Van meegeren

Een kleine voetnoot bij het artikel van Xandra Schutte over Han van Meegeren in De Groene van 7 februari. Dat de hele Nederlandse intelligentsia zich in louter superlatieven uitdrukte over de schoonheid van Van Meegerens ‘Emmausgangers’ is niet helemaal waar.

In 1941 verscheen Nederland’s beschaving in de zeventiende eeuw van Johan Huizinga. In dit werk bespreekt hij onder andere de schilderkunst van Johannes Vermeer. Over de figuren in de bekende Vermeerschilderijen zegt hij: ‘Hun doen is vol geheimenis, zoals men in een droom meent waar te nemen.’ En: 'Het is alles van een ongeevenaard poetisch gehalte.’ Toch valt de uiteindelijke waardering voor Vermeer enigszins matig uit. Dit heeft te maken met 'De Emmausgangers’. Hierover zegt Huizinga: 'Het klinkt misschien te boud, wanneer ik meen, dat Vermeer juist daar, waar hij een zeer bepaald gebeuren van de hoogste wijding in beeld brengt, n.l. in de Emmausgangers, naar mijn oordeel toch eigenlijk te kort schiet. Dat is niet een evangelisch gebeuren, wat hier verhaald wordt. Het onderwerp is maar een aanloop om hier zijn kleurenzin bot te vieren. Vermeer blijft met al zijn van den algemeenen aard afwijkende qualiteiten toch echt Hollandsch, doordat hij geen these, geen idee, en in den strikten zin des woords geen bepaalden stijl heeft.’ Utrecht, JUDITH DE LANG