Kijkdooskunst

Van Gogh door een gaatje

Veel kijkdozen op de tentoonstelling Van Goghs Mini’s refereren aan het gelijk van deze kunstenaar: perspectief bestaat niet.

Medium teun 20hocks

Het is even schrikken: zodra je door het gaatje kijkt, zie je een helblauw oog naar je terug staren. Het is het priemende oog van Vincent van Gogh. Kunstenaarsduo Driessens Verstappen maakte op basis van zijn zelfportretten een digitale animatie waarin het linkeroog van Van Gogh steeds in een ander oog van Van Gogh morpht. De overgang van het ene in het andere beeld doet het oog net voldoende verschieten om je voor heel even te laten geloven dat het oog dat je aankijkt echt is, levend.

Kijk je door een ander gaatje, dan zie je Van Goghs beroemde schilderij van zijn slaapkamer in het Gele Huis in Arles (De slaapkamer, 1888), waar hij de laatste twee jaar van zijn leven doorbracht. Kunstenaar Maurice van Tellingen voorzag het van perspectieflijnen, keurig netjes getrokken langs de wanden van de kamer, de houten vloer, de schilderijtjes die er hangen, het bed en de luttele andere meubels. Zo ontdekte hij dat de lijnen, die alle kanten op schieten, elkaar in het midden van het doek zodanig kruisen dat er daar een geometrische figuur ontstaat waarvan de verhoudingen exact overeenkomen met die van de gulden snede.

Medium mai 20van 20oers 20kopie

Vervolgens legde hij er de Vitruviusman van Leonardo da Vinci overheen, en wat blijkt: zijn haardos past precies in de kruin van de boom op het schilderij achter het bed, terwijl hij met zijn linkerbeen exact steunt op de vreemde, uitstekende klodder verf aan het voeteneinde van het ledikant. Intrigerend: alles op dit doek is schots en scheef, maar ondertussen in perfecte harmonieuze balans: Van Gogh wist precies wat hij deed.

Maar niet heus. Van Gogh, daarover zijn de kenners het inmiddels wel eens, was meer ploeteraar dan genie. De tentoonstelling Van Gogh aan het werk, waarmee het Van Gogh Museum in 2013 zijn veertigjarig bestaan vierde, liet hierover geen misverstand bestaan. Jarenlang onderzoek, door kunsthistorici en restauratoren, maar ook door natuur- en scheikundigen, was eraan voorafgegaan. Zo werd ontdekt dat Van Gogh de verschillende soorten rode lak die hij gebruikte niet op kwaliteit uitkoos: ze bleken dusdanig niet-kleurvast dat ze geheel of gedeeltelijk uit zijn schilderijen zijn verdwenen, ook waar het rood deel uitmaakte van een mengkleur. Hierdoor zijn de muren van De slaapkamer, die Van Gogh oorspronkelijk paars schilderde, nu net zo blauw als de glazen waterkan op het tafeltje in de hoek.

Geld, of eigenlijk het gebrek daaraan, speelde een grote rol. Altijd had hij een tekort aan schildermaterialen. Als het te lang duurde eer hij nieuwe doeken kon aanschaffen, kwastte Van Gogh kwistig over eerdere voorstellingen heen en als de nood echt aan de man was volstond ook een theedoek of tafelkleed. Hij nam het vaak niet zo nauw: in de verf op zijn doeken zijn zandkorrels en blaadjes aangetroffen, erin gewaaid als hij buiten schilderde, en op sommige doeken zijn drukletters achtergebleven, omdat hij ze afdekte met kranten terwijl ze nog niet droog waren.

Medium wout 20herfkens

Maar aan Van Goghs geploeter ligt iets groters ten grondslag. Toen hij in 1880, op zijn 27ste, besloot kunstenaar te worden, deed hij dat omdat hij van tekenen hield en geloofde dat hij er goed in zou kunnen worden. Maar hij wist dat hij er heel hard voor zou moeten werken. Maar hoe hij zijn best ook deed, de basisbeginselen van het tekenen en schilderen kreeg hij nooit fatsoenlijk onder de knie.

Zijn vroege mensfiguren zien er houterig uit en missen volume. Om zich te bekwamen in het tekenen, sloeg hij aan het kopiëren, bestudeerde hij handboeken over anatomie en perspectief en oefende hij met behulp van gipsfiguren en levende modellen. Het mocht allemaal niet baten: op de kunstacademies van Brussel en Antwerpen werd hij zowat weggehoond; hij hield het er bij elkaar maar een paar maanden vol. Bij een tekenwedstrijd onder de leerlingen in Antwerpen werd hij allerlaatste. Met mensen bleef hij moeite houden, maar ook met ruimtes en landschappen. Jarenlang kreeg hij die alleen op het doek met een perspectiefraam als hulpmiddel – en dan nog klopt het nooit helemaal.

De ploeteraar Van Gogh vormt een levenslange fascinatie van schrijver en kunstenaar Cornel Bierens, samensteller van Van Gogh Mini’s, een tentoonstelling bestaande uit tachtig op Van Gogh geïnspireerde kijkdozen en -kasten, gemaakt door bijna evenveel hedendaagse kunstenaars (enkelen maakten meer werken, en er doen een paar kunstenaarsduo’s mee).

Met name Van Goghs worsteling met het perspectief houdt Bierens bezig. In 1989 won hij in Frankrijk een prijs voor een levensgrote, driedimensionale remake van De slaapkamer, waar je in kunt. Gezien vanuit één punt komt alles precies overeen met hoe Van Gogh de kamer schilderde. Maar als je er binnenstapt, merk je hoe ver hij afweek van de wetten van het perspectief: de zitvlakken van de stoelen hellen, het tafelblad is geen rechthoek maar een parallellogram, het voeteneind van het bed is heel wat breder dan het hoofdeind. Alles achter in de kamer is verhoudingsgewijs groter dan alles voorin en de muren bollen licht, waardoor je anders aankijkt tegen de twee voorste schilderijtjes boven het bed dan tegen de twee achterste.

Medium lynne 20leegte
‘Het gekke is: hij ploetert zo eigenzinnig op wat hij houdt voor het juiste, dat hij terecht komt op iets nog veel beters’

Al een paar jaar probeert Bierens in Amsterdam Het Gele Huis te realiseren, een museum waar onder meer Caféterras bij nacht (1888) driedimensionaal uitgevoerd zal worden, opnieuw inclusief alle fouten die Van Gogh met het perspectief maakte. In 2014 beschreef hij in een feuilleton in Trouw de voortgang van het ambitieuze project: de zoektocht naar een geschikt pand, die telkens nét mislukt, en vooral het vinden van de benodigde tonnen, die nog altijd niet binnen zijn. Over Van Gogh en het perspectief schrijft hij: ‘(…) hij kon het gewoon niet. Alleen toonde hij dat niet-kunnen wel op een magistrale wijze. Hij faalde zogezegd geniaal.’ En met een knipoog: ‘Daarom identificeer ik me ook zo met hem bij het opzetten van Het Gele Huis.’

Dat Van Gogh de wetten van het perspectief niet bewust negeerde, zoals sommigen beweren, daaraan heeft Bierens nooit getwijfeld. Omdat je het gewoon ziet: ‘In een van zijn brieven schrijft hij dat hij nog veel en lang op het perspectief zal moeten oefenen. En hij bewijst dat ook meteen door er een schets bij te doen van een perspectiefraam waar perspectivisch niets van klopt.’ Inderdaad heeft de linker staande lat van het perspectiefraam meer diepte dan de rechter, alsof beide vanuit een ander standpunt zijn weergegeven. Maar dit maakt hem niet minder goed dan we denken, schrijft Bierens: ‘Integendeel. Het gekke is: hij ploetert zo eigenzinnig op wat hij houdt voor het juiste, dat hij terecht komt op iets nog veel beters.’

Over Van Gogh valt een hoop te lezen, maar de diepste inzichten krijg je door kunstenaars die zijn werk visueel ontleden, aldus Bierens. Najaar 2015 vormde dat het uitgangspunt voor een tentoonstelling in Arti et Amicitiae waarvoor Bierens veertig kunstenaars uitnodigde om werk te maken geïnspireerd op dat van Van Gogh. Tweedimensionale werken, voornamelijk schilderijen en tekeningen, waaronder een geestige kruising tussen Van Gogh en oud-tennisser Boris Becker door tekenaar Siegfried Woldhek, en een emotioneel eerbetoon door Pam Emmerik, die onder haar portret schreef: ‘(…) ik dank jou uit het diepst van mijn hart dat jij hebt laten zien dat kunstenaars óók verward doch meesterlijk kunnen zijn!’

De kijkdozen in MOTI zijn driedimensionale miniatuurstudies. Erik Klein Wolterink toont bijvoorbeeld De slaapkamer op de binnenwanden van de kijkdoos. Dat leek hem niet al te ingewikkeld om te realiseren, een kijkdoos is tenslotte een kamer in het klein. Maar omdat er perspectivisch zoveel niet klopt aan het schilderij dreef deze exercitie hem bijna tot waanzin.

Harald Schole zette een tekening van een cipressenlandschap om in een driedimensionale versie van wit epoxyhars. Op zichzelf heel mooi: door de lobbige vormen en het wit waarin inkepingen de typische Van Gogh-tekenkrassen suggereren. Maar ook best een vreemd beeld. Zo lijkt een grote cipres een aparte voor-, zij- en achterkant te hebben. Schole ontdekte bij het vertalen van het landschap naar een ruimtelijk beeld iets geks: het kan niet anders of Van Gogh heeft bij het maken van de tekening op vijf verschillende plekken gestaan. Van Gogh stond niet stil als hij aan het werk was, hij wandelde door het landschap en legde de dingen doodleuk vanuit verschillende gezichtspunten vast, als een kubist avant la lettre.

Medium barbara 20polderman

Het is kenmerkend voor Van Gogh: hij oriënteerde zich apart op elk element in de voorstelling. Op Middagrust (1890) bijvoorbeeld doen op de voorgrond twee landwerkers een dutje in een berg hooi. Dit tafereel lijkt echter volledig los te staan van het landschap op de achtergrond, het zoveelste voorbeeld van Van Goghs onhandigheid in het suggereren van diepte. Floris Visser trok de twee coulissen van deze voorstelling letterlijk uit elkaar: als je door het gaatje in zijn kijkdoos kijkt, zie je de figuren in de hooiberg in drie dimensies, nagemaakt in klei, tegen de tweedimensionaal gelaten achtergrond.

Er zitten ook grapjes tussen, zoals de kijkdoos van Anne-Friné Steiger, die een minireplica van De aardappeleters (1885) maakte uit handgesneden aardappels. En er zijn kunstenaars die de commercie rond het fenomeen Van Gogh aan de kaak stellen, zoals Inti Hernández, die een spaarvarken maakte met binnenin een afbeelding van de meest verkochte reproductie van Van Gogh: het schilderij Amandelbloesem (1890). Toen Hernández’ Cubaanse moeder de nieuwe entree-situatie van het Van Gogh Museum zag, met de gigantische winkel, schijnt ze gevraagd te hebben: is dit het museum van die arme kunstenaar, of een warenhuis? Amandelbloesem is alleen door het spleetje te zien, en wordt steeds minder zichtbaar hoe meer geld erin wordt gegooid.

De kijkdozen illustreren echter vooral Van Goghs gelijk: perspectief bestaat eigenlijk helemaal niet. Je kunt de wereld nu eenmaal niet op een plat vlak leggen. Van Gogh wilde niets liever dan een klassieke schilder zijn, een volleerd kunstenaar, kundig en met kennis van zaken. Maar ergens wist hij ook beter, en begreep hij dat er nog hogere waarden zijn. Precies dit maakt het dat kunstenaars ook nu nog met veel plezier hun tanden stuk bijten op zijn oeuvre.


Beeld 1: Van Goghs Atelier, van Teun Hock

Beeld 2: De schilder op weg naar Tarascon, van Mai Oers

Beeld 3: Vincent in bardo, van Wout Herfkens

Beeld 4: La joie de vivre, van Lynne Leegte

Beeld 5: Zonder titel, van Barbara Polderman