Van gogh helpt oltmans

Opheffer is met vakantie
Een cameraploeg onder leiding van Theo van Gogh werkt momenteel aan een vijfdelige film over leven en werk van Willem Oltmans. De film wordt gemaakt in opdracht van produktiemaatschappij Shooting Star.

Naar verluidt is de belangstelling in het internationale omroepwezen enorm. Maar in Nederland heeft tot nog toe geen enkele omroep de nek uitgestoken.
Zoals bekend voert Oltmans al enige jaren een proces tegen de Staat der Nederlanden vanwege veertig jaar sabotage van zijn journalistieke werk. Terwijl de autoriteiten in Nederland iedere medewerking weigeren aan de filmbiografie, staan in het buitenland de deuren wijd open. Oltmans en Broekhuis zijn net terug uit Zuid-Afrika, het land dat Oltmans in 1992 onder verdenking van contraspionage voor KGB en CIA uitzette. Ten bate van de film onderzoekt Oltmans de motieven voor deze daad.
En daarbij werden opmerkelijke resultaten behaald. Christo Landman, hoofd clandestiene operaties van het ministerie van Buitenlandse Zaken onder Pik Botha en tegenwoordig parlemenstlid in Gauteng (Transvaal) voor de Freedom Front Partij van generaal Constand Viljoen, getuigde voor de camera dat Oltmans’ verwijdering uit Pretoria was ingegeven door Nederland. Landman vertelde voor de camera dat de BVD net zoals de CIA soms gebruik maakt van dekmantelorganisaties. Zo kreeg de Zuidafrikaanse ambassadeur in Den Haag Louw in 1986 ineens bezoek van een zekere generaal Dijkstra. Die was vroeger van de Navo en was via de BVD bij Prosper Ego’s Oud-Strijderslegioen terechtgekomen. Samen met ambtenaren van Buitenlandse Zaken en de BVD kwam Dijkstra bij Louw klagen dat de verhoudingen tussen Nederland en Zuid-Afrika schade zouden oplopen als Oltmans een visum voor Pretoria zou krijgen. Oltmans was volgens Dijkstra dubbelspion voor CIA en KGB. Dat staat ook te lezen in een brief die Louw aan Pretoria schreef en die via een kluis op Schiphol in Oltmans’ bezit kwam.
De echtheid van die brief wordt in twijfel getrokken door de landsadvocaat in het proces-Oltmans. Maar Landman heeft nu op film de echtheid ervan bevestigd: hij zegt hem zelf in opdracht van Louw te hebben geschreven. Voor Oltmans is het een belangrijke verklaring. Landman verklaarde tevens dat zijn chef generaal Villjoen, chef-staf van de Zuidafrikaanse strijdkrachten, inmiddels geheel om is. Aanhoudende druk vanuit Nederland om tegen Oltmans te getuigen, sorteerden precies het tegenovergestelde effect. Want Viljoen zei prompt tegen Landman: ‘Help die man.’
Ook prins Mangosutu Buthelezi, minister van Binnenlandse Zaken en plaatsvervanger van Mandela, zegt in Van Goghs film hulp toe. Hij verklaarde tegen het filmteam dat Oltmans’ uitwijzing in 1992 'een schandalige zaak’ was die 'geheel vanuit Den Haag was georganiseerd’. Buthelezi’s directeur-generaal Piet Colijn is al bereid gevonden om ten bate van Oltmans te getuigen. Op 31 januari dit jaar verklaarde Ruud Lubbers tegenover Oltmans’ advocaten Pasman en Nicolai dat ook hij ervan overtuigd was dat Oltmans’ problemen in Zuid-Afrika en Indonesië vanuit Den Haag waren veroorzaakt.
Ook minister Ali Alatas van Buitenlandse Zaken van Indonesië is die mening toegedaan. In een gesprek met Van Mierlo op 20 januari 1996 maakt deze de opmerking: 'Is veertig jaar treiteren van Oltmans nu niet genoeg geweest?’ Met dezelfde vraag benaderde NVJ-voorzitter Ron Abram onlangs Van Mierlo. Commentaar van de minister: 'Dat vind ik ook, maar mijn ambtenaren zeggen: 'Brand je niet aan Oltmans.’