Annalena Baerbock in Irpin, mei – ‘In Oekraïne worden de vrijheid en vrede van Europa verdedigd’ © Florian Gärtner / Imago Stock & People / ANP

Het verschil kan niet groter zijn, als ze op 11 mei in Kiev afscheid van elkaar nemen. Burgemeester Vitali Klitschko, de imposante voormalige wereldkampioen boksen, buigt zich voor een omarming diep voorover naar Annalena Baerbock, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken van de Groenen.

Klitschko draagt militaire kleding, Baerbock werd kort geleden nog vanwege haar plannen voor een ‘feministisch buitenlandbeleid’ door de Duitse conservatieve oppositie bespot: ongeschikt voor de harde buitenwereld. Maar nu is het de 41-jarige Baerbock die haar land in het nieuwe oorlogsgebied in Europa vertegenwoordigt – als eerste, en tot nu toe ook enige, lid van de regering.

Eigenlijk past het ook wel, deze symbolische tocht van Baerbock. Ze laat zich fotograferen als ze in kogelvrij vest met Klitschko door Kiev wandelt, ze is omringd door de camera’s als ze in de stad Boetsja getuigen van Russische oorlogsmisdaden spreekt. En ze zegt: ‘In Oekraïne worden de vrijheid en vrede van Europa verdedigd.’

De Zeitenwende, dat was het begrip dat bondskanselier Olaf Scholz (spd) op 27 februari lanceerde. Drie dagen na de aanval van Rusland op Oekraïne kondigde Scholz in de Bondsdag een ‘historische omslag’ in het Duitse veiligheidsbeleid aan. Die hield niet alleen wapenleveranties aan Oekraïne in, maar ook een investering in de eigen Duitse Bundeswehr van honderd miljard euro. Het zou betekenen, zoals Scholz het vorige week bij de definitieve goedkeuring van het plan door het parlement zei, dat Duitsland ‘het grootste conventionele leger van de Navo in Europa’ krijgt.

De Zeitenwende werd direct in binnen- en buitenland uitgeroepen tot een van de duidelijkste Europese gevolgen van de Russische aanval. Decennialang had Duitsland zich vanwege zijn eigen oorlogsverleden uiterst terughoudend opgesteld bij internationale militaire acties. Op het Duitse leger is vooral bezuinigd, de twee-procent-norm van de Navo gold slechts in theorie, en de weken vóór de Russische inval had de Duitse regering zich nog beslist uitgesproken tégen wapenleveranties, omdat Duitsland uit principe geen wapens aan een crisisgebied zou leveren.

En nu leek Duitsland ineens een voortrekkersrol in de nieuwe Europese crisis te willen vervullen. Kort erna werd het alleen weer stil rond Scholz. De aangekondigde levering van zware wapens bleef onduidelijk, een besliste positionering tegen Rusland bleef dat ook. Zelf noemde Scholz zijn houding liever ‘bezonnenheid’, en hij waarschuwde voor escalatie richting een Derde Wereldoorlog. Maar de oppositiepartij cdu verweet Scholz een ‘aarzelende houding’, die Duitsland een slechte internationale reputatie bezorgde.

Volgens zijn critici wreekte zich hier de historische last van de spd. De Duitse sociaal-democraten zouden altijd al te veel begrip voor Rusland hebben gehad. Willy Brandt hoopte met zijn Ostpolitik op een ontspanning in de Koude Oorlog, Gerhard Schröder sloot vriendschap met Poetin, en sinds 2014 zou Oekraïne door de huidige Duitse bondspresident Frank-Walter Steinmeier simpelweg over het hoofd zijn gezien in ruil voor Russisch gas.

Keerpunt Oekraïne

Sinds der eerste Russische kruisraketten op 24 februari 2022 neerdaalden op Kiev wordt de aanval op Oekraïne een historisch keerpunt genoemd. Maar wat er dan veranderd is? Aan de hand van tien grote en kleine hoofdrolspelers (plus één Risk spelende ex-generaal) maakt De Groene Amsterdammer voor het eerste de balans op.

Maar daar is dan Baerbock, die de Duitse Zeitenwende dan toch nog actief in binnen- en buitenland uitdraagt. Ze glimlacht als het kan, wordt emotioneel als het moet, vertelt in de zdf-talkshow van Markus Lanz over een zestienjarige in het stadje Boetsja die door de Russen met een schot in de borst op straat is omgebracht – om er dan direct aan toe te voegen dat ook zij liever zou hebben dat Duitsland sneller wapens zou kunnen leveren.

Het heeft haar in een paar maanden tijd opvallend geliefd gemaakt. In de herfst van 2021, toen Baerbock aantrad, waren de verwachtingen laag, de groene lijsttrekker had een pijnlijk verlopen verkiezingsjaar achter zich; nu is ze de populairste Duitse politicus, samen met Robert Habeck, de groene minister van Klimaat en Economie.

Daarmee is het uitgerekend een groene politicus die het prominentste gezicht van het nieuwe Duitse veiligheidsbeleid is geworden. Het zou een half jaar geleden nog ondenkbaar zijn geweest, omdat juist de Groenen het sterkst met het Duitse naoorlogse pacifisme worden geassocieerd. De partij is begin jaren tachtig uit de vredesbewegingen en de anti-atoomwapenprotesten ontstaan.

De ene helft van Duitsland is voor, de andere helft tegen wapenleveranties

Begin 2022 was ook Baerbock zelf nog fel tegen wapenleveranties aan Oekraïne. Robert Habeck was de enige voorstander ervan binnen de Groenen-partijtop, en werd er hard om aangevallen. Maar toen de oorlog eenmaal begonnen was, ging de omslag snel. De Groenen zijn in de Duitse regering samen met de kleinere liberale partij fdp de meest uitgesproken pleitbezorgers, en worden daarin gesteund door een meerderheid van hun partijleden.

Begin mei krijgt Baerbock een ei naar haar hoofd geworpen, als ze bij de deelstaatverkiezingen in Noordrijn-Westfalen op een Groenen-podium over de oorlog spreekt. Onomstreden is haar houding allerminst. Ongeveer de helft van de Duitse bevolking is voor, de andere helft is tegen de wapenleveranties. ‘Vrede zonder wapens’, staat er hier op een meegebracht protestbord, en: ‘Groenen – oorlogvoerders’.

Baerbock zelf heeft een nuchtere verklaring voor haar ommezwaai. Ook zij prefereert diplomatieke oplossingen voor internationale conflicten, zegt ze tegen Markus Lanz. Maar Duitsland heeft er sinds 2014 nu eenmaal alles aan gedaan om Rusland op andere gedachten te brengen, en dat heeft niets geholpen. Daarom is er nog maar één weg open: militaire hulp aan Oekraïne.

Baerbocks argumentatie wordt vaak verklaard met dat ze deel van een nieuwe generatie Groenen is, die ‘Realpolitik’ boven een ‘fundamentalistisch ideologische’ houding verkiest. Maar alleen de pragmatiek van de regeringsmacht verklaart toch niet waarom juist de Groenen zo opvallend uitgesproken zijn over wapenleveranties.

Moraal staat bij Baerbocks argumentatie juist boven pragmatisme. Het idee dat de Duitse Groenen in hun partijwortels principieel pacifistisch zijn, klopt niet, schrijft onder anderen journalist Stefan Reinecke van de linkse Berlijnse krant Taz. Al in de jaren tachtig bestond er ook een andere tak van de vredesbeweging. Voor haar stond de verdediging van de mensenrechten voorop, en dat kan ook de plicht betekenen die rechten met wapens te verdedigen.

Deze argumentatie hanteerde later ook de beroemdste groene Realpolitiker, Joschka Fischer, de eerste groene minister van Buitenlandse Zaken. Hij moest in 1999 aan zijn partij uitleggen dat bij de Navo-acties in Kosovo voor het eerst sinds 1945 Duitse gevechtsvliegtuigen aan een gewapende militaire actie zouden deelnemen. Fischer gebruikte hiervoor het Duitse verleden als moreel argument – ‘Nooit meer oorlog’ betekende voor hem: Duitsland mag ook bommen gooien als de vrede bedreigd wordt of de mensenrechten grof geschonden worden.

Het morele argument ‘nooit meer oorlog’ bepaalt nu ook de debatten over Oekraïne. De pacifistische richting vreest dat Duitsland met wapenleveranties wordt meegetrokken in een onbeheersbaar conflict. De andere richting, met Baerbock en Habeck als boegbeelden, voert een tegengestelde argumentatie om hetzelfde doel te bereiken. Júist om erger te voorkomen dient Duitsland de Oekraïners met militaire middelen te steunen.

‘Rusland mag niet winnen’, zo luidt sinds het begin van de oorlog de formulering van Olaf Scholz. Dat klinkt pragmatisch-diplomatiek in de beste traditie van zijn voorganger Angela Merkel: hij laat in het midden wie er dan wel moet winnen of verliezen, om een plek aan de onderhandelingstafel bij Poetin open te houden. Beduidend beslister spreekt Baerbock zich uit over wat het doel van Duitsland moet zijn: ‘Rusland moet de oorlog strategisch verliezen’, zegt ze: ‘Dus moet Oekraïne winnen.’

Het is een houding die ook sterk in de Duitse progressieve media wordt uitgedragen, waarbij de kritiek op Scholz en de lof voor Baerbock hand in hand gaan. Maar Baerbock zelf neemt de bondskanselier in bescherming, en legt op de Duitse televisie geduldig zijn motieven uit. Van een breuk is hier geen sprake, eerder lijken ze op deze manier het brede spectrum van Duitse meningen over de nieuwe koers te willen afdekken.

Hoewel onduidelijk blijft hoe de zwijgzame Scholz de nieuwe koers concreet wil omzetten, zorgen de Groenen ondertussen voor de ideële invulling. Midden maart kondigde Baerbock als reactie op de Russische inval aan een ‘nieuwe Duitse veiligheidsstrategie’ te willen ontwerpen, waarbij een ‘duidelijk waardenkompas’ de leidraad dient te zijn. Ze stelt hierin naar goed groen gebruik de bescherming van de democratie en de vrijheid voorop, maar in de uitwerking ervan breekt ze wel ‘met de stereotypen van het linkse buitenlandbeleid’, zoals de conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung fijntjes opmerkte.

Baerbock ziet ‘weerbaarheid’ als het antwoord op het Duitse ‘verlangen naar veiligheid’. Dat betekent niet alleen meer investeringen in nieuwe vormen van cyberoorlog, maar ook in een sterke Navo. Baerbock zei zelfs dat de ‘nucleaire afschrikking van de Navo geloofwaardig moet blijven’. De afkeer van de Navo, die traditioneel bij linkse Duitse bewegingen te horen is en die ook de Groenen in de jaren tachtig heeft gevormd, is hier ver weg.

De verwarring in de Duitse politiek over deze nieuwe groene opstelling is merkbaar. Gregor Gysi, de bekendste oudgediende van Die Linke, wil het ministerie van Buitenlandse Zaken al een nieuwe naam geven: ‘het ministerie voor Bewapening, Wapenexport en Sancties’. Uiterst rechts wordt Baerbock door een AfD-parlementariër spottend de ‘Amazonen-koningin’ genoemd. Maar bij de christen-democratische cdu, waar men Baerbocks ‘feministische buitenlandbeleid’ in het begin van haar aantreden nog ‘geklets’ noemde, klinkt er lof voor de minister.

De term ‘feministisch buitenlandbeleid’ heeft Baerbock overigens niet opgegeven. De term houdt onder meer een verschuiving van aandacht in naar de ‘zwakkere’ slachtoffers van internationale conflicten, zoals vrouwen en kinderen. Wapenleveranties sluiten deze benadering volgens de groene minister niet uit. ‘Feminisme betekent niet tegen de slachtoffers van geweld te zeggen: verdedig je niet’, zegt ze in een interview met Der Spiegel. Ze moeten juist weerbaar kunnen zijn: ‘Militaire middelen kunnen alleen het laatste middel zijn, maar het kan slachtoffers in staat stellen zich te verdedigen.’