Feminismeboeken

Van tuinbroek tot valse wimpers

Oudere feministen klagen dat jonge vrouwen geen respect hebben voor hun baanbrekende werk. De jongeren vinden dat de ouderen hen niet voor vol aanzien. Hedendaags feminisme is minder zichtbaar, maar niet dood.

Begin vorig jaar kwamen in New York een kleine tweehonderd oudere en jongere feministen bijeen ter gelegenheid van de internationale vrouwendag. De jonge schrijfster Elizabeth Wurtzel zou voorlezen uit Flying van de oudere auteur Kate Millett. In de zaal werd te veel gekwekt, zodat Wurtzel zich moeilijk verstaanbaar kon maken. Misschien was dat geen ramp, zei ze toen, want Flying was immers niet Milletts beste boek. De oudere vrouwen in de zaal waren diep verontwaardigd en na nog een opmerking van Wurtzel stormde Millett het podium op om zelf voor te lezen.

De anekdote staat in Manifesta: Young Women, Feminism and the Future van Jennifer Baumgardner (30) en Amy Richards (30) en dient als illustratie van de animositeit tussen twee generaties feministen. De auteurs kunnen het weten; beiden hebben gewerkt bij het in de jaren zeventig opgerichte blad Ms., terwijl Richards tevens medewerker is geweest van Gloria Steinem, een van de boegbeelden van de oudere generatie feministen. Over haar niets dan lof in het boek, maar jegens andere voorgangers koestert het duo gemengde gevoelens. Oudere feministen, ofwel de Tweede Golf, klagen dat de jongeren niet naar ze luisteren en geen respect hebben voor het baanbrekende werk dat in het recente verleden is verricht. Vind je het raar, opperen de auteurs van Manifesta, want de jongeren worden niet voor vol aangezien. Tijdens discussiebijeenkomsten krijgen ze geen gelegenheid het woord te voeren en als ze voor een feministische ster of organisatie mochten werken, werden ze als oud vuil behandeld; ze waren goed voor koffiezetten, kopiëren, boodschappen doen en de administratie. Het probleem, aldus Manifesta, is dat menige Tweede Golfer feminisme alleen (h)erkent als het er net zo uitziet als haar eigen feminisme.

De opstelling van die oudere garde is niet het enige probleem voor het hedendaagse feminisme, ook bekend als de Derde Golf. De buitenwereld klaagt over een gebrek aan opvallende acties en zichtbare leiders, en heeft de neiging «het feminisme» dood te verklaren. En vrouwen willen niet met het begrip vereenzelvigd worden, getuige ook een uitspraak van de jonge schrijfster Molly Jong-Fast, dochter van Tweede Golf-icoon Erica Jong, tijdens een interview met ondergetekende eerder dit jaar: «Het woord ‹feminisme› heeft een slechte naam gekregen. Men associeert het met slecht geklede dikke lesbiennes en denkt: daar wil ik niet bijhoren.» Volgens een onderzoek van een paar jaar geleden wilde tweederde van de Amerikaanse vrouwen inderdaad geen feminist genoemd worden. De auteurs van Manifesta vonden het dan ook hoog tijd om duidelijk te maken hoe levend het genre nog is en waar het voor staat.

Baumgardner en Richards vermoeden dat feminisme tegenwoordig minder zichtbaar is, juist omdat het overal aanwezig is. Het is aanwezig als vrouwen opdringerige mannen afpoeieren, als ze op kantoor vertikken steeds de koffie te zetten of als ze tv- series bekijken met krachtige vrouwen als Xena of Buffy in de hoofdrol. Het was aanwezig op de tribunes bij het WK voetbal voor vrouwen waar duizenden meisjes in Mia Hamm-shirts zaten, met verwijderbare tatoeages op hun armen. Het activisme van de Derde Golf is terug te vinden in die ene vrouw die de oppas organiseert op verkiezingsdag, zodat aan huis gebonden moeders ook kunnen stemmen. Of in de vrouw die protesteert tegen de onverschillige behandeling door een mannelijke arts.

Feministische jonge vrouwen hebben niet de gewoonte samen te scholen om over Het Feminis me te praten, stelt Manifesta. Ze hebben het niet over kwesties als «de politiek van het huishouden» of «de kloof tussen de seksen», maar over het leven van alledag en hun verwachtingen. Een bijwerking van het gebrek aan een duidelijke terminologie en grote thema’s is wel dat er geen krachtige beweging ontstaat. Vandaar de noodzaak om «vrouwvriendelijke ethiek om te zetten in een politieke visie». Vandaar ook dit boek, en de Derde Golf-stichting waarvan Richards medeoprichter is en die nu vijfduizend leden telt.

De Derde Golf ontstond begin jaren negentig met de komst van actieve jonge vrouwen die zich niet konden vinden in de aanpak en organisaties van de Tweede Golf. Onafhankelijkheid was hun kenmerk, dus wat hadden ze te zoeken bij voorgangers die hun moeders konden zijn en die in het uitdagende gebruik van lipstick een ondermijning zagen van oude idealen? In 1992 reageerde Rebecca Walker op een artikel in de New York Times over postfeminisme met de zin: «Ik ben geen postfeminist, ik ben de Derde Golf.» Het was tijd, vond ze, woede om te zetten in een agenda van actie. Er waren de RiotGrrls, tieners en begin-twintigers met punkinslag die woorden als «slut» en zinnen als «fuck no fat chicks» ergens op hun lichaam aanbrachten en die muziekgroepen vormden als Bikini Kill en Heavens to Betsy. Er verschenen boeken als Listen Up: Voices from the Next Feminist Generation en To Be Real: Telling the Truth and the Changing Face of Femi nism. Er was Madonna die op de coverfoto van het album Like a Virgin een riem draagt met de tekst «boy toy». Er was het boek Bitch van Elizabeth Wurtzel, een uitvoerige lofzang op de dwarse vrouw in heden en verleden. Er was het meisjesblad Sassy dat op een voor de VS gedurfde manier over seks schreef en niet meedeed aan de kleinematendictatuur. Er kwamen nieuwe bladen als Bitch en Bust (een naam die volgens de oprichters mede is geïnspireerd op het Nederlandse Opzij), bladen met een voorkeur voor het woord «girl» dat kwam te staan voor de levenslustige eigenwijze meid die niks moet hebben van de «onvrouwelijke» en te serieuze Tweede Golfers, die dol is op de kleur roze, op nagellak en op seks in vele varianten. Manifesta: «De rijpe Girlie-feminist zit tussen de vrouw die denkt dat ze op haar hoede moet zijn omdat ze anders wordt verneukt, en de uitgesproken meiden van bladen als Minx, Bust en Jane die wel alles willen maar niet per se willen uitzoeken hoe de dingen te veranderen. Als we sexy kleren en Barbie aankunnen, dan moeten we sterk genoeg zijn om het werk van Andrea Dworkin en andere machtsanalyses te lezen, terwijl we tegelijk begrijpen waarom we dol zijn op een mager rockjochie of valse wimpers. De feministische transformatie komt voort uit politieke theorie en cultureel zelfvertrouwen.»

Manifesta constateert dat er op politiek niveau te weinig gaande is terwijl er nog zo veel moet gebeuren. Vrouwen zijn in de grondwet nog steeds niet gelijk aan mannen. Vrouwen krijgen nog steeds minder geld voor vergelijkbaar werk (gemiddeld 26 cent op een dollar). Richards, die op de website feminism.com een soort «vraag het aan Amy»-rubriek voert, krijgt dagelijks e-mail van jongere en oudere vrouwen met klachten over onrechtvaardige behandeling door een chef die het recht op promotie in een winkel ontkent met de opmerking dat een vrouw nu eenmaal achter de kassa hoort, of door een school die meisjes verbiedt lid te worden van het worstelteam. Al die vrouwen beseffen dat er sprake is van een onrechtvaardige situatie, maar ze hebben niet in de gaten dat er nog steeds, of opnieuw, een beweging is die verandering nastreeft.

Ook de man-vrouwrelatie is nog een probleem. Beide seksen hebben een aangename baan totdat er kinderen komen; dan krijgt zij het gevoel dat ze meer thuis moet zijn. Maar als ze eerder naar huis gaat, wordt ze op het werk scheef aangekeken, en als ze langer op kantoor blijft, krijgt ze thuis verwijten van de kinderen. Voor mannen is het nog steeds ongehoord om volgens flextijden te werken, stelt Manifesta, en bovendien is het gezin financieel beter af als de man de meeste uren maakt omdat hij doorgaans meer verdient.

Het boek bevat een agenda met dertien aandachtspunten, waaronder het naar voren schuiven van jongere feministen «zodat Generatie X een zichtbare beweging wordt», geboortebeperking, het recht op gesubsidieerde kunstmatige bevruchting, kinderopvang, mishandeling, steun aan lesbiennes en de erkenning dat ze binnen de beweging altijd voorop hebben gelopen, betaalbare gezondheidszorg, gelijkheid op de werkplek en seksuele intimidatie. Acties kunnen bestaan uit een boze e-mail, een telefoontje naar een volksvertegenwoordiger, een aanklacht bij de politie, een tegendraadse songtekst, een demonstratie, een culturele bijeenkomst of een etentje met gelijkgezinden. Het zou geen kwaad kunnen, suggereren de auteurs, als een Republikeinse president zou proberen de abortuswetgeving terug te draaien; het ongetwijfeld massale protest zou de Derde Golf naar grotere hoogten kunnen stuwen en een einde maken aan het gezeur dat het feminisme voorbij is.

In een voetnoot corrigeren de auteurs een oude mythe. De beroemde uitspraak: «Een vrouw heeft een man nodig zoals een vis een fiets nodig heeft» is altijd ten onrechte aan Gloria Steinem toegeschreven, zeggen ze. De eer komt toe aan ene Irina Dunn, die dertig jaar geleden een variatie bedacht op een zin die ze in een filosofieboek had gezien: «Een mens heeft God nodig zoals een vis een fiets nodig heeft.» Waarna ze haar inval op de muur kalkte van een universitaire wc in Sydney.

Jennifer Baumgardner en Amy Richards, Manifesta: Young Women, Feminism and the Future Uitg. Farrar, Straus and Giroux, $15,-