Van lamsweerdes fascinisme

Vorige week besprak ik het werk van Inez van Lamsweerde als voorbeeld van orgaandonatie, als eindresultaat van het liberalisme en als blijk van de heropleving van de middeleeuwse groteske. U zult zeggen: dat kan dan niet anders dan hineininterpetieren geweest zijn. En inderdaad, hoe overdreven schel Van Lamsweerdes foto’s ook zijn, met de betekenis van haar biotechnische mutatiekunst kun je alle kanten op. Het werk gaat over van alles en vrijwel niets. Het wil esthetische cliches ondermijnen, maar ook weer niet te erg. Het maakt gebruik van zoete beelden om iets bitters te laten zien. Het is als een droom die op het punt staat in ijlen over te gaan.

Eigenlijk is het net andersom. Van Lamsweerdes foto’s zijn juist niet ondermijnend. Zij bezorgen de nachtmerrie alsnog een happy end en maken zelfs de bittere waarheid tot een lekkernij. Het is kunst van een unieke tussengeneratie: net oud genoeg om enige weet te hebben van het humanistische mensbeeld, jong genoeg om de bus naar de Brave New World der cyborgs niet te hoeven missen. Van Lamsweerde wordt her en der grootgeschreven onder vermelding van haar subversiviteit, omdat ze de heersende codes subtiel zou doorbreken. Maar dit is niet de ware reden van haar grootheid. Haar werk is een getuigenis van de definitieve doorbraak van corruptie als positieve waarde. Na de religie, de filosofie, de politiek en de media is nu ook de beeldende kunst eindelijk up to date. Dat wil zeggen: letterlijk van alle markten thuis.
De afgelopen weken beschreef Eric Hobsbawm in deze krant hoe de twintigste eeuw ten einde is gekomen. Zijn stelling dat we in de schemering leven van een duisternis van onbekende duur, krijgt met Van Lamsweerde steun uit onverwachte hoek. Zij tekent namelijk het onherroepelijke einde van de abstracte kunst op, dat exclusieve attribuut van de afgelopen eeuw. Zeker, wie door de musea van de moderne kunst loopt, ziet nog altijd in overgrote meerderheid abstracte werken in gewijde zalen hun eerbetoon betuigen aan het zuivere. Of het nu het purisme is in de versie van Mondriaan tot Anish Kapoor, als beeld van het spirituele en universele, of het purisme in de versie van Malevitsj tot Peter Halley, als onderwerploze, naar zichzelf verwijzende kunst - in hoofdlijnen streefde de kunst naar zuiverheid van uitdrukking en verlossing van het kwade. Het is geseculariseerde religie en dat zal ook na de doorbraak van Van Lamsweerde nog wel even voortbestaan, zij het met steeds minder bezoekers. Maar met haar vergaande visuele corruptie heeft Van Lamsweerde zonder blikken of blozen de schepping geperverteerd. De fotografische androfusies zijn misschien niet beter, maar in ieder geval wel anders dan God.
Dat is voor de start van een volgende eeuw ruim voldoende. Haar beelden representeren een wereld waarin alles compatible is geworden. Zelfs het lichaam, van nature wat traag in het adopteren van vrij grensverkeer, is hypertext. Als zodanig heeft het weinig behoefte aan de ascese van de abstractie. Van Lamsweerdes kunst biedt een beeld van de overvloed en daar hoort van oudsher figuratie bij. Het kan niet letterlijk genoeg.
Wie nu nog pleit voor strenge metaforen van het schone, ware en goede in hun enkelvoudige drieeenheid, kan alleen nog rekenen op adhesiebetuigingen van uitgetreden gymnasiumleraren en een enkele commissaris van de koningin in Groningen. Het ligt dus voor de hand dat de commerciele cocktail van antropomorfe mutanten veel populairder is, al was het maar omdat iedereen streeft naar een beetje erkenning.
Wat Van Lamsweerde ‘vernieuwend’ maakt is dat zij elk voorbehoud daarbij heeft opgegeven. Ze doet niet moeilijk meer. Haar bescheidenheid is geen ironie te noemen, maar een teken van doseringsvermogen. Brillo-dozen in het museum heeft ze niet nodig. Grote gebaren zijn haar vreemd, en dat maakt de overgang naar SimCity een stuk minder traumatisch. Het is alleen nog gefascineerd-zijn om het gefascineerd-zijn. Dat is dus fascinisme. Het is precies wat haar wereldberoemd zal maken. En dat voor meer dan vijftien minuten.