Interview Felipe Rodriquez

Van hacker tot internetmiljonair

Een typisch geval van jaren-negentiggeschiedenis. Maar ook weer niet. Felipe Rodriquez, ex-Xs4all, over het tijdperk van het ongeduld en de bubbles die ontstaan door kuddegedrag en een massahysterisch geloof in dezelfde misvattingen. «Succes wordt gemeten in geld, niet in geluk.»

Medium schermafbeelding 202015 10 07 20om 2016.05.57

«Internet begon voor mij ergens in 1989, via universitaire computers en accounts van anderen», vertelt Felipe Rodriquez. «Even had ik er een eigen account, via-via geregeld, maar dat werd afgesloten omdat ik had geprobeerd het systeem te kraken. Dat was de aanleiding om thuis zelf iets te beginnen: een Bulletin Board System onder de naam Utopia. Later werd dat Hack-tic Network. In 1992 had dat BBS zo’n duizend hobbyistische gebruikers die daar e-mail konden ophalen. In die tijd bestond het web nog niet, alles was tekst. Er was e-mail en er waren nieuwsgroepen, plus een handvol diensten, zoals de earthquake-server waarop je kon zien waar de laatste vijf aardbevingen waren geweest.»
Uit Utopia/Hack-Tic kwam in 1993 Xs4all voort, de eerste internetprovider in Nederland met toegang voor «gewone mensen». Xs4all is nu een van de grotere providers.
Wat is of was het geheim?
Felipe Rodriquez: «In de eerste plaats de mensen. De vier die het idee ontwikkelden, het weinige startkapitaal bij elkaar schraapten, de techniek opzetten. Ook later waren de mensen cruciaal, vrijwel iedere werk nemer heeft iets bijgedragen wat belangrijk was. De sfeer was altijd bijzonder, er werkten echt superslimme mensen, veel slimmer dan ikzelf, en zonder dat intellectueel kapitaal was het een middelmatig bedrijf geweest. En we begonnen precies op het juiste moment. We begonnen omdat we het idee hadden dat er meer mensen zoals wijzelf internet toegang wilden. Met zeshonderd abonnees zouden we quitte draaien — nou, die hadden we meteen de eerste dag al binnen. Het probleem was nooit of we voldoende klanten konden krijgen, maar hoe we de enorme vraag konden verwerken.
Qua techniek hadden we in elk geval een team dat met minimale middelen maximale resultaten kon bereiken, en dat team is tot op vandaag vrijwel intact gebleven. Naast de technologie was er het maatschappelijke engagement als zeg maar unique selling point. We kwamen deels voort uit de geëngageerde hackers-underground, en we waren ervan overtuigd dat een bedrijf ook een maatschappelijke functie en verantwoordelijkheid kan hebben. Van daaruit waren we nooit bang om controversiële kwesties aan te pakken en ze juridisch op de spits te drijven — over aftappen door justitie, over publicatie vrijheid en dergelijke.»
Tegelijkertijd ging het echter ook om winst, erkent Rodriquez. «Mijn uitgangspunt is altijd geweest om van Xs4all een gezond financieel bedrijf te maken. Ik kom uit een ondernemersfamilie, en mij is met de paplepel ingegoten dat je winst moet maken. Quitte spelen is niet genoeg, want dan kun je de groei niet financieren. Xs4all was niet opgericht om de oprichters rijk te maken, maar er moest wel winst worden gemaakt. Sinds 1993 heeft Xs4all, op één jaar na, altijd winst gemaakt. Maar we hadden nooit toegang tot onbeperkte hoeveelheden geld, en moesten elk dubbeltje omdraaien.
Vóór 1995 was het onmogelijk om als internetbedrijf geld te lenen. Toen ik in die tijd om een lening vroeg van een paar honderdduizend gulden, lachte de bank me uit. Internet? Nooit van gehoord. Een paar jaar later konden we een miljoen lenen om een landelijk dekkend netwerk op te zetten. Dat geld hebben we binnen twee jaar terugbetaald.»

In 1996-97, terwijl internet boomde, begonnen zich problemen af te tekenen bij Xs4all. Rodriquez: «Het bleef maar groeien. Er werkten heel leuke mensen, maar geen managers die een groot bedrijf konden besturen. Ik was dat zelf ook niet. We besloten een manager aan te nemen. In die tijd realiseerden we ons ook dat het voor ons moeilijk zou zijn om breedbanddiensten te gaan verkopen, omdat grote breedband spelers als KPN en UPC die diensten eerst zelf exclusief wilden gaan exploiteren. Dus zochten we een koper in die hoek. Na een soort beauty contest werd dat KPN — inderdaad, precies het bedrijf waar de hackers van weleer nogal eens mee overhoop hadden gelegen. Maar ze hadden gewoon de beste papieren. Ik ben erg tevreden over hoe het bedrijf zich sindsdien heeft ontwikkeld, het is nog steeds een bijzonder bedrijf, met bijzondere mensen en een bijzondere sfeer.»
Voor veel andere internetbedrijven liep het jaren-negentigavontuur minder goed af. Waar lag dat aan?
«De eerste helft van de jaren negentig zou ik typeren als idealistisch en gedreven. Mijn blik daarop is ongetwijfeld beïnvloed door de gemeenschap waarin ik destijds werkte, de groep rond Xs4all en de Digitale Stad was erg sociaal betrokken. Maar ik zag het ook bij andere mensen en organisaties. Ted Lindgreen bijvoorbeeld, toen directeur van NLnet, was op zijn eigen manier gedreven door idealen. Of Piet Beertema, die vrijwillig jarenlang het .nl-domein beheerde. De tweede helft van de jaren negentig werd gedreven door hebzucht en get rich quick-schema’s. Vanaf 1995 begonnen mensen te beseffen welk enorm potentieel internet had, met daarbij de illusie van oneindige exponentiële groei. Als een kudde schapen inves teerde iedereen in allerlei internetgerelateerde bedrijven. Die oneindige groei verwachting was de oorzaak van exploderende beurskoersen en toegang tot gigantische hoeveelheden durfkapitaal. Pas in 2000 begon duidelijk te worden dat dat idee van oneindige groei een vergissing was, met als gevolg dat de zeepbel uit elkaar spatte. Ik ben sinds de verkoop van Xs4all betrokken geweest bij veel nieuwe internetbedrijven en vrijwel allemaal zijn die inmiddels opgedoekt. In alle gevallen waren er veel te hoge verwachtingen gekoppeld aan een financiering met venture capital. Die bedrijven waren niet gegroeid op een organische manier, aansluitend op al bestaande behoeftes in de markt.»

U waarschuwde daar al vroeg voor. Waarom had eigenlijk niemand dat in de gaten?
Felipe Rodriquez: «Er waren voldoende mensen die zagen dat oneindige groei niet mogelijk was; Warren Buffett en Alan Greenspan deden uitspraken in die richting. Ik las in die tijd veel boeken over de geschiedenis van economische bubbles en crashes, en wat er tussen 1997 en 2000 gebeurde leek daar erg op. Zulke bubbles ontstaan door kuddegedrag, een massahysterisch geloof in dezelfde misvattingen. Het was eigenlijk een kwestie van gewoon rekenen: ik rekende uit hoe snel en hoe lang internetbedrijven zouden moeten groeien om de beurskoers te verantwoorden. Voor Redhat had ik berekend dat een koers van 4 dollar realistisch zou zijn, en zelfs dan zou het bedrijf buitengewone prestaties moeten leveren. De koers was destijds zo’n 140 dollar, en zakte uiteindelijk naar 3 dollar (nu 5). Geen enkel bedrijf kan vijftien jaar lang honderd procent per jaar groeien! Ik schreef toen een tekst over het einde van een tijdperk, waarin de perceptie van oneindige groei zou omslaan in een tegenreactie, een neergaande spiraal. Als je nu kijkt naar de markt in Amerika, gedomineerd door pessimisme, fraudeschandalen en angst, dan klopt dat aardig.»
In feite was het in een half decennium gebeurd, de hysterische bubble en de crash. Was die snelheid typerend voor de jaren negentig?
«Typerend voor de jaren negentig was het verlangen naar instant oplossingen. Resultaten — winst, omzet, beursnoteringen — moeten er direct zijn, in plaats van langzaam te rijpen. De oprichters van bedrijven in de laatste helft van de jaren negentig waren vaak verblind door de belofte van instant rijkdom. In die tijd werden soms in een jaar fortuinen gemaakt waar normaal een decennium of langer hard voor moest worden gewerkt. Dat geldt ook algemener, voor de hele samenleving. Succes wordt gemeten in geld, en niet in geluk. In de jaren negentig is het kapitalisme hechter gekoppeld aan het darwinistische survival of the fittest. Compassie en het collectief verdwijnen in deze ideologie, en maken plaats voor hebzucht en individualisme.
Dat zit volgens mij ook achter het overal strenger wordende immigratiebeleid. Als de grenzen zonder controle open zouden gaan, zouden er enorme immigratiestromen komen van arme naar rijke landen, waardoor de rijke landen minder rijk zouden worden, en arme landen minder arm. Zodra mensen een stukje welvaart dreigen te moeten inleveren, gaat de compassie op de compostbelt.
De jaren negentig, tot en met vandaag, worden gekenmerkt door kortzichtigheid en symptoombestrijding. Je ziet dat in drugsproblematiek, in de strijd tegen terrorisme, in immigratiepolitiek.»
Veel mensen hebben na de dotcom-crash ook maar de andere idealen over internet bij de vuilnisbak gezet. Gelooft u nog in internet?
«Dat is een rare vraag. Je vraagt toch ook niet of je in de telefoon gelooft, of in de auto. Internet is voor mij net zoiets, een gebruiksmiddel, een handige technologie. Ik heb mijn verwachtingen over internet drastisch bijgesteld, dan is het geen geloof meer. Maar inderdaad, ik geloofde destijds dat internet revolutionaire veranderingen zou brengen op allerlei fronten. Politiek, in de vormgeving van de democratie. Of dat de ‹middle-man›, zoals uitgevers en platenmaatschappijen, zouden verdwijnen, doordat artiesten hun werk direct online zouden verkopen. Een aantal is dat gelukt, maar het blijft een kleine minderheid.
Ik zou eens terug moeten lezen wat ik indertijd allemaal heb gezegd om precies te achterhalen wat voor misvattingen ik verspreidde. Het punt is dat fundamentele veranderingen zich meestal bijzonder langzaam voltrekken, dat gaat eerder over decennia dan over jaren of maanden. Daarin zit denk ik een deel van de teleurstelling over internet; we leven in een samenleving die geen geduld heeft, geen zin heeft om decennia te wachten op verandering. En dus gaat men zitten mokken.»


Beeld: Felipe Rodriquez in 1994. Still uit de documentaire Unauthorized Access / YouTube.