderd als een nazi-provocateur. Van der Lubbe had als vurige radencommunist nu eenmaal niet de juiste communistische bloedgroep om op steun van de Stalin-aanhangers te kunnen rekenen. Integendeel, hij werd door de Moskou-getrouwe communisten evenzeer voor propagandistische doeleinden misbruikt als door de nazi’s.
HET BEELD van Van der Lubbe als nazi-provocateur bleef een constante in de offici‰le communistische geschiedschrijving. In het Braunbuch, het in 1934 met steun van Moskou tot stand gekomen boek over de ware achtergronden van de Rijksdagbrand, werd Van der Lubbe zelfs afgeschilderd als een schandknaap van de homo-erotomane SA-top. In 1954 keerde dat beeld nog terug in de DDR-flim Der Teufelskreis, een met veel agitprop opgerekte reconstructie van de Rijksdagbrand en het proces.
De Nederlandse filmer Joost Seelen, bezig aan de in november in de bioscoop te bewonderen film Water en vuur over Van der Lubbe, diepte dit verschrikkelde document onlangs op uit het archief. In Der Teufelskreis zien we hoe Van der Lubbe wordt geknuffeld door knapenliefhebber en SA-voorman Ernst R”hm alvorens onder begeleiding van een heel peloton nazi’s de Rijksdag in vuur en vlam te zetten.
De versie van het Braunbuch werd weer bestreden door het Roodboek, samengesteld door Van der Lubbes Nederlandse medestrijders, die er weer belang bij hadden zijn daad af te schilderen als een eenmansactie, als verlicht voorbeeld van de heroãsche strijd van het individu tegen het totalitarisme. ‘Marinus is in de handen van beulen die voor niets terugschrikken’, aldus het Roodboek. 'Als hij een nazi-provocateur was, zou hij gesproken hebben, zou hij Dimitrov en de anderen zeker met een paar woorden aan de galg hebben gebracht. Maar - hij zwijgt. Hij neemt de gehele schuld op zich. Dit zwijgen is sterker, krachtiger dan hun duizend keer herhaalde leugens.’
In 1959 werd het scenario van het Roodboek weer overgenomen door de Duitse amateur-historicus Fritz Tobias, die in Der Spiegel een geruchtmakende artikelenserie schreef, waardoor de theorie van Van der Lubbes AlleintÑterschaft opeens gemeengoed werd. De nazi’s, aldus Tobias, waren volkomen verrast door de brand in de Rijksdag. Ze maakten alleen gebruik van de mogelijkheden om de totale macht te grijpen. Tobias publiceerde in 1962 zijn boek Der Reichstagsbrand: Legende und Wirklichkeit, waarin deze theorie nog verder werd uitgewerkt. Vreemd genoeg geldt dit boek ook in Nederland nog steeds als het standaardwerk over de Rijksdagbrand. Dr. L. de Jong spreekt het kritiekloos na, net als in 1980 de Nederlandse Van der Lubbe-biograaf Martin Schouten.
Toch valt er wel het een en ander af te dingen op Tobias. Zo blijkt dit trouwe SPD-lid een nazi-verleden van jewelste met zich mee te torsen en bleek de serie voor Der Spiegel ook nog eens een coproduct te zijn, meegeschreven door SS-ObersturmbannfÅhrer Paul Karl Schmidt, perschef van de nazi-minister van Buitenlandse Zaken Von Ribbentrop.
DE LAATSTE TIJD komt er in de Duitse pers een waar offensief op gang tegen de versie van Tobias. Bestudering van het Rijksdagbrandarchief door de Zwitserse historicus Walter Hofer en de Duitse Hersch Fischler wijst erop dat Van der Lubbe als zondebok is gebruikt. Hij wilde wel een vuurtje aansteken, maar wist niet dat er elders in het gebouw andere typen met andere bedoelingen aan de slag waren.
Uit de documenten blijkt dat het vuur in de parlementszaal inderdaad was geprepareerd met een mengsel van fosfor en zwavel. Al in 1970 oordeelde prof. Karl Stephan van het Instituut voor Thermodynamica van Berlijn dat Van der Lubbe de brand in de vergaderzaal onmogelijk kon hebben veroorzaakt in het kwartiertje tijd dat hem in de Rijksdag vergund was. Volgens Stephan was de vuurzee alleen mogelijk door uiterst zorgvuldige voorbereiding. Van der Lubbe kon in het duister van een hem onbekend gebouw onmogelijk in zestien minuten tachtig verschillende brandhaarden hebben aangestoken over een parcours van meer dan achthonderd meter.
Dankzij de Nederlandse kunstenaars Ron Sluik en Reinier Kurpershoek, die in 1994 in hun boekje Radau foto’s publiceerden van het gerechtelijk vooronderzoek, kan het Nederlandse publiek ook kennisnemen van opzienbarende foto’s van gietsporen op de vloeren van het Rijksdaggebouw. Het probleem is nu dat zelfs de Nederlandse Marinus-fans inmiddels zweren bij de theorie van de AlleintÑter en niet openstaan voor heroverweging van de feiten. Alleen door de nieuwe gegevens te negeren of te kleineren kan Van der Lubbe worden geromantiseerd als een Che Guevara uit de polder.
Dat hij in werkelijkheid een slachtoffer was van nazi’s en communisten tegelijk, dat is de Nederlandse Van der Lubbe-clan gewoon niet heldhaftig genoeg.