Van fusie komt ruzie

‘Van fusie komt ruzie’, schreven de ouden en ik mocht dat menigmaal ervaren. Wat een ellende. Ook wanneer je je realiseert dat je, als je ooit niet bij A maar bij B was aangenomen, de nestgeur van B lekkerder had gevonden en de smoelen op dat werk vertrouwder dan die van A (op jouw plek lopen ook vreemde vogels rond maar dat zijn je eigen druiloren - die van de ander zijn pas erg), dan nog word je meegezogen in heilloze wij- zijstemming. Die reusachtige afmetingen aanneemt wanneer principiele zaken in het geding zijn en het Gelijk naar je gevoel bij ‘wij’ ligt. Overigens is ook het omgekeerde moeilijk. Mijn eerste fusie ging tussen gymnasium plus HBS en havo. Ik zat bij de eerste club, maar werd beroerd van een deel der collegae dat zich in diep minachtende termen over de naburige leerlingen uitliet. En dan zaten wij op een gemeenteschool in een arbeiderswijk! Daar vermoedde ik wat het betekent wanneer je in tijd van oorlog het gelijk van ‘wij’ ontkent of zelfs relativeert.

Dat er derhalve in ‘fusie’ een vracht aan dramatische mogelijkheden ligt, kun je niet aflezen aan het vaderlands tv- drama. Smullen zou het zijn een serie te zien die geworteld is in het ontstaan van ABN-Amro of ING. En het zou stil worden op straat wanneer de auteurs van Pleidooi de genese van het CDA veeldelig zouden verbeelden.
Loopt er uitgerekend op mijn onderwijsterrein een heuse fusieserie bij de Tros: Fort Alpha. Smullen geblazen, zij het om andere dan artistieke redenen. Eensdeels feest der herkenning omdat ook hier 'kak’ gedwongen samengaat met 'proleten’ en alle daaruit voortvloeiende heibel dankbaar is aangegrepen. Anderzijds zo karikaturaal en uitvergroot dat het onwaarschijnlijkheidsgehalte Olympische hoogten bereikt.
Meest opvallende aan de serie schuilt in ongrijpbaarheid, gevolg van het feit dat de makers alle denkbare genres tot een hutspot stampen. Sores, vreugden en gedrag van 4-havoleerlingen worden het meest serieus genomen en op dat vlak kun je van een poging tot realisme of naturalisme spreken. De verhalen zijn erg bedacht, maar de kids zijn soms Doebele- en Schmidtachtig levensecht. Verplaatsen we ons naar het niveau van volwassenen dan belanden we in karikaturen, soms in slapstick. De tragische held is de rector die door de fusie z'n baan is kwijtgeraakt. Z'n echtgenote blijft er lerares, is aanvankelijk solidair met hem maar uiteindelijk niet opgewassen tegen zijn vrije val in alcohol en rancune. Helaas is deze verhaallijn zo onzinnig, het gedrag van de man zo volkstoneelachtig dat tragedie in klucht verkeert. Opzienbarend is Alpha om iets anders. De witte concierge is een hartelijke ruwe bolster, blanke pit; de zwarte een vervelende bureaucraat. En onze rector is zogenaamd zijn baan kwijtgeraakt door voorrangsbeleid voor vrouwen, maar in werkelijkheid omdat de vrouwelijke wethouder een tegennatuurlijke relatie heeft met de vrouw die tot rector is benoemd. 'Gadverdamme’, zegt des mannelijken rectors echtgenote, wanneer ze dat ontdekt. Nee, politiek correct is de Tros niet.