Van steppe naar melkdorp

Klik hier voor de fotoreportage>>> www.groene.nl/china/China.html
De westelijke steppe van Binnen-Mongolië verandert schrikbarend snel in een woestijn. Waar ooit kniehoog gras groeide, ligt nu een zee van zand. De herders in de steppe klagen over het gebrek aan gras voor hun kuddes, die zo zwak zijn dat ze de winter maar nauwelijks overleven.

Medium china2

De lokale veearts heeft nog nooit zo veel koeien aan het infuus gelegd. En de gevolgen reiken verder dan het gebied zelf. In het voorjaar leggen zandstormen steden als Peking en Seoul stil. Mensen op straat schuilen met lappen voor hun ogen en mond, binnenshuis moeten lichten aan worden gedaan en het verkeer komt volledig tot stilstand. Als het dan ook nog eens regent, worden de steden onder een dun laagje gele modder bedekt.
Deze periode wordt daarom ook wel «China’s vijfde seizoen» genoemd. Dat er iets moet gebeuren, is iedereen duidelijk. China plantte al een Groene Muur, een haag van miljoenen bomen die het zand moest opvangen terwijl de boomwortels de grond en het grondwaterpeil moesten beschermen. Aanvankelijk leek dat te werken, totdat de bomen stierven omdat het woestijnstof ze deed stikken.
De Chinese overheid is nu tot drastischer maatregelen overgegaan. De herders van Binnen-Mongolië moeten de steppe uit. Het is immers hun vee dat de steppe aantast: vooral hun geiten, die niet alleen het steppegras eten maar ook de wortels daarvan uit de grond trekken. In gebieden waar de overbegrazing het ergst is hebben de herders daarom te horen gekregen dat ze niet langer vee mogen houden. En zonder vee kan een herder niet in de steppe overleven.
Ze krijgen een staatslening aangeboden om een huis in een «melkdorp» te kopen, waarvan ze ook een aanbetaling kunnen doen om westers stamboekvee aan te schaffen, dat meer melk geeft dan de lokale koeien. De dieren komen uit Nieuw-Zeeland en Australië; Nederlandse koeien komen niet in aanmerking vanwege de gekkekoeienziekte.
«De koeien willen het lokale gras niet eten en moeten bijgevoederd worden met hooi en krachtvoer», zegt Baatar (op verzoek niet zijn werkelijke naam) die sinds deze zomer in een van de melkdorpen woont. Daarnaast zijn de dieren niet tegen het koude klimaat bestand en moeten ze in de winter in verwarmde stallen worden ondergebracht. Omdat de koeien ook kunstmatig geïnsemineerd moeten worden, lopen de kosten hoog op.
«Het loont niet om hier koeien te houden», zegt Baatar: «Vroeger deden we alles zelf. Nu heb ik alleen nog schulden.» Ook zijn nieuwe rijtjeshuis laat te wensen over. In de steppe smeerde hij ieder najaar een extra laag leem op zijn huis om het tegen de winter te isoleren. Het nieuwe huis is weliswaar van baksteen, maar het is veel te koud tijdens het winterseizoen, wanneer de temperatuur tot dertig graden onder nul kan dalen. In zijn oude boerderij verstookte hij koeienmest die hij tijdens het hoeden van zijn vee verzamelde; nu moet hij kolen kopen om zijn huis warm te krijgen.
«De regering vertelde ons dat we hier stromend water en elektra zouden krijgen», zegt hij: «Thuis had ik een waterput en een windmolentje. Ik krijg nu iedere maand een rekening: voor het huis, voor de koeien, voor de kolen, voor het zaad waar mijn koeien mee geïnsemineerd worden, voor de elektra, het water», telt hij op zijn vingers. Allemaal kosten die hij voorheen niet had. Daarnaast heeft hij in het nieuwbouwdorp voor het eerst in zijn leven buren.
De buitenmuur van zijn stal staat tegen het volgende huis aan gebouwd. «Op de steppe hadden we veel ruimte, hier woont iedereen boven op elkaar», klaagt hij. Als Mongool behoort Baatar tot een van de minderheidsgroeperingen in China. Het gebied waar hij woont is echter sinds de stichting van de Volksrepubliek China in 1949 volgestroomd met Han-Chinese migranten. Inmiddels wonen er voor iedere Mongoolse herder tien Han-Chinezen in Binnen-Mongolië. Met de gedwongen verhuizing van de herders naar de melkdorpen verdwijnt een herders wereld die overigens al grotendeels onder de voet was gelopen.
«Waarom moeten wij nu weg», vraagt Baatar, «wij waren hier toch het eerst?» Hij vermoedt dat er behalve ecologische ook andere motieven voor het nieuwe beleid zijn: «Het is hier corrupt. De huizen zijn door een neef van de lokale partijchef gebouwd en die is nu rijk.» Daarnaast zouden twee Chinese zuivelconcerns, Mengniu en Yili, op de bouw van de melkdorpen hebben aangedrongen. «Zodat ze de melk makkelijker kunnen afnemen en niet alle boeren individueel hoeven te bezoeken.»
Baatars twee koeien staan geduldig bij de stal te wachten om gemolken te worden. De hoeven staan in het zand, want veel gras groeit er niet, als ze dat al zouden willen eten. Baatar hoeft alleen maar te wachten tot de melkmachine vanzelf afslaat. Hij steekt zijn handen lijdzaam in zijn zakken en zegt: «Ze zijn hier allemaal gek.»

www.halbertsma.com
www.iwan.com