Kijken

Van vroeger en van nu

Soms is kunst van vroeger wel historisch, maar nog niet echt oud. Dat is hoe Domenico Bianchi zich verhoudt tot Fra Angelico. Gescheiden door eeuwen, maar toch tijdgenoten.

Domenico Bianchi, Untitled, 2018. Olieverf en bijenwas. 204 x 164 cm © Giorgio Benni / Galleria Lorcan O‘Neill

Soms raak je verward in herinneringen waar je vervolgens in blijft hangen. Een paar maanden geleden stuurde Domenico Bianchi mij bericht over zijn tentoonstelling van recent werk in de galerie van Lorcan O’Neill in Rome. Er zat een foto bij: een overzicht van een groep werken in een ruime zaal. Gewoonlijk zijn Bianchi’s schilderijen hoog en slank van proportie – en zelden zeer groot. Dat is een formaat waar hij zich goed bij voelt. Het oppervlak wordt gemaakt van strak gekleurde, scherp gesneden stukken bijenwas (patronen nauwkeurig in elkaar gepast als een mozaïek). Dat is het handwerk. Om er goed bij te kunnen gebeurt dat op een tafel waar hij makkelijk omheen kan bewegen. In dit ensemble in de galerie echter, toen ik het rustig bekeek, zag ik iets ongewoons. Ik ken de zaal goed in Rome waar die schilderijen hingen. Er was iets met het evenwicht van de formaten. Enkele schilderijen waren breder dan normaal – zozeer dat ik ze achteraf snel als bijna vierkant in mijn hoofd had.

Waarom dan wel, en hoe? Het vreemde formaat van dit gele en bruingele schilderij, Senza titolo (2018), is breder. De figuratieve opzet ervan is echter, zoals steevast bij Bianchi. Het begon in het midden met een rondslingerend ornament dat uit een repertoire van motieven komt dat de kunstenaar ooit tot ontwikkeling bracht. Het was een handgemaakte tekening van lineaire cirkelbewegingen die in een computer eindeloos werden samengevat en gevarieerd. Dat werd een repertoire van unieke ornamenten waarmee, zoals ook hier, een schilderij op gang komt. Hier lijken in het midden zelfs twee van zulke ornamenten door elkaar heen te bewegen, die wel allebei ronddraaien. De ene draaiing is slank en lichtgesneden.

De ­kleuren glanzen zacht als vette boter

De tekening is gevuld met het mineraal palla-dium dat zilvergrijs en beweeglijk is. Het ornament begint eerst rond en compact, waaiert dan uit en wordt een figuur van langwerpige tekens. Het andere patroon dat eronder ligt drijft ruimer in de rondte. Het beweegt zachter: vanuit het midden breidt het zich breed uit over het ruime oppervlak. Dat oppervlak is van was. Het werd een dwarrelend patroon van kleine stukken rechthoek schots en scheef over elkaar. De kleuren liggen tussen witgeel en geelbruin en glanzen zacht als vette boter. Ik weet niet of dit schema ontworpen is of gegroeid als vlekken op golvend water. Met de teerheid van kleur (en het zilveren palladium) bleef in de dunne waslaag ook nog licht hangen. De kleuren zweven als gekleurd licht in een lampion.

Kleur en vormgeving zijn heel ijl. De schildering was breed. Toen ineens moest ik denken aan de dun geverfde fresco’s die Fra Angelico schilderde in de witte vertrekken waar de monniken woonden (ieder in zijn eigen karige cel) in het Florentijnse klooster van San Marco. Hij schilderde die rond 1440 toen hij daar zelf ook monnik was. Ik heb die daar gezien toen wij als studenten een pelgrimstocht maakten naar Florence, de bakermat. In elk van die vertrekken, herinner ik me, maakte Fra Angelico heel dun van kleur één schildering. Ze waren niet openbaar, het was een voorstelling voor een enkele monnik op zichzelf die daar verbleef om lang en stil naar te kijken. Het formaat van het fresco was een kamerformaat, ongeveer zo groot als een kast. Het was een formaat voor mensen, ingetogen en fragiel. Van die ernst was ik diep onder de indruk. Het nieuwe schilderij van Domenico leek, dacht ik, net als dat brede formaat dat ik ooit bij Fra Angelico gezien had – in een schildering waarin de voorstelling zacht gefluisterd werd.

Dat dacht ik me te herinneren. Er was ook een latere herinnering. Domenico en ik hadden iets met Fra Angelico. Dat begon toen ik jaren geleden voor het eerst zijn schilderijen zag van zachte was die wat leek te beven. De kleur in de schilderijen van Fra Angelico had ook iets poreus aan het tere oppervlak zodat er een licht van binnenuit leek te gloeien. Dat zag ik ook bij Bianchi: een Italiaanse schoonheid. Daarover werd gemijmerd. Zijn atelier in Rome ligt om de hoek bij de kerk Santa Maria sopra Minerva. Daar bezochten we soms het graf van il beato Angelico die daar onder een eenvoudige beeltenis van grijs marmer begraven ligt. Ik merkte dat voor Domenico de kunst van Angelico wel historisch was, kunst van vroeger, maar nog niet echt oud. Ze waren nog steeds tijdgenoten. Laatst sprak ik hem over dat geelbruine schilderij waarvan de proporties mij aan de fresco’s in het klooster in Florence deden denken. Wat bleek: hij had daar eerder al foto’s van gemaakt, van bijvoorbeeld de Bewening. In de enscenering daarvan had hij verbuigingen van vorm gezien die hem enorm bezighielden.