TELEVISIE

Van licht naar zwaar

Telefilms

De zes Telefilms van dit jaar lijken niet alleen geprogrammeerd van licht naar zwaar maar ook van meer naar minder geslaagd. Eerder kwamen hier al de eerste twee aan bod: de tragikomedie Coach (Vara) van Joram Lürsen en Frank Ketelaar – gebaseerd op een mentorproject waarbij maatschappelijk geslaagden een Nieuw-Nederlandse scholier onder hun hoede nemen – en Taartman (KRO) van Annemarie van de Mond en Pieter Bart Korthuis. Klinkklare komedie, waarin sukkel van banketbakker schuldeisers, drugsdealers en takkenechtgenote de baas wordt. Zuinig ontvangen, maar ik blijf het de meest geslaagde Telefilm van dit seizoen vinden ook al omdat komedie het moeilijkste genre is.
Knap ook nummer drie, Witte vis (Avro) van Remy van Heugten (speelfilmdebuut!) en Luuk van Bemmelen. Ook hier brave burgers, visserslui, die door schulden en stom toeval de weg van de narcotica inslaan. Ook zij komen ermee weg, maar de setting is behoorlijk realistisch, geeft inzicht in de lastige situatie van de visserij en de prijs voor de ‘goede afloop’ is hoog. Mooie rollen van Marcel Hensema en Mads Wittermans.
De meest succesvolle qua kijkcijfers was nummer vier, De Punt (EO) van Hanro Smitsman en scenaristen Carel Donck en Sylvia Pessireron. Gebaseerd op de treinkaping uit 1977. Waarschijnlijk verklaart het ‘waar gebeurd’ van een collectief ervaren traumatische periode het record van achthonderdduizend kijkers. Zo min als Wijster van Paula van der Oest, dat vorig jaar de eerste kaping behandelde, overtuigt mij De Punt. Reconstructies vermengd met fictielijntjes die ons dichter zouden moeten brengen bij kapers en gegijzelden dan in historische of journalistieke verhalen. Dat lukt niet, door gekunstelde scenario’s en vaak matig spel. Kees Hulst als Van Agt overtuigt totaal niet. Ik noem juist hem omdat hij tot mijn favoriete acteurs behoort. Resteren Julia’s hart (VPRO) van Peter de Baan en scenaristen Ger Beukenkamp en Mirjam Oomkes, en Stella’s oorlog (NCRV) van Diederik van Rooyen en scenarist Hugo Heinen. Niet de minste namen. Dat hart van Julia klopt nog wel, maar omdat ze hersendood is na een ongeluk en een donorcodicil heeft, wordt het gebruikt om een hartpatiënt te redden. Haar wanhopige vriendje gaat, op basis van de theorie dat ons bewustzijn niet alleen in de hersenen maar in alle cellen schuilt, op zoek naar degeen die Julia’s hart kreeg: zal dat hem herkennen? Onwaarschijnlijk, maar het creëert ook geen eigen fictie-waarschijnlijkheid. Niet al te sterk gespeeld. Zo nu en dan doorsneden met mini-colleges door wetenschappers, maar ook als educatie overtuigt het niet.
Stella’s oorlog is de laatste van dit jaar. Loodzware thematiek: dood terug van Afghanistan-missie. Alsof dat en het posttraumatisch stresssyndroom van overlevende soldaten die wij op missie sturen niet erg genoeg is, wordt er een plot omheen geweven compleet met who’s done it? Ik trek niet de integriteit van de makers in twijfel, noch prestaties op het gebied van acteren (Maartje Remmers) en filmische verdiensten – maar het is zo gekunsteld en soms pathetisch dat noch de zaak van missieveteranen noch die van goede speelfilms gediend wordt.
Heel andersoortig drama: vanaf dinsdag 19 mei zendt de VPRO een reeks coproducties uit van het RO Theater met TV Rijnmond: RO TV. Vrolijk lopen hier Rotterdamse werkelijkheid en fictie dooreen, net als beroepsacteurs, amateuracteurs en stedelingen die louter zichzelf spelen. Ik zag twee afleveringen, met veel genoegen.

Stella’s oorlog is te zien op zaterdag 16 mei, Nederland 2. De Punt en Julia’s hart zijn nog online te bekijken tot respectievelijk 17 en 24 mei