Van het volk

Het was de dandy Auguste Villiers de l’Isle-Adam die op de vraag: ‘Hoe wilt u eigenlijk leven?’ antwoordde: ‘Leven? Dat doet ons personeel voor ons.’

Het ging de dandy’s om l’art pour l‘art wat betreft het eigen bestaan: het kunstwerk was jijzelf. ‘Het leven is niet gewijd aan de kunst, de kunst wordt toegepast op het leven’, schreef Umberto Eco.

Het is een aantrekkelijke houding als je je die kunt permitteren. We kennen Oscar Wilde en zijn leermeester Walter Pater. Het ging ze om Schoonheid zijn en zoeken, inderdaad met de sierlijke hoofdletter S.

De manier van leven werd al snel gezien als decadent. Een vorm van verval. De esthetisch sensibelen zochten de schoonheid in het verval. In lust, in dood, in de duivel.

Mario Praz’ boek The Romantic Agony – het boek dat Reve zo inspireerde – gaat daarover. Een hang naar extremiteiten, sadisme en masochisme, reactionair katholicisme, een hang naar Byzantium. Warhol zal zich ertoe aangetrokken hebben gevoeld, maar ik denk dat iemand als Damien Hirst met zijn schedel vol diamanten zich daar ook thuis bij voelt.

Er bestaat ook een volkse hang naar die romantisch-decadente stroming. Ik heb lang over het woord ‘volks’ nagedacht, vanwege de beroerde connotatie, maar ik gebruik het hier toch. De volkse dandy’s zie ik dagelijks op televisie.

Geer en Goor: altijd in de weer met hun eigen ego, altijd op zoek – soms letterlijk via openbare audities als The Voice of Holland en dergelijke – naar wat zij verstaan onder schoonheid. Ze passen in het beeld van Mario Praz: vaak katholiek, een sadomasochistische inslag, een voorliefde voor het uitdragen van seksualiteit, een grote belangstelling voor zonde, wellust, en zelfs necrofilie, voortdurend trachtend morele regels te overtreden, een fascinatie voor het perverse, waaronder ook ziekte, zonde en pijn.

Moderne dandy’s; altijd dure kleertjes aan.

Het zijn niet alleen Geer en Goor, het is ook Matthijs van Nieuwkerk en Boer zoekt vrouw.

We verliezen ons geloof, en zijn extreem tegen de islam, we verliezen onze munt en zijn extreem tegen de euro

De overmatige aandacht die op televisie bestaat voor dood, seksuele perversie, ziektes en grensverleggende moraliteit (‘we gaan een camera in de Eerste Hulp neerzetten’) zou je als een teken van decadentie kunnen zien.

Volkse decadentie.

We applaudisseren voor de moed van een sportheld die op de televisie zegt dat hij aan een dodelijke ziekte lijdt.

We pijnigen onszelf met genoegen. Door Alpe d’Huez op te fietsen tegen kanker.

Is er nu een lijn te trekken tussen de mensen die dol zijn op deze vorm van decadentie en partijen als de SP en de PVV, de, kortom, wat extremere partijen?

Ik weet niet precies wat populisme is, en ik kan ook niet kiezen uit de honderden definities die erover bestaan, maar het kan niet anders dan dat wat grote groepen in hun greep houdt (Geer en Goor et cetera) het resultaat is van de analyse dat we decadent zijn geworden. De paradox van Oscar Wilde, each man kills the thing he loves, doet hier opgeld. We zien het verval in ons verlies: we verliezen de natiestaat en zijn extreem tegen Europa, we verliezen ons geloof, en zijn extreem tegen de islam, we verliezen onze munt en zijn extreem tegen de euro, we verliezen onze identiteit, en zijn extreem voor het koningshuis. Het geldt voor beide kanten: we zijn ook extreem tegen het kapitalisme, het socialisme, extreem – zoals ik – tegen iedere vorm van ideologie.

We leven in een tijd van verval; het hoofd van de dood is bezaaid met duizend diamanten. De zoektocht naar de nieuwe schoonheid en de daarbij behorende nieuwe morele consequenties leidt tot grote aandacht voor de extremen als Geer en Goor, DWDD, SP en PVV. Al die Openbare Politieke en Media Persoonlijkheden zijn ons personeel; zij bedienen ons. En wij genieten van de verboden die het personeel ons aanreikt.

‘Leven? Dat doet ons personeel voor ons!’