Ze voelt zich van jongs af aan betrokken bij Afrika. Na twee korte werkvakanties besluit Janneke den Hartog dat ze zich voor langere tijd in Malawi wil vestigen om weeskinderen te helpen. Haar man Nico twijfelt: wil hij hun energiezuinige rijtjeshuis in de Utrechtse Vinex-wijk Leidsche Rijn inruilen voor een onzeker bestaan in de tropen? ‘Tijdens het lezen van de bijbel sprak God tot mij en maakte mij duidelijk dat ik mijn leven moest richten op zendings- en ontwikkelingswerk.’

Dat vertellen de Den Hartogs in juni 2022 aan het AD Utrechts Nieuwsblad, in een artikel over hun aanstaande verhuizing. Inmiddels is het gezin met vier kinderen daadwerkelijk over en hebben Janneke en Nico den Hartog zich aangesloten bij Stéphanos, een reformatorische stichting die brede steun geniet onder predikanten uit de Biblebelt.

Janneke den Hartog wil Malawiërs gezonder leren eten, zo vertelt ze de krant. Als hongerige kinderen een bord maispap met groenten krijgen voorgeschoteld in een kindertehuis, stralen ze ‘zoals kinderen hier twee iPads tegelijk krijgen’. Ze pleit voor meer variatie dan alleen maispap. ‘We willen jonge vrouwen en moeders leren om ook te kiezen voor bijvoorbeeld tomaat en mango.’

Het paar heeft weinig begrip voor traditionele religies, die tachtig jaar Britse overheersing (1883-1963) en anderhalve eeuw monotheïstische influencers overleefden. Veel Malawiërs geloven dat hun voorouders voortbestaan als geesten, aan wie je bijvoorbeeld advies kunt vragen bij belangrijke beslissingen. Er zijn ook boze geesten, die je beter op afstand kunt houden. De Nederlanders willen het christendom als alternatief aanbieden. ‘Het geloof in Jezus biedt redding bij de bestrijding van dit soort kwade machten’, zegt Nico den Hartog. ‘God is uit op het behoud van mensen. Ik geloof dat de voorouderverering bij de duivel vandaan komt. Het houdt mensen in angst en spanning en dat gun je niemand.’

Het artikel in AD Utrechts Nieuwsblad roept veel vragen bij me op. Ik maak daarom kort voor hun geplande verhuizing een afspraak met Nico den Hartog. Op de avond voor onze ontmoeting in de Jumbo Foodmarkt Leidsche Rijn stuurt hij een bericht. Na ‘intern overleg’ wil hij toch geen interview geven. Te druk met voorbereidingen. En alles staat al in het eerdere artikel, laat hij weten.

Ik had willen vragen of hij denkt dat Malawiërs, ondanks zijn ongetwijfeld goede bedoelingen, wel zitten te wachten op een Nederlands gezin dat hen aanspoort hun cultuur, godsdienst en eetgewoonten te veranderen. Wat zou hij ervan vinden als iemand uit een ver land hém dat kwam vertellen? Waarom is zijn religieuze beleving superieur aan die van een Malawiër? Ook binnen de wereld van ontwikkelingssamenwerking klinkt al jaren, zo niet decennia, een roep om gelijkwaardige samenwerking – om dekolonisatie van machtsverhoudingen. Hebben zijn vrouw en hij iets van dat debat meegekregen?

Verder heb ik intussen gelezen over een oud-medewerker van hun organisatie Stéphanos, Wim A., die in Malawi wordt beschuldigd van seksueel misbruik van mannen en jonge vrouwen. Twee christelijke kranten, Reformatorisch Dagblad en Nederlands Dagblad, hebben er sinds april 2020 over bericht, maar daarbuiten kregen de zaken weinig aandacht. Ook daarover had ik wel een vraag willen stellen.

Malawi is een relatief klein land ingeklemd tussen Tanzania, Zambia en Mozambique. Het staat bekend als donor darling, omdat het een grote aantrekkingskracht uitoefent op hulpverleners in vele soorten en maten. Wie ’s lands tweede stad Blantyre binnenrijdt, ziet de kantoortjes een voor een voorbijkomen: Save the Children, Feed the Children, The Hunger Project, Development Aid from People to People…

De bekendste westerse weldoener is ongetwijfeld Madonna, die vier Malawische kinderen adopteerde en de stichting Raising Malawi oprichtte. Ze beloofde in 2009 vijftien miljoen dollar te investeren in toekomstig vrouwelijk leiderschap door een prestigieuze school te bouwen voor vijfhonderd meisjes. De regering stelde een lap grond beschikbaar nabij de hoofdstad Lilongwe, waarvoor zo’n tweehonderd dorpelingen gedwongen moesten verhuizen.

Maar de school kwam er niet. In plaats daarvan beloofde Madonna tien basisscholen te bouwen ‘om niet honderden, maar duizenden meisjes te bereiken’. De regering vertrouwde het niet langer en ontnam de stichting in 2014 de status van niet-gouvernementele organisatie (ngo). Op hoge poten reisde Madonna naar Malawi om – zonder afspraak – verhaal te halen bij president Joyce Banda, maar zij weigerde de zangeres officieel te ontvangen. In plaats van een vipbehandeling kreeg ze een lesje (vrouwelijk) leiderschap. ‘Dat [Madonna] de hele wereld vertelt dat ze scholen bouwt in Malawi terwijl ze in werkelijkheid een bijdrage heeft geleverd aan de bouw van klaslokalen, is onverenigbaar met het gedrag van iemand die denkt dat ze recht heeft op een staatsontvangst’, meldde een presidentieel communiqué. (Banda ontkende later dat het haar woorden waren, maar trok het persbericht niet in.)

‘Madonna gebruikte Malawi als inzamelingsactie ter versterking van haar eigen imago. Zij wilde de wereld vooral haar eigen goedheid laten zien’, zegt voormalig topambtenaar Reinford Mwangonde op een terras in Lilongwe. Hij legt uit dat ontwikkelingswerkers graag naar Malawi komen vanwege de laagdrempeligheid en gastvrijheid, die contrasteert met ‘moeilijker’ Afrikaanse landen zoals de Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo of Somalië. ‘Malawi is Afrika voor beginners: het is veilig, vrij stabiel en het is er goed toeven. Je kunt op safari in natuurparken vol wilde dieren en naar de stranden van Lake Malawi. En het is straatarm: er valt dus van alles te ontwikkelen.’

Ook de reformatorische hulpverleners en zendelingen uit de Nederlandse Biblebelt komen met een eigen agenda. Ze willen Malawiërs niet alleen helpen, maar hun ook het woord van God meegeven en de kerkdienst ontdoen van frivoliteiten als dans en uitbundige muziek. Hulporganisatie Stéphanos werkt samen met de Reformed Presbyterian Church (rpc), de kerk in Malawi die het meest lijkt op de ‘zwartekousenkerken’ in Nederland. Kerkgangers leren er dat zij van nature zondig zijn en voor verlossing louter zijn aangewezen op de genade van God. De meeste Malawiërs hebben weinig op met die boodschap. ‘Te passief’, zei ouderling Charles Paundedi, een lokale ex-medewerker van Stéphanos, in 2019 in een interview met het Reformatorisch Dagblad (RD). ‘Men wil vooral entertainment in de eredienst.’

De Nederlandse dominee Roelof Oomen, die tussen 2002 en 2017 in Malawi werkte, versoberde de rpc door Afrikaanse instrumenten uit de kerk te weren en vrolijke kerkliederen te vervangen door ingetogen psalmen. Paundedi in het RD: ‘Als Afrikanen drums of trommels horen, beginnen ze direct te dansen en dat past niet in de kerk. Als in Nederland het orgel speelt, blijven mensen rustig zitten. Afrikanen kunnen dat niet zodra hun emoties opgewekt worden. We willen nu een eredienst volgens gereformeerde regels. We zitten rustig in de kerk, zingen de psalmen en gaan met de laatste psalm staan als we de zegen ontvangen.’

Stichting Stéphanos, opgericht in 1989, is sinds 1996 actief in Malawi. De Nederlandse organisatie bestaat uit één bestuurder, Johan van der Ham, een vijfkoppige raad van toezicht en een comité van aanbeveling van 24 leden, onder wie 21 predikanten én sgp-leider Kees van der Staaij. Alle dertig mannen zijn afkomstig uit reformatorische kringen, de enige vrouw in de organisatie die vermeld staat op de website is secretaresse. De stichting heeft een jaarbegroting van ruim een miljoen euro en beheert onder meer een dorp voor weeskinderen, een boerderij, een basisschool en een Vocational Training Centre, waar oudere leerlingen een beroepsopleiding kunnen volgen.

In 2009 zendt Stéphanos Wim A. uit, een leraar uit Staphorst en actief lid van de gemeentelijke afdeling van de sgp. Volgens dagblad De Stentor laat hij alles in Nederland achter zich om in Malawi directeur te worden van de basisschool van de stichting. Binnen twee jaar stapt hij op uit solidariteit met een medewerker die volgens hem ten onrechte is ontslagen. De breuk leidt tot de oprichting van een nieuwe stichting, Timotheos, waarin hulpverlening en de verspreiding van Gods woord eveneens centraal staan. Ook het bestuur van deze stichting is aanvankelijk een exclusieve mannenaangelegenheid. Donorgeld – voor dit jaar staat een miljoen euro begroot – komt niet alleen van gulle gevers in de Nederlandse Biblebelt, maar ook uit Canada, waar de Nederlander Gerrit Oomen actief is voor Timotheos. Hij is een zoon van Roelof Oomen, de dominee die de kerk in Malawi versoberde. Wim A. gaat voor de nieuwe stichting aan de slag als financieel directeur: de man die het geld verdeelt.

Dorpje op de weg van Ntchisi Forest Reserve naar Nkhotakota, Malawi © Obie Oberholzer / Laif / ANP

Samuel houdt zijn handen voor zijn gezicht als Francis vertelt over zijn contact met A. De beide studenten, van wie de echte namen bekend zijn bij de redactie, zeggen seksueel misbruikt te zijn door A. In de vergaderzaal van de ngo People Serving Girls at Risk, die opkomt voor (vermeende) slachtoffers van seksuele uitbuiting, doen ze hun verhaal.

Francis (24) groeide in armoede op in Nsanje in het zuiden van het land. In 2015, op zijn zeventiende, kreeg hij na een geslaagd gesprek met A. een beurs toegewezen van Timotheos voor het voortgezet onderwijs. Dat vervulde hem met trots. ‘Ik was blij op school, het ging goed’, zegt hij. Dat veranderde toen hij in 2019 via Facebook Messenger een verzoek kreeg van A.

‘Ik wil iets van je dat niets kost.’

Even later: ‘Ik wil een kus.’

Ze spraken af in een winkelcentrum in Blantyre, waar A. hem oppikte om samen naar een hotel te gaan. Francis: ‘Hij was mijn baas, dat kun je niet weigeren. Wim deed zijn broek naar beneden en vroeg me zijn penis aan te raken. Hij was intimiderend, ik was bang. Als ik nee zou zeggen, zou hij mijn beurs stopzetten. Na afloop gaf hij me een smartphone zodat we makkelijker contact konden houden en vierduizend kwacha (vijf euro – ovb) voor reiskosten.’

A. zocht opnieuw contact tijdens een bezoek aan Nsanje. Francis: ‘Toen ik op zijn aanvraag vroeg op de ochtend naar zijn hotel kwam, trof ik hem in zijn ondergoed. Hij gebood me hem te zoenen op z’n mond en te pijpen. Dat heb ik gedaan.’

Na afronding van het voortgezet onderwijs kreeg hij van Timotheos een beurs voor een vervolgopleiding aan het Stéphanos Vocational Training Centre. ‘Wim kwam daar ook om het schoolgeld te betalen. Op een dag vroeg hij mij en een vriend mee naar zijn huis. De deur ging op slot, de gordijnen dicht. Hij kuste me, zeker drie minuten lang, en ook mijn vriend. We mochten dat aan niemand vertellen, zeker niet aan de pastor.’

‘Madonna gebruikte Malawi als inzamelingsactie ter versterking van haar eigen imago’

Samuel (23), die verlegener overkomt dan Francis en een jongensachtig gezicht heeft, zegt soortgelijke ervaringen te hebben met A. Hij werd in 2019 toegelaten tot de Meti University, een instelling waarin A. volgens meerdere bronnen zelf een financieel belang heeft. ‘Ik was toen nog niet bekend met zijn gedrag en chatte met hem op Facebook. Hij had werk voor me in zijn tuin. “Nodig je vrienden ook uit”, zei hij.’ Volgens Samuel wilde A. dat hij nog even bleef toen de anderen ’s avonds vertrokken. ‘Hij wilde knuffelen. Geen probleem, dat doe je voor je baas. Maar toen kuste hij me. Ik schaamde me. Ik vond het immoreel om andere mannen te zoenen en vertelde niets aan mijn vrienden. Hij deed dat meermaals, niet alleen met mij, hoorde ik later. Wie weigerde, zou zijn beurs verliezen.’

Later ging A. volgens Samuel nog een stap verder. ‘Hij nodigde me weer uit voor werkzaamheden en vroeg me na afloop, toen ik mijn geld kwam halen, zijn slaapkamer binnen te komen. Tot mijn verbazing kleedde hij zich uit, wat ik ook moest doen. Ik was doodsbang, maar dacht ook: misschien gaat dat zo in zijn huis. Ik moest naar zijn bed komen. “Ik heb seks nodig”, zei hij. Ik had geen idee hoe mannen dat met elkaar doen en trok hem af totdat hij klaarkwam. Toen gaf hij mij vijfduizend kwacha (zes euro – ovb) om eten te kopen. Toch was ik zeer gefrustreerd. Ik wilde naar huis, maar was ook bang hem teleur te stellen. Ik moest kalm blijven.’

In een intern onderzoek onder 63 huidige en voormalige beursstudenten en werknemers van Timotheos verklaren negentien studenten en dertien werknemers, allen meerderjarig op het moment van de vermeende feiten, slachtoffer te zijn van misbruik en/of grensoverschrijdend gedrag van A. Vier van hen beweren anale seks te hebben gehad, drie orale seks, acht zouden hebben gezoend en geknuffeld en zeventien ontvingen naar eigen zeggen liefdesberichten. Alle betrokkenen geven aan dat ze instemden uit angst hun baan of beurs te verliezen. Negen van de vermeende slachtoffers doen aangifte en krijgen daarbij hulp van een Nederlandse ex-rechercheur die actief is voor Love Justice International, een Amerikaanse ngo, eveneens op christelijke leest geschoeid, die strijdt tegen mensenhandel. Deze rechercheur wenst anoniem te blijven.

Op 15 april 2020 arresteert de Malawische politie Wim A. op verdenking van ‘grove onfatsoenlijkheid’. Hij zit zes dagen in voorlopige hechtenis voordat hij op borgtocht wordt vrijgelaten. In een verklaring, die De Groene heeft ingezien, erkent hij meermaals seks te hebben gehad met een van zijn werknemers, en betaalde seks met een ander. A.: ‘Ofschoon ik nooit de bedoeling had (vermeend slachtoffer 1) te misbruiken, lijkt het erop dat hij dat wel zo gevoeld heeft (…) Ik beken dat ik in de fout ben gegaan. (…) Wat betreft (vermeend slachtoffer 2), hij heeft mijn penis slechts eenmaal betast en daarvoor heb ik hem betaald en hij zei dat het voor hem geen probleem was. Het was hetzelfde als met (vermeend slachtoffer 1): hij accepteerde het maar voelde zich bedreigd, hoewel ik nooit de bedoeling had dat te doen.’

Later trekt hij deze verklaring in – die zou onder druk van de politie zijn afgenomen. Maar volgens het interne rapport ‘Verblind loyaal’ heeft A. in vier andere gesprekken – waarvan drie met het bestuur van Timotheos en één met een externe onderzoeker – toegegeven dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend seksueel gedrag. Tegelijkertijd ontkent hij een aantal van de beschuldigingen die tegen hem zijn geuit.

In Malawi is homoseksualiteit verboden – de wetgeving stamt nog uit de koloniale tijd – maar anders dan in bijvoorbeeld Oeganda en Kenia bestaat er een redelijke mate van tolerantie ten opzichte van lesbiennes en homo’s; zij worden in de regel niet vervolgd. De advocaat van A. krijgt het voor elkaar dat de zaak tegen zijn cliënt – in elk geval in eerste instantie – niet zal voorkomen bij een strafrechter, maar bij het Grondwettelijk Hof. De vraag is niet of hij schuldig is aan seksueel en/of machtsmisbruik van mensen in een afhankelijkheidsrelatie, maar of de rechter mag oordelen over zaken die zich achter de voordeur afspelen.

‘Het is nu een mensenrechtenzaak geworden’, zegt A. tegen het Nederlands Dagblad. ‘Ik heb zelf nooit vermoed dat ik als streng reformatorische man symbool zou staan voor homorechten in Malawi. Maar zo is het gelopen. En ik sta daar achter, want ik vind ook dat de regering niets te zeggen heeft over de seksuele voorkeur van een persoon.’

In september 2020 raakt de zelfverklaarde homorechtenactivist uit Staphorst verwikkeld in een nieuwe zaak. Online circuleren foto’s van drie jonge zwarte vrouwen die seks hebben met een oudere witte man van wie het gezicht buiten beeld valt. Uit de foto’s is niet op te maken of de vrouwen al dan niet minderjarig zijn. Meerdere mensen uit zijn omgeving menen A. te herkennen, aan zijn kleding en lichaam. Een beursstudent van Timotheos, die als tuinman heeft gewerkt voor A. en naar eigen zeggen eveneens onder druk werd gezet met hem te knuffelen, claimt bovendien ook een van de jonge vrouwen op de foto’s te herkennen. Zij zou Wim al hebben gekend uit zijn tijd bij Stéphanos. Met ondersteuning van Love Justice International doet ook zij aangifte tegen A. Ze zou negentien zijn geweest op het moment dat de foto’s werden genomen.

In dit geval ontkent A. in alle toonaarden. ‘Er zijn mensen die mijn reputatie willen vernietigen’, zegt hij in een niet-uitgezonden video-interview met journalist Kandani Ngwira, dat De Groene kreeg doorgestuurd. A. spreekt over witte mensen die naar Malawi zijn gekomen om hem zijn baan af te pakken, een verwijzing naar Gerrit Oomen uit Canada, die zich in januari 2020 eveneens in Malawi heeft gevestigd. De Canadese tak van Timotheos had hem dat gevraagd, omdat de financiële administratie onder A. volgens Oomen niet voldeed aan de strenge eisen die de Canadese regering stelt aan de besteding van donorgeld. Oomen is sinds zijn komst verantwoordelijk voor projecten die met Canadees geld worden gefinancierd, A. voor de besteding van geld uit Nederland.

Maar volgens A. gaat het om een coup. ‘Inhalige Malawiërs’ zouden in ruil voor geld bereid zijn daaraan mee te werken, claimt hij. Vermeende slachtoffers zouden hem telefonisch hebben aangeboden hun zaak in te trekken als hij hun drie miljoen kwacha (3500 euro) zou betalen. Het bewijs hiervoor staat in zijn oude telefoon, maar die ‘is er niet meer’, schrijft A. me in een appbericht. Gestolen, vermoedt hij.

Wraakgevoelens koestert hij niet, zegt hij tegen Ngwira, eerder medelijden. ‘Ik heb hun schoolgeld betaald, ik heb zoveel voor ze gedaan.’ De implicatie: de vermeende slachtoffers zouden hem dánkbaar moeten zijn. Opvallend is zijn gebruik van het woord ‘ik’, terwijl hij handelt uit naam van een stichting, met geld van donateurs.

Het verhaal dat hij zich aan jonge vrouwen zou hebben vergrepen – A. spreekt zelf van ‘minderjarige meisjes’ – maakt hem woedend. ‘Ik haat dat en heb er slapeloze nachten over. Hoe kun je een meisje van veertien, vijftien jaar dwingen om seks te hebben?’ Hij kán naar eigen zeggen de man op de foto’s niet zijn, want die is duidelijk minder zwaarlijvig dan hijzelf. Alleen zijn eigen arm is erin gefotoshopt, claimt hij. Gevraagd naar de originele foto met zijn arm, antwoordt A. dat die ook op de (waarschijnlijk) gestolen telefoon stond.

Ontwerpbureau Spankracht, dat de foto’s analyseert op aanvraag van Timotheos, komt tot een andere conclusie. ‘Het is uitgesloten dat deze beelden geshopt zijn’, schrijft de directeur, die naar eigen zeggen twintig jaar ervaring heeft met beeldbewerking. Met andere woorden: als A. toegeeft dat het zijn arm is, zijn de andere zichtbare lichaamsdelen ook van hem.

Ondanks de bekentenissen en de nieuwe beschuldiging tegen A. weigert het Nederlandse bestuur van Timotheos hem af te vallen. Pas als duidelijk wordt dat de crisis de hele organisatie in gevaar brengt, treden de voorzitter en een medebestuurder van Timotheos af en wordt het dienstverband van A. beëindigd. Hij krijgt volgens het jaarverslag een ontslagvergoeding van twintigduizend euro, ruim tien keer het gemiddeld jaarloon van Malawi.

‘Loyaliteit en vriendschappen prevaleerden boven de belangen van de stichting’, meldt het rapport ‘Verblindend loyaal’, waarmee Timotheos in mei 2021 schoon schip wil maken. Met schroom kijkt de stichting terug op de eigen houding ten opzichte van de vermeende gedupeerden: ‘Het is ernstig dat er zo goed als geen oog is geweest voor de slachtoffers. Stichting Timotheos zet zich in voor weduwen en wezen in Malawi, maar er werd slechts minimaal aandacht besteed aan slachtoffers van wie het leven verwoest is en waarbij de gevolgen nog door kunnen werken tot in volgende generaties.’

A. heeft nog altijd medestanders in Malawi, met – in elk geval voor de buitenwereld – onverklaarbare motieven. Zo is er de zakenman Ted Jumbe, bestuurder van de weinig actieve ngo The Environment, Society & Culture. Hij zegt dermate aangedaan te zijn door de corruptie waarvan A. slachtoffer zou zijn geworden, dat hij op het politiebureau van Blantyre het strafdossier heeft opgevraagd, nog voordat het bij de rechter lag. Vervolgens heeft hij vermeende slachtoffers opgezocht en geïnterviewd, waarna een deel van hen, onder wie de jonge vrouw op de seksfoto’s, een nieuwe verklaring heeft afgelegd die A. vrijpleit. Zowel het opvragen van het politiedossier als het opzoeken van getuigen is volgens Patrick Mpaka, voorzitter van de Malawi Law Society, in strijd met de wetgeving van Malawi.

En dan is er de invloedrijke minister van Genderzaken en Sociaal Welzijn, Patricia Kaliati, die een vermeend slachtoffer op zijn mobiele telefoon heeft gebeld. ‘Hoe staat het met de zaak met Timotheos?’ vraagt ze.

‘Dat is oké’, zegt de student.

‘Wat is er gebeurd?’

‘Wat er met mij gebeurd is?’

‘Ja.’

‘De deur ging op slot, de gordijnen dicht. Hij kuste me, zeker drie minuten lang, en ook mijn vriend. We mochten dat niet vertellen’

‘Ik ben veelvuldig misbruikt.’

‘Ben jij misbruikt of heeft iemand je opgedragen dat je dat moest zeggen?’

‘Niemand heeft me dat opgedragen, maar ik ben seksueel misbruikt, homoseks. Dat is er gebeurd, mevrouw. Wat wilt u?’

‘Dat wilde ik van je horen.’

De student voelt zich geïntimideerd na dit gesprek van één minuut en zes seconden. En verontwaardigd dat de minister geen empathie toont, hulp aanbiedt of het belang van eerlijke rechtspraak benadrukt.

Waarom Kaliati zo betrokken is bij deze zaak? Zelf zegt ze in een telefonisch interview dat ze vermeende slachtoffers van seksueel misbruik wel vaker opbelt. ‘Die kinderen hadden niet met u moeten praten, maar met mij, want dit is het ministerie’, zegt ze. Ze geeft toe dat ze A. kent, maar heeft naar eigen zeggen geen speciale band met hem. Als bewindsvrouw heeft ze nu eenmaal veel met ngo’s te maken.

Lilongwe, hoofdstad van Malawi © Mike Hutchings / Reuters

Inmiddels is er ruim tweeënhalf jaar verstreken sinds de eerste aanklacht. Wat is de stand van zaken? A. heeft niet stilgezeten. Eind 2020, na de dubbele aanklacht vanwege seksueel misbruik van merendeels jonge mannen en vrouwen, heeft hij samen met een lokale partner een nieuwe school opgericht in Malawi: de Kids Academy of Excellence. Verder is hij betrokken bij de oprichting van de Stichting Lukas in juli 2021, die recentelijk haar naam veranderde in Oog voor Malawi, met als doelstelling ‘het bieden van hulp aan mensen in Malawi die het extra moeilijk hebben zoals slachtoffers van misbruik, gevangenen en dergelijke (…).’ Op de vraag of de stichting bedoeld is om A. zelf te ondersteunen indien nodig, krijg ik geen antwoord. De afgetreden voorzitter van Timotheos, dominee Dirk Heemskerk, is samen met een broer van A. bestuurslid van deze stichting. Op de site lukasmalawi.com, inmiddels offline, stond het Malawische nummer van A. vermeld als contactnummer.

In december 2021 krijgt A. een ernstig autoongeluk, waardoor hij nog altijd moeilijk ter been is. Op een foto op een van zijn socialemedia-accounts leggen twee jonge Malawiërs hun arm om hem heen, terwijl hij zijn getroffen been laat zien. A. blijft ook contact houden met vermeende slachtoffers, hoewel de politie hem dat heeft verboden.

Het huidige bestuur van Timotheos en de vermeende slachtoffers zijn gefrustreerd dat de misbruikzaken maar niet voor de rechter komen. A.’s advocaat spreekt van incompetentie van zijn tegenstanders. Beide partijen beschuldigen elkaar van het omkopen van getuigen.

Een Nederlandse politie-inspecteur heeft in Malawi ook onderzoek gedaan naar de zaak bij Timotheos, maar de politie gaat niet in op de vraag of A. in het vizier is van het Openbaar Ministerie en weigert vragen te beantwoorden. ‘Nederland kan Malawi om uitlevering vragen’, zegt strafrechtadvocaat Barbara van Straaten van Prakken d’Oliveira. ‘Een Nederlander die wordt verdacht van feiten die in beide landen strafbaar zijn, mag hier worden berecht. Bij vrijspraak in Malawi of na het volledig uitzitten van zijn straf, ook als die laag uit zou vallen, kan hij niet alsnog in Nederland voor dezelfde feiten worden aangeklaagd.’

Terwijl Timotheos zichzelf kritisch heeft doorgelicht, steekt Stéphanos, de andere reformatorische stichting waarvoor A. heeft gewerkt, haar kop in het zand. ‘Ik heb het bestuur van Stéphanos in Malawi en in Nederland gebeld en gewaarschuwd’, zegt een goed ingevoerde bron, van wie de naam bekend is bij de redactie. ‘Volgens mij is het tijd dat jullie onderzoek gaan doen. Ik heb meerdere signalen ontvangen dat bij Stéphanos ook seksueel misbruik heeft plaatsgevonden en alles wijst erop dat er veel meer slachtoffers zijn.’

‘Stichting Stéphanos is bij deze zaak niet betrokken en weet enkel wat in de media te lezen is’, reageert de secretaresse van de organisatie. Ook bestuurder Johan van der Ham zegt in een interview geen aanleiding te zien voor eigen onderzoek, al blijkt Stéphanos wel nauwer bij de zaak betrokken te zijn. Van der Ham: ‘We hebben vanaf dag één medewerking gegeven aan de politie in Malawi en willen hun werkzaamheden niet doorkruisen met eigen onderzoek. We hebben geen signalen ontvangen dat dat nodig zou zijn. Bij Timotheos kon hij zelfstandig opereren, terwijl er bij ons voldoende checks and balances waren.’

De eerdergenoemde bron vindt het kwalijk dat Stéphanos de zaak niet serieus lijkt te nemen, omdat slachtoffers van seksueel geweld een verhoogde kans hebben later zelf dader te worden. ‘Seksueel misbruik kan zich als een olievlek verspreiden. Dat moeten wij proberen tegen te houden door slachtoffers hulp te bieden.’

In het sfeervolle restaurant Casa Mia in Blantyre bespreek ik de zaak met Cornelis Bosch, bestuurder van Timotheos in Nederland, in het dagelijks leven tech-ondernemer en nu toevallig ook op bezoek in Malawi. ‘Tijdens deze crisis heb ik me geschaamd dat ik wit was en christen’, zegt hij. ‘Wij komen hier vanuit een missie, vanuit het geloof en de bijbel, vanuit de overtuiging dat je God moet liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Die boodschappen van liefde zijn hier verkracht.’

Hij neemt een slok rode wijn en zegt: ‘Onze raad van toezicht bestond alleen uit mannen. Ik vraag me weleens af: zou dit ook gebeurd zijn als er een vrouw bij was geweest?’ Hij vormt nu een tweepersoonsbestuur met Janneke Duerink-Folmer, werkzaam als personeelsmanager bij een zorginstelling. ‘Deze crisis heeft ons ruim 150.000 euro gekost’, vervolgt Bosch. ‘Dat is geld van onze donateurs en daarover zijn we open geweest. Slechts vijf donateurs hebben besloten ons niet langer te steunen.’

Is het nog wel van deze tijd om ver van huis mensen te bekeren, wil ik weten. En om je eigen cultuur en overtuigingen op te dringen aan mensen met een andere geloofsbeleving en gebruiken? Zelf zou Bosch het woord bekeren niet gebruiken. ‘Als jij ervan overtuigd bent dat God onze aarde in zes dagen heeft gemaakt en zijn zoon Jezus heeft gezonden, dan ben je daar zo vol van. Dat is iets wat je met een ander wil delen. Jezus zei tegen zijn discipelen: ga uit over de hele wereld, breng het evangelie. Hij gaf ons de zendingsopdracht. We komen naar Malawi met een hele praktische boodschap, die wij overbrengen met onderwijs. Jezus is er ook voor Malawiërs.’

Volgens Bosch kun je het vergelijken met iemand die heel geestdriftig over Ajax of Feyenoord praat. ‘Die hoopt dat enthousiasme ook over te dragen. Zo proberen wij de boodschap van God, zonder dwang of voorwaarden, over te brengen op anderen. We hopen dat mensen die we helpen worden geraakt door Gods geest.’

Is het niet opportunistisch dat juist in Malawi te doen? Als je de allerarmsten voorziet van eten, een dak boven hun hoofd en de bijbel, is het dan wel de geest van God die iemand raakt als die persoon het geloof van de weldoener omarmt? Of is het vooral dat bord maispap dat net zo goed van een niet-christelijke hulpverlener had kunnen komen? Bosch: ‘Ik ben ervan overtuigd dat het de geest van God is. Als hij je aanraakt, vernieuwt hij het verlangen van je hart om hem en je naasten te dienen. God bestaat echt, niet ergens ver weg. Hij is een God van nabij die je ervaart in je leven. Zie hem als een bron waaruit je elke dag mag putten.’

‘Niet alleen Madonna gebruikt Malawi voor haar eigen doeleinden’, zegt Reinford Mwangonde op het terras in Lilongwe. ‘Ondanks alle hulp neemt de armoede in ons land niet af, integendeel. Veel ngo’s hebben hoge overheadkosten en sturen duurbetaalde expats.’ De voormalige topambtenaar kijkt niet op van de zaak-Wim A. ‘Malawi is een belangrijke bestemming geworden voor sekstoerisme’, zegt hij. ‘Er is zwakke wetshandhaving en zaken worden zelden opgelost. Bovendien lijden we aan een colonial master-syndroom: Malawiërs hebben meer vertrouwen in vreemdelingen dan in hun eigen landgenoten en kunnen zich niet voorstellen dat buitenlanders iets kwaads in de zin kunnen hebben.’‘They don’t practice what they preach’, zegt Caleb Ng’ombo van People Serving Girls at Risk op zijn kantoor in Blantyre. ‘In de bijbel zie ik geen homoseks. Ze prediken over mensenrechten, over de juiste religie, maar zelf doen ze het tegenovergestelde. Jullie land is niet christelijk. Kijk maar naar de Wallen in Amsterdam. Het is hypocriet om ons te evangeliseren. Wij zouden zendelingen naar jullie moeten sturen.’

Verantwoording

Voor dit artikel heeft De Groene met veertien bronnen gesproken die betrokken zijn bij het dossier-Wim A. Sommige bronnen werden gesuggereerd door het huidige bestuur van Timotheos, anderen door A. Alle namen zijn bekend bij de redactie. A. zelf wilde geen interview geven, maar we hebben wel met hem gecommuniceerd via e-mail en WhatsApp. We hebben A. ook de mogelijkheid gegeven om ons in de passages over hem op eventuele feitelijke onjuistheden te wijzen of om commentaar te geven. Daar ging hij niet op in.

We kregen screenshots doorgestuurd van Facebook-chats van A. met vermeende slachtoffers, kopieën van onder meer de aanklachten tegen A. en de bekentenis die hij tekende (en later introk). Het geluidsfragment van minister Kaliati, het video-interview met journalist Ngwira, de oprichtingsakte van de Kids Academy of Excellence en het fotoshoprapport zijn eveneens in ons bezit. Reformatorisch Dagblad en Nederlands Dagblad hebben sinds april 2020 meermaals bericht over de zaken tegen Wim A. De Groene sprak met enkele nieuwe bronnen en kreeg inzage in originele documenten rond de zaak, die in eerdere berichtgeving niet beschikbaar waren.

Dit stuk kwam mede tot stand met steun van Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.