Verkiezingen 2012: De wederopleving van een partij

Van historische klap naar zege

Heeft de strategische stem zin gehad? Tot verdriet van de SP lijkt de PvdA van de kiezer de taak te hebben gekregen om de VVD uit het Torentje te houden. Diederik Samsom kwam van ver, en hij kwam heel ver.

Nog geen maand geleden zouden niet veel kiezers hun geld hebben durven zetten op een klinkende verkiezingsuitslag voor de pvda. De sociaal-democraten leken af te stevenen op een historisch verlies. Niet alleen omdat het aantal Kamerzetels lager zou kunnen uitkomen dan ooit tevoren in de geschiedenis van de partij, maar ook omdat de pvda zou moeten toezien hoe voor het eerst in haar bestaan een andere partij op links, de SP, haar voorbij zou streven. De potloden werden al geslepen om de pijn én eventuele interne ruzies die dat bij de ­sociaal-democraten zou veroorzaken haarfijn te beschrijven.

Bij de officiële aftrap van de verkiezings­campagne, op 11 augustus, zei lijsttrekker Diederik Samsom weliswaar dat hij voor de overwinning ging, maar dat optimisme hoorde erbij. Hij kon moeilijk de handdoek al in de ring gooien voordat de strijd om de kiezer was gestreden. Zetelverlies zou dan een self-fulfilling prophecy zijn geworden. Maar Samsoms optimisme kwam wel overdreven over, en ook twee weken later zag het er in de peilingen nog steeds naar uit dat het nergens op was gestoeld. In de Politieke Barometer stond de partij toen op 22 zetels, de SP op dertig. Dat de sociaal-democraten kort voor de verkiezingen nog zo slecht scoorden, had een aantal oorzaken. Eind februari had hun partijleider Job Cohen zijn fractievoorzitterschap en Kamerzetel opgegeven, omdat hij genoeg had van alle kritiek en rumoer rondom zijn optreden. Die kritiek ging niet alleen over Cohens persoonlijke optreden, waarbij vooral het hakkelen en niet ad-rem kunnen reageren het moesten ontgelden. Die kritiek draaide ook om de koers van de partij. Dat probleem was overigens niet nieuw, de sociaal-democraten worstelen er al jaren mee.

Waar staat de pvda voor? Na de dreun voor de pvda bij de verkiezingen van 2002 werd dat de prangende vraag. Kiest de partij voor de mensen in de samenleving die de klappen opvangen van de globalisering, de marktwerking en een arbeidsmarkt waarin vooral hoogopgeleiden zich staande kunnen houden? Blijft ze zoeken naar mogelijkheden om dat deel van de samenleving te verbinden met dat andere deel dat baat heeft bij die ontwikkelingen? Of gaat ze een waarlijk sociaal-liberale koers varen, omdat door de toename van het aantal hoogopgeleiden daarmee de meeste kiezers te halen zijn?

De beantwoording van die vraag bleef echter keer op keer uit. Na de dreun in 2002 leek ze aanvankelijk onontkoombaar, maar de nieuwe pvda-leider, Wouter Bos, wist binnen een jaar de partij terug te brengen naar het comfortabele aantal van 42 Kamerzetels. De noodzaak om daadwerkelijk de boel flink op te schudden was daardoor weg. Na de daarop volgende verkiezingen in 2006, waarin de partij negen zetels verloor, kwam het wederom niet goed uit om uitgebreid stil te staan bij de koers, omdat de pvda ging meeregeren. Herbronnen en regeringsverantwoordelijkheid dragen gaan niet goed samen: als de partij een andere kant uit wil dan haar ministers in het kabinet is dat vragen om moeilijkheden.

Ook na de verkiezingen van 2010 kon de discussie opnieuw op de achtergrond blijven. Weliswaar verloor de partij wederom drie zetels, maar de pvda bleef wel de tweede partij van het land met slechts één zetel minder dan winnaar vvd. Dat was te danken aan de nieuwe lijsttrekker, Job Cohen. Velen hoopten dat hij een eind zou maken aan het gepolariseerde karakter in de Nederlandse samenleving, een polarisatie van autochtoon versus allochtoon. Door de crisis rond de euro verdwenen het immigratievraagstuk, de discussies over de islam en de vraag of Nederland een multiculturele samenleving is echter naar de achtergrond. Er waren dringender problemen.

Daarmee komt een tweede oorzaak voor de in augustus verloren gewaande positie van de pvda in beeld: concurrent SP en haar leider Emile Roemer. Waar de pvda niet leek te kunnen kiezen, koos de SP wél op de onderwerpen die door de crisis belangrijk waren geworden. Vóór de schoonmakers, vóór de aow op 65, vóór de ouderen, vóór het terugdringen van de marktwerking in de zorg, vóór kritiek op steunfondsen voor de Zuid-Europese landen, vóór het uit­treden van Griekenland uit de euro, vóór het tegengaan van een overmaat aan flex-contracten, vóór het aanpakken van het casinokapitalisme.

Bovendien deed de SP al vanaf het begin van haar bestaan wat de pvda in de loop van het hare was verleerd: daadwerkelijk contact ­hebben met de groepen in de samenleving waar ze voor opkomt. De pvda, zo was de conclusie na het verlies in 2002 al, was een cam­pagne­partij geworden die de kiezer alleen opzoekt als ze stemmen nodig heeft op de verkiezingsdag.

SP-fractievoorzitter Roemer wist bovendien dankzij Cohens gestuntel en dankzij zijn eigen humor en vermogen mensen voor zich in te nemen en zich te ontpoppen tot de échte oppositieleider.

Met Roemer had de SP in 2010 een leider gekregen die het al eerder afgeworpen beeld van de SP als tegenpartij ook écht verpersoonlijkte. Tegen één ding bleven Roemer en zijn SP echter wel gekeerd en dat leek hen geen wind­eieren te gaan leggen: het neoliberale beleid van het kabinet-Rutte.

Tegen dat sterke imago van Roemer kon Diederik Samsom, die pas dit voorjaar tot pvda-leider werd gekozen, tot ver in augustus niet op. Veel kiezers kenden Samsom niet of associeerden hem nog met zijn actieverleden bij Greenpeace. Omdat het bij de verkiezingen toch ook gaat om de keuze voor een minister-president viel daarom Samsom, en daarmee de pvda, vaak af als in de afgelopen zomer aan opiniepanelleden gevraagd werd op wie ze op dat moment zouden stemmen.

Maar toen keerden ineens de kansen. Toen de verkiezingscampagne op zondagavond 26 augustus, nog geen drie weken geleden, met het rtl4-premiersdebat écht losbarstte, begon de pvda omhoog te klimmen uit het dal en zag de SP haar virtuele winst beetje bij beetje afnemen. Aan een historisch verlies wilden pvda’ers toch al liever niet denken, maar dat gevaar leek in één week tijd ineens ook afgewend. Sterker, zelfs het Torentje kwam in het vizier.

Hoe kon dat zo snel gaan? In de eerste plaats is daar het optreden van Samsom tijdens dat premiersdebat. Daar stond geen druk en driftig baasje, maar een rustige man die ervoor uitkwam dat er geen eenvoudige oplossingen zijn voor de eurocrisis, die het aandurfde als politicus te pleiten voor een discussie over de kwaliteit van leven afgezet tegen de kosten van de zorg in de laatste levensfase, en die ook wist dat een minister-president niet persoonlijk mag ingrijpen om een wettelijk toegestaan proef­verlof van de moordenaar van Pim Fortuyn tegen te houden.

Menige tv-kijker bleek dat een verademing te vinden. Althans, zo leek dat toen via de sociale media de pvda-leider werd aangewezen als winnaar van dat debat. Hoeveel vraagtekens er ook zijn te zetten bij een dergelijke ‘uitslag’, het was een ‘overwinning’ die een vliegwieleffect kreeg, omdat alle media er op doken. Omdat kiezers vervolgens graag bij een winnaar horen, had dat invloed op het stemgedrag van de op links zwevende kiezer.

Samsom zelf zegt dat hij door zijn vele bezoeken tijdens de afgelopen zomer aan stadswijken, dorpen, bedrijven en instellingen ook daadwerkelijk heeft aangevoeld waar de mensen behoefte aan hebben. Dat is volgens hem niet aan polarisatie, maar aan een socialere samenleving; niet aan spelletjes en loze beloftes, maar aan eerlijk voorleggen wat de problemen zijn; niet aan schijnzekerheden, maar aan de realistische veronderstelling dat een probleem met de euro menig verkiezingsplannetje morgen in de prullenbak kan doen belanden.

Tegenover Samsoms optreden stond dat van Roemer. Die bleek in rechtstreekse debatten met een tegenstander minder sterk dan veel kiezers die geneigd waren SP te gaan stemmen misschien hadden gedacht. En daarmee vonden ze de SP-leider misschien ook niet geschikt genoeg als minister-president.

Maar zijn een paar televisie-optredens tijdens een campagne niet wat mager als verklaring? pvda-partijvoorzitter Hans Spekman denkt dat de ambitie van zijn partij om tijdens deze verkiezingscampagne een half miljoen handen te schudden ook heeft bijgedragen aan het keren van de kansen. Dat handen schudden bleek zo succesvol dat Spekman het ambitieniveau vorige week nog opschroefde naar een miljoen handen.

Maar was dat handen schudden in campagnetijd eigenlijk niet waar de interne commissie die de nederlaag van 2002 onderzocht voor waarschuwde als een te fragiele basis om op te kunnen bouwen? Daarmee ben je als partij immers nog niet echt geworteld in de samen­leving. Of zou een goede campagnepartij zijn, in deze tijd van zwevende kiezers, geringere ledenaantallen, social media en de grote rol van de televisie, inmiddels geen nadeel meer zijn, maar juist een voordeel?

Ook haar verleden als bestuurderspartij kan hebben meegespeeld in de wederopleving van de pvda. Ook dat werd tien jaar geleden overigens juist als probleem gezien, omdat dat eveneens stond voor weinig voeling hebben met de samenleving. Maar veel en met name de wat oudere linkse kiezers zijn mogelijk ‘teruggekeerd’ naar de pvda toen het er in het stemhokje uiteindelijk om ging wie ze van de linkse partijen regeringsverantwoordelijkheid toevertrouwen. De pvda heeft daar ervaring mee, de SP niet. In deze door de eurocrisis onzekere tijden kan dat een niet te onderschatten afweging zijn geweest bij de kiezer.

Daarnaast zouden het wel eens vooral de hoger opgeleide linkse kiezers kunnen zijn geweest die toen het erop aankwam hun aanvankelijke voorkeur voor de SP hebben laten varen. Weliswaar doken afgelopen zomer allerlei verklaringen op van meer of minder bekende ‘linkse’ Nederlanders dat ze hun schroom aflegden om op de als veel linkser beschouwde SP te stemmen – toen de dag van de verkiezingen naderde hebben mogelijk juist zij zich toch vertrouwder gevoeld bij de pvda.

Heeft de pvda dit verkiezingsjaar dan uiteindelijk haar koers verlegd richting die hoger opgeleide kiezer? Nee, maar dat deel van de op links zwevende kiezer ziet inmiddels zijn eigen bestaan ook onzekerder worden, eist daarom minder van de pvda dat ze haar koers liberaler maakt en heeft weer meer waardering voor het met elkaar blijven verbinden van sociale klassen.

Ook de strategische stem heeft uiteindelijk in het voordeel van de pvda gewerkt. Kiezers die per se wilden dat er geen tweede kabinet-Rutte komt, moesten een keuze maken tussen SP en pvda: afgelopen woensdag leek een stem op de pvda de grootste kans te maken Rutte uit het Torentje te houden.

En zelfs als de kiezer dacht dat dat laatste niet meer zou lukken, kan een stem op de pvda een strategische zijn geweest. Met Rutte opnieuw als minister-president heeft de linkse kiezer ook moeten overwegen of een stem op de SP geen stem voor een oppositiepartij zou zijn geweest. Want de kans dat de vvd met de SP gaat regeren, is niet groot. Door op de pvda te stemmen hebben ze dan gekozen voor een sterk links geluid binnen een eventueel tweede kabinet-Rutte, want de vvd zal niet kunnen regeren zonder één van de linkse partijen. En een sterk, in plaats van een verzwakt pvda kan in een kabinet meer tegenwicht bieden.

Daarmee duikt dan het probleem op waar de pvda vanaf nu rekening mee zal moeten houden. Als de SP in de oppositiebankjes belandt, zal ze de pvda van daaruit fel aanvallen. En de kiezersgunst is broos. Dat heeft de pvda de afgelopen weken zelf ervaren, al was het toen in haar voordeel.