Kristen Stewart als Diana, prinses van Wales, in de film Spencer van regisseur Pablo Larraín © STXfilms

Ze schijnt onontkoombaar te zijn geweest. Bijna om van flauw te vallen, zo mooi, innemend, menselijk. Over de hele wereld opende ze de harten van mensen, zieken en gezonden, armen en rijken. Haar zwaaien, haar aanrakingen, kleine opmerkingen, ze hadden het effect als van zegeningen. De paus was er niks bij. Ik heb het over Lady Di zaliger, de Princess of Wales, de ‘people’s princess’, smartelijk aan haar einde gekomen in een auto-ongeluk, zij het eentje in stijl, namelijk in Parijs, achtervolgd door de paparazzi en geaccompagneerd door een rijke playboy.

Het is al weer bijna 25 jaar geleden, in mijn herinnering was het een zondag, een vriendin belde me wakker. Ze is dood! Wie is dood? Diana!… Op die puntjes loopt een ballon leeg. Laat ik het zo zeggen: ik had moeite niet mijn schouders op te halen. En die vriendin… Ik snapte al nooit zo goed hoe ze haar feministische draufgängerigkeit gecombineerd kreeg met een zwijmelbehoefte richting niet-bestaande wezens zich ophoudende in een glossy wereld.

We schrijven 1997, en de zaken lagen vast wat scherper dan nu. Wat minder ambigu, zoiets moet het zijn. Ik kan het anders niet verklaren dat ik sinds een tijdje mezelf ook zomaar kan aantreffen op Instagram-accounts van figuren uit een andere stratosfeer, en bijvoorbeeld een actrice volg wier naam ik nog steeds niet spontaan gespeld krijg. Sterker nog: ik denk dat ze me iets te vertellen heeft. Ik zag Margaret Qualley voor het eerst in een rol waarbij eindeloos werd ingezoomd op haar smalle bilpartij, bijeengeperst in een ultrakort spijkerbroekje. Ze was alles waarvan ik vroeger gedacht zou hebben: get over cute. En nu zie ik opeens de soevereiniteit van die onverholen meisjesachtigheid, de dikke vinger die ze opsteekt jegens de wereld die niet bestand is tegen haar uitdagende levenslust. Zelfs dat ze haar naakte lichaam voor een Chanel-reclame laat behangen met een paar onbetaalbare tassen kan ik inmiddels beschouwen als een daad van subversiviteit.

Feministische iconen zijn niet meer wat ze geweest zijn, misschien is dat het. Ik moet het anders zeggen: ze gaan met hun tijd mee. Uiteindelijk zijn ze ook altijd maar wat je in ze wil zien. Was Britney Spears lange tijd de irritante vertolkster van ultradomme liedjes, erna werd ze een beklagenswaardig slachtoffer van haar omgeving en inmiddels staat ze symbool voor het vrouwenbevrijdingsfront. Het is een bekende kruisweg die ze aflegde, die van Lady Di kent vergelijkbare halteplaatsen. Het exceptionele van Diana Spencer is echter dat hoewel ze er het leven bij liet ze bijna 25 jaar later nog telkens opnieuw uitgevonden lijkt te kunnen worden. In de film Spencer biedt regisseur Pablo Larraín haar zelfs een alternatief einde, dat zomaar weer de aanjager zou kunnen zijn voor een nieuwe heldinnenrol.

‘For some people being dead is only a relative condition’, schreef Hilary Mantel in The Guardian vijf jaar geleden, toen de Princess of Wales twintig jaar dood was. Ze had het over de onverwachte flexibiliteit van sommige mensen die, nadat de eerste verschijnselen van rigor mortis al leken te zijn ingezet, zich in volkomen nieuwe gedaantes aandienen in het publieke discours.

Ze schreef dit in 2017, nog net in het pre-The Crown-tijdperk nota bene. Waar Mantel aan refereerde waren televisie-interviews met de beide zonen, waarin Diana werd opgehemeld als een grappig, zorgzaam en fresh iemand, en een documentaire, Diana: In Her Own Words, waarin de prinses zich eerlijk en ongeremd zou tonen. Mantel daarentegen zag iemand die zich in alle bochten wrong om niet recht in de camera te hoeven kijken, en die zichzelf tot ‘rebel’ uitriep omdat ze altijd het tegenovergestelde deed van wat iedereen deed. Een woedeaanval krijgen als je wordt gedwarsboomd maakt je nog geen vrije geest, hoor, denkt Mantel als ze Diana ziet praten. Net zo min als met je ogen rollen en je schouders ophalen zouden bewijzen dat je moedig bent.

Om zichzelf een witregel verder te corrigeren: voor mensen van koninklijken bloede bestaan andere wetten. Ze zijn niet als ‘wij’, ze zijn losgezongen van ieder nuttigheidsidee en bestaan slechts bij de gratie van onze irrationele behoeften. De wrevel komt me bekend voor. In ‘mijn’ tijd, die ook de tijd van Diana Spencer was – we zijn om en nabij leeftijdgenoten – associeerde ik haar met een kwezel van het berekenende soort. Iemand die willens en wetens in een systeem was gestapt en opeens deed alsof ze er haar vraagtekens bij zette. Die in steeds strakkere en lelijkere jurken op een passief-agressieve manier om aandacht smeekte. Hou om te beginnen je hoofd eens een keer recht, dacht ik als ik haar voorbij zag komen op tv. Het is allemaal niet mooi, maar het is wat het was, wie ik was. Mijn meest frivole heldin was destijds sergeant Diane Russell in NYPD Blue, een knappe alcoholiste, dienstwapen altijd binnen handbereik.

Dat die andere Diana van de goede werken was, als een sexy soort Moeder Teresa slagvelden en sterfhuizen bezocht, er niet voor terugdeinsde besmettelijk zieken vast te pakken, zag ik overigens pas goed in The Crown. Deze nog immer in volle gang zijnde Britse historische dramaserie, geschreven door Peter Morgan, giet de regeerperiode van koningin Elizabeth II in de dramatische verhaalvorm die van alle leden van het koninklijk huis opeens mensen maakt, en tegelijkertijd hun onderlinge betrekkingen shakespeareaanse urgentie geeft. Zou je van tevoren misschien kunnen denken dat met de komst van het aristocratische ‘gewone’ meisje Diana Spencer het stijve koningshuis eindelijk eens wat leven en sex-appeal ingeblazen zou krijgen, niets is minder waar.

In het meest recent uitgezonden vierde seizoen is Diana ook ‘een’ episode, zij het eentje die dichter bij het heden ligt en waarover misschien relatief gezien al meer bekend was. Het heeft een speciale charme om een nabij verleden zo precies en echt mogelijk ‘nagemaakt’ te zien; een rommelige geschiedenis krijgt een volgordelijk verloop, met pijnlijke close-ups, kijkjes achter de schermen, zware muziek eronder. Maar alles wat zich vóór haar afspeelde, met vaderdochter Elizabeth, de concurrentieslag met zus Margaret, de verboden en de officiële geliefdes, de existentiële nood van Philip, de gekweldheid van Charles, is allemaal minstens zo rijk en veellagig. Sowieso is iedereen mooier, interessanter en beklagenswaardiger dan je ooit voor mogelijk had gehouden. Diana is opeens weer een van hen.

© STXfilms
Mensen van koninklijken bloede zijn losgezongen van ieder nuttigheidsidee en bestaan slechts bij de gratie van onze irrationele behoeften

De feiten van Diana’s leven kregen tien jaar na haar dood zo’n beetje hun beslag in een paar biografieën, waarvan de bekendste die van voormalig New Yorker-hoofdredacteur Tina Brown is: The Diana Chronicles. De ambivalente interesse daarin werd destijds mooi verwoord door Jenny Diski in de London Review of Books, onder de omineuze kop ‘Tunnel Vision’. Allereerst ook bij haar de bevreemde terugblik naar die fatale 31ste augustus 1997. Ze zou gaan eten met een vriend, maar die vroeg ontzet: ‘Gaan we gewoon eten?’

‘Wat wil je dan?’ zei Diski. ‘Moeten we sjivve gaan zitten?’

Hij, onverminderd wonderstruck: ‘Als zij dood kan gaan, geldt dat voor iedereen.’

Ze memoreert een andere vriend, die zich die dag opsloot in zijn studeerkamer om Civilization and Its Discontents nog eens goed te bestuderen. Zelf posteerde ze zich voor de televisie, zich verbazend over wat ze daar zag en dat wat haar betreft alle meters deed uitslaan op de schaal van vreemdheid.

Haal de camera’s weg en wat heb je, vraagt Diski retorisch. De gebruikelijke ingrediënten van een rommelig leven: een puinhoperige scheiding, vrienden die partij kiezen, geld, overspel, het inzetten van de kinderen. Opvallend genoeg neemt ze in dit lijstje niet mee de eetstoornis van Diana, haar automutilatie, en het feit dat ze voordat ze in het huwelijk trad met Charles al wist dat hij van iemand anders hield. Eerlijk gezegd vond ik dit gegeven altijd te zwart-romantisch om waar te zijn, en drong dit pas ‘echt’ tot me door dankzij The Crown, een serie waarvan Diski het bestaan nog niet kon vermoeden.

De kracht van The Crown is dat die ondanks zijn spectaculariteit een volkomen gedocumenteerde indruk maakt, en zich wat dat betreft getrouwer dan een biografie laat lezen als een geschiedenisles. Aan de houterige, vreemde teksten en de wel érg manisch vertrokken gezichten in sommige scènes zie je dat ze wel op waarheid gebaseerd moeten zijn, zoals de scène waarin Charles en Diana voor de televisie worden geïnterviewd nadat hun verloving bekend is gemaakt door the queen mother. Op de vraag of ze erg verliefd zijn, mompelt Charles na enige aarzeling bevestigend maar voegt er meteen aan toe: ‘wat je daar ook onder moge verstaan’. Uit het lood geslagen, met een doodernstig gezicht, antwoordt Diana alleen nog maar dat Charles ‘simpelweg geweldig’ is, als haar wordt gevraagd wat ze aantrekkelijk aan hem vindt. Wekenlang wordt ze vervolgens aan haar lot overgelaten in een paleis waarvan de ellenlange gangen en lege ruimtes zich nog het best lenen om op rolschaatsen te worden verkend. Of ze die dingen ook echt heeft ondergebonden, koptelefoon op het hoofd, luisterend naar Billy Joel?

Ze is achttien. Dat dringt door deze scène in ieder geval wel goed tot je door. En dat het gevoel van verraad immens moet zijn geweest. Charles was een bedrieger, die aan de vooravond van zijn huwelijk een ander een speciale armband gaf, al dan niet als afscheidscadeau. Maar ook was hij een slachtoffer, die van zijn ouders niet zijn hart mocht volgen. Hij leed ‘echt’ onder de liefde; via het gekwelde gelaat van de acteur die hem speelt, Josh O’Connor, geloof je dat althans. En dat het dan ook nog eens om een oudere, getrouwde vrouw ging! Dat laatste is ook het enige wat Diski echt kon boeien aan het levensverhaal van Diana. De rest is sukkelige banaliteit, schrijft Diski, en het feit dat het om een koninklijke scheiding ging weegt niet op tegen de saaiheid van de betrokkenen. Diana bleef alleen in de belangstelling omdat ze uitersten in zich verenigde. Ze nam haar zonen mee naar de daklozenopvang om ze iets over privilege bij te brengen, omhelsde lepralijders, en legde een woedende verklaring af toen in een van de bladen een foto stond die suggereerde dat ze cellulitis op haar dijen had.

Dit is wat de obsessie met beroemdheden misschien verklaart, aldus Diski: dat ongerijmd gedrag zich op zo’n monsterlijk grote schaal laat zien. En wat kunnen de media anders dan de nieuwsgierigheid van het volk hiernaar voeden? Als je moet kiezen tussen hulpeloos kijken naar stomme, rijke mensen die met hun kop tegen de muur lopen, of hulpeloos kijken naar het lijden van de wereld door toedoen van politici en bedrijven, en onze eigen hebzucht, dan kun je je maar beter onmachtig voelen over iets wat je au fond niks interesseert. En dus zal de stortvloed van boeken over Diana nooit ophouden, voorspelt ze, net zoals we niet uitgekeken raken op Marilyn Monroe en Gracia van Monaco.

‘It’s just, you know, the way the world is.’

Afgelopen Halloween-weekend bleek het populairder dan ooit om je uit te dossen als Lady Di, in Engeland althans. De sociale media liepen er vol mee. Opvallend, hoezeer sommige foto’s van Diana in ons geheugen zijn geslepen. De combinatie van Harvard-sweatshirt en een kort sportbroekje was al genoeg om de boze prinses in het leven te roepen. Een parelketting op blote schouders, een babyblauwe jurk en iedereen weet blijkbaar naar welke outfit er wordt verwezen. Diana als meme.

De jurken, de badpakken, de sweatshirts zouden Diana’s manier van commentaar zijn op de gang van zaken in de koninklijke familie

Op het Instagram-account ‘ladydirevengelooks’, 118.000 volgers, is te zien hoe de verschillende publieke verschijningsvormen van Diana geboren Spencer in het licht van haar leven en dood bekeken kunnen worden – maar dan als gecodeerde boodschappen. De jurken, badpakken, de sweatshirts zouden haar manier van commentaar zijn op de gang van zaken in de koninklijke familie. Vandaar die ‘revenge looks’.Het brein achter dit account, de Engelse modeschrijfster Eloise Moran, heeft voor volgend jaar zomer het bijbehorende boek aangekondigd: The Lady Di Look Book, met als ondertitel: ‘Wat Diana ons probeerde te vertellen met haar kleding’.

Kristen Stewart als Diana, Freddie Spry (liggend) als zoon Harry en Jack Nielen als zoon William in Spencer © STXfilms

Diana incorporeert alle klassieke rollen die voor vrouwen zijn weggelegd, van onschuldige maagd tot verstotene, van onwetende tot sfinx, van weldoenster tot heks. Lelijk is ze nooit geweest, dat is voor het verhaal bijna jammer, al schreef Hilary Mantel over haar dat niemand haar op het eerste gezicht ervan verdacht zou hebben een schoonheid te zijn.

Met de jaren werd ze inderdaad scherper – een omfloerste manier om te zeggen dat ze dunner werd – en mooier, interessanter in a way. Ze leek meer iets te verbergen te hebben, wat natuurlijk ook het geval was. De keuze voor de actrices die haar in The Crown spelen, weerspiegelt deze ontwikkeling. In het seizoen dat ze haar entree maakt in het koninklijk huis wordt ze gespeeld door de Britse actrice Emma Corrin, die, twintiger, nog iets bolligs en kinderlijks weet te paren aan de juiste dosis onschuld en ontzetting. Langzaam wordt ze gekneed richting vorstelijke schoonheid, een proces dat in het volgende seizoen ongetwijfeld zijn voltooiing zal krijgen als de Australische actrice Elizabeth Debicki met haar giraffe-achtige contouren de wat oudere Diana gaat spelen. Dunner dan dun, en met een lang, melancholiek gezicht, belooft zij de perfecte belichaming te zijn van de mater dolorosa-achtige gekweldheid die rond haar 35ste aan haar gekleefd zal raken als een tweede huid.

E n dat er dan toch óók nog een Diana 2.0 of 3.0 (of bij welke .0 zijn we?) blijkt te zijn. Het is de creatie van de Chileense filmregisseur Pablo Larraín, die eerder Jacky Kennedy opnieuw aankleedde in Jacky. Leven en mythe vlecht hij dooreen in Spencer, dat zich afspeelt tijdens het laatste kerstfeest dat Diana ten paleize vierde. De titel zegt het al: hij laat haar hierin een soort getrouwheid aan haar Spencer-roots ontdekken. Op weg naar Sandringham House, waar de koninklijke familie bijeenkomt voor het traditionele driedaagse kerstfeest in huiselijke kring, ziet ze het landgoed van haar jeugd terug. De vogelverschrikker op het veld draagt nog steeds de jas van haar vader en tegen alle orders in rent ze er naartoe, haar hakken wegzakkend in de modder, om zich de jas weer toe te eigenen.

‘Dit is een fabel gebaseerd op een waargebeurde tragedie’ worden we bij de eerste beelden gewaarschuwd. En hoe kan dat ook anders als de hoofdrol is weggelegd voor de meest edgy actrice van het moment, die we voornamelijk kennen van duistere kwaliteitsfilms als Clouds of Sils Maria, Personal Shopper en Certain Women? Ik beken. Kristen Stewart staat bij mij nog net even hoger in de rangorde dan Margaret what’s her name, die met die Q. Alleen al het feit dat Stewart met haar gekke peroxyde haren en haar zware brilmontuur in obligate promotiefilmpjes zegt hoe diep ze is gegaan om de kracht en het mysterie van deze getormenteerde vrouw naar boven te halen, maakt van Diana de interessante figuur die ze voor mij bij leven nooit is geweest.

Vrij naar Mantel: niemand had Diana ervan kunnen verdenken een boze schoonheid in huis te hebben die ook maar in de buurt komt van die van Kristen Stewart.

Vanaf het eerste moment dat we haar te zien krijgen in Spencer is het duidelijk: Lady Di is op oorlogspad. Met maximale militaire inzet mag het koninklijke kerstfeest op touw zijn gezet, het ontembare element laat zich nog even niet zien. Ze is letterlijk de weg kwijtgeraakt, geheel onkoninklijk alleen in haar cabrio, worstelend met een landkaart. Where the fuck am I, verzucht ze vanachter de joekel van een Chanel-zonnebril, de bekende blonde manen beschaafd wapperend in de wind. Tegen alle regels in zal ze te laat arriveren, namelijk nádat de koningin haar opwachting heeft gemaakt. Dat er een speciale adjudant is ingehuurd om haar in het gareel te houden, heeft eerder het tegenovergestelde effect. Diana’s strategie is er een van traineren en torpederen, drie kerstdagen lang.

Alles wat ze aantrekt, en níet aantrekt, en op welk moment, heeft in de film een zware, symbolische rol. De belangrijkste figuur in haar leven is haar kleedster, de enige die haar begrijpt. ‘Je bent je eigen wapen’, fluistert die haar in. De spanning in de film is voortdurend: beheerst ze zich, of niet? Reageert ze op het aanhoudende kloppen op de deur van haar slaapkamer, of onttrekt ze zich aan het samenzijn? Draagt ze de parelketting die Charles voor haar onder de kerstboom heeft gelegd – een identiek exemplaar gaf hij aan ‘de ander’ – of rukt ze die af?

In bijna surrealistische scènes wordt haar verzet tot hoge hoogtes gevoerd. Op haar nachtkastje ligt Life and Death of a Martyr, de biografie van Anna Boleyn, de vrouw van Hendrik VIII, die, beschuldigd van overspel en hekserij, werd onthoofd. Boleyn verschijnt ook aan haar als een medezuster in de strijd; om haar nek een medaillon met het portret van haar man. Identiek aan het medaillon dat diens minnares om de nek heeft hangen, zoals ze Diana vertelt. Langzaam lijkt Diana gek te worden, maar eigenlijk juist ook helemaal niet zoals het in het ‘echt’ is gegaan. Je moet het me vertellen als ik gek ga doen, zegt ze tegen haar oudste zoon. Deze neemt zijn taak ernstig. Voor Diana als moeder heeft Spencer een krachtig slotakkoord in petto.

In The Crown zagen we al dat ze van zichzelf altijd al wist voorbestemd te zijn voor iets groots. Ze had er haar koosnaam ‘Duch’ aan te danken; als kind voelde ze zich al een duchess. 25 Jaar na haar dood bezegelt regisseur Pablo Larraín met zijn film de wraakgodinnenstatus die de zachte ‘people’s princess’ van weleer heeft verkregen.

Er is het leven en er is de mythe. Naarmate het leven langer geleden is, wordt de mythe groter. Moderner ook. Klaar om door een nieuwe generatie volgers omhelsd te worden. Een generatie die misschien minder wrevelige associaties en herinneringen heeft aan haar werkelijke verschijning dan haar tijdgenoten. De afstand in jaren maakt dat de aantrekkingskracht van het oerverhaal steeds meer kan overheersen: iets zachts en onschuldigs wordt opgeofferd en naar het schavot geleid. En dat er dan iets wonderbaarlijks en ongerijmds blijkt te zijn weggelegd voor sommige mensen – mensen die bestaan bij de gratie van onze behoeften, voor wie andere wetten gelden – dat is het wonder van de wederopstanding.

Spencer draait nu in de bioscoop