MP Leest

Van verleidelijk naar agressief naar bang

Marja Pruis leest… altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Hier doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest. Deze week: Geschiedenis van geweld van Édouard Louis.

Ik las dit boek n.a.v. de recensie van Cyrille Offermans in ons eigen blad. Zijn enthousiasme (‘het beste wat hij van een jonge schrijver had gelezen’) en zijn opmerkingen over het getrapte vertelperspectief intrigeerden me. Geschiedenis van geweld is inderdaad een adembenemende roman die ik in één keer wilde uitlezen, ware het niet dat ik af en toe letterlijk op adem moest komen. Slim van de schrijver is de manier waarop hij het hele erge tamelijk lang in het vooruitzicht blijft stellen. Vanaf de eerste zin is het duidelijk dat er iets onomkeerbaars heeft plaatsgevonden, terwijl de schrijver het gebeuren grotendeels in retrospectief vertelt. De manier waarop hij dat doet deed me denken aan die hele nare verkrachtersfilm Irréversible; een vergelijkbare spanning snoert langzaam je keel, omdat je weet wat de verteller nog boven het hoofd hangt.

Echt prachtig is, zoals Cyrille Offermans al beschreef, hoe het gebeuren deels tot je komt via de woorden van de zus, die het verhaal aan haar echtgenoot vertelt, en dat weer vanachter de deur wordt beluisterd door het slachtoffer. De zus is geschokt en wereldwijs tegelijkertijd, een combinatie die wonderwel poëtisch uitpakt in een lichtelijk plat weergegeven spreektaal. ‘Je kijkt naar het verleden met de ogen van morgen en dan zeg je tegen jezelf dat de dingen zus hadden moeten gaan in plaats van zo.’

De roman gaat dus om een vrijage tussen twee mannen die uitmondt in een onverwachte doodsbedreiging en verkrachting. Élouard – de roman dient zich aan als een zuiver autobiografische vertelling - laat zich op kerstavond verleiden de Algerijnse Reda van straat op te pikken, en mee naar huis te nemen. Als hij er ’s ochtends achter komt dat terwijl hijzelf onder de douche stond Reda spullen van hem in zijn jaszakken heeft gestoken, is dit het begin van een geweldsexplosie die heel gedetailleerd wordt beschreven.

Wat ik heel mooi vind is de aangrijpende precisie waarmee de verteller de transformatie beschrijft die zijn aanvaller doormaakt: van verleidelijk naar agressief naar bang. Des te vreemder eigenlijk dat de seks en intimiteit gedurende de aan het geweld voorafgaande nacht alleen maar in een indicatieve samenvatting worden aangetoetst. De suggestie is dat ze tussen alle bedrijvigheden door wel zo’n zes keer de gelegenheid grepen even weg te soezen, maar vanwege de op handen zijnde pijnlijke penetratie ga je je van de weeromstuit afvragen wat dit aanvankelijke ‘de liefde bedrijven’ dan inhield. Zoenden ze? Kwamen ze klaar? Voor niets, voor geen pijnlijk of schaamtevol detail, lijkt deze schrijver terug te deinzen, maar hier heet het opeens: ‘We deden het nog eens vier, vijf keer, tussen twee nummertjes in sliep hij naast me (…). We werden wakker, praatten soms. En dan gingen we weer van start.’

En passant krijgen we onvergetelijke details over de achtergrond van beide jongens te verwerken, zoals het baantje van de moeder van Élouard in een verzorgingstehuis, waar de oude bewoners worden beschreven als ten prooi gevallen aan een dierlijk en wraakzuchtig instinct. Vrouwen die hun hele leven voor mevrouw hadden gespeeld – de zus is weer aan het woord – sloegen de meest schunnige taal uit, gooiden hun sneeuwbollen uit Lourdes kapot, scheurden de placemats die ze op vakantie hadden gekocht. De vader van Reda klopte als immigrant aan bij een opvangcentrum, en vond daar in plaats van het gedroomde paradijs de hel op aarde, met lawaai alom waartegen niet te schuilen viel.

Eerder dit jaar verscheen de roman Abdoel en Akil van Yolanda Entius; ook het verhaal van een verkrachting en de doorwerking daarvan op het leven van de slachtoffers. Een pijnlijk aspect in beide romans is dat ondanks alles een soort mededogen van het slachtoffer met de dader de kop opsteekt. Of eigenlijk is het vooral een weerzin om de bestraffende partij te zijn, en de ander uit te leveren aan een door en door racistische maatschappij, de Franse in beide gevallen. Het niet-racist willen zijn, het niet willen deelnemen aan een zieke samenleving, geeft het vertelperspectief een bijzondere kracht, en het geheel een navrante nasmaak.