Commentaar: Kunstbeleid

Van der Ploeg pleegt onbehoorlijk bestuur

De kunstwereld kijkt uit naar de beslissingen van staatssecretaris Rick van der Ploeg op basis van het advies van de Raad voor Cultuur. Zal de bewindsman de uitkomsten van voorzitter Winnie Sorgdrager en haar commissies overnemen — zoals velen vrezen — of zal hij er alsnog een eigenzinnige wending aan geven? Tot nu toe is het bij incidentele protesten uit de kunstwereld gebleven, plus een brandbrief die Kunsten ‘92 op 31 augustus heeft gestuurd aan de Commissie Cultuur van de Tweede Kamer. Van der Ploeg moet licht geschrokken zijn. Immers, Kunsten '92 is niet zomaar een organisatie. Tot haar leden behoren belangrijke tot zeer belangrijke instellingen, variërend van het Concertgebouw tot Intercultureel Centrum Rasa.

Kunsten '92 luidt de noodklok. Als de staatssecretaris het advies van de Raad voor Cultuur overneemt zal de schade, aldus luidt de boodschap, niet te overzien zijn. Een groot aantal instellingen die deel uitmaken van de cultuurplanperiode 1997-2000 is niet systematisch en consistent geëvalueerd; het advies bevat veel feitelijke onjuistheden; de beoordelingen van de Raad zijn niet consistent, aangezien het kwaliteitscriterium — voor Van der Ploeg «het leidende subsidiecriterium» — en de onderschikkende criteria (maatschappelijk bereik, subsidie-per-bezoek, positie in het bestel) niet consequent zijn gehanteerd. Kort om: er is sprake van onbehoorlijk bestuur.

Een nieuw gezichtspunt. Al even nieuw is de constatering van Kunsten '92 dat de adviescommissies ook anderszins geen wettelijke grondslag hebben. De besluitvorming van de Raad is in nevelen gehuld. De vergaderingen zijn niet openbaar. De verstrekte samenvattingen van de vergaderingen zijn uiterst beknopt. «Een dergelijke gang van zaken is vermoedelijk in strijd met de Wet Openbaarheid Bestuur», stelt Kunsten '92. De verwachting: een hausse van juridische procedures tegen de beslissingen van de verantwoordelijke staatssecretaris.

De vraag is hoe Van der Ploeg zich uit dit wespennest gaat redden. Waarschijnlijk zal hij, onder luid gekreun van de kunstwereld, een belangrijk deel van de adviezen overnemen en tegelijkertijd een zeer kritische evaluatie van het functioneren van de Raad aankondigen. In combinatie met een soort gebaar naar de kunstwereld, door op ondergeschikte punten van de adviezen van Sorgdrager af te wijken: een centje voor toneelgezelschap X, een centje voor muziekensemble Y.

De stortvloed aan beroepsprocedures blijft onafwendbaar. Niettemin staat op deze manier voorlopig niemand voor schut — en blijft vrijwel iedereen boos en ontevreden.