Feminisering – De onstuitbare opmars van vrouwen in mannenberoepen

Van hooglerares tot vrouw-ager

Hoezo gaat het slecht met de emancipatie van vrouwen in Nederland? Er is juist een stille revolutie gaande: vrouwen nemen in rap tempo prestigieuze beroepen over en drukken daarmee hun stempel op de samenleving.

Medium 2 c9eanvbuwaesbzi.jpg large
© Drew Shirley / @drewshirleymd

Het heeft iets futuristisch: de smetteloos witte carrousels met ieder zes behandelunits; het helle licht op de tandartsstoelen met in de hoofdsteun een fantoomkop. Daaromheen de studenten tandheelkunde in witte tunieken (zelfs de hoofddoeken van de moslima’s zijn wit) die geconcentreerd aan het ‘skillen’ zijn: ze brengen composiet aan in de opengesperde plastic kaken.

Hoe de consistentie is, wil docent Willemijn van Bruggen weten van een tweetal meisjes dat met een stopper en spiegeltje de vulling in vorm brengt. ‘Anders moet je het nog even verwarmen, dat moduleert makkelijker.’ En ze loopt door naar de volgende stoel, waarover een jongen en een meisjes gebogen zitten. In de prekliniek een paar etages erboven, waar ruim honderd eerstejaars in een minder geavanceerde omgeving op fantoomkoppen oefenen – op tafel gereedschapskisten en potten met zelf verzamelde getrokken kiezen op sterk water – zitten bijna alleen maar meisjes.

Aan deze gemeenschappelijke tandheelkundige faculteit Acta van de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam – een van de grootste van Europa – wordt de tandarts van morgen opgeleid. En één blik maakt duidelijk: die is vrouw. Waar ruim honderd jaar geleden nog een vlammend pamflet werd geschreven om vrouwen te weren uit het tandartsenvak was in 2016 ruim 39 procent vrouw. Dat is nog altijd een minderheid, maar in de komende jaren zal hun aantal exponentieel toenemen: van de jonge tandartsen onder de 39 jaar is bijna zestig procent vrouw en van alle eerstejaars bij Acta was vorig jaar bijna tachtig procent een meisje.

Deze ontwikkeling doet zich niet alleen voor in het tandartsenmetier. Voorheen mannelijke en veelal prestigieuze beroepen als dierenarts, notaris, advocaat, rechter, apotheker, journalist en arts zijn in rap tempo aan het vervrouwelijken. Dat het nog niet flagrant zichtbaar is in de cbs-cijfers komt doordat de oude garde bijna alleen uit mannen bestaat. Als die de komende jaren met pensioen gaat (vier op de tien tandartsen doen dat binnen tien jaar) ziet de wereld er ineens heel anders uit.

‘Wij spreken niet voor niets van een witte revolutie’, zegt Toine Lagro-Jansen, emeritus hoogleraar gender & women’s health aan de Radboud Universiteit. ‘In de zorg is die feminisering een feit.’ Hoewel Aletta Jacobs al 140 jaar geleden de eerste vrouwelijke arts van Nederland werd, was in 1975 nog maar vijf procent van de huisartsen vrouw. Maar inmiddels is dat 45 procent en van de aankomend artsen (de artsen in opleiding) 78 procent. Dat geldt ook voor de medisch specialisten (nu nog zestig procent man en veertig procent vrouw, maar bij die in opleiding liggen de cijfers precies andersom). En 135 jaar nadat de zus van Aletta Jacobs als eerste vrouwelijke apotheker werd aangesteld, is 52 procent van die beroepsgroep vrouw en van de apothekers in opleiding 76 procent.

Maar die omwenteling doet zich ook buiten de medische sector voor. Nu nog is 57 procent van de advocaten man en 43 procent vrouw, maar bij de advocaat-stagiaires is die verhouding juist omgekeerd. Iets vergelijkbaars geldt voor journalisten (tot de jaren zestig een puur mannelijke aangelegenheid, inmiddels voor de helft vervrouwelijkt). Van de notarissen is nog geen kwart vrouw; maar van de kandidaat-notarissen is dat 66 procent. En waar we in 1970 nog maar zes procent vrouwelijke dierenartsen hadden, hebben we er inmiddels 52 procent en is tachtig procent van de dierenartsen in opleiding vrouw. Ook rechters zijn al vaker vrouw dan man (56 procent, en onder de 36 jaar is dat 75 procent).

De oorzaak van deze stille revolutie is duidelijk. Hoewel jongens en meisjes de basisschool afsluiten met eenzelfde totaalscore op de citotoets doen meisjes het daarna op alle fronten beter in het onderwijs. Ze volgen vaker hogere vormen van onderwijs en behalen vaker en sneller een diploma. Vrouwen onder de 45 jaar zijn daarom voor het eerst in de geschiedenis hoger opgeleid dan de mannen.

Dat de deprimerende nieuwskoppen desondanks het afgelopen half jaar weer over elkaar heen buitelden – ‘Nederland hobbelt achteruit: vrouwen steeds meer achtergesteld’ (Joop.nl) en ‘Nederland scoort slecht op gelijkheidsindex’ (Trouw en NRC) – heeft te maken met een al te eenzijdige fixatie op wat er niet goed gaat. En dat laat nieuwe trends onderbelicht. Zoals deze: vrouwen verdienen gemiddeld nog altijd minder dan mannen, maar jonge vrouwen tot dertig jaar hebben juist een iets hoger salaris dan hun mannelijke leeftijdgenoten. Of deze: de meeste Nederlandse vrouwen werken weliswaar in deeltijd, maar inmiddels wel in gróte deeltijdbanen. En ze mogen dan slecht zijn vertegenwoordigd aan de top, ze zitten wel degelijk op plekken waar beslissingen vallen (hét argument om meer topvrouwen te willen). Op het hoogste beroepsniveau – beroepen met complexe taken – werken namelijk inmiddels bijna evenveel vrouwen als mannen (dertig versus 33 procent).

En juist op dat niveau stromen nu meer vrouwen in. Janneke Plantenga, hoogleraar economie van de welvaartsstaat aan de Universiteit Utrecht, denkt dat er meer aan de hand is dan een verzilvering van een hogere opleiding. Misschien zijn vrouwen simpelweg beter toegerust op de nieuwe arbeidsmarkt. ‘De waarden van de toekomstige arbeidsmarkt zijn feminiener. We leven niet meer in een industriële samenleving waarin fysieke kracht en hiërarchie belangrijk zijn, maar in een diensteneconomie waarin het veel meer draait om overtuigen, communicatie, intermenselijke verhoudingen en sfeer.’ Dat doet een appèl op andere skills. ‘Het lijkt erop dat vrouwen daar net wat meer oefening en affiniteit mee hebben, waardoor ze in het digitale tijdperk een betere kans op overleven hebben.’

Niet voor niets verloren vooral mannen tijdens de recessie hun baan, terwijl de werkloosheid onder vrouwen gelijk bleef. Nu de werkgelegenheid flink stijgt zou dit wel eens het kantelpunt kunnen zijn, denkt Plantenga. In Amerika is die ontwikkeling al langer gaande. Daar bestaat de beroepsbevolking voor het eerst in de geschiedenis uit meer vrouwen dan mannen.

Een koude middag in januari. De filmzaal van een Schiedams theatertje stroomt vol. Vandaag niet voor een voorstelling. Op het podium staat een eenvoudige vurenhouten kist, bedolven onder steeds weelderiger wordende boeketten doordat iedereen die binnenkomt er zijn meegebrachte veldbloem, orchidee of magnoliatak in steekt. Op het filmdoek een zomerse foto van de overledene. Familie en vrienden spelen speciaal voor hem gecomponeerde stukken; lezen gedichten; vertonen een korte film over hem – hij was filmfanaat en werkte jarenlang in filmhuizen. ‘Fijn dat jullie er allemaal zijn’, zegt zijn vriendin en door haar tranen glimlacht ze: ‘Een uitverkochte zaal, dat zou hij geweldig hebben gevonden.’ De uitvaartbegeleider doet haar werk tijdens de twee uur durende bijeenkomst bijna onzichtbaar. De uiteindelijke ‘technische crematie’ – zoals dat in vakjargon heet – vindt in heel kleine kring plaats.

Een uitvaart als deze zou 25 jaar geleden ondenkbaar zijn geweest: die vond plaats in de neutrale aula van een crematorium, van begin tot eind begeleid door begrafenisondernemers die commissie kregen op de kist, de kaart, de rouwauto, de rouwkransen, waardoor er veel voorgekauwd en weinig persoonlijke keuzevrijheid was.

Maar die man in jacquet die nabestaanden op het hart drukte ‘maakt u zich geen zorgen, wij nemen u alle zorg uit handen’ maakte halverwege de jaren negentig plaats voor een radicaal nieuw type uitvaartbegeleider: creatief, éénpitter en… meestal vrouw. Uitvaarten werden vanaf dat moment persoonlijk, nabestaanden kregen zelf juist alle regie in handen, wat tot een explosie van rituele creativiteit leidde, schrijven onderzoekers van de Radboud Universiteit in het net verschenen boek Dood: Wegwijs in de uitvaartcultuur. Een verandering die gepaard ging met een fragmentarisering en feminisering van de uitvaartbranche, zegt Ingrid Straten, eigenaar van AKER uitvaarten, dat alleen vrouwelijke franchisenemers heeft.

Exacte cijfers zijn er niet, maar naar schatting tachtig tot negentig procent van de vers opgeleide uitvaartbegeleiders – of funeral planners – is nu vrouw. (Van het Netwerk uitvaartvernieuwers is nog altijd 85 procent van de uitvaartbegeleidende leden vrouw.) Het aantal uitvaartondernemingen nam sinds 1996 toe van vierhonderd naar 1800 in 2016.

Waar mannen het vak vaker uitvoerden omdat het in de familie zat, hebben vrouwen die funeral planner worden vaak al een andere carrière achter de rug, constateert Straten: ‘Wij hebben fotografen, marketingmanagers, een recruiter en mensen uit de jeugdzorg.’ Zelf komt Straten uit de uitgeverswereld. Dat maakt dat die vrouwen kennis uit andere branches meebrachten. ‘Vrouwen zijn vaak, net als ik, op zoek naar zingeving, willen het verschil maken.’

Die komst van vrouwen heeft het vak volledig omgeploegd; van een vertegenwoordigersbranche – ‘vertegenwoordigers van de dood’, noemt Straten ze – tot een soort creatieve sector.

‘We leven niet meer in een industriële samenleving waarin fysieke kracht en hiërarchie belangrijk zijn’

Zo’n rigoureuze verandering van een vak die gelijk opgaat met de komst van vrouwen ziet Mark Deuze, hoogleraar journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam, ook in de journalistiek. Een aantal jaar geleden zei hij al: de journalist van de toekomst is een vrouw. In de jaren zestig was misschien vijf procent van de redactieleden bij landelijke kranten vrouw, inmiddels zijn er evenveel vrouwelijke als mannelijke journalisten, blijkt uit cijfers van het cbs, en bevolken meer meisjes dan jongens de hbo-opleidingen journalistiek.

Met deze opkomst van vrouwen veranderde de journalistiek ook behoorlijk: ze werd persoonlijker en kreeg meer oog voor de menselijke kant van zaken en personen. In een interview met een ceo vermelden wat zijn of haar drijfveer is of aangeven of iemand kinderen heeft, is gemeengoed geworden. En er is meer aandacht voor de zogenaamde ‘zachte’ onderwerpen, zoals kinderopvang, onderwijs, gezondheid, psychologie en trends. Ook bij mannelijke journalisten. Dat was volgens Deuze misschien niet één op één het gevolg van de feminisering van de media, maar vermoedelijk hebben die twee ontwikkelingen – meer vrouwen en het persoonlijker worden van het nieuws – elkaar wel versterkt.

Het is niet zo dat vrouwen heel andere journalisten zijn. Uit onderzoeken van Deuze blijkt dat vrouwen en mannen dezelfde journalistieke normen en waarden hebben als het gaat om nieuwsselectie. Maar vrouwen schrijven minder vaak over ‘hard’ nieuws als politiek en economie, zo blijkt uit het laatste Global Media Monitoring Project. Ze schrijven bovendien vaker over vrouwen en ze berichten minder stereotiep; ze zetten vrouwen minder vaak neer als moeder, stoeipoes of bitch.

Met de komst van vrouwen verandert een beroep en de sfeer rond het beroep, constateert ook Wil Portegijs, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en samensteller van de Emancipatiemonitor. Dat kan zelfs zo ver gaan dat mannen er wegtrekken, zoals binnen het onderwijs, waar zes op de tien van de weinige mannen díe de pabo hebben gedaan uiteindelijk niet voor de klas staan.

In de zorg is het aantal vrouwen zo groot dat het de sector echt veranderd heeft, zegt emeritus hoogleraar Lagro-Jansen, die literatuuronderzoek deed naar het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke artsen. ‘Voor een deel pas je je aan de cultuur aan, maar tegelijkertijd verandert die als de diversiteit toeneemt; normen en waarden veranderen mee. Vrouwen zijn nu eenmaal anders gesocialiseerd, dat neem je deels mee naar je beroep.’

Zo blijken vrouwelijke huisartsen anders te communiceren dan hun mannelijke collega’s: ze luisteren beter naar hun patiënten en voorzien hun van meer informatie, waardoor die meer betrokken worden bij de behandeling en er een gelijkwaardiger relatie ontstaat. Daarbij komt dat vrouwelijke patiënten, anders dan mannen, vaker een voorkeur hebben voor een arts van het eigen geslacht, zegt Lagro-Jansen: ‘Zeker als het om sekse-gerelateerde klachten gaat zoals problemen op het gebied van seksualiteit of huiselijk geweld.’

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vrouwelijke artsen ook iets meer aan preventie doen – op allerlei vlakken, van leefwijze-adviezen en stoppen met roken tot diabetes. Onderzoekers van de Harvard T.H. Chan School of Public Health lieten zien dat oudere patiënten langer leven en minder vaak binnen een maand heropgenomen moeten worden als ze bij een ziekenhuisopname een vrouwelijke internist hadden gehad dan wanneer het een mannelijke was. Al gaat het om kleine verschillen.

Onder de tandartsen is men voorzichtiger; vrouwelijke tandartsen doen hun werk nauwelijks anders dan mannelijke tandheelkundigen, denken de docenten van Acta. ‘Alle onderdelen van de behandeling hebben een code om ze te kunnen declareren – van een röntgenfoto maken tot de patiënt leren flossen. Daardoor is heel precies zichtbaar in hoeverre ons handelen afwijkt’, legt Willemijn van Bruggen uit. Wel leiden ze hun studenten aan Acta heel anders op dan ze vroeger zelf werden opgeleid door hun mannelijke docenten. ‘Wij zijn heel toegankelijk en benaderbaar. Toen was het: ik ben de hoogleraar en ik stort mijn kennis in jullie hoofd. Dat was puur zenden’, zegt Van Bruggen. ‘Wij zijn studentgericht en proberen door de juiste vragen te stellen studenten zelf na te laten denken en tot kennis te laten komen.’ Maar ja, of dat iets van vrouwen is? Het lijkt hen ook te maken te hebben met de tijdgeest.

Die beïnvloedt de omgang in de tandartsenpraktijk ook. Mensen zijn mondiger en door internet ook beter geïnformeerd. ‘Communicatie in het vak is sowieso veel belangrijker geworden. Daar besteden we binnen de opleiding veel aandacht aan, dus dat krijgen die mannen ook mee’, zegt mede-docent Annelies van Vught. De plicht om te checken of een patiënt je uitleg wel begrepen heeft is gewoon vastgelegd in protocollen. ‘Als je een grote ingreep moet doen ben je verplicht om een behandelplan voor te leggen.’ Dat uitleggen en communiceren is een enorme verandering ten opzichte van vroeger. ‘Ik herinner me dat ik stage liep bij een tandarts en na een bepaald consult vroeg waarom hij niet meer aan preventie deed. Hij antwoordde: “Ik ga een bankdirecteur toch niet vertellen hoe hij zijn tanden moet poetsen!” Dat doen we nu dus wel.’

Large 1 c9gamokuaaaxgam.jpg large
© Susan Pitt / @susieQP8

#ILookLikeASurgeon

Op het omslag van het nummer van The New Yorker over gezondheid en het lichaam stond dit jaar een illustratie van de Franse kunstenaar Malika Favre. Daarop vier vrouwelijke chirurgen die neerkijken op de patiënt op de operatietafel. Het omslag ging een eigen leven leiden toen de Amerikaanse chirurge Susan Pitt haar vrouwelijke collega’s opriep het beeld naar de werkelijkheid te vertalen. Honderden vrouwelijke chirurgen van over de hele wereld namen zo een foto en deelden die online met de hashtag #ILookLikeASurgeon.

Veel belangrijker dan de verschillen tussen vrouwelijke en mannelijke zorgverleners vindt Lagro-Jansen de invloed die de opkomst van vrouwen op de gezondheid van mensen heeft. ‘Het waren de vrouwelijke artsen die de leemtes ontdekten in de kennis over de gezondheid en het lichaam van vrouwen. Zij hebben de gendersensitieve geneeskunde op de kaart gezet.’ Hartaanvallen bij vrouwen werden (en worden nog steeds) slecht herkend doordat onbekend was dat vrouwen andere symptomen hebben. Medicijnen werken anders in een vrouwenlichaam dan in een mannenlijf – maar dat werd tot voor kort nauwelijks meegenomen in tests. ‘Doordat vrouwelijke artsen zich meer specialiseren en op posities zitten waarin ze die problemen naar voren kunnen brengen, heeft die gendersensitieve geneeskunde zich kunnen ontwikkelen.’ En dat is wat haar betreft de echte winst.

De feminisering roept ook veel weerstand op. Bij de Haagse rechtbank overwoog men een paar jaar terug een voorkeursbeleid voor mannen omdat men met al die vrouwelijke rechters (toen tegen de zestig procent) vreesde dat de rechtbank geen afspiegeling van de samenleving meer was.

De eerste vrouwelijke rechter werd pas in 1946 beëdigd. Maar de vrouwen hebben het vak behoorlijk veranderd, zei Joep Verburg, oud-president van de Haagse rechtbank bij zijn afscheidsinterview in NRC Handelsblad. Vrouwen zijn volgens hem vakmatig niet anders dan mannen, door hen is de rechtspraak wel toegankelijker geworden. ‘Ze hebben een andere stem dan mannen. Vrouwelijke collega’s zijn preciezer in hun voorbereiding en behandeling. Mannen zoeken eerder de grotere lijnen. Vrouwen hebben ertoe bijgedragen dat de sfeer onder rechters losser is geworden.’

Het lijkt ook geen toeval dat tezelfdertijd andere vormen van conflictoplossing hun intrede in de rechtspraak hebben gedaan, denkt Alex Brenninkmeijer, de voormalig Nationale Ombudsman en nu hoogleraar rechtsstaat aan de Universiteit Utrecht. Hij noemt als voorbeeld de opkomst van mediation, waar rechters vaker naar verwijzen. De uitkomst van een conflict wordt niet in handen gelegd van een autoriteit, de rechter, maar bij de strijdende partijen zelf. ‘Veel vormen van conflictoplossing zijn gebaseerd op masculiene competitie, op winnen en verliezen’, zegt hij, ‘terwijl mediation uitgaat van coöperatie, van win-win – een meer feminiene aanpak. Het draait minder eenzijdig om de feiten maar meer om een gezamenlijke visie op de feiten, een gemeenschappelijk verhaal. Een oplossing waar beiden zich in kunnen vinden.’

In het strafrecht heeft zich de laatste jaren een vergelijkbare ontwikkeling voorgedaan, die van de herstelbemiddeling. ‘Heel vaak staan slachtoffer en dader in een bepaalde relatie tot elkaar’, zegt Brenninkmeijer. ‘Een relatie die niet per se gediend is bij een zo zwaar mogelijke straf voor de schuldige. Stel dat het om huiselijk geweld gaat, maar dat de vrouw nog echt houdt van de dader. Zij wil niet zozeer dat hij gestraft wordt – wat ze eigenlijk wil is een spijtbetuiging en veiligheid in de toekomst. Daar kun je oplossingen voor zoeken tijdens zo’n herstelbemiddeling.’

‘“Ik ga een bankdirecteur toch niet vertellen hoe hij zijn tanden moet poetsen!” Dat doen we nu dus wel’

Ook de rechter zelf is meer naar de conflictoplossende kant opgeschoven: de zogenaamde responsieve rechter. ‘Al deze ontwikkelingen maken dat de communicatieve functies van rechters steeds belangrijker zijn geworden’, zegt Brenninkmeijer, die zelf bijdroeg aan die omscholing. ‘En dat is zonder meer aan te merken als feminiene invloed.’

Waarmee niet gezegd is dat vrouwen anders recht spreken dan mannen. Niet voor niets heeft Brenninkmeijer het over ‘feminiene’ invloed. De Haagse rechtbank concludeerde indertijd dat mannen en vrouwen niet wezenlijk anders vonnisten (behalve bij alimentatiezaken: dan blijken vrouwelijke rechters strenger voor vrouwen). Desalniettemin vond de rechtbank de feminisering niet gewenst voor het rechtsgevoel van de mannelijke rechtszoekenden.

Ofschoon zo’n voorkeur voor evenredige teams aannemelijk klinkt – diverse teams hebben de voorkeur omdat ze tot creatievere oplossingen voor problemen komen – vinden Lagro-Jansen en Plantenga het ook verontrustend. ‘Ik heb het altijd heel merkwaardig gevonden dat zodra een vak feminiseert er onmiddellijk steen en been wordt geklaagd, terwijl toen er alleen mannen werkten er geen kip naar kraaide’, aldus Lagro-Jansen. En Plantenga vult aan: ‘“Er moet een man bij, dat is beter voor de kwaliteit van het team”, hoor je dan. Maar zo verliezen vrouwen twee keer. Toen die beroepen nog exclusieve mannenbolwerken waren én nu ze feminiseren.’

Daarbij wordt het argument alleen van stal gehaald als het zo uitkomt. Toen minister Bussemaker onlangs bekendmaakte dat ze geld vrijmaakt om honderd vrouwelijke hoogleraren aan te stellen omdat hun aantal bizar laag is ten opzichte van het aantal vrouwelijke promovendi (zeventien procent tegenover een bijna gelijk aantal vrouwelijke gepromoveerden), riep dat weerstand op omdat je geheel volgens het meritocratisch ideaal voor die functies ‘toch gewoon de beste wil’.

Ook om financiële redenen staat niet iedereen te juichen bij de feminisering van een vak. De wet van Sullerot (genoemd naar de feministe die de wetmatigheid voor het eerst benoemde) voorspelt immers dat de status (lees: het salaris) van ieder vak daalt als er meer vrouwen dan mannen komen te werken.

Hoogleraar Lagro-Jansen vindt het eigenlijk wel meevallen met die statusval: ‘Als ik naar de huisartsengeneeskunde kijk, dan zou ik bijna zeggen: integendeel. Die heeft een vaste onwrikbare plek ingenomen in ons gezondheidsstelsel.’

Willemijn van Bruggen twijfelt even voor ze antwoord geeft. Natuurlijk is het anders geworden. Toen ze in Engeland vlak na haar afstuderen werkte, lieten caissières haar nog wel eens voor gaan omdat zij ‘de tandarts’ was en natuurlijk wel iets beters te doen had dan in de rij wachten. In die zin is de tandarts geen notabele meer. ‘Maar dat willen we ook zo. We willen laagdrempelig zijn en benaderbaar.’

De vrouwelijke funeral planners gaven het statusloze beroep van begrafenisondernemer zelfs aanzien en populariteit: voor de opleiding waarvoor inmiddels hbo-denkniveau is vereist, zijn volgens de brancheorganisatie wachtlijsten, en vacatures leveren honderden sollicitatiebrieven op.

Notaris Christine Klein heeft nog nooit van de wet van Sullerot gehoord, maar haar vak heeft sinds de tarieven in 2003 werden vrijgegeven behoorlijk aan status ingeboet, zegt ze in haar werkkamer van notariskantoor Klein Binnenkade, het enige kantoor waar drie vrouwelijke notarissen de scepter zwaaien. Voor een kantoor aan de Zuidas is notariskantoor Klein Binnenkade betrekkelijk bescheiden. Geen panorama-uitzicht over het financiële centrum van Amsterdam-Zuid of notenhouten lambriseringen, maar een grof houten overlegtafel en een stapel romans over erfenissen in de vensterbank. ‘De gouden tijden voor notarissen zijn voorbij.’ En haar compagnon notaris Daisy Hicks vult aan: ‘Er zijn sindsdien prijsvechters bij gekomen die op een industrieterrein met drie studenten notarieel recht tegen bodemprijzen hun diensten aanbieden – reiskosten van cliënten worden vergoed.’ Niet per se een verbetering, vinden ze. ‘We hoeven niet op de troon te zitten, maar we zijn een belangrijke schakel in de economie’, zegt Klein. ‘Veel mensen weten weinig van de belangrijke taken die we vervullen. Zoals de samenwerking met het kadaster zodat de eigendomsverkrijgingen onwrikbaar geregeld worden. Of de bescherming van de zwakke partij in geval er sprake is van juridische onkunde of feitelijk overwicht bijvoorbeeld bij het maken van huwelijksvoorwaarden, samenlevingscontracten of verdeling van erfenissen.

Ze denkt dat mannen door de verminderde status sneller voor de banken en de advocatuur zullen kiezen. ‘Plekken waar het grote geld nog is te verdienen. Die willen in een dikke auto rijden.’

Natuurlijk, zij willen ook ‘lekker leven en goed wonen’ maar ‘balans’ en ‘prettig en zinvol werk’ vinden ze belangrijker, zegt Klein, die uit een notarissenfamilie komt.

Vroeger was je 24/7 notaris. ‘De notaris bij wie ik kandidaat-notaris was, nam nooit vrij. Dat was not done. Wij werken alle drie parttime – vier dagen omdat we ook een dag thuis bij de kinderen willen zijn of iets voor onszelf willen doen, zoals een museum of sporten. Nou ja, vier dagen, we werken gewoon dik veertig uur, want als we een dag thuis zijn geweest, werken we ’s avonds.’ Hoewel het vroeger uit den boze was, is het parttime werken in dit vak heel goed te regelen, zeker met drie notarissen en enkele kandidaat-notarissen.

Hoogleraar Plantenga vindt het opmerkelijk dat de feminisering plaatsvindt in beroepen die zo in te richten zijn dat je ze in deeltijd kunt doen. Dat geldt ook voor de huisartsen – vroeger allemaal praktijkhouders met werkweken van zestig uur, nu vaak maatschappen –, tandartsen en advocaten. En ook voor de rechters in loondienst. ‘In die zin hebben vrouwen die banen ook naar hun hand gezet.’

Die samenwerking komt overigens niet alleen tot stand vanwege de wens parttime te werken. Volgens hoogleraar Lagro-Jansen lijken vrouwelijke artsen sowieso meer behoefte te hebben aan samenwerking, terwijl hoogleraar kwaliteit mondzorg Josef Bruers wijst op het complexer worden van de beroepsuitoefening, die om samenwerking vraagt. ‘Infectiepreventie bijvoorbeeld vraagt om investeringen die in je eentje bijna niet op te brengen zijn.’

In het notariaat heeft dat complexer worden van de beroepspraktijk (door juridisering en globalisering van de samenleving) ook tot specialisatie geleid binnen het vak. Vroeger was de notaris allrounder. ‘Op ons kantoor hebben we ieder ons eigen specialisme en bestrijken alle drie een ander deel van het vak’, zegt Hicks. Door die juridisering hebben ze bovendien een meer adviserende rol gekregen dan de puur uitvoerende van vroeger, denkt Klein. Iets wat het vak volgens haar en haar partners aantrekkelijker maakt voor vrouwen.

Klein volgde om die reden zelfs een mediation- en coachingopleiding. ‘Mensen zijn soms zo boos. Dan komen ze hier met de vaste overtuiging dat ze hun kind willen onterven, terwijl ze misschien eigenlijk wel liever een oplossing willen voor het conflict. Of ze willen alleen maar hun verhaal kwijt omdat wij vaak als enige op de hoogte zijn, maar ook geheimhoudingsplicht hebben. De notaris kan helpen om andere oplossingen te vinden. Dat maakt ons vak ook zo geweldig: je volgt hele families en maakt hun hoogte- en dieptepunten mee.’

De carrières van hoogopgeleide vrouwen bieden vooral hoop, benadrukt Janneke Plantenga, want hoogopgeleiden zijn bijna altijd trendsetters. En vrouwen mogen dan slecht op het beslisniveau aan de top vertegenwoordigd zijn, ze stromen op grote schaal het hoogste beroepsniveau binnen en nemen hele sectoren over, waardoor ze hun invloed evengoed laten gelden. ‘Als we de kant van Amerika op gaan, hebben we over een paar jaar geen tobberige krantenkoppen meer over vrouwen, maar over mannen die achterop raken.’