Moeten de media nu voortaan de uitleg volgen die Van Gasteren zelf aan de moord gaf en die bijvoorbeeld door de Volkskrant op 3 oktober dit jaar werd overgenomen? ‘Het betrof een verzetsdaad’, meldde de krant. Daar wordt in rechtskringen anders over gedacht. Blijkens een tot nu toe in de media veronachtzaamde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is de moord op Oettinger geen verzetsdaad in de zin van de Wet Buitengewoon Pensioen (WBP) 1940-1945. Daarmee bevestigde de Raad, die wordt geadviseerd door de Stichting 1940-1945, de eerdere uitspraak van de Raadskamer WBP van de Pensioen- en Uitkeringsraad - de uitspraak waartegen Van Gasteren bij de Centrale Raad in beroep was gegaan.
De Raad voegde eraan toe dat ‘in het feit dat de Grote Advies Commissie der Illegaliteit in januari 1946 de rehabilitatie van eiser heeft uitgesproken, geen argument ligt om een andere slotsom te bereiken. Hiertoe laat de Raad wegen dat niet is kunnen blijken dat aan die uitspraak een daadwerkelijke verificatie van feiten ten grondslag ligt. Dit geldt ook de gratiëring van eiser in 1946.’
Van Gasteren ontvangt dus geen verzetspensioen voor de liquidatie van Oettinger, maar wel voor een aantal andere activiteiten, verricht ‘buiten enige verzetsorganisatie om’, waaronder het ‘onderdak verlenen aan W. Oettinger’. Die activiteiten verdienen, aldus de Raadskamer WBP, echter niet de kwalificatie ‘intensief verzet’.