Jerôme Inen, Zomergriep/Keerweer nr.16/Palmyra

Van hoger hand

Ik las de debuutroman Zomergriep/Keerweer nr.16/Palmyra van Jerôme Inen in drukproefvorm. Niet gehinderd door het omslag, niet afgeleid door de auteursfoto, niet gestuurd door de flaptekst, niet vooringenomen door eerder werk. Alleen maar puur de tekst. De vreemde titel blijkt te verwijzen naar de drie afzonderlijke delen of novellen.

De eerste novelle is gebouwd rondom een sciencefictionachtig gegeven, en bestaat uit de e-mails die iemand stuurt naar een vriend in New York. Zelf woont deze fotograaf in Amsterdam, dat in een niet precies aangegeven tijdvak geteisterd wordt door een epidemische griep. Voedselpakketten worden afgeleverd bij de voordeur, vogels zijn gevangen met speciale netten, iedere woensdag daalt vanuit een vliegtuigje een enorme wolk insecticide over de stad neer.

Nu vormen toekomstfantasieën over het algemeen een genre voor de liefhebbers. Mijn aanvankelijke weerzin maakte plaats voor nieuwsgierigheid, omdat Inens schrijfstijl overtuigt. De nadruk in het verhaal, of liever gezegd in de opeenvolgende e-mails, ligt ook niet op het hoe en waarom van de griep. De extreme omstandigheden worden vanzelfsprekend voorgesteld, en net genoeg uitgelegd en aangekleed om geaccepteerd te kunnen worden. De suggestie is dat de griep is meegenomen door onze jongens uit Bosnië. Of het nu deze strafgedachte is, of de onbewogen natuur van de e-mailschrijver die de een na de ander in zijn vriendenkring ziet bezwijken aan de griep en desondanks ambitieus voort blijft werken aan zijn eerste solo-expositie, er stijgt een grote kilte op van deze bladzijden. Even precies als een onttakeld en belegerd Amsterdam wordt beschreven, wordt ingezoomd op mechanismen in vriendschaps- en liefdesbetrekkingen in het licht van de eindigheid. Dit alles, gek genoeg, zonder zoveel woorden.

ýl is de tweede novelle vanuit een volkomen ander perspectief geschreven, te weten vanuit een Londense wetenschapsjournalist die naar Amsterdam komt om daar, in opdracht, een verdwenen collega annex voormalige geliefde op te sporen, de kille atmosfeer is identiek. Inen heeft andermaal een personage gecreëerd dat zich tamelijk onaangedaan lijkt voort te bewegen. Tegelijkertijd is deze Peter Yarnes bevattelijk voor magisch denken, wat die onaangedaanheid in een wrang licht zet. Terloops wordt een angstaakjagend, en volkomen aannemelijk, beeld geschetst van de vleesmaffia en malversaties in de soja-industrie.

üe uitermate spannende wijze waarop Yarnes op de voet wordt gevolgd door de stad, waarbij ontmoetingen nooit zonder gevolgen blijven en enveloppen met inhoud de voorbodes zijn van weer andere enveloppen, deed opeens een lampje branden. En wég was mijn onbevangen leeswijze. Paul Auster. Inen schreef een Amsterdam-trilogie in de voetsporen van Austers The New York Trilogy (1985). Eenmaal postgevat, is er geen houden meer aan deze gedachte. Aan het eind van de tweede novelle lijkt de schrijver nog eens extra te knipogen in die richting, door te verwijzen naar een vriend, Paul, woonachtig in New York, die schrijver is geworden, «en een beroemde ook».

ýp zich doet de Auster-associatie er niet zo toe. Waarom zou je het werk van een Nederlandse debutant willen beschouwen in de slagschaduw van een van de meest interessante Amerikaanse schrijvers van het moment? Wel werd mijn leeswijze gescherpt in het zoeken naar de kern van Inens trilogie. Evenals Auster brengt hij zoektochten in kaart en lijkt hij toe te werken naar een ontknoping, terwijl ondertussen het raadsel alleen maar groter wordt. Austers credo, in Leviathan (1992) geformuleerd als «Once it comes to other people, we don’t have a clue», is bij Inen: «We weten van mensen alleen maar wat ze met ons willen delen.»

Net als Auster ontrolt Inen bijna mathematisch zijn verhaal, al is de toon in de derde novelle zachter, wanhopiger ook. Palmyra, het verhaal van de zeiler die na 11 september denkt zijn heil met vrouw en kind te moeten zoeken op een onbewoond eiland, is het meest eenduidige verdwijningsverhaal. Ook hier een onthechte man als hoofdpersonage, die liever voorbijgaat aan mensen dan zich met hen inlaat, maar die door de buitenwacht wordt gedwongen tot bemoeienis.

Alle drie novellen maken indruk. Dat heeft te maken met de mooie en precieze schrijfstijl, maar ook met de wijze waarop Inen iets vertelt over het hier en het nu. Over de stad Amsterdam als leefomgeving — de Leidsestraat wordt beschreven alsof die voor het eerst wordt betreden — en over mogelijke machinaties van hoger hand. Maatschappelijk geëngageerd schrijven geeft Inen hiermee een origineel en spannend gezicht. De middelste novelle is zo sterk dat die ook een zelfstandig leven als roman had kunnen leiden. Het feit echter dat die nu wordt geschraagd door twee moderne varianten op berichten van gene zijde geeft Keerweer nr.16 net die austeriaanse dimensie van leven en dood. Ik las deze debuutroman in drukproefvorm en deed dat ademloos.

Jerôme Inen

Zomergriep/Keerweer nr.16/Palmyra

Uitg. Contact, 349 blz., € 19,90