Deel #1: Vertrek uit de Heilige Grafkerk

Van Jeruzalem naar Bouillon

In een zoektocht naar creativiteit, humanisme en vooruitgang loopt filosoof Ralf Bodelier dit jaar een omgekeerde kruistocht van Jeruzalem in Israël naar Bouillon in de Belgische Ardennen. In deel één: klaarmaken voor een voettocht van 4500 kilometer.

Aan het strand

Niet ver van de plek waar ooit het dode lichaam van Jezus zou zijn gebalsemd, zet ik mijn rugzak neer. Ik wacht een halve minuut, hang de rugzak weer over mijn schouders en trek de banden stevig aan. Dan draai ik me om en verlaat de Heilig Grafkerk voor een voettocht van 4500 kilometer. Een wandeling die over een jaar zal eindigen in Bouillon, in de Belgische Ardennen.

Dat ik vertrek uit de Heilig Grafkerk heb ik gepland. Miljoenen christenen wereldwijd komen hier voor het lege graf van hun verlosser. Maar ik ben er niet voor Hem. Ik ben hier voor de laatste rustplaats van Godfried van Bouillon, een van de legendarische leiders van de Eerste Kruistocht. Precies op de plek waar ik nu sta, halverwege de ingang en de ‘steen van de balseming’ zou hij in 1100 zijn begraven.

Zijn graftombe is allang geruimd, maar de kruistocht die hij organiseerde, werkt tot op de dag van vandaag door in de spanning tussen de islam en christendom, tussen het Oosten en het Westen, de Oriënt en de Occident. Niet alleen de leiders van Iran, Al Qaida en Islamitische Staat, refereren doorlopend aan de kruistochten. Zo noemde Iran de Amerikaanse aanslag op generaal Suleimani ‘een kruistocht’. Prominent PLO-lid Hanan Ashrawi betitelde voormalig VN-ambassadeur Nikki Haley als een ‘anti-Palestijnse kruisvaarder’. Enkele dagen na 11 september 2001 kondigde G.W. Bush aan ‘op kruistocht’ te gaan tegen het terrorisme. In Europa en de VS stonden we er niet bij stil. Maar in het Midden-Oosten activeerden de woorden van Bush angst en haat. Wellicht, zo constateren ingewijden in de wereld van de islam, is ‘kruistocht’ een van de gevoeligste termen die kunt gebruiken.

Abu Gosh, Israel

Zelf gebruikte Godfried de term kruistocht niet. Hij was op een heilige pelgrimage, gericht op de bevrijding van Jeruzalem dat sinds vier eeuwen in handen was van moslims. Godfried verkocht zijn burcht in Bouillon en vertrok in 1096 richting Heilige Land. In 1099 veroverde hij als eerste en enige kruisvaarder Jeruzalem. Een jaar later overleed hij in de kustplaats Caesarea en werd vervolgens begraven op de plek waar ik nu sta.

Het is deze tocht die hij negen eeuwen geleden maakte, die ik nu opnieuw zal afleggen. Zij het in omgekeerde richting: van Jeruzalem naar Bouillon. Het is niet het enige verschil. Godfried reisde meer dan drie jaar, ik loop hem binnen in een jaar. Godfried veroverde Jeruzalem op zijn 39e, ik word deze week 59. Hij trok met veertigduizend man richting Jeruzalem, een leger dat uiteindelijk uit zou groeien tot over de 300 duizend. Ik loop daarentegen alleen, al wandelen vrienden soms enkele dagen met me mee. Godfried droeg het zwaard en de maliënkolder van de veroveraar. Ik draag het instrumentarium van de journalist: een laptop, telefoon en powerbank.

Naar schatting kostte Godfrieds kruistocht tegen de 1,5 miljoen mensen het leven. Zelf werd hij in 1100 vergiftigd. Ik ben niet van plan iemands leven te nemen en verwacht ook niet dat iemand mijn bloed zal vergieten.

Heilige Grafkerk, steen van de balseming

Voor zover we weten, had Godfrieds een overzichtelijk wereldbeeld. Goed en waard om te leven, dat waren christenen. Fout en gedoemd tot sterven, dat waren joden en moslims. Godfried was zo overtuigd van de voortreffelijkheid van zijn christelijk geloof, dat hij bereid was om daar ontelbaar velen aan op te offeren. Voor zover ik mezelf ken, meen ik te twijfelen over vrijwel alles en ben ik vooral erg nieuwsgierig. Alhoewel. Misschien is er toch wel iets waarin ik geloof. En dat is de geïnstitutionaliseerde twijfel. Dat wil zeggen, ik geloof in de creativiteit, in de rede, in de wetenschap, in het humanisme en in de vooruitgang.

Ik denk dat we er, met vallen en opstaan, en veelal op grond van onze redelijkheid, stapje voor stapje en stukje bij beetje, op vooruitgaan. En dat doen we niet alleen in het seculiere humanisme. We gaan er ook op vooruit in de wereld van de grote religies, in het christendom, jodendom en islam. Het is met name deze vooruitgang die ik tijdens mijn wandeling hoop te laten zien.

Wanneer ik de Heilige Grafkerk verlaat, beieren de klokken. Na enkele slagen al worden ze overstemd door de oproep voor gebed uit een naastgelegen minaret. Wanneer ik vijf minuten later de Jaffapoort nader, is zowel het gebeier als de zang van de muezzin verstomd. Mijn lange wandeling is definitief begonnen.


Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.