Van onder het stof

Hoe herontdek je vergeten boeken? En hoe verkoop je ze? ‘Je moet het woord classic te allen tijde vermijden.’

Medium ninap

Strikt genomen kan Stoner van de Amerikaan John Williams, dat in Nederland afgelopen jaar maar liefst vijf weken op nummer 1 in de bestsellerlijst stond, niet gerekend worden tot de vergeten meesterwerken. Toen de universiteitsroman over ‘het weinig opzienbarende leven van een weinig opzienbarende man’ in 1965 voor het eerst werd gepubliceerd werd hij kort maar goed besproken in The New York Times en verkocht daarop ongeveer tweeduizend exemplaren. In de jaren daarna bleef het boek gelezen en herinnerd worden door een selecte maar belangrijke groep lezers: academici en mensen uit het boekenvak, die het genie van Williams herkenden – ook in zijn andere werk. In 2006 werd Stoner opnieuw gepubliceerd als New York Review of Books Classic.

Vergeten is het kleine oeuvre van Williams dus nooit helemaal, maar dat zijn derde roman bijna vijftig jaar na dato wereldwijd nog eens een miljoen exemplaren zou verkopen is miraculeus te noemen. De uitgever die dit succes initieerde en Stoner in Nederland aan 28 drukken hielp (tweehonderdduizend verkochte exemplaren), Oscar van Gelderen van Lebowski, heeft het verhaal van zijn ontdekking al honderd keer verteld, maar blijft enthousiast wanneer hij oprakelt hoe hij het boek in New York getipt kreeg en het die avond in één zitting uit las. Hij had de betreffende agent gevraagd om hem nu eens niet een ‘hot book’ maar een ‘cold book’ aan te raden, een vergeten titel of een titel die al verschenen was.

‘Het leuke van Stoner’, zegt Van Gelderen, ‘is dat geen enkele uitgever er echt naar gekeken had. Dat soort boeken komen soms ineens bovendrijven en worden dan groots op de Buchmesse neergezet, maar dit was gewoon een persoonlijke tip.’

Die tip werd het grootste succes in deze categorie sinds Gloed (1942) van de Hongaarse schrijver Sándor Márai, dat in 2000 in Nederlandse vertaling verscheen. Dat boek werd in tegenstelling tot Stoner wel groot aangekondigd in Frankfurt en kreeg meteen veel aandacht van verscheidene uitgevers.

‘Márai was in Italië al een groot succes’, zegt Koos Hageraats, redacteur bij uitgeverij Wereldbibliotheek, die destijds op het boek gewezen werd door de Italiaanse uitgever/auteur Roberto Calasso (wiens werk bij de Wereldbibliotheek vertaald werd). ‘Er waren andere partijen geïnteresseerd en we hebben met het plan moeten komen om meteen twee titels te kopen.’ Dat hij iets bijzonders in handen had voelde Hageraats meteen: ‘Je weet het op bladzijde 1. Je ruikt het. Je kunt je twijfels hebben over bepaalde elementen – bij Márai is de Pruisische setting bijvoorbeeld wat al te bekend – maar zijn uitwerking en zijn geweldige psychologische diepgang zijn ongehoord goed. Als je dat als uitgever niet herkent, dan lees je niet goed.’

‘Voor uitgevers speelt ook een rol dat de rechten van vergeten boeken vaak goedkoop gekregen kunnen worden’

Honderd procent zeker weet je nooit of een boek het goed gaat doen, maar je kunt volgens Hageraats in zekere mate op ervaring varen. ‘Voor de Tweede Wereldoorlog was Márai een van de belangrijkste auteurs in Hongarije; In Italië en Duitsland was het boek een enorm succes, en [de Duitse ‘cultuurpaus’] Reich-Ranicki besprak het in zijn programma Das literarische Quartett. Dan weet je dat het boek voldoet aan wat je zoekt.’

Verschillende factoren hebben in Nederland bijgedragen aan het succes. Hageraats: ‘Gloed is in april 2000 verschenen en de pers was zeer lovend. Twee maanden later kwam het in het literaire programma van Michaël Zeeman, dat bijna geheel aan het boek gewijd werd. Iedereen was enthousiast. Maar het belangrijkste, denk ik, is dat mensen het doorpraatten. Veel lezers ontdekten het boek dat ze, zonder het te weten, altijd gezocht hadden. Dat wilde men delen.’ Inmiddels zijn er van Gloed 275.000 exemplaren verkocht.

Wat Hageraats vooral bevestigd ziet door het succes van Márai is dat je met zo’n vergeten meesterwerk niet alleen een boek, maar ook een auteur herontdekt. ‘We hebben na dat eerste boek nog heel veel werken van Márai kunnen uitgeven, die in meer of mindere mate altijd veel belangstelling hebben gekregen. De erfenis van Esther dat we samen met Gloed aankochten, is vele tienduizenden keren verkocht.’

Een uitgever die zich al meer dan twintig jaar veel richt op onderschoven boekenkindjes is Willem Desmense van eenmansuitgeverij IJzer. Hij geeft boeken uit waaraan anderen zich liever niet branden: klassiekers, onbekende of vergeten werken van prominente auteurs, maar ook obscuurdere filosofen en auteurs die in het geheel vergeten zijn. Een van die laatsten is bijvoorbeeld Siegfried Sassoon, de eerste officiële dienstweigeraar, van wie Desmense hoopt dat zijn prachtige Eerste-Wereldoorlogmemoires in 2014 – als het honderd jaar geleden is dat die oorlog begon – weer de belangstelling vinden die ze verdienen.

‘Ik geef uit wat ik goed vind’, zegt Desmense. ‘En omdat ik geen redactieteam heb, ben ik de enige die de criteria bepaalt. Wel zo makkelijk.’ Een vastomlijnde uitgeefvisie heeft hij al vroeg laten varen. ‘Ik ben ooit begonnen met het idee om werk van dadaïsten en surrealisten uit te geven, avontuurlijke boeken die breken met bepaalde leespatronen. Tot ik op een beurs een keer een manuscript van D.H. Lawrence in handen gedrukt kreeg. Heel kleine kans dat ik dit ga uitgeven, dacht ik. Maar uit beleefdheid las ik het eerste hoofdstuk en kon vervolgens niet meer stoppen met lezen. Dit was te geweldig om links te laten liggen. En daar gingen dus mijn vastomlijnde plannen, ideeën.’

‘Herontdekte boeken hebben de tand des tijds doorstaan en zijn nu soms relevanter dan toen ze verschenen’

Over wat een vergeten boek precies tot een succes maakt is hij nuchter: ‘Er worden tientallen zogenaamd vergeten boeken uitgegeven – voor uitgevers speelt het ook een rol dat de rechten vaak goedkoop gekregen kunnen worden. Van al die vergeten titels kan ik er zo een handvol noemen die fantastisch zijn en wel door uitgevers worden ontdekt, maar nooit door het publiek. De factor geluk in het succes kunnen we dus niet uitvlakken.’

Geluk, misschien, maar als je het Oscar van Gelderen vraagt dankt Stoner het enorme succes ook aan de groots opgezette marketingcampagne waarmee Lebowski het boek lanceerde. Van Gelderen: ‘Als het boek bij een andere, grotere uitgeverij verschenen was, dan was het waarschijnlijk ergens achter in een catalogus beland en niet zo groot geworden. Je moet een boek als dit brengen met aplomb. Wij hebben het op nummer 1 in de catalogus gezet, een waanzinnige cover gekozen, het woord classic te allen tijde vermeden, we hebben Twitter en Facebook bestookt, en zijn zes maanden lang als Jehova’s getuigen langs de deuren gegaan.’ (Dat Arnon Grunberg het boek vervolgens tipte in zijn Voetnoot en Carice van Houten twitterde dat ze in bed lag met Mister Stoner kan hier moeilijk ongenoemd blijven.)

Wat Lebowski volgens Van Gelderen verder onderscheidt van andere uitgeverijen is dat ze klassieke boeken het liefst zo modern mogelijk uitgeven: ‘Je ziet honderden klassieken in de winkel liggen waarvan de cover een mistige straat afbeeldt met een lantaarn en een figuur met een hoed in een vaag schijnsel. Dat wilden wij niet, we wilden een iconische cover.’ De zwart-witte gegroefde mannenkop die en profile het omslag van Stoner siert, zal in herinnering worden gebracht door de cover van het deze maand te verschijnen Butcher’s Crossing van Williams, waarop in plaats van een oude man een bizonhoofd is afgebeeld.

Een van de leukste bijverschijnselen van het succes vindt Van Gelderen dat er door Stoner meer oog is gekomen voor een bepaald deel van het fonds van Lebowski, dat eigenlijk altijd al essentieel was. ‘We deden vanaf het begin al dit soort vergeten dingen, De Jiddische bibliotheek, om maar iets te noemen, John Kennedy Toole, en binnenkort The Lost Weekend van Charles Jackson, de eerste Amerikaanse roman over alcoholisme. Meestal is er vooral aandacht voor de sellers, maar nu laten we zien dat modern uitgegeven klassieken ook een wezenlijk deel van ons fonds uitmaken.’

Van Gelderen is niet het enige truffelvarken in de Nederlandse boekenwereld: ‘Er zijn veel uitgevers die het leuk vinden om iemand te herontdekken. Ik vind het alleen maar goed dat de belangstelling groeit. Naast degenen die er altijd al mee bezig waren – Coppens en Frenks, Cossee – zie je de laatste tijd ook bij veel andere uitgeverijen herontdekkingen verschijnen. Prometheus kwam dit jaar met Karoo van Steve Tesisch en De Bezige Bij herontdekte een vergeten Duits boek. Leuk is dat de mensen die ermee bezig zijn niet te beroerd zijn elkaar een beetje te helpen; het heeft iets sympathieks, die classics. Ze genereren een zekere goodwill. Zijn onbedacht. Terwijl als ik voor 25.000 dollar iets in Frankfurt koop en het als “hot” boek in de winkel leg, zegt iedereen: nou, nou, rustig aan, we maken zelf wel uit of het hot is of niet.’

Waar Lebowski in lijkt uit te blinken is het creëren en onderhouden van cult. Op de nieuwe website van de uitgeverij is ‘het verhaal achter’ auteurs, boeken en stromingen te vinden, aantrekkelijk behapbaar vormgegeven, voorzien van goed beeld, klaar om je mee te vereenzelvigen. Rond een schrijver als Charles Bukowski, die zich bij uitstek leent voor cultvorming en van wie Lebowski het hele oeuvre heeft overgenomen, worden exposities, optredens en een groot feest georganiseerd, waar gasten six-packs bier kunnen winnen door met goede quotes te komen.

‘Vanuit de inhoud creatief met de publiciteit rond zo’n schrijver aan de slag gaan’, zegt Van Gelderen, ‘dat vind ik de leukste manier van uitgeven.’ Dat herontdekte boeken het goed doen ligt volgens hem ook aan die inhoud: ‘Ze gaan vaak over essentiële, tijdloze onderwerpen: identiteit, liefde, maatschappelijke status; ze hebben de tand des tijds doorstaan en zijn nu misschien wel relevanter dan in de tijd dat ze verschenen. Dat maakt ze zo interessant.’


Beeld: Getty 122317605