Big Brother & The Middlesteins

Van dik zijn word je dik

Twee recente familieromans brengen een droevige boodschap over de uitdijende eetproblemen van Amerika. Beide boeken stellen de vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen.

Lionel Shriver, Big Brother, € 18,95
Jami Attenberg, De Middlesteins, € 19,99
e-book, € 15,99Engelse editie, € 15,50

Medium 19092431week35 groot

De Verenigde Staten zijn wereldkampioen te veel eten: tweederde van de bevolking heeft overgewicht, en daarvan is meer dan de helft obees. Tot de bijverschijnselen van obesitas behoren onder meer hartfalen, diabetes, en kanker – volgens het Amerikaanse Center for Disease Control de meest voorkomende oorzaken van ‘preventable death.’ Het kan niet anders of een conditie die in relatief korte tijd zo wijdverspreid is geraakt, en die zulke potentieel fatale gevolgen heeft, spreekt tot de literaire verbeelding. Zo verscheen vorig jaar nog de roman Heft, van Liz Moore, over een kluizenaar die in Brooklyn zijn dagen sleet met het leegschrapen van afhaalchineescontainers en dozen bezorgpizza. Twee recentere toevoegingen aan de groeiende stapel obesitasliteratuur – The Middlesteins, van Jami Attenberg, en Big Brother, van Lionel Shriver – spelen zich daar af waar het probleem het grootst is: in Amerika’s Midwest. Waar de hoofdpersoon van Heft het in z’n eentje moest zien te rooien, gaan The Middlesteins en Big Brother juist over obesitas als niet alleen een individueel, maar ook een sociaal probleem – en wel op de eerste plaats als een probleem van het hele gezin.

The Middlesteins, dat eind vorig jaar al in Amerika uitkwam en deze zomer in Nederlandse vertaling, draait om Edie Middlestein, woonachtig in een suburb van Chicago, moeder van de volwassen Robin en Benny en echtgenote van Richard, en tegen de tijd dat ze zestig is ruim 150 kilo zwaar. Ze is al aan een been geopereerd, en binnenkort volgt haar tweede; de dokter dreigt met een bypass, maar Edie, koppig en trots, heeft beloofd haar leven te beteren. Wanneer ze in plaats van gezonder alleen maar dikker wordt, gaat Richard bij haar weg. The Middlesteins gaat over de manier waarop zowel ouders als kinderen omgaan met deze nieuwe situatie, en met de verantwoordelijkheid voor Edie’s gezondheid – een verantwoordelijkheid die moeilijk te nemen is wanneer iemand niet geholpen wil worden.

In Big Brother is het Edison Halfdanarson, begin veertig, die zijn in Iowa wonende zus Pandora komt opzoeken nadat hij in New York aan lager wal is geraakt. Ooit was Edison een veelbelovend jazzpianist, maar de afgelopen jaren is zijn succes opgedroogd door een combinatie van pech, drugsgebruik, en onuitstaanbaar gedrag. De laatste keer dat Pandora haar broer zag was hij slank, stoer en sexy; nu herkent ze hem in eerste instantie niet eens wanneer ze hem ophaalt op het vliegveld. Bijna tweehonderd kilo weegt hij: ‘I peered into the round face, its features stretched as if painted on a balloon.’ Edison blijft uiteindelijk twee maanden bij Pandora, haar man Fletcher, een gezondheidsfreak, en Fletchers kinderen Tanner en Cody. Met zijn vraatzucht vormt Edison zowel een afschuwwekkend spektakel als een moreel dilemma: hoe ver kun je gaan, als zus, om je broer te helpen?

Behalve over de vraag tot waar je verantwoordelijkheden als zoon/dochter/echtgenoot/zus reiken, gaan beide boeken ook over hoe het zo ver heeft kunnen komen. Edie Middlestein, zo leren we in het eerste hoofdstuk, is altijd zwaarlijvig geweest: als kind al wilde ze niets liever dan lekker eten, en ze zou het liefst tot het einde der tijden in een buggy rond zijn geduwd. ‘She knew she loved to eat, that her heart and soul felt full when she felt full’ – het enige probleem is dat ze zich niet gauw vol voelt. Edie’s ouders zijn joods en haar vader heeft tijdens zijn overtocht naar de VS extreme honger geleden; voor zowel Edie’s moeder als voor haar vader staat voedsel gelijk aan liefde – en dat kunnen ze hun dochter natuurlijk niet ontzeggen.

Edie is intelligent, koppig en fel: ze slaagt een jaar eerder op de middelbare school dan gebruikelijk en doorloopt college in drie, in plaats van vier jaar. Ze blaakt van het zelfvertrouwen: ‘Ze voelde zich scherp en belangrijk en geloofde dat ze alles kon doen wat ze wilde en dat niemand haar eronder kon houden, behalve zijzelf.’ Pas wanneer Edie rechten gaat studeren beleeft ze haar eerste ‘academic setback’: haar klasgenoten zijn ook getalenteerd, en ze eindigt in de middenmoot. Na die eerste teleurstelling trouwt ze, te jong wellicht, te onnadenkend, met Richard Middlestein. Ze belandt in het gezinsleven en daarnaast in een weinig boeiende advocatencarrière. Voedsel wordt een troost, een vlucht, een pantser: Edie’s ontevredenheid neemt toe, en haar gewicht doet mee. De felheid en koppigheid die haar zo aantrekkelijk maken, blijken tegelijkertijd haar grootse tekortkomingen: Edie weigert haar levensstijl aan te passen, en er is niemand die tot haar doordringt.

Net als Edie was ook Edison, big brother, relatief jong in zijn prime: als zoon van een bekend televisieacteur vertrok hij op zijn zeventiende naar New York, waar hij van plan was het te gaan maken in de jazzwereld. Aanvankelijk lukte dat aardig: ‘I’ve played with some heavy cats, man’, zegt hij om de haverklap, om zijn zus en schoonfamilie te herinneren aan zijn eerdere zelf – tot grote ergernis van vooral Fletcher, die Edisons aanwezigheid maar nauwelijks kan velen. Met dat vroege succes kwam een gevoel van entitlement – en voorzover zijn zus Pandora het kan overzien, is dat ook precies waar het mis is gegaan. ‘In elke generatie ziet een verrassend groot aantal hemelbestormers zichzelf als een genie dat ontdekt moet worden’, zegt Pandora: ‘I’d never envied people who peak early, condemned forever more to reminisce about a stellar past they’d not been savvy enough to appreciate as parvenus.’

Als Edisons ster gaat dalen, en Pandora ook nog eens plotseling landelijk succes vergaart met haar bedrijfje (ze maakt trekpoppen op bestelling), verandert zijn drugsverslaving in een eetverslaving. En hoe dikker hij wordt, hoe meer hij eet – want hoe minder het lijkt uit te maken. ‘Van dik zijn word je dik’, zegt Pandora. Net als bij Edie speelt Edisons extreme persoonlijkheid een rol: ‘He wasn’t the type to submit to slings and arrows with a bit of a paunch. In the same style in which he’d schemed to succeed, so also would he fail: on a grand scale.’

Depressie dus, en verveling, en geknakte ambities en een al te trots karakter, brengen zowel Edie als Edison in een neerwaartse spiraal van vreetbuien, gewichtstoename, afwijzing en eenzaamheid – gevolgd door nieuwe vreetbuien, die troost bieden en afleiding. In hun weigering iets te veranderen, drijven ze hun familieleden tot wanhoop: de situatie is uitzichtloos, en wordt allengs uitzichtlozer. In het geval van Edie neemt Richard de benen, is Robin te boos om iets te doen, en weet Benny niet waar hij het zoeken moet. Het meest toegewijd is Rachelle, Edie’s schoondochter, maar ook zij heeft zo haar grenzen – ze moet tenslotte de b’nai mitzvah van haar zoon en dochter organiseren. Hoewel Edie het middelpunt van haar familie en hun zorgen is, eindigt ze zo dus toch alleen.

Edison plaatst Pandora voor een dilemma: een keuze tussen een relatief frictieloos bestaan met haar man en stiefkinderen, of een poging Edison te redden, in welk geval ze haar hele leven in het teken van zijn ziekte zal moeten stellen. Haar man Fletcher vindt dat haar loyaliteit veel te ver gaat, maar wat Fletcher, enig kind, nooit zal begrijpen, is dit: ‘What is wonderful about kinship is also what is horrible about it: there is no line in the sand, no natural limit to what these people can reasonably expect of you.’ Toch, hoe verbonden ze zich ook met haar broer voelt, ook Pandora is uiteindelijk een deserteur. Echt kwalijk kun je het de Middlesteins en Pandora niet nemen: Edie en Edison zijn, in al hun vetzucht en verongelijktheid, niet erg makkelijk om van te houden. Maar voor zowel Edie als Edison zijn de consequenties fataal.

Big Brother gaat eigenlijk over twee soorten overgewicht: de morbide obesitas van Edison, maar ook het meer ‘gewone’ overgewicht van zijn zus Pandora, die tien kilo te zwaar is. Daarmee gaat de roman dus ook meteen over de meerderheid van de Amerikaanse bevolking. Altijd als Pandora een foto van zichzelf ziet, is het eerste waar ze naar kijkt hoe dik ze daar op lijkt. Haar ideeën over uiterlijk en gewicht zijn stereotiep, en hoewel ze zich daarvan bewust is, kan ze zich er niet van losmaken: ‘Ondergewicht is dan misschien niet aantrekkelijk, maar het komt toch op me over als een teken van nobelheid – en ja, ik weet hoe belachelijk dat klinkt’, zegt ze bijvoorbeeld. Ze vraagt zich af of er überhaupt nog mensen zijn voor wie voedsel en gewicht géén issue zijn: ondanks het feit dat, zeker in het Midwesten, de definitie van ‘gemiddeld’ al lang naar boven toe is bijgesteld, ‘gaan we er nog steeds voetstoots vanuit dat elk van deze zogenaamd normale mensen wanhopig graag dunner zou zijn’.

In wat aanvankelijk een poging is om Edison te helpen zet Pandora zichzelf en haar broer op een extreem streng dieet; de eetstoornis die haar broer duidelijk heeft en die bij Pandora latent aanwezig is, slaat nu om naar de andere kant, met als gevolg taferelen die nog het meest doen denken aan passages uit Kafka’s korte verhaal De hongerkunstenaar. Het is altijd of te veel, of te weinig, maar nooit gewoon goed, nooit normaal, lijkt Shriver te willen zeggen: voedsel is voor niemand meer neutraal terrein.

Ondanks de overeenkomsten zijn The Middlesteins en Big Brother heel verschillende romans. The Middlesteins is in de eerste plaats een joodse familieroman, met veel perspectiefwisselingen, humor, en vaart. Attenberg grossiert in rake omschrijvingen, zoals deze, van Benny’s dunne, perfectionistische echtgenote: ‘Rachelle was shivering like a small, precious, expensive dog.’ De humor en de liefdevolle behandeling van ontegenzeglijk tragische personages met allemaal zo hun tekortkomingen verlichten de zware thematiek en droevige plotwending. Big Brother daarentegen is zoutelozer, minder licht verteerbaar: het is meer een ideeënroman, en Shrivers maatschappijkritiek ligt er dikker bovenop. Het perspectief blijft bij Pandora, wier inzichten over eten en voedsel niet altijd even origineel zijn, en wier persoonlijkheid, zoals ze zelf zegt, als ‘witte rijst’ is: ‘I have always existed to set off more exciting fare.’ Pandora heeft ‘niet veel meningen’, want daar ziet ze het ‘nut’ niet van in – ze is misschien pragmatisch, maar ook saai, en het was prettig geweest als Shriver af en toe uit haar hoofd was gestapt.

Tegelijkertijd is het benauwde gevoel dat Big Brother tijdens het lezen meer en meer geeft wel zo toepasselijk. Zo opgesloten als de lezer zich gaat voelen in Pandora’s hoofd, zo opgesloten zit Edison in zijn lijf: ‘His inmost self was balled into a dense pellet in the middle of a wide berth of shielding flab.’ Het is bij vlagen een taai boek, maar vetzucht is dan ook een taai probleem – een probleem dat almaar groter wordt, en dat lastig te bestrijden is, hoeveel we ook van onze broers en zussen en vaders en moeders en zoons en dochters houden. Dat is uiteindelijk de droevige boodschap van zowel The Middlesteins als Big Brother: al die kilo’s, en al die calorieën, die maken zo alleen – daar kan geen familieliefde tegenop. Wat een eenzaamheid.


Lionel Shriver
Big Brother
Harper Collins, 384 blz., € 17,49 (verschijnt in oktober in vertaling bij Atlas Contact)

Jami Attenberg
The Middlesteins
Grand Central Publishing, 288 blz., € 16,49 (in vertaling verschenen als De Middlesteins, vertaald door Onno Voorhoeve, Unieboek/Het Spectrum, 272 blz., € 19,99)