Van straatdel tot model

CATEL MULLER EN JOSÉ-LOUIS BOCQUET
KIKI VAN MONTPARNASSE
Vertaald door Gert Jan Pos
Oog&Blik/De Bezige Bij, 416 blz., € 29,95

Een van de hoogtepunten van de Europese kunst was de avant-garde tijdens het interbellum van de twintigste eeuw. Als je toen kunstenaar was en in het Franse Montparnasse bivakkeerde, was je op het juiste moment op de juiste plaats. Dat overkwam model, danseres, zangeres Alice Prin, bijgenaamd ‘Kiki de Montparnasse’, wier biografie nauwgezet werd verstript door Catel en Bocquet. Deze vuistdikke stripbiografie van wat op het eerste gezicht niet meer lijkt dan een voetnoot van de kunstgeschiedenis was zelfs zo goed dat ze in 2008 de publieksprijs won op het belangrijke stripfestival in Angoulême. Dit lekker dikke koffietafelboek is nu vertaald en luxueus uitgegeven door het samenwerkingsverband van stripuitgever Oog&Blik en literair uitgever met stripambities De Bezige Bij. Voor een van de eerste titels van hun gezamenlijke fonds hadden ze geen beter boek kunnen kiezen. Kiki van Montparnasse is dik, gebonden, zwart-wit, bevat aan het einde een uitgebreide chronologie en korte biografieën van de hoofdrolspelers en gaat ook nog eens over Parijse kunstenaars tijdens het interbellum. Literairder kunnen strips bijna niet worden. Maar is het leven van Kiki interessant genoeg om een dikke vierhonderd pagina’s te vullen? Alleen al het feit dat ze jarenlang samenleefde met Man Ray, model stond voor tientallen kunstenaars en op die manier werd vereeuwigd, is genoeg om iemand nieuwsgierig te maken.
Kiki groeit op in een klein dorpje bij haar oma. Als klein kind is Kiki één en al kattenkwaad en rebelsheid en dat blijft eigenlijk haar hele leven zo. Als tiener vertrekt ze naar Parijs om (kort) bij haar ongetrouwde moeder te wonen. Al snel wordt ze als bakkersmeisje ‘ontdekt’ door een oudere schilder, die haar vraagt als model. Vanaf dat moment is duidelijk dat Kiki voortaan een muze zal zijn voor kunstenaars. Voor een paar francs kleedt ze zich uit en wacht ze geduldig tot het schilderij of beeldhouwwerk klaar is. Het geld gaat op aan huur en wijn in de cafés. Als Kiki probeert om in een iets sjieker etablissement binnen te komen, wordt ze geconfronteerd met de achtergestelde positie van vrouwen. ‘Je weet dat voor vrouwen die blootshoofds gaan andere gelegenheden bestaan…’ vertelt de barman haar streng als ze door wil lopen naar de salon achter in het café. Kiki reageert fel: ‘Ik ben geen straatdel meer Libion! Ik ben een model!’ Het respect dat een model verdient is in de jaren twintig niet veel groter dan dat van een prostituee. Bij kunstenaars is ze wel aan het juiste adres. Al snel weten ze haar te vinden en fladdert ze van de een naar de ander. Tot ze kennismaakt met Man Ray, de Amerikaanse fotograaf, die haar in 1924 vereeuwigde met zijn beroemde Le violon d’Ingres. Met hem woont ze enkele jaren samen en er is sprake van een echte relatie. Ray heeft het echter te druk met zijn werk, wil geen kind en verliest Kiki uiteindelijk aan het nachtleven.
Kiki is ondertussen een beroemdheid geworden in de kunst- en uitgaanswereld. Zelf heeft ze ook schilderijen gemaakt, die goed worden ontvangen, en schrijft ze een biografie waarvoor Ernest Hemingway het voorwoord verzorgt. Toch blijft ze vooral model, danseres en partner van talloze kunstenaars. Door haar vrije opvattingen moet ze voortdurend strijden tegen de heersende moraal, die haar bestempelt als ‘hoer’. Tijdens een uitstapje naar Marseille maakt een echte prostituee zelfs ruzie met haar als Kiki een knappe matroos inpikt. Het hotel waar ze logeert, wil haar als alleenstaande vrouw eerst niet toelaten, tot ze zegt dat ze is uitgenodigd door een belangrijke kunstenaar. Opeens buigt iedereen als een knipmes. Maar modellen worden ouder, dikker en in Kiki’s geval ook nog eens verslaafd aan cocaïne. Het is duidelijk dat het turbulente leven van ‘La Reine de Montparnasse’ een tragische wending neemt. Vlak voor haar dood in 1953 ontmoet ze Man Ray toevallig op straat. Hij schrikt van deze confrontatie met de vrouw uit zoveel van zijn foto’s en films. Kiki is door een ziekte enorm opgeblazen en loopt als een soort zwerfster door Parijs.
Liefhebbers van biografieën kunnen hun hart ophalen aan alle avonturen van Kiki en het kijkje in de keuken van kunstenaars dat je via haar werk krijgt. Talloze beroemdheden komen voorbij (Modigliani, Picasso, Cocteau, Man Ray) en Kiki is aanwezig bij vele hoogtepunten uit de (moderne) kunstgeschiedenis. Op die manier is deze stripbiografie ook nog eens een ‘how to bluff your way into art’. Tegelijkertijd wordt getoond hoe moeilijk het vroeger was voor vrouwen. Kiki was met recht een vrijgevochten vrouw, omdat ze elke dag voor respect moest knokken in een maatschappij waar vrouwen nog geen kiesrecht hadden en een ongetrouwde status verdacht was. Het wekt geen verbazing dat deze strip is getekend door een vrouw, Catel Muller. Ze werkt in een realistische stijl die aanvankelijk oogt als een kinderstrip. Later worden de tekeningen volwassen en zwierig en roepen herinneringen op aan Craig Thompson en Cyril Pedrosa. Hoe knap de verschillende personages getroffen zijn, wordt pas echt duidelijk bij de biografische notities, waar alle koppen van de kunstenaars naast elkaar staan. Ze lijken bijna gemaakt door verschillende tekenaars, maar tijdens het lezen van het verhaal passen ze perfect bij elkaar. Als kameleons laat Catel haar tekeningen zich aanpassen, zonder dat dat tijdens het lezen echt opvalt. Zowel de chronologie als de individuen wordt zo recht gedaan. Dat is een hele prestatie, en het geeft dit boek een echte meerwaarde.