Van hongkong naar cannes

In Cannes wordt dit jaar de toon gezet door de zogenaamde kunstfilmers met een grote internationale naam. Daar is niet iedereen gelukkig mee. De vakbladen van de vermaaksindustrie als Variety, Screen en Moving Pictures spreken over een zwaar en duister programma. Het mag dan zo zijn dat regisseurs als Manoel De Oliveira, Tsai Ming-Liang, Shohei Imamura, Nanni Moretti, Lars Von Trier en Hou Hsiao-Hsien meer en meer erkend worden als de Bergmannen, Tarkovski’s en Antonioni’s van vandaag, dat wil nog niet zeggen dat er groot geld mee verdiend kan worden. Daarvoor zijn deze filmmakers te weinig spectaculair, te weinig lichtvoetig en vooral te weinig onbenullig.

Je zou dit als een grote overwinning kunnen zien van de vertegenwoordigers van de ‘art house cinema’, maar vreemd genoeg wordt dat niet zo gezien. Ook in kunstfilmkringen reageert men geïrriteerd op de auteurpolitiek van Cannes. Eigenlijk verschilt hun irritatie ook niet van die van de verdedigers van het grote geld. Ik denk dat het er uiteindelijk op neerkomt dat beide 'kampen’ vinden dat ieder maar in zijn eigen vijver moet blijven vissen. Ooit was de wereld helder verdeeld tussen kunst en commercie, en de huidige vertroebeling doet nostalgisch verlangen naar de zuiverheid van weleer.
Ik kan er niet rouwig om zijn. Als je eenmaal een weerbarstige Hou Hsiao-Hsien, een maniakale Von Trier of een troostende Tsai Ming-Liang in het reusachtige auditorium van het festivalpaleis hebt gezien, wil je helemaal niet meer terug naar een kleine zaal. Het is een mythe dat kunstfilms het beter doen in een meer intieme omgeving. Als een film echt goed is, is geen doek te groot.
De verwarrende vermenging tussen kunst en commercie vond ik trouwens terug in The Hole, het nieuwste meesterwerk van Tsai Ming-Liang. Daarin ontwikkelt hij zich in twee zeer verschillende richtingen tegelijkertijd. In de eerste plaats radicaliseert hij zijn toch al kale, gecontroleerde en soms intens droevige behandeling van eenzame karakters in een desolate omgeving. Diametraal daartegenover staan contrasterende scènes die zijn geïnspireerd door de ooit bloeiende industrie van Hongkong-musicals. Deze scènes werken als kleurige contrapunten in een stroom benauwend grauwe beelden. In zijn vorige film The River kampten al enkele van zijn hoofdpersonen met eenzaamheid, regen en wateroverlast, maar dat heeft nu een vorm aangenomen die geen einde meer lijkt te kennen.
De film speelt in de nu toch wel erg nabije toekomst van de komende millenniumwende. Zeven dagen voor de laatste jaarwisseling van onze eeuw hebben nog maar enkele bewoners zich verschanst in een ontruimd flatgebouw. Een jonge vrouw vecht wanhopig tegen de lekkages in haar appartement. Een jonge jongen boven haar lijkt het allemaal niet meer te interesseren. Zelfs als een onbehouwen loodgieter een gat in zijn vloer achterlaat, neemt hij niet de moeite om daar iets aan te doen. Wat bij hem een gat in de vloer is, is bij de vrouw een gat in het plafond, en door dat 'wak’ in de ijzigheid ontstaat een onbeholpen en haast autistische communicatie.
De wanhopige vrouw wordt gespeeld door de fantastische actrice Yang Kuei-Mei. Zij speelde de onvergetelijke makelaarster in Tsais Vive L'Amour, waarbij ze aan het slot de meest hartverscheurende huilpartij uit de filmgeschiedenis op haar naam zette. Yang Kuei-Mei speelt in de musical-intervallen in The Hole een bonte variétézangeres die is gemodelleerd naar de jaren-vijftigster Grace Chang. Ze speelt haar twee rollen zo verbluffend verschillend en zowel als nerveus-wanhopige vrouw als als zinnelijk-uitbundige zangeres zo overtuigend dat het soms moeilijk te geloven is dat het gaat om dezelfde actrice. Het bevestigt het meesterschap van Tsai dat hij niet alleen zijn actrice in zijn eigen stijl tot het uiterste laat gaan, maar dat hij haar ook de ruimte gaf om in de hem ogenschijnlijk zo vreemde musicalstijl te laten excelleren. Al met al de ideale film voor het huidige Cannes; duister en grimmig, maar ook met dans en glamour.

  • Zondagavond 24 mei wordt een bijzondere VPRO-filmavond op televisie. Eerst (om 22.05 uur) de onthutsende en geestige documentaire van de Rus Viktor Kossakovski, over mensen die op dezelfde dag zijn geboren als hij in zijn woonplaats Sint-Petersburg. Daarna La bouche de ean-Pierre van Lucille Hadzhihalilovic, een luguber-geestige en eng-fraaie korte film over zelfmoord en seksueel misbruik.