Do It Ourselves: Het Consuminderhuis in Landgraaf

‘Van gratis worden mensen lui’

Het Consuminderhuis van Annemiek van Deursen in Landgraaf leert tweehonderd gezinnen met uiteenlopende problemen budgetteren, omgaan met het milieu, koken, het leven oppakken. ‘Sommige mensen zijn kapot van de zorgen. Die laat ik eerst poetsen.’

Medium consuminderhuis annemiek van deursen  rechts

In een grauwe woonwijk net buiten het centrum van het Limburgse Landgraaf dirigeert Annemiek van Deursen een groep vrouwen met bakken voedsel een in onbruik geraakt gebouw van de Rabobank in. Het voedsel noemt ze prachtig. ‘Afval? Absurd!’ Binnen staan stapels gebruikte spullen. Tv’s, stoelen, kinderwagens. Aan het plafond hangen tientallen lampen, maar slechts eentje brandt. In kasten staan glazen, bekers, printers en koffiezetapparaten. Achter in het gebouw is een kamer met tafels vol eten. Mooi opgemaakt, met talloze zelfgemaakte bloemstukjes, beeldjes en dampende broden op glimmende schalen.

Mensen lopen in en uit en maken een praatje, drinken koffie en helpen met het uitruimen van de zojuist binnengekomen bakken voedsel. Buiten staat een groepje mensen te roken. Dit heeft allemaal niets gekost. De spullen zijn afgedankt, het voedsel is over datum. De mensen doen vrijwillig mee.

Het Consuminderhuis staat of valt met Annemiek van Deursen, een opgewekte alleenstaande vrouw van 61 jaar. Ze is voor tachtig procent afgekeurd en is hard op weg naar een rolstoel. Maar voordat het zo ver is, hoopt ze een schare van opvolgers te hebben opgeleid die haar missie kunnen voortzetten. Die missie is arme mensen leren om zuinig en verantwoord te leven, volgens haar noodzakelijk om in de huidige samenleving te overleven. ‘Ik zag om mij heen veel armoede bij mensen die een hoger inkomen hadden dan ik. Ik kom uit een arm gezin waar ik noodgedwongen heel zuinig leerde leven. Mijn vaste lasten niet meegerekend leef ik van twintig euro per week. Zij konden dat niet en ik wilde hun dat leren.’

In 2006 begon ze een groep van twaalf mensen vanuit haar huis te onderwijzen. Ze richtte zich op de mensen die moesten consuminderen uit noodzaak: ‘Mensen met schulden, depressies, slachtoffers van huiselijk geweld, drugs, drank, incestgevallen, noem maar op.’ Om hen te motiveren naar haar toe te komen verzamelde ze kleding en spullen om mee te geven. ‘Als lokkertje.’ Maar ook omdat ze door die spullen een beetje rust kregen. ‘Bij de kredietbank besteden ze veel geld aan dure cursussen budgetteren voor dit soort mensen. Ik begreep dat je mensen met problemen aan hun hoofd niets kunt leren. Ze hebben gewoon spullen nodig, verder kunnen ze nog niet denken. Pas als de materiële basisbehoeften zijn vervuld kunnen ze beginnen hun leven weer op de rails te krijgen.’

Haar tactiek werkte en haar huis werd al snel te klein. ‘Ik moest over de zakken kleren mijn bed in kruipen, kon de ramen niet meer zemen, mijn huis was mijn huis niet meer.’ In augustus 2009 kreeg ze van Hestia Woongroep het oude Rabobankgebouw aan de Wilhelminastraat in Landgraaf in bruikleen. Ze stalde er de huisraad en kleding die inwoners uit de omgeving naar haar toe brachten, ze verstrekte er het voedsel dat ze van de plaatselijke Plus-supermarkt kreeg omdat het aan de uiterste houdbaarheidsdatum zat. In de middag deelde ze het oude brood van de C1000 uit dat ze iedere dag tussen twaalf en twee mocht ophalen. In het gebouw zette ze ook haar lessen voort.

Inmiddels is het Consuminderhuis een stichting die een kleine tweehonderd gezinnen met uiteenlopende problemen helpt. Zonder subsidie. De lokale politiek in de arme voormalige mijnstreek juicht Van Deursens initiatief toe, maar is er na jaren nog niet uit hoe ze het moet plaatsen en weigert vooralsnog financieel bij te springen. Wel stuurt de gemeente vaak mensen naar Van Deursen door.

Het Consuminderhuis vraagt geen bijdrage van mensen, maar vrijblijvend is het niet. ‘Voor wat, hoort wat.’ Na verloop van tijd moeten mensen zich aansluiten bij een ‘consuminderkring’ of aan de slag gaan als vrijwilliger. In een consuminderkring leren ze in een kleine groep die regelmatig bijeenkomt bewuster om te gaan met geld, spullen, energie en het milieu.

Deelname aan een consuminderkring verloopt volgens een vast traject. Wie aanklopt krijgt eerst een gesprek met Van Deursen. Zij beoordeelt waar die persoon behoefte aan heeft. ‘Sommige mensen zijn zo kapot van de zorgen dat ze geen kennis kunnen opnemen. Die laat ik eerst werken: poetsen, schoonmaken, kleding op soort leggen. Dan worden ze rustig en kunnen ze pas beginnen met hun eigen leven op orde brengen.’ Vervolgens krijgen ze een pasje waarmee ze tijdelijk gratis kleding en een beetje huisraad kunnen krijgen. Daarna vraagt Van Deursen of ze een consuminderkring willen vormen. Als ze daar geen zin in hebben zijn ze niet meer welkom.

Een consuminderkring begint met theorielessen die ongeveer een jaar doorgaan, te beginnen met vijf avonden budgetteren. ‘Door versnippering van inkomsten, zoals huurtoeslag en kinderbijslag, zijn mensen kwijt wat er in en uit gaat. Daardoor komen ze in de problemen’, legt Van Deursen uit. ‘Ik leer ze daarom eerst: wat komt erin en wat gaat eruit? Zoals dat vroeger ging met het huishoudboekje.’ Vervolgens besteedt ze aandacht aan het milieu. ‘Ik leer ze bijvoorbeeld bijna alleen maar vegetarische gerechten te koken. Dat doe ik uit idealisme. Maar ook omdat het goedkoper is.’

Iedereen die lid is van een theoriekring mag ook vrijwillig deelnemen aan een praktische kring. Daar leert men zuiniger te leven: zelf koken, kleding herstellen, uien binden, de energierekening omlaag brengen, moestuinieren, bloemstukjes maken of voedsel inpotten. ‘Mensen moeten hun leven zelf leren oppakken’, zegt Van Deursen. ‘Je moet voor hen een voorbeeld zijn en ze telkens stimuleren.’ Daarom wordt oud ijzer ingezameld om koffie van te kopen, peertjes worden uit lampen gedraaid om stroom te besparen, de verwarming staat constant lager dan vijftien graden.

Medium consuminderhuis deeg kneden

Marga Hof (41) kwam twee jaar geleden binnen als een wrak. ‘Ik woog nog maar 49 kilo, had schulden en werd uit huis gezet.’ Omdat ze op de zwarte lijst van wanbetalers stond, wilde geen enkele woningstichting haar aan een woning helpen. Noodgedwongen woonde ze daarom samen met haar zoontje in een chalet op een campingpark. Daar vielen drie dagen voor Kerst 25 agenten en de belastingdienst binnen, op zoek naar illegale bewoning. Zij en haar kind moesten weg. In december 2011 kreeg ze een flatje toegewezen. Van Deursen had spullen voor haar gespaard die ze direct kwam brengen. Ze nam vier anderen mee die de slaapkamer in orde maakten.

‘Als ik het Consuminderhuis niet had gehad, zou ik er niet meer zijn’, zegt Hof zacht. Ze leerde er budgetteren, bewust omgaan met het milieu en koken. Maar het belangrijkste was dat ze haar gevoel voor eigenwaarde terugvond in het huis, zegt ze. ‘Ik ben ook iets zonder materie. Ik geniet van kleine dingen. Ik kan dingen doorgeven. Nu ik kan koken, komen mensen bij mij eten. Ik ben tevreden. Gelukkig.’

Het gemak waarmee de voedselbank en de weggeefwinkel alles gratis uitdelen, is Van Deursen een doorn in het oog: ‘Zo maak je mensen slachtoffer en worden ze lui. Ze zitten daar koffie te drinken, peuken te roken en achterover te leunen. Er komt niets uit. Ik zet de mensen juist hoog, en zeg: jij kan koken, jij kan administratie, jij kan repareren. Iedereen heeft zijn eigen kwaliteit. Zo zie je dat iedereen zijn eigen winkeltje heeft in het huis, met een eigen stijl en karakter. Dat doen ze zo goed dat ik ze niet eens meer hoef aan te sturen.’ Ze wijst naar de vrouwen om haar heen: ‘José Sonderen kan naaien, Ina doet de speelgoedhoek, Jo is van de administratie, Gerda maakt grafstukken. Ze leert andere mensen voor vijftig cent grafstukken maken. Als je dat eenmaal kunt, kun je altijd iets cadeau geven.’

Aan de zelfstandigheid van de groep zit ook een noodzaak, want Van Deursen is ziek. ‘Ik heb een ernstige ziekte: scoliose. Ik heb nekschade en loop al met een stok. Binnen nu en vijf jaar zit ik in een rolstoel. Maar hier zijn mensen die de zaak gewoon door kunnen runnen. Die zie ik al, maar ik wil mijn opvolgster eerst vervol­maken, dan kan ze een eigen kring geven. Ik ga er binnenkort twee weken helemaal uit, dan laat ik haar spartelen, dan weet ik of ze het kan. Dat doe ik wel vaker. Dan zet ik drie stappen terug en laat ik ze.’

In 2010 kwam huidig pvda-voorzitter Hans Spekman langs. Hij noemde het Consuminderhuis ‘de hulpverlening van de toekomst’. In de Tweede Kamer zei hij hoe blij hij was dat mensen weer leerden het heft zelf in handen te nemen.

Alle loftuitingen ten spijt zou Annemiek van Deursen toch graag willen dat de overheid niet helemaal haar handen van het Consuminderhuis aftrekt. Het zoeken naar sponsors om de maandelijkse vaste lasten van vierhonderd euro te kunnen betalen kost haar veel tijd en moeite. Boos: ‘Wij hebben al vier keer een subsidie aangevraagd, maar de gemeente is er nog steeds niet uit waar we bij horen. Ze zeggen steeds: daar moeten we over praten. Vergaderen. Maar van de gemeente Landgraaf, maatschappelijk werk en de bijstand worden nog wel steeds mensen doorgestuurd. Dat doen ze omdat ze weten dat wij ze helpen, maar subsidie zit er niet in. Terwijl elke willekeurige hengelvereniging of volkstuin wel subsidie krijgt. Het is een schandaal!’ De vorige wethouder van Sociale Zaken vond het zelfs niet eens belangrijk genoeg om te komen kijken, zegt ze. ‘Hij dacht dat dit voor hoog­opgeleide mensen was die dit uit flauwekul deden als sabbatical jaar, of voor milieufreaks van Greenpeace. Flauwekul!’

De huidige wethouder, Pierre Verbraak (pvda), zegt blij te zijn met het Consuminderhuis. Al moet hij erbij aantekenen weinig steun te kunnen bieden: ‘Eigenlijk zijn wij als overheid hier verantwoordelijk voor, maar we kunnen momenteel niet veel. Landelijke wetgeving maakt dat we weinig ruimte hebben om dergelijke initiatieven te steunen en er is ook niet veel geld in kas. Ik vind dat van de gekke, maar landelijk gezien praten we tegen een plank.’ Toch bestaat er een kans dat het Consuminderhuis voor het eerst in zijn bestaan financiële steun krijgt van de overheid. Op 28 juni wordt in de gemeenteraad een voorstel besproken om het Consuminderhuis dit jaar te steunen met vijfduizend euro.

Binnenkort wordt een tweede Consuminderhuis geopend in het naburige Brunssum. In Tilburg en Vlissingen bestaan ook plannen.