Angela Merkels rationalisme versus het rechtspopulisme

Van ijskoningin tot engel van het Westen

Merkel bracht met haar vluchtelingenbeleid de moraal terug in de internationale politiek. Nu moet ze ook het vrije Westen nog redden.

Medium rtx1fmff

Heidelberg, eind november. Op een regionale partijdag van de cdu gaat de microfoon naar Konrad Reuter. De gepensioneerde mbo-docent uit het Zuid-Duitse stadje Illingen is pas kort lid van de partij en onbekend in de christen-democratische gelederen. Hij is met één doel naar de cdu-conferentie gekomen: Angela Merkel een hart onder de riem steken.

Reuter werkt als vrijwilliger met vluchtelingen, vertelt hij de ongeveer duizend aanwezigen in de zaal. Hij heeft er zelfs twee meegenomen. Het zijn Afghanen: Edris, elf jaar, en zijn vader. Edris wil ook graag nog iets zeggen. ‘Ik wil u bedanken, mevrouw Merkel’, zegt de jongen verlegen in de microfoon. Mag hij nu haar hand aanraken? De kanselier lacht, staat op en loopt naar hem toe. Edris huilt zacht als Merkel voor hem staat.

Het is een ontroerend tafereel: de vluchteling die zijn redder dank zegt. Hoe anders was de stemming een paar minuten eerder, toen Ulrich Sauer, een cdu-veteraan, Merkel vroeg haar functie neer te leggen. Haar ‘laissez-faire-vluchtelingenbeleid’ zou Duitsland met een enorme hypotheek hebben opgezadeld. Ze had jongemannen binnengelaten ‘die geen beschermingsbehoefte hebben, maar wel andere behoeftes’, zei Sauer, verwijzend naar het seksuele geweld tijdens oudjaarsnacht in Keulen. Boegeroep in de zaal. Maar hij kende meer voorbeelden, verzekerde de advocaat. Was laatst niet een 55-jarige vrouw in Heilbronn verkracht door een jonge Irakees?

De kanselier reageerde stoïcijns, als altijd. Na de dankzegging van Edris vatte ze de gebeurtenissen ogenschijnlijk neutraal samen: ‘Met de heren Sauer en Reuter heeft u de volledige spanwijdte gezien waarmee in onze families en de samenleving wordt gediscussieerd.’ Ze had gelijk, natuurlijk. Maar ze liet tegelijkertijd bewust na te benoemen wat zojuist óók zichtbaar was geworden: de verdeeldheid geldt net zo goed voor haar eigen achterban als voor de Duitse maatschappij in het algemeen.

Merkel staat in eigen land onder druk. Komende zomer wil ze voor de vierde keer het kanselierschap in de wacht slepen en bij afwezigheid van een overtuigende tegenstrever heeft ze een goede kans. Maar het wordt de moeilijkste verkiezingsstrijd die ze gevoerd heeft, erkende ze begin december op het cdu-partijcongres in Essen. ‘U moet, u moet, u moet mij helpen’, sloot ze ongebruikelijk emotioneel de speech af waarin ze het vertrouwen vroeg van de Union.

Voor het eerst moet de 62-jarige Oost-Duitse straks de strijd aan met rechtspopulisten van de Alternative für Deutschland (AfD). Dat betekent dat ze meer nadruk zal leggen op verscherping van het asielbeleid, de noodzaak van integratie en het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers. Maar ook: eindeloos herhalen dat het ressentiment van de AfD geen oplossingen biedt, ‘Weltoffenheit’ als kernwaarde niet ter discussie staat en ‘het volk’ meer is dan boze burgers die de grenzen willen sluiten. Een boodschap dus die zowel voor- als tegenstanders van de Wilkommenskultur moet aanspreken. Misschien werkt het. Maar tot de dag van de verkiezingen blijft de campagne kwetsbaar. Want de AfD zal niet schromen om de kanselier verantwoordelijk te houden voor eventuele aanslagen of andere gewelds- of verkrachtingsincidenten waarbij vluchtelingen zijn betrokken.

Het rechtspopulisme is een kracht die Angela Merkel met haar omstreden welkomstpolitiek zelf heeft ontketend, zo klinkt het verwijt in haar partij. Natuurlijk: aan de randen van het publieke debat in Duitsland was onvrede al veel langer zichtbaar. Pegida marcheert sinds 2014 door de straten van Dresden. Thilo Sarrazin had in 2010 al groot succes met zijn onheilspellende boek Deutschland schafft sich ab, waarin de voormalige spd-politicus betoogt dat Duitsland dommer, meer islamitisch en minder Duits wordt door een aanhoudende instroom van minder intelligente migranten uit islamitische landen. Maar het is Merkels vluchtelingenbeleid dat de licht ontvlambare en vaak emotionele discussie over identiteit, migratie, islam en Überfremdung naar het centrum van het Duitse debat heeft gebracht.

Het tastbare gevolg: voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis heeft zich rechts van de Duitse christen-democraten een partij gevestigd. En dat is niet van voorbijgaande aard, denken Humboldt-politicoloog Herfried Münkler en literatuurwetenschapper Marina Münkler. ‘De maatschappelijke verdeeldheid over het vluchtelingenvraagstuk heeft tot een dramatische ommekeer geleid in het politieke landschap van de Bondsrepubliek, waarvan de gevolgen nog lange tijd merkbaar zullen zijn’, schrijven zij in hun recent verschenen boek Die neuen Deutschen.

‘Volgens de huidige praktijk heeft twee derde van de wereldbevolking recht op asiel in Duitsland’

Het is de schaduw van Merkels welkomstpolitiek, waarmee ze Duitsland in de voorbije anderhalf jaar sterker heeft veranderd dan in de tien jaar kanselierschap die eraan vooraf gingen. De economie draait goed en de meeste mensen merken in hun dagelijks leven weinig of niets van de komst van honderdduizenden vluchtelingen, maar de samenleving is in korte tijd gepolariseerd en de vanzelfsprekendheid van de politieke orde geldt niet meer. Vergeleken bij Frankrijk, Nederland, Oost-Europa, Groot-Brittannië en de VS – zeg maar een groot deel van de westerse wereld – is Duitsland nog altijd een oase van continuïteit en voorspelbaarheid. Maar duidelijk is: ook de Bondsrepubliek is niet langer immuun voor populisme.

Anderhalf jaar na Merkels beroemde ‘Wir schaffen das’-speech zijn veel vragen over haar vluchtelingenbeleid nog altijd onbeantwoord en open voor discussie. ‘Als we ons ervoor moeten verontschuldigen dat we in noodsituaties een vriendelijk gezicht tonen, dan is dit niet mijn land’, sprak de kanselier nadat de eerste beelden van overvolle stations in Duitsland zowel bewondering als scherpe kritiek en onbehagen hadden geoogst. Een moreel beroep op de bevolking, zeldzaam uit de mond van een westers politicus in een tijd waarin zelfs ontwikkelingshulp primair wordt gemotiveerd als ‘in ons belang’, omdat ze armoedzaaiers de noodzaak zou ontnemen om naar Europa te komen.

Maar was het moreel wel juist om de grenzen te openen en zonder voorafgaand parlementair debat de facto honderdduizenden vluchtelingen binnen te laten? Waar stopt de verantwoordelijkheid voor mensen in nood en waar begint de politieke plicht om de belastbaarheid van staat en samenleving, inclusief haar angstgevoelens, voorop te zetten? Het gaat om solidariteit versus stabiliteit. Internationale mensenrechten versus nationaal belang. ‘Willkommenskultur’ versus ‘Obergrenze’.

Het is een onmogelijk dilemma. Politiek gaat over cijfers. Maar moraal laat zich niet kwantificeren, schreef de Duitse filosoof Richard David Precht vorig jaar in een kersteditie van Die Zeit. Oftewel: van zoiets als een bovengrens kan geen sprake zijn als het gaat om asiel voor mensen op de vlucht voor oorlog, honger of vervolging, hoeveel het er ook zijn. Stel, de staat trekt een grens bij 200.000 vluchtelingen, zoals Beierse christen-democraten voortdurend eisen. Stuur je nummer 200.001 dan zonder pardon terug naar oorlogsgebied? Onvergeeflijk.

Zijn collega Rüdiger Safranski wees niet veel later in het Zwitserse tijdschrift Die Weltwoche echter op de praktische en politieke onhaalbaarheid van Merkels welkomstpolitiek, die hij ‘onvolwassen’ noemde. ‘Volgens de huidige praktijk heeft twee derde van de wereldbevolking recht op asiel in Duitsland’, stelde de schrijver met gevoel voor overdrijving. ‘Duitse politici spreken voortdurend over de onaantastbare waardigheid van ieder mens. Die komt echter niet uit de hemel vallen. Voorwaarde is een functionerende staat die [die waardigheid] kan garanderen. En dat lukt alleen met zeer strenge regels. Anders verliest de staat zijn integrerende en mensenrechten-garanderende kracht.’

Safranski heeft in zekere mate zijn zin gekregen. Na ‘Keulen’ heeft de regering-Merkel onder druk van een steeds vijandiger publieke opinie het asielrecht flink aangescherpt en de lijst van ‘veilige herkomstlanden’ uitgebreid. Of Edris en zijn vader bijvoorbeeld een permanente verblijfsvergunning krijgen, is nog onzeker. Een boerkaverbod lijkt eraan te komen en ook het einde van het dubbele paspoort is in zicht, als het aan de cdu ligt. Bovendien is ook in Duitsland in de praktijk al lang het slot op deur, wat aanhoudende discussies over een ‘Obergrenze’ reduceert tot semantisch geruzie voor de bühne.

Het is een provisorisch, wankel en omstreden slot, waarvan de sleutel ligt in het paleis van de autocratische Turkse president Erdogan. De door Merkel hartstochtelijk verdedigde vluchtelingendeal is Realpolitik in optima forma: Europa betaalt Turkije om te voorkomen dat de vluchtelingenstroom het continent bereikt. Dat de EU en vooral ook Merkel zich daarmee afhankelijk hebben gemaakt van een leider die in hoog tempo de rechtsstaat uitkleedt, nemen ze op de koop toe. ‘De overeenkomst met Ankara blijft de minste van twee kwaden’, zei onlangs nog een Duitse regeringsbron. Of waren we de verongelukte bootjes op de Middellandse Zee al weer vergeten? Als het even kan volgen soortgelijke afspraken met regimes in Noord-Afrika. Klaarblijkelijk gelooft niemand in Berlijn meer dat Europa in zijn huidige staat van verdeeldheid op korte termijn tot een gezamenlijk en humaan asielbeleid kan komen.

Maar Realpolitik of niet, de nazomer van 2015 heeft de reputatie van Merkel zowel nationaal als internationaal doen kantelen. Vorig jaar uitgeroepen tot Person of the Year door Time Magazine gold ze voorheen vooral als uitgesproken pragmatisch en analytisch, technocratisch bijna. Liever kleine stapjes dan een groot gebaar. Een wetenschapper tussen de retorici. ‘Ze weegt argumenten, verzamelt onvermoeibaar feiten, overdenkt de voors en de tegens’, schrijft Stefan Kornelius in zijn biografie van Merkel. ‘Ze smeedt liever een compromis dan dat ze haar persoonlijke mening geeft. Ze is geen ideoloog.’

‘Ze smeedt liever een compromis dan dat ze haar persoonlijke mening geeft. Ze is geen ideoloog’

Geen wonder dat Duitsland en Europa verrast waren door Merkels welkomstpolitiek. ‘Daarmee maakte ze zich kwetsbaar, en dat behoorde absoluut niet tot haar politieke vita’, zegt Heribert Prantl van de Süddeutsche Zeitung in een recente documentaire over de kanselier. Dus waarom deed ijskoningin Merkel – die in Zuid-Europa op dat moment nog werd gehaat vanwege haar Teutoonse onbuigzaamheid in de eurocrisis – wat ze deed? Nooit toonde ze een vriendelijk gezicht aan Zuid-Europese jongeren toen zij hun kansen zagen verdampen in Europese (lees: Duitse) bezuinigingsdwang om de euro overeind te houden, merkte Sahra Wagenknecht van oppositiepartij Die Linke terecht op, dus waarom plotseling wel nu het om vluchtelingen ging? Gaven morele overwegingen de doorslag, was ze pragmatisch of misschien beide?

Volgens de Duitse politicoloog Frank Wendler was Merkels welkomstpolitiek meer dan moraal alleen. Zeker, mensenrechten en vrijheid gaan de kanselier, die opgroeide in de ddr, aan het hart. Maar het alternatief van open Duitse grenzen was eveneens vol risico’s: namelijk toezien hoe tienduizenden vluchtelingen vast kwamen te zitten op de Balkan, met alle destabiliserende gevolgen van dien. ‘Daar komt bij dat Merkel overtuigd is van het belang van Europese integratie voor Duitsland’, zegt Wendler. ‘Voor haar heeft daarom altijd prioriteit dat de EU als voornaamste Europese podium voor overleg en afspraken blijft functioneren. Had ook de Bondsrepubliek als grootste land de grens gesloten, dan was het helemaal ieder voor zich geweest.’

Ieder voor zich is een schrikbeeld voor Angela Merkel, zoals het dat ook was voor haar voorgangers. Immers: alleen binnen de veiligheid van een verenigd en liberaal Europa kon Duitsland de kans krijgen zijn besmette verleden te boven te komen en weer een economische en politieke speler van formaat te worden. Voor de kanselier is Europa nog altijd een kwestie van oorlog en vrede en de democratische orde verre van vanzelfsprekend. Dat heeft ook met haar persoonlijke achtergrond te maken, zegt Merkel in Kornelius’ biografie. ‘Ik heb 35 jaar in een dictatuur geleefd die de opvolger was van de vorige dictatuur. Dus ik ben altijd sceptisch wanneer mensen zeggen: dat kan niet meer gebeuren.’

Daarom moet de razendsnelle opkomst van nationalisme en protectionisme overal in de westerse wereld ook zo beangstigend zijn voor Merkel. Beangstigend en onbegrijpelijk, zoals duidelijk werd op het recente partijcongres in Essen. ‘Als mensen met honderdduizenden de straat op gaan om te protesteren tegen vrijhandelsakkoord ttip, maar niet tegen de bombardementen op Aleppo, dan klopt er toch iets niet’, zei ze vertwijfeld in haar toespraak. ‘En hoe kan het dat mensen die van ons eisen dat we meer doen aan milieu, consumentenbescherming en arbeidsrechten zich uitspreken tegen een akkoord dat juist dit probeert te regelen?’

Merkel is ervan overtuigd: ‘Er is geen weg terug in een geglobaliseerde wereld.’ Mondialisering is ‘alternativlos’ in de visie van de kanselier. In deze overtuiging klinkt de grondtoon van Merkels politiek, die ook hoorbaar is in de motivatie van haar ruimhartige vluchtelingenbeleid. Natuurlijk, ze sprak regelmatig over medemenselijkheid en ‘de waardigheid van ieder individu’. Maar bovenal beschouwt ze migratie en vluchtelingenstromen als onvermijdelijke neveneffecten van de mondialisering die de westerse wereld en ook Duitsland zoveel voorspoed heeft gebracht. Of in haar eigen woorden, opgetekend door Time Magazine: ‘In veel gebieden heersen oorlog en terreur. Daar lezen we al jaren over. Daar horen we al jaren over. We zien het op tv. Maar vooralsnog hebben we onvoldoende begrepen dat wat gebeurt in Mosul of Aleppo kan worden gevoeld in Essen of Stuttgart. Dat moeten we nu onder ogen komen.’

Voor Merkel is het duidelijk: Duitsland profiteert van globalisering, is er voor zijn welvaart van afhankelijk, net als de rest van de westerse wereld overigens, en kan daarom ook de problemen die daarbij horen niet uit de weg gaan. Dit is de rationeel-analytische blik die we zo goed kennen van de kanselier, en die tegelijkertijd zo onverenigbaar is met de beloftes van populisten die pretenderen dat ze de ophaalbrug kunnen ophalen zonder dat de eigen samenleving daar hinder van ondervindt.

De ‘Abschottungsprofeten’ met hun emotionele lofredes op de nationale identiteit – Merkel gelooft er niet in en ontbeert bovendien zowel het talent als de wil om emoties aan te spreken. Zij ziet de verzorgingsstaat als belangrijkste instrument om de veelbesproken binnenlandse ‘verliezers van globalisering’ tegemoet te komen. Maar vooral gelooft ze in internationale samenwerking als voornaamste wapen om mondialiseringseffecten als klimaatverandering, migratiestromen en excessieve macht van multinationals of financiële markten te lijf te gaan. Ze gelooft in de kracht van verdragen. Wat nationale overheden sinds eind jaren tachtig aan terrein – en trots – hebben verloren aan de markt kan volgens Merkel met interstatelijke afspraken en Europese integratie worden goedgemaakt.

Zou het? Vast staat dat Merkel steeds verder geïsoleerd raakt, nu populisten overal in de westerse wereld en zelfs in Duitsland in opmars zijn. ‘Intussen moet ook de kanselier beginnen te dagen dat verstandig beleid niet voldoende is om populistische parolen te ontkrachten’, schreef Die Zeit vorige maand. ‘Veel meer lijkt het erop dat het populisme een behoefte wekt en bevredigt die volledig buiten het werkveld ligt van de kanselier met haar rationele, onderkoelde stijl van politiek.’

Iets anders heeft Merkel voorlopig echter niet in de aanbieding. Komende zomer is Duitsland gastheer van de G20. Het land zet in op verregaande internationale afspraken om wereldwijde belastingontwijking en -ontduiking tegen te gaan, ook een negatief bijverschijnsel van de mondialisering van kapitaalstromen. Maar het voornemen van Merkel en haar schatkistbewaarder Wolfgang Schäuble dreigt al vroegtijdig te sneuvelen. De paradox wil namelijk dat juist Donald Trump, die zijn succes onder meer dankt aan anti-globaliseringssentiment, al heeft aangegeven dwars te gaan liggen. Ze moet er moedeloos van worden, zoals ook de Europese apathie in de vluchtelingencrisis en David Camerons halfslachtige anti-Brexit-campagne de kanselier tot wanhoop dreven.

Internationaal geldt Merkel intussen voor velen als ‘laatste verdediger van het vrije Westen’, zeker sinds ze America-First-kandidaat Trump een lesje gedeelde liberale waarden gaf toen ze hem feliciteerde met zijn verkiezingsoverwinning. Dat juist een Duitse vrouw die opgroeide in de ddr nu moet optreden als redder van een door Britten en Amerikanen geïnstitutionaliseerd gedachtegoed is op z’n minst opmerkelijk. Zelf noemde de kanselier de internationale verwachtingen ‘grotesk en absurd’. Gezien de verdeeldheid in Europa, de pesterijtjes van Trump en de remmende werking van populisten in eigen land heeft ze waarschijnlijk gelijk.


Beeld: Schloss Elmau, Garmisch-Partenkirchen, 8 juni 2015. De laatste dag van de G7-top. Leiders van de G7 komen twee dagen bij elkaar om de economie en veiligheid te bespreken. (Michael Kappeller / Pool / Reuters)