Félix Vallotton, Luiheid (La paresse), 1896. Houtsnede in zwart, 25 x 33 cm​ © Van Gogh Museum, Amsterdam (aankoop met steun van de BankGiro Loterij)

De tentoonstelling Ongekend in het Van Gogh Museum is uit nood geboren, zo gaf directeur Emilie Gordenker in maart al toe in een interview. Omdat het bruikleenverkeer tijdens de pandemie lastig was, koos het museum voor een tentoonstelling die volledig uit eigen kunstwerken bestaat: aankopen van de afgelopen tien jaar. In het Engels heet de tentoonstelling begrijpelijk Here to Stay, de Nederlandse tentoonstellingstitel is wat verwarrend, want ongekend zijn de meeste aanwinsten allerminst.

Alles wat met Vincent van Gogh te maken heeft krijgt immers aandacht, of het nu een nieuwe theorie over zijn dood is of dat het nieuwe schilderijen, tekeningen en brieven van hem zijn die het museum weet te vergaren of op te duiken. Ook de andere aanwinsten zijn grotendeels aangekocht vanwege een tentoonstelling, en waren dus eerder te zien.

Eén aanwinst kwam uitzonderlijk veel in de pers: de pasteltekening van een badende vrouw door Edgar Degas. Nadat de pas aangetreden Gordenker had gezegd dat er binnen het museum discussies waren geweest over óf je anno 2020 zo’n vrouwelijk naakt nog wel kon tonen, en hoe, buitelden de commentaren over elkaar: het Van Gogh Museum zou censureren, de politiek correcte wind zou al het moois zelfs wegblazen. Dat het museum het werk had aangekocht met steun van talloze fondsen, en het werk sowieso ging tonen in de permanente expositie, leek niet meer door te dringen tot de ‘censuur!’ roepende menigte.

Zo’n permanente presentatie is een uitzondering voor grafiek en tekeningen; wegens conserveringsoverwegingen kunnen de lichtgevoelige werken niet te lang getoond worden. En juist de afgelopen jaren is er veel grafiek aangekocht, met name vanwege de grote Prints in Paris-tentoonstelling over de prentverzamelmanie rond 1900. In Ongekend komen veel van die prenten terug, het aardige is dat ook de schilderijen en tekeningen ernaast te zien zijn. Bovendien is het geen kleine expositie: zo’n honderdvijftig werken zijn er te zien, verspreid over de hele tentoonstellingsvleugel.

Vanwege de museumfilosofie dat nieuwe werken altijd iets met de wereld van Van Gogh te maken moeten hebben, is een verhaallijn makkelijker te vinden dan bij een doorsnee collectiepresentatie. Speels volgt de bezoeker de carrière van Van Gogh aan de hand van beroemde en minder beroemde tijdgenoten. Laval en Gauguin op Martinique, Monet in de bollenstreek, en een fraaie aquarel van Berthe Morisot – het museum had een olieverfschilderij op het oog, maar dat ging voor meer dan tien miljoen euro naar een ander, zo vertelt de conservator in de online toelichting.

Een apart hoofdstuk is gewijd aan het werk van Henri de Toulouse-Lautrec, voor het grote publiek beslist een van de bekendste kunstenaars uit de expositie. De spectaculaire circus- en variété-affiches steken goed af tegen de prentenserie Intimités van Félix Vallotton, vol beklemmende huiselijke scènes in zwart-wit. Ook het pastel van Degas kreeg toepasselijk gezelschap van tekeningen van naakte en toiletterende vrouwen door Manet, Van Gogh, en van een beeldje van Rodin, bekend als Zij die vroeger de mooie vrouw van de helmenmaker was. De commentaren van conservatoren, ‘gewone Amsterdammers’ en andere betrokkenen maken duidelijk dat er achter de schermen vaak gezocht is naar inclusievere perspectieven dan die van Van Gogh en zijn vrienden. En dat is, zo blijkt, nog best lastig in de praktijk te brengen.

Ongekend is nog tot 12 september te zien in het Van Gogh Museum in Amsterdam