De bijna-kabinetscrisis; de vaderlandse politiek als klucht

Van oude wensen, de dingen die voorbijgaan

De bijna-kabinets crisis van vorige week, met als inzet de gekozen burge mees ter van Thom de Graaf, kende vele mis ver standen, intri ges en rol wisse lin gen. Als in een toneel spel, een klucht.

De toneelkenner weet het: in een goede klucht heeft zelfs het kleinste detail betekenis. Wie met dat soort ogen naar het politieke schouwspel op het Binnenhof kijkt, ziet dramaturgische pareltjes waar de hand van een bekwaam toneelregisseur aan te pas lijkt te zijn gekomen.

Het is meteen al hilarisch dat een D66-minister uitgerekend het bureau van Erik van Bruggen en Lennart Booij zijn promotietour voor de gekozen burgemeester laat organiseren. Twee oud-Niet-Nix’ers, door voormalig PvdA-voorzitter Felix Rottenberg gekoesterd binnen die partij, dat kan geen toeval zijn.

Die hele promotietour is een dramaturgische vondst, want psychologisch geen slimme zet. Zo’n tour wekt immers de indruk dat de gekozen burgemeester al in kannen en kruiken is, terwijl de kijker weet dat dit ergernis oproept bij degenen die nog moeten beslissen. En dan die mat die de twee Niet-Nix’ers hadden bedacht. Bij elk café of buurthuis dat de D66-minister binnenloopt, ligt hij bij de ingang. Iedereen kan letterlijk zijn voeten afvegen aan «De Gekozen Burgemeester», want dat staat met grote letters op die mat. Welk een symboliek. Dan voel je als kijker: dit gaat fout aflopen; die bustour wordt een afscheidstournee.

Alleen de hoofdrolspeler, in dit geval de naïeve D66-minister, in het stuk consequent De Graaf genoemd, weet dat nog niet. Die vecht nog voor zijn ideaal. Die vertrouwt nog op zijn medespelers en vooral ook op de regels van het spel. Maar in een blijspel is er altijd iemand die de regels van het spel niet kent. Juist daardoor loopt het allemaal uit de hand.

Han Noten speelt die rol van PvdA-fractievoorzitter in de Eerste Kamer met verve. Hij denkt zeker te weten dat De Graaf, maar ook andere hoofdrolspelers zoals de VVD-fractie leider en diens CDA-collega, vertolkt door Jozias van Aartsen en Maxime Verhagen, zijn dreigement goed hebben begrepen. Hij heeft immers luid en duidelijk gezegd dat zijn fractie niet zomaar zal instemmen met het uit de grondwet halen van de kroonbenoeming van de burgemeester, een voorwaarde om uiteindelijk het volk de eigen burgemeester rechtstreeks te laten kiezen.

Maar de PvdA-senator laat op dat openlijke dreigement niet het gebruikelijke telefoontje volgen met de uitnodiging eens te praten over de impasse. Sterker, de VVD en het CDA weten niet beter dan dat de PvdA diep in het hart ook die kroonbenoeming uit de grondwet wil. Was het niet een PvdA-voorganger van De Graaf die deze grondwetswijziging in gang heeft gezet? Is de PvdA-partijleider niet ook een voorstander van de direct gekozen burgemeester? Die man zal zijn partij toch wel in de hand hebben?

De toeschouwer weet genoeg: de oude Binnenhof-rotten denken dat de soep niet zo heet gegeten zal worden. Maar de onervaren PvdA-senator ziet dat allemaal niet. Die wil weliswaar een hoofdrol in de Senaat, maar koestert het idee dat hij niet hoort bij de politieke kliek op het Binnenhof.

Dus kan het gebeuren dat in een van de vele nevenscènes de meest prominente CDA-senator tegen een partijgenoot en collega-minister van De Graaf zegt dat de stemming in de Eerste Kamer als volgt zal uitpakken: een deel van de PvdA stemt tegen het uit de grondwet halen van de kroonbenoeming om de dreigementen niet alsnog loos te laten blijken en een deel stemt voor, zodat de PvdA-leider, een rol van Wouter Bos, intern geen problemen krijgt. Het is een prachtig tafereel, zich afspelend bij het persbuffet in de Eerste Kamer, bedoeld om de spanning in het stuk nog even wat op te voeren.

Maar de inschatting van de CDA-senator is verkeerd. Het gaat hier immers om een klucht, vol misverstanden, intriges en rolwisselingen. De CDA’er is verrast over de uitkomst. En bij de rol van Noten past verbazing. Noten is in vorm, fantastisch hoe hij na de stemming in de Eerste Kamer met grote ogen kijkt naar wat er door zijn toedoen is gebeurd. Hij had toch echt ingeschat dat De Graaf bevlogen zou vechten voor zijn idealen en zich niet op de drempel van de verwezenlijking daarvan laat terug sturen door de oppositie. Zoals Noten zijn verdriet speelt, dat is klasse. Hij krijgt niet wat hij had gehoopt: wél de direct gekozen burgemeester maar niet het verwijt geen eenheid in zijn PvdA-fractie te kunnen bewaren. Want, o, hij had zo graag voor gestemd.

Maar De Graaf deed niet wat de PvdA-fractievoorzitter in de Eerste Kamer had verwacht. Allicht niet. Want De Graaf weet niet met welke veronderstellingen de PvdA-senator zijn rol speelt, en omgekeerd. Juist dat werkt de kolderieke verwikkelingen in de hand. Alleen ingewijden weten dat De Graaf dacht te kunnen rekenen op de steun van de PvdA als hij zou toezeggen dat in deze kabinetsperiode niet wordt getornd aan het beheer van de burgemeester over de politie. Dus belooft De Graaf dat. In de tweede termijn van het debat, zoals het volgens hem hoort.

Maar dat is helemaal fout gedacht. In tweeërlei opzicht. Allereerst is de belofte over het politiebeheer uiteindelijk toch niet voldoende om de PvdA-senatoren over de streep te trekken. Daar zijn zelfs de PvdA-collega’s in de Tweede Kamer verbaasd over. Bovendien horen ze in de Eerste Kamer toezeggingen graag al in de eerste termijn van een debat. Vooral oudere senatoren hebben daar baat bij. Nachtbraken is niet hun favoriete bezigheid. Derde termijnen trekken ze niet. PvdA-woordvoerder Gekozen Burgemeester, gespeeld door de zeventigjarige Ed van Thijn, kondigt dan ook al in zijn tweede termijn aan de fractie te zullen adviseren tegen het wetsontwerp te stemmen. De Graaf moet dan nog met zijn toezegging over de politie komen, de tweede termijn van de minister volgt immers na die van de senatoren. Het lijken details, maar ze zijn belangrijk. Zo ook de wetenschap dat de PvdA en in het bijzonder diens woordvoerder Gekozen Burgemeester vanwege oud zeer nog een appeltje te schillen heeft met D66, vooral met De Graaf.

En zo sneuvelt de gekozen burgemeester en wordt het tijd voor de volgende korte scène. Die begint ijzersterk. Een boze en teleurgestelde De Graaf verlaat het nachtelijke Binnenhof met de woorden dat de PvdA nu toch echt kampioen regentendom is. Daar kan de partij met een grote achterban vol burgemeesters het mee doen: niks luisteren naar de kiezer, gewoon ouderwets hangen aan de in achterkamertjes bedisselde macht. Het signaal aan de kijker is duidelijk: dat wordt in de volgende akte met z’n allen tegen de PvdA.

Maar vlak voordat het doek valt komt er nog een nieuwe hoofdrolspeler ten tonele: een ijdele D66-fractieleider, een rol die Boris Dittrich op het lijf geschreven lijkt. Ook zijn woorden blijken een verwijzing naar wat er in de volgende scènes gaat gebeuren: de buitenwereld moet niet denken dat D66 alleen maar vanwege de gekozen burgemeester en andere bestuurlijke vernieuwingen is gaan regeren met CDA en VVD, oftewel er mag dan een kroonjuweeltje zijn gesneuveld, hier gaat geen kabinet vallen.

Dat dacht de kijker natuurlijk wel. Maar geoefend als hij is, weet hij ook deze wending in het stuk op waarde te schatten. Dit is een rotstreek aan het adres van De Graaf die nog wel een staartje zal hebben. De Graaf heeft eerst hard mogen werken aan wat al een kleine veertig jaar het kroonjuweel van D66 heet te zijn, en als dat dan niet lukt terwijl het politieke tij voor de bestuurlijke vernieuwing nog nooit zo heeft meegezeten, zegt zijn partijleider dat het kroonjuweel helemaal niet zo belangrijk is. Dat kan nog leuk worden bij D66.

De volgende akte begint bij de PvdA in de Tweede Kamer. De kijker verwacht daar geen al te beste stemming. Als eerste komt een voormalige PvdA-minister van Binnenlandse Zaken ten tonele, een bijrol voor Klaas de Vries. Hij loopt eenzaam door de Tweede Kamer en heeft stiekem plezier. Het is allemaal heel ingewikkeld voor de toeschouwer, maar De Vries speelt de minister van Binnenlandse Zaken die het schrappen van de kroonbenoeming uit de grondwet in werking heeft gezet. Je zou dus verwachten dat hij in mineur is. Maar als tegenstander van de direct gekozen burgemeester vindt hij het helemaal niet erg dat de PvdA-fractie in de Eerste Kamer politiek heeft bedreven. Want de facto blijft nu voorlopig alles bij het oude: als er in een gemeente een burgemeestersvacature is, hoort de raad een aantal kandidaten en draagt er uiteindelijk eentje voor. Dat de kroon die kandidaat formeel blijft benoemen, daar zit de oud-minister niet mee. Principes gelden alleen als je je zin krijgt.

De PvdA-leider, sterk gespeeld door Wouter Bos, is echter diep treurig, maar naar Berlijn vertrokken. Weliswaar was dat een geplande trip, doch in het licht van de ontwikkelingen weet het publiek wel beter. Hij is natuurlijk op de vlucht voor alle kritiek die op de PvdA afkomt. Die indruk versterkt de PvdA-leider zelf met zijn internetdagboek waarin hij schrijft dat De Graaf en de PvdA-fractie in de Eerste Kamer «zelf maar moeten uitleggen hoe je elkaar zo dicht kunt naderen en het dan niet af maakt; mij lukt het in ieder geval niet».

Dan mag de eerste man van de PvdA in de Senaat nog één keer op het toneel verschijnen. Deemoedig ziet hij zijn eigen handelen onder ogen en de funeste gevolgen die dat heeft voor zijn partijleider. Mij, zegt Han Noten in zijn rol als PvdA-fractievoorzitter in de Senaat, is iedereen over twee dagen weer vergeten, maar onze partijleider zal nog lang moeten horen hoe slecht zijn regie is geweest. Het klinkt, uit de mond van iemand die zichzelf niet als politicus ziet, als een goede beoordeling van de politieke situatie, al begint de kijker ook hier een dubbele bodem onder te zoeken.

Met al deze ingrediënten in het achterhoofd maakt de toeschouwer zich op voor het debat in de Tweede Kamer waar voor het eerst de verder in het stuk afwezige minister-president zal aantreden, evenals de gekwelde De Graaf. Het publiek leeft nog steeds in de veronderstelling dat het één groot «PvdA’tje pesten» zal worden.

Maar zoals het een goede klucht betaamt, volgt ook dan weer een onverwachte wending. De Graaf gaat niet naar de grote zaal in de Tweede Kamer, maar naar perscentrum Nieuwspoort om mee te delen dat hij zojuist bij de koningin zijn ontslag heeft ingediend. In de ontslagbrief die daar bij hoort, zit een venijnige adder: oppositiepartij PvdA mag hem in de steek hebben gelaten, wat voor De Graaf de deur dicht doet is het gebrek aan steun van co alitiegenoot VVD inzake het nieuwe kiesstelsel.

De PvdA-leider en de zijnen kunnen hun geluk niet op. Ineens is het tij gekeerd. Niet de PvdA krijgt het zwaar te verduren, maar de VVD is de klos en met de liberalen het hele kabinet. De zwakke minister-president, goed gespeeld door Jan Peter Balkenende, mag dan keer op keer benadrukken dat als de PvdA de gekozen burgemeester niet had afgewezen het hele de bat niet nodig was geweest, niemand gelooft meer dat er geen problemen zijn binnen het kabinet. De PvdA’ers zitten welhaast juichend in hun bankjes: was hun partijleider ’s morgens nog de gebeten hond, nu blijkt hij het politieke handwerk subliem te beheersen.

En dan is daar natuurlijk ook weer de D66-leider. Hij laat zich tijdens het debat knap ontfutselen dat ook de twee andere D66-bewinds lieden zich op hun positie beraden. Even gelooft de oppositie haar eigen oren niet, maar hij heeft het echt gezegd. De man die de avond daarvoor nog probeerde te sussen, moet toegeven dat er wel degelijk een kabinetscrisis dreigt. En tot overmaat van ramp zegt ook de aartsvader van zijn partij, Hans van Mierlo gespeeld door de oude man zelf, in een zij scène dat D66 niks meer te zoeken heeft in het kabinet als er niet wordt gewerkt aan een nieuw kiesstelsel. De ontslagbrief van De Graaf blijkt ook een trap na richting de eigen partijleider. Opnieuw valt het doek. De zaal kan zich even vertreden voordat de laatste akte begint.

Als het spel weer begint, is de grote vraag: valt het kabinet of valt het kabinet niet. Vooral de VVD-fractievoorzitter weet de spanning nog even op te voeren. Met dreiging in zijn stem zegt hij dat de VVD natuurlijk geen genoegdoening verschuldigd is aan D66. Dat lijkt bonje te worden. Maar de VVD-aanvoerder is gewoon een piketpaaltje aan het slaan. Hij gaat niet iets weggeven voor het behoud van de coalitie voordat het echt nodig is. Ook de inmiddels ten tonele gevoerde D66-partijvoorzitter, gespeeld door Alexander Pechtold, doet daaraan mee door heel ernstig te zeggen het allemaal heel somber in te zien. Oftewel, wij van D66 dreigen niet alleen met opstappen, we doen het ook echt als jullie, coalitiepartners, ons na dit debacle niet tegemoet komen.

De geoefende kijker weet dat het zo’n vaart niet zal lopen. Het mag dan uniek zijn dat een vice-premier niet het hele kabinet meesleurt in zijn val, in een goed blijspel gelden andere principes, die alles te maken hebben met de wet van behoud van macht: noch CDA, noch VVD, noch D66 zou baat hebben bij nieuwe verkiezingen. Ze staan er alledrie in de peilingen slecht voor en hebben elkaar dus in de tang.

Voor de kijker die deze achtergrondkennis was vergeten, is er een korte scène ingelast voor een VVD-minister van Volksgezondheid, een bijrolletje van Hans Hoogervorst. Hij mag even verkondigen dat een val van het kabinet slechts het belonen van de PvdA zou zijn. Dan treedt Nederland in zijn ogen toch echt toe tot de categorie bananenrepublieken.

Dan komt het stuk snel tot een einde. Zoals wel vaker bij een klucht valt dat wat tegen. Het lijkt of de schrijver zelf moe is van alle verwikkelingen en gedoe. Nog even schrijft hij een paaszaterdag in het stuk. Veel hoofdrolspelers zitten op het ministerie van de premier. Een aantal D66’ers, zoals de partijvoorzitter, is vlakbij om de indruk te wekken dat het allemaal nog fout zou kunnen gaan. Maar dat gebeurt niet. Er komen de nodige miljoenen voor onderwijs, zodat D66 en vooral diens partijleider geen gezichtsverlies lijden. En om te voorkomen dat een ander deel van D66 gaat steigeren, zal de agenda Bestuurlijke Vernieuwing met verfriste moed ter hand worden genomen.

Terwijl dit alles op het kantoor van de minister-president wordt bedisseld, gaat de D66-partijvoorzitter met een politiek adviseur en de fractievoorzitter van de Eerste Kamer bij het Mauritshuis naar binnen. Voor de tentoonstelling Bedrogen ogen, waar een zeldzaam schilderij van Johannes Vermeer hangt. Het is de laatste knipoog naar de toeschouwer.

Die kan met een gerust hart naar huis. Hij heeft gekeken naar een toneelstuk dat, zoals dat hoort in een klucht, zijn dagelijkse leven niet zal raken, maar hem wel even heeft doen ontspannen. Toneelschrijver en regisseur hebben volgens hem knap werk geleverd, zo goed als ze de ogenschijnlijke regieloosheid op het Binnenhof in beeld hebben gebracht. En hij weet: dit stuk vraagt om een vervolg. Hij heeft zelf wel ideeën voor een plot: gewone D66-leden stemmen de nieuwe afspraken met VVD en CDA weg en laten alsnog het kabinet vallen, of, voor wat later, de haarscheurtjes die de coalitie in het eerste deel heeft opgelopen dreigen grote barsten te worden.