Kort nadat Engeland begin november weer in lockdown was gegaan praatte minister van Volksgezondheid Matt Hancock het Lagerhuis, en de natie, bij over restricties en reproductiewaarden. Op sociale afstand van de bewindsman zat een gebroken man. Met zijn armen over elkaar en het hoofd voorovergebogen luisterde Alexander Boris de Pfeffel Johnson naar zijn minister, langzaam wegdommelend naar de ultieme nachtmerrie: dat hij de eerste Britse leider sinds Oliver Cromwell wordt die het mensen verbiedt samen Kerstmis te vieren.

Een tragischer lot is niet denkbaar voor de bon viveur wiens politieke missie van oudsher bestaat uit vermaken en inspireren. Het is de spreker voor wie zijn partijgenoten urenlange rijen vormen tijdens congressen, de campagnevoerder die op straat wordt belaagd door selfiejagers, de columnist die zo belangrijk voor de oplage was dat zijn baas hem een kwart miljoen pond per jaar toebedeelde. Johnson is de romanticus die, in de woorden van zijn biograaf Andrew Gimson, een politiek van imperfectie najaagt.

Toen hij op 23 juli 2019 werd gekozen tot leider van zijn partij, en daarmee tot premier, beweerde hij dat Conservatieven ‘het best in staat zijn het gedrang van de instincten in het menselijke hart te reguleren’. Het overheersende instinct bij Johnson, en zijn enige politieke principe, is de drang naar vrijheid. Hij schreef eens dat zijn held de burgemeester uit Jaws is, de ‘fantastische kerel’ die het strand open hield, ook nadat een van zijn dorpsgenoten door een haai was opgegeten. ‘Natuurlijk, zijn oordeel bleek catastrofaal onjuist te zijn’, erkende Johnson, ‘maar zijn instinct was correct.’

Een kleine anderhalf jaar na de zomerse toespraak regeert Johnson over een land waar kinderen niet met elkaar mogen voetballen, waar mensen in de boeien worden geslagen als ze hun moeder uit een verzorgingshuis halen, waar supermarkten geen fluitketels mogen verkopen, waar buren elkaar aangeven als ze een eetgast hebben, waar de politie mensen van parkbankjes verjaagt en waar studenten gevangen worden gehouden op campussen. Waar het zelfs verboden is om vanaf een zeepkist een toespraak te houden op Speaker’s Corner, de fameuze sprekershoek in Hyde Park.

‘Op deze manier sterft de vrijheid’, constateerde oud-toprechter Jonathan Sumption in The Spectator. Nooit eerder heeft de Britse staat op basis van angst zo veel macht uitgeoefend over het dagelijkse leven van haar burgers. Extra zorgelijk voor His Lordship was dat de premier lang zonder tussenkomst van het soeverein geachte parlement regeerde. Dankzij de angst voor het coronavirus hebben de Britten opeens kennisgemaakt met een onbekende Johnson, eentje die op televisie verklaarde dat hij ‘niet zal terugdeinzen’ voor agressieve, vrijheidsbeperkende maatregelen.

‘Waar is Boris?’ roepen zijn oude vrienden dan ook wanhopig, op de voorpagina’s, in de cartoons en in de kolommen van de conservatieve pers. ‘Het doet me pijn om te zeggen, maar ik heb Boris opgegeven’, zo beweert Toby Young, een vriend van Johnson sinds hun Oxford-dagen, ‘het laatste zetje was hem te horen spreken over Covid-marshalls, de Britse gordijnglurende versie van de Stasi. Wat is er gebeurd met de vrijheidslievende, twinkelogende, Rabelais-achtige persoon op wie ik heb gestemd?’

In The Daily Telegraph, de krant waar Johnson zijn journalistieke en politieke carrière aan te danken heeft, toonde Allison Pearson haar ontsteltenis: ‘Het middel is erger dan de kwaal, beste Boris, er zijn mensen die liever sterven dan in dit absurde theater te leven.’ The Daily Mail, geleid door een oude schoolmaat van Johnson, waarschuwde voor een nieuwe lockdown: ‘MR DOOM… BACK TO THE BAD OLD DAYS… NO MORE PAIN AND DAMAGE, PRIME MINISTER.’ Een heel verschil met ‘NOW BRING US SUNSHINE’, waarmee de krant op 24 juli 2019 hoopvol opende.

Boris Johnson geeft in quarantaine een persconferentie over lockdownmaatregelen en coronavaccins. Downingstreet 10, Londen, 23 november © Henry Nicholls / Getty Images

Met weemoed denken ze terug aan Johnsons burgemeesterschap van Londen. Aan de eindeloze zomer van 2012, toen Johnson bij aanvang van de Olympische Spelen werd toegejuicht door een menigte in Hyde Park en wereldberoemd werd door te bungelen aan een vastgelopen kabelbaan. Hij was alom geliefd, en geliefd-zijn, zo schrijft Tom Bower in zijn pas verschenen Boris Johnson-biografie, is precies waar Johnson sinds zijn traumatische kinderjaren in Brussel, of all places, naar verlangt.

Dat staat op gespannen voet met een ander verlangen: macht. Johnsons ogen zijn altijd ferm gericht geweest op 10 Downing Street, waar zijn jongere studiegenoot David Cameron eerder binnenkwam. Door de Brexit-route naar het premierschap te volgen werd Johnson een politicus die even geliefd als gehaat is. Dat laatste vooral in Londen, waar hij zich niet meer fietsend kan vertonen omdat hij er als verrader wordt beschouwd. Dat ligt anders in de postindustriële gebieden van Midden- en Noord-Engeland, waar hij omarmd werd door het brexiterende deel van de arbeidersklasse. Iconisch werd eind vorig jaar de foto waarop werknemers van Wilton Engineering, een bedrijf aan de Teesside in Noordoost-Engeland, een kartonnen bord met de tekst ‘We Love Boris’ omhoog houden, in gezelschap van de Old Etonian zelf. De Rode Muur, de Engelse variant op de rustbelt, zou Johnson een jaar geleden de eclatante verkiezingszege bezorgen.

Meteen na de exit poll verscheen er een foto die ook iconisch zou worden. Johnson die met gebalde vuisten een oerkreet slaat, met links zijn glimlachende vriendin Carrie Symonds en rechts, staand met laptop in de handen, Dominic Cummings. De strateeg achter Brexit kwam met Johnson mee naar het centrum van de macht, en dat bleef niet onopgemerkt. Het was zijn radicale idee bijvoorbeeld om het tegenstribbelende parlement buitenspel te zetten, een daad die onrechtmatig werd verklaard door het Supreme Court en die voor demonstraties zorgde bij Downing Street.

Na het behalen van een meerderheid van tachtig zetels was de positie van de topadviseur onaantastbaar. Johnson had zijn succes aan Cummings te danken en moest een faustiaans pact sluiten. Voor Johnson, een meester in het delegeren, was het een praktische oplossing. Cummings mocht het zware werk doen: Get Brexit Done, gevolgd door het vitaliseren van de Rode Muur. Johnson zag voor zichzelf de rol van Zonnekoning weggelegd, regerend bij voorkeur vanuit het buitenverblijf Chequers.

Boris Johnson zag zichzelf in de rol van Zonnekoning, regerend vanuit zijn buitenverblijf

Kort nadat het Verenigd Koninkrijk officieel de EU had verlaten, zong Johnson in ‘het Versailles’ van Greenwich de lof op de ondernemingsgeest van zijn landgenoten. ‘Ik raak niet uitgepraat over de buitengewone dingen die we doen. We exporteren thee naar China, cake naar Frankrijk, televisieantennes naar Zuid-Korea, boomerangs naar Australië – en ja, Nigel Farage naar Amerika. Maar die kwam natuurlijk terug.’ Het was een typisch johnsoniaanse combinatie van bravoure en optimisme.

Van het coronavirus, zo beloofde de triomfantelijke Johnson zijn landgenoten, zou de uitverkoren handelsnatie niet in paniek raken. Hoe anders zou dat lopen. Aanvankelijk negeerde Johnson de pandemie, wat hem in binnen- en buitenland kritiek zou opleveren. Aan het recht van de Freeborn Englishman om naar de paarden, het voetbal of een popconcert te gaan kon niet worden getornd. Al dat optimisme kwam ten einde op maandag 23 maart toen Johnson, met een ongebruikelijk serieuze toon, het land op slot deed.

‘Veel keuze was er niet’, zegt Lord Moylan, voormalig transportadviseur van Boris Johnson die sinds kort in het Hogerhuis zit, ‘elders in Europa was al eerder besloten om de lichten te doven. De kritiek op Johnson was juist dat hij te laat in actie kwam. Je moet zulke strikte maatregelen in historisch perspectief plaatsen. Kijk naar de pest in de zeventiende eeuw. Toen gebeurde in wezen hetzelfde. Thuisblijven, isoleren en maskers dragen.’ Johnson-biograaf Gimson gaat daarin mee: ‘Politiek gezien was het vrijwel ondoenlijk om een lockdownsceptisch beleid te voeren.’

Toby Young kijkt anders terug op dit schakelmoment: ‘Hij volgde het Zweedse model en dat ging goed, maar hij raakte in paniek en plaatste het land onder huisarrest. Ik dacht destijds dat als we een gewone leider hadden gehad we de rest van de wereld zouden volgen, maar dat Boris anders was, dat zijn libertaire instincten te sterk zouden zijn. Het blijkt dat ik fout zat. Hij mist, zoals zijn critici al wisten, het temperament om een goede premier te zijn, zich echt te verdiepen in ernstige problemen, zich erop te richten en met goed doordachte oplossingen te komen.’

Johnsons lockdown, gebaseerd op de apocalyptische modellen van de epidemioloog Neil Ferguson, genoot steun onder de bevolking. Zijn eigen besmetting, bijna-doodervaring en de daaropvolgende wederopstanding, net voor Pasen, kwamen zijn populariteit verder ten goede. Dat ontging Cummings niet: die veranderde in een fanatieke lockdownbepleiter. Het volgen van de publieke opinie, niet het vormen ervan, is een belangrijk kenmerk van de populistische regering-Johnson. Dat is een fundamenteel verschil met Margaret Thatcher, die haar eigen weg ging en weinig gaf om populariteit.

Na zijn herstel en de geboorte van zoon Wilfred begon Johnson een afwezige indruk te maken. De schoonvader van Cummings, baronet Edward Wakefield, verspreidde het gerucht dat Johnson nog steeds last had van Covid en voor het einde van het jaar zou opstappen. Cummings zelf brak de lockdownregels door besmet en wel met zijn gezin naar zijn ouders in Noord-Engeland te gaan. Nadat deze escapade bekend was geworden, kwam Johnson onder druk te staan om zijn omstreden souffleur weg te sturen. Dat hij dit naliet werd gezien als een teken van zwakte.

De dagelijkse persconferentie die Johnson geflankeerd door zijn medische en wetenschappelijke adviseurs (‘Professor Gloom & Doctor Doom’) gaf, werd vergeleken met gijzelingsvideo’s. Op Downing Street was de premier de piggy in the middle, tussen lockdownfanatici en lockdowsceptici. In Schotland maakte Nicola Sturgeon gebruik van Johnsons zwakheid door zich te profileren als een daadkrachtige leider.

Het gebrek aan leiderschap toonde zich ook in een record aantal koerswijzigingen, onder meer met betrekking tot gratis schoolmaaltijden, beoordeling van niet gehouden examens, de heropening van scholen en mondkapjes. Ook dit vormde een verschil met Thatcher, die haar gehoor ooit in vervoering bracht met de waarschuwing: ‘U-turn if you want to, the Lady’s not for turning’. De besluiteloosheid stond op gespannen voet met de gewoonte van de regering-Johnson om elk beleidsinitiatief ‘world-beating’ dan wel ‘world-leading’ te noemen.

Het verkopen van beleidsvoornemens ging gepaard met johnsoniaanse bravoure en slogans. Een voorbeeld daarvan was Operatie Moonshot, het tot mislukking gedoemde plan om in het nieuwe jaar elke dag tien miljoen Britten op corona te testen. Die operatie was in handen van Dido Harding, een zakenvrouw wier enige kwalificatie vriendschappen met belangrijke Conservatieve politici was. Het was tekenend voor de ‘chumocracy’ die in regeringskringen was ontstaan: het uitdelen van contracten, baantjes en adellijke titels aan vrienden.

Optredens in het Lagerhuis begon de premier te ervaren als uitwedstrijden. Als een showman is hij op zijn best wanneer de groene bankjes vol zitten met juichende, met papieren zwaaiende fractiegenoten. Door de coronabeperkingen was The House of Commons gaan lijken op een rechtszaal, een decor waar de nieuwe leider van de oppositie, de oud-advocaat Keir Starmer, zich beter in thuis bleek te voelen. Het is niet zo dat Johnson een lui varken is – een veelgehoord verwijt van zijn critici – maar wel dat hij geen liefhebber is van het politieke handwerk. De grote lijnen, die interesseren hem, en het politieke theater.

Toen na de zomer het aantal besmettingen weer opliep, slaagde hij erin zijn landgenoten tegelijkertijd te bestraffen én te prijzen. Hij deed dit door te zeggen dat de Britten net iets meer op hun vrijheid zijn gesteld dan de Italianen en de Duitsers. Dat was vintage Johnson. In werkelijkheid, echter, bleken de Britten gezagsgetrouw te zijn, reden voor Cummings en zijn eigenlijke baas, minister Michael Gove, om vast te houden aan de coronarestricties.

De premier begon te lijken op een lijdend voorwerp. Met vrouw en baby reisde hij tijdens de zomer af naar het noordwesten van Schotland, maar de kampeervakantie werd verkort nadat Schotse politici lucht hadden gekregen van de vakantievierder en de pers gingen informeren. Als koning Edward II werd hij, zoals de Schotten zingen in hun ‘Flower of Scotland’, naar het zuiden teruggestuurd. In Londen werd Johnson overschaduwd door zijn charmante en telegenieke minister van Financiën, Rishi Sunak. Bezorgd over de lege schatkist riep hij de Britten op ‘zonder angst’ te leven.

Over de economische schade heeft Johnson zich nooit al te veel zorgen gemaakt. ‘Die komen er wel weer bovenop’, was bijvoorbeeld zijn terloopse reactie op het lot van de middenstand. Hij heeft geen affiniteit met ondernemerschap – anders dan Thatcher – en zijn financiële ongeletterdheid teistert ook zijn privéleven. De door hem samengestelde adviesraad, de Scientific Advisory Group for Emergencies, bevatte dan ook geen enkele econoom. Dat is hem op kritiek komen te staan van zijn voorganger Theresa May, die in aanzien groeide tijdens de coronacrisis.

Van meet af aan had Johnson het beleid uitbesteed aan dé wetenschap. ‘Follow the Science’, luidde zijn credo, maar gaandeweg de crisis werd dit een probleem omdat er bepaald geen Covid-consensus was binnen wetenschappelijke kringen. Zijn grote held Churchill wist al dat niets dodelijker is dan het overlaten van landsbestuur aan deskundigen. ‘Kennis van deskundigen is beperkte kennis’, schreef hij in The Sinews of Peace, ‘en de grenzeloze onwetendheid van de gewone man, die de pijn kan voelen, is een veiliger richtlijn dan elke rigoureuze route van een gespecialiseerd personage.’

Dat het Verenigd Koninkrijk de meeste Covid-doden van Europa betreurde en de grootste economische klap kreeg, heeft de populariteit van Johnson onder de bevolking slechts in beperkte mate aangetast. ‘Anders dan de columnisten en commentatoren zijn gewone burgers doorgaans meer geneigd de duidelijke gebreken in Johnsons reactie op de pandemie te tolereren’, zegt Gimson, ‘maar er is een verwachting dat hij van zijn fouten leert.’ De biograaf voegt eraan toe dat Johnsons fout het negeren van Conservatieve parlementsleden is: ‘Dat is een zwakte die wel eens fataal kan blijken te zijn.’

Al orerend deed Johnson waar hij het best in is: met veel fanfare ambitieuze projecten aankondigen

Een ongeschreven politieke wet in het Verenigd Koninkrijk is dat de ware oppositie van een premier niet voor hem zit, op de oppositiebanken, maar achter hem. Binnen de Conservatieve fractie is in de loop van het jaar gerede twijfel ontstaan over haar electorale wonderkind. Johnsons idealistische streven naar ‘zero-covid’, en de historische inperkingen van de burgerlijke vrijheden die daarmee gepaard gaan, is beschouwd als on-Conservatief.

Een metafoor voor Johnsons eenzaamheid was in oktober zijn congrestoespraak. Voor hem is dat normaal gesproken een jaarlijks hoogtepunt, de aanbidding van duizenden lachende en klappende aanwezigen. Deze keer richtte hij zich voor de camera’s naar een onzichtbaar publiek. Hij gebruikte zijn eigen coronaherstel als metafoor voor de veerkracht van de natie, maar verder kwam Covid amper ter sprake. Ook over dat andere hoofdpijndossier – Brexit – zweeg hij. Het taaie deel van de Britse uittreding is nu in handen van juristen, diplomaten en technocraten.

Liever sprak hij over de glorieuze toekomst, zich baserend op het verleden. In het holst van de Tweede Wereldoorlog, zo doceerde hij, toen van alles misging, werd er stiekem gewerkt aan een wedergeboorte van het land, aan een New Jerusalem. Dat zou de verzorgingsstaat van Clement Attlee worden, met gratis zorg, bijstand en sociale woningbouw. Let’s Build Back Better, is nu de slogan. Daarbij is ‘Boris the Builder’ doorgaans vooral geïnteresseerd in grote infrastructurele projecten. Zijn plan voor een tunnel tussen Schotland en Noord-Ierland is daarvan een voorbeeld.

Die tunnel zou een alternatief moeten zijn voor de brug die hij aanvankelijk voor zich zag. Dat plan stuitte op praktische bezwaren – een veel voorkomend probleem bij Johnson. Op de bodem van de Ierse Zee liggen bommen en andere oorlogsresten, een probleem bij het neerplanten van pilaren. Het grote idee is om Noord-Ierland letterlijk vast te maken aan het Britse vasteland, een wanhopige poging om de Britse Unie te redden. Een harde Brexit, immers, dreigt de unificatie tussen Noord-Ierland en de Ierse Republiek te versnellen. En niet alleen dat.

Zelfs het voortbestaan van Groot-Brittannië is lang niet meer vanzelfsprekend. Brexit had de overwegend eurogezinde Schotten reeds aan het denken gezet. Daar is nu de indruk bij gekomen dat Sturgeon de coronacrisis beter heeft behandeld dan Johnson. Bang dat hij de kans loopt de geschiedenis in te gaan als de laatste premier van het Verenigd Koninkrijk probeert Johnson het Engelse coronabeleid niet te veel te laten afwijken van dat van Schotland. Ondertussen beseft hij terdege dat een Brexit zonder akkoord desastreus zal zijn voor de eenheid van het land.

Manchester in lockdown. 11 november © Molly Darlington / Reuters

Waar Johnsons coronabeleid in hogere zin op neerkwam, was het wachten op een redmiddel. Toen Pfizer bekendmaakte dat er een Covid-vaccin in aantocht was, reageerde Johnson op typerende wijze. Vanuit bergkammen in de verte zei de premier ‘de bugel van de wetenschappelijke cavalerie’ te horen. Deze telg van een competitieve familie heeft altijd een voorliefde gehad voor de oorlogsmetafoor. Vanaf het begin was de strijd tegen corona voor hem een oorlog, waarbij de burgers hun bijdrage konden leveren door thuis te blijven.

Johnsons hoofdkwartier, zo is het afgelopen jaar wel duidelijk geworden, had het meeste weg van Dad’s Army. Op Downing Street vochten adviseurs, parlementsleden en ministers elkaar het pand uit. Johnson, ondertussen, probeerde iedereen te vriend te houden, en ontwikkelde de kameleon-achtige gewoonte om de mening te verkondigen van de laatste persoon die hij had gesproken. Uiteindelijk had zijn verloofde er genoeg van. Symonds, voormalig communicatiedirecteur van de partij, deed wat Johnson volgens zijn partijgenoten al eerder had moeten doen: Cummings dumpen.

‘Boris heeft besloten dat hij een premier wil zijn, en geen gijzelaar’, merkte een minister op tegenover The Sunday Times.

Terwijl zijn landgenoten zich toch vooral afvroegen of opa en oma aanwezig kunnen zijn bij het aansnijden van de gebraden kalkoen en het oplepelen van de Brusselse spruitjes trakteerde een bevrijde Johnson de natie op nieuwe vergezichten. Om het klimaat te redden beloofde hij bijvoorbeeld dat er over tien jaar alleen nog maar elektrische auto’s te koop zullen zijn. En Brexit Britain zal ‘het Saoedi-Arabië van de windenergie’ worden.

Deze hernieuwde nadruk op klimaatbeleid is een concreet gevolg van Cummings’ vertrek. In de wetenschap dat veel kiezers in Midden- en Noord-Engeland, de nieuwe fans van Boris, er weinig om geven, vond de superadviseur het klimaat irrelevant. Nu keert Johnson even makkelijk terug naar de liberale Conservatieven die zich met name in Londen en elders in Zuid-Engeland bevinden. Dat is in feite het moderne conservatisme van zijn oude vriend David Cameron. Belangrijker: het is ook een poging tot terugkeer naar de tijd dat hijzelf een geliefde burgemeester van Londen was. Nu wil hij burgemeester van Engeland zijn.

De hervonden liefde voor het klimaat heeft ook een geopolitiek element: het is een handreiking naar de nieuwe Amerikaanse president, Joe Biden. Het dramatische afscheid van Cummings viel wonderwel samen met de verkiezingsnederlaag van Donald Trump, de Witte Huis-brexiteer die al jaren een Brexit-deal tussen de Britten en de EU probeert te ondermijnen. Met het vertrek van Cummings en Trump is ook de weg open komen te liggen voor een Brexit-deal, iets dat Biden per se wil. De voornaamste taak van Johnson is een manier te vinden waarop hij zonder al te veel gezichtsverlies zijn handtekening kan zetten.

Een manier is de aandacht te verleggen naar Make Britain Great Again. Indachtig het door de BBC eerder dit jaar verbannen lied ‘Rule, Britannia’ kondigde Johnson aan dat Brexit Britain weer de grootste marinemacht van Europa gaat worden. Orerend over vliegdekschepen, radarsystemen en nucleaire onderzeeërs deed Johnson waar hij het best in is: met veel fanfare ambitieuze, kostbare projecten aankondigen. Zijn belofte van een Groene Industriële Revolutie – Banen! Banen! Banen! – is een andere manier om groene politiek aanlokkelijk te maken voor kiezers in de Rode Muur.

Get Covid Done is lastiger. Omdat het vaccin er nog niet is moet hij zoeken naar een manier om de nieuwe lockdown af te bouwen, een bevel om thuis te blijven dat gebaseerd bleek te zijn op gesjoemel met cijfers. Hij is er door partijgenoten van beticht een Project Fear te voeren, ironisch genoeg de beschuldiging die Johnson in de Brexit-dagen had gericht aan eurogezinde tegenstanders. Feit is dat hij in korte tijd veel krediet heeft verloren. ‘De draconische coronapolitiek zal de bewoners van Downing Street achtervolgen in kalmere tijden’, zo voorspelde oud-adviseur James Frayne.

Over de houdbaarheid van Johnsons premierschap na Brexit en Covid leven verschillende gedachten. ‘Met een goed team om hem heen een jaar of tien’, verwacht Moylan, terwijl biograaf Gimson erop wijst dat Johnson chronisch wordt onderschat. Publicist Young daarentegen is ‘niet verrast als Boris ondanks die Kamermeerderheid van tachtig binnen een jaar weg is’.

De man die Johnson het best kent, vader Stanley, wil niets kwijt over het lot van zijn zoon. De pater familias wijst slechts op Horatius die in de Oden schreef dat de man die rechtvaardig en resoluut is zelfs niet bang is voor de ruïnes nadat de wereld is ingestort.

‘Het is het credo van de De Pfeffels.’