POPMUZIEK

Van Otis tot Obama

Jay Z & Kanye West

Grappige bijdrage van de Amerikaanse komiek Rob Delaney aan het grote meningendebat over de lang verwachte en anno 2011 met zeldzame bombarie aangekondigde cd van Jay Z en Kanye West, afgelopen weekend in de vorm van een tweet: ‘Jay Z’s voice is so beautiful. I wish he rapped about stuff I cared about.’

Het roept vooral de vraag op waar Delaney zich dan wél voor interesseert, want weinig dit jaar verschenen albums hebben tekstueel zoveel rijkdom als dat van deze twee van de drie al jaren best verkopende en besproken rappers ter wereld. Al hun helden komen langs, van Otis Redding tot Obama en van James Brown tot Nina Simone, al hun fascinaties, van zowel de glans als de tol van roem (ook Axl Rose krijgt dus een regel), en van het geweld in de zwarte gemeenschap tot het aantal doden in Irak. Kanye West neemt zichzelf voor zijn zoon te leren dat hij in tegenstelling tot zijn vader egoloos moet leven, en aardig moet zijn tegen anderen. 'I might even make him be Republican/ So everybody know he loves white people.’ En naar een stripclub mag hij ook niet: 'I learned the hard way that ain’t the place to find love.’ Daarna richt Jay Z zich ook alvast tot zijn nog ongeboren zoon: die zal opgroeien in het flitslicht van de paparazzi. Sorry daarvoor, rapt Jay Z, maar één belofte: hij zal, in tegenstelling tot zijn eigen vader, niet weglopen.

En uiteraard glijdt af en toe een glimp langs van een leven dat ver afstaat van loondienst en leasebak; het blijft hiphop. 'Last night was mad real’, rapt Kanye in het openingsnummer, en de vette grijns mogen we er zelf bij denken. Dat ze ook glansrijk wegkomen met het zoete Made in America komt juist door hun weigering om sentimentaliteit heen te bewegen. Ze halen Malcolm X en Martin Luther King aan, maar Jay Z ook zijn oma en haar zelfgemaakte bananenpudding. Ze houden van hun land en leggen uit waarom, en ondanks wat.

Dat het album lovend, maar ook weer niet lyrisch wordt ontvangen, komt vooral door de afzonderlijke prestaties van de twee. Wests overdonderende laatste cd verscheen pas een half jaar geleden en staat zo bol van de zelfverzekerde grepen uit de muziekgeschiedenis dat-ie nog steeds nadreunt. Jay Z’s allerbeste albums zijn al iets ouder, maar iets ondermaats heeft hij nog nooit afgeleverd. Bovendien geldt hij als de allerbeste live-rapper ter wereld. Dus ja. Dan mag een mens ook wel iets verwachten van de optelsom van die twee. Dan is zelfs het plakken van de uithalen van Otis Redding aan het gilletje van James Brown en daarover rappen in de single Otis geen verrassing. Er is zelfs wat vermoeid op het nummer gereageerd, wat vooral aantoont hoe hoog de lat bij deze twee ligt, want het blijft knap hoe ze het verleden naar het heden trekken. Helaas mag Kanye West af en toe zijn liefde voor autotune vocoding belijden, het tot stripfiguurvocalen bewerken van stemmen dat in 1998 de popmuziek in gleed met Chers hit Do You Believe in Love, en ten onrechte nog niet bij wet is verboden. Maar wie de twee hoort rappen, Jay Z snel en venijnig, Kanye West traag en slepend, in het dampende Ni**as in Paris, of hoort hoe dreigend en gevaarlijk ze dubstep combineren met hiphop in het bravourenummer Who Gon Stop Me, die weet dat Jay Z het niet alleen over Obama, maar ook over zichzelf en Kanye West heeft wanneer hij zingt over 'a celebration of black excellence’.

Jay Z & Kanye West, Watch the Throne, label: Universal