‘Keulen’, de islam en de seksuele moraal

‘Van vrouwen blijf je af’

Volgens de Algerijnse schrijver en journalist Kamel Daoud kunnen de ontsporingen in Keulen grotendeels worden toegeschreven aan de islamitische cultuur. Het komt hem op stevige kritiek te staan.

Medium 42 81403886

Overal pers. Het lijkt alsof alle Duitse media in de tweede week van januari zijn neergestreken in de Düsseldorfse wijk Oberbilk. Er staat een cameraploeg in de hoofdstraat, de Ellerstrasse, en vlak om de hoek, in de Linienstrasse, nog een. De ploeg in de Ellerstrasse draait voor de ingang van Marokkaans eetcafé Al Baraka en die in de Linienstrasse voor de ingang van de Marokkaanse buurtsuper Nador Markt. Journalisten van geschreven pers en radio proberen bewoners en winkelend publiek aan de praat te krijgen. De massale media-aandacht concentreert zich op een klein lapje grond van Oberbilk. Het gaat eigenlijk maar om één straathoek, daar waar de Ellerstrasse kruist met de Linienstrasse. Het ‘Maghreb-Viertel’ heet het hier, vanwege het grote aantal Noord-Afrikaanse winkeltjes, eettentjes en cafeetjes.

Op zaterdag 16 januari vond in dit Maghreb-Viertel een grote politieactie plaats waar driehonderd agenten aan deelnamen. Noord-Afrikaanse mannen in koffietenten en waterpijpcafés werden gecontroleerd op hun papieren en op gestolen waar of drugs. De actie werd het slotstuk genoemd van onderzoek ‘Casablanca’ dat in 2014 was gestart om de criminele jeugdbendes die in Oberbilk actief zijn in kaart te brengen. Volgens schattingen van de Düsseldorfse politie zouden die bendes rond de 2200 man sterk zijn en veel illegalen tellen.

De Grossrazzia leidde uiteindelijk tot veertig arrestaties. Daaronder zaten 38 personen die illegaal in Duitsland verbleven. Er werden zes gestolen telefoons in beslag genomen. In de dagen daarop kwamen alle arrestanten weer op vrije voeten.

Alles bij elkaar een nogal mager resultaat voor een politieonderzoek dat anderhalf jaar duurde en dat meer dan tweeduizend man in het vizier had. De Düsseldorfse politie stelde echter dat de actie wel degelijk nuttig is geweest. Het leverde ze veel meer inzicht op over de structuur en de werking van de jeugdbendes.

Maar was dit massale vertoon van macht niet ook een poging het imago van de Duitse politie op te poetsen? Ze leken namelijk wat recht te moeten zetten na de gebeurtenissen op oudejaarsavond in Keulen. Tijdens het feestgedruis op die avond zou op grote schaal seksueel geweld tegen vrouwen hebben plaatsgevonden door jongemannen ‘van Arabische afkomst’. Toen de eerste berichten hierover naar buiten kwamen kreeg de politie de wind van voren omdat ze niet tijdig de ernst van de zaak zou hebben onderkend.

Maar volgens politiechef Frank Kubicki had de politieactie in Düsseldorf niets te maken met de gebeurtenissen in Keulen. Wel stelde hij tegenover de Duitse pers dat ‘de bevindingen’ in het Maghreb-Viertel het onderzoek naar de gebeurtenissen in Keulen ‘zouden kunnen bevorderen’.

Voor de media leek deze gelijkschakeling tussen Keulen en het Maghreb-Viertel als geroepen te komen. Het werd steeds duidelijker dat onder de daders van Keulen maar weinig Syrische vluchtelingen zaten. Het leek vooral te gaan om illegale Noord-Afrikanen met een strafblad. Maar wie waren dat precies? En wat waren hun motieven? Iedereen die met deze vragen rondliep, hoopte de antwoorden in het Maghreb-Viertel te vinden.

‘Het waren Marokkanen, Algerijnen en Tunesiërs die zich misdroegen’, zegt de Marokkaanse Brahim (31) die zich in Al Baraka te goed doet aan een broodje kip. Hij heeft in Keulen een schoonmaakbaantje, vertelt hij, vlak bij het centrale treinstation waar de massale aanrandingen plaatsvonden. Op oudejaarsavond was hij wat eerder klaar met werken en zag van dichtbij hoe het misliep. ‘Er waren geen Syriërs bij. Alleen mensen uit onze streek. Het was schandalig. We zijn hier gekomen om te werken. Nu wordt elke zwartharige erop aangekeken. Drink, feest, doe wat je niet laten kunt, maar van vrouwen moet je afblijven.’

Soortgelijke afkeurende geluiden klinken ook elders in het Maghreb-Viertel. Bewoners en winkeliers die al decennia in deze wijk wonen willen de Duitse pers maar wat graag vertellen over de jongemannen die hun buurt verzieken en in verband hebben gebracht met de gebeurtenissen in Keulen. Met hulp van deze buurtbewoners kan de pers het beeld schetsen van een wijk waar in het afgelopen jaar een grote groep Noord-Afrikaanse jongemannen is neergestreken. Een groot deel leefde al eerder werkloos en illegaal in Spanje of Italië. Een ander deel kwam rechtstreeks uit Marokko, Algerije of Tunesië en ging op in de stroom vluchtelingen die de Balkan-route bewandelden. Ze hoopten te kunnen profiteren van Duitslands gezonde economie en van de Willkommenskultur. De realiteit was echter dat ze uitzicht kregen op baan noch verblijfspapieren. Dat fnuikend gebrek aan perspectief dreef ze vervolgens op het pad van criminaliteit en geweld.

‘Wat hebben deze jongens hier te zoeken als ze niet willen werken?’ zegt ene Hamid die voor de ingang van café Riff aan de Linienstrasse een trekje van zijn sigaret neemt. ‘Er is werk voor wie werk zoekt. Waarom stelen? Waarom dealen? En waarom aan vrouwen zitten? Als je behoeftes hebt, dan ga je maar naar de hoeren. Dat kost je maar een paar tientjes.’

‘Het was schandalig. We zijn hier gekomen om te werken. Nu wordt elke zwartharige kop erop aangekeken’

Of de jongens die het Maghreb-Viertel in Düsseldorf zo’n slechte naam bezorgen ook betrokken waren bij de ongeregeldheden in het 45 kilometer verder gelegen Keulen is geen uitgemaakte zaak. Maar voor de media deed dat er minder toe. De criminele, illegale jongemannen waren bruikbaar om een profiel te schetsen van de daders die wel in Keulen tekeergingen.

Maar was dat een compleet profiel? In een debat dat al voor de razzia in het Maghreb-Viertel werd gevoerd, werd ook gewezen op vrouwenhaat in de islamitische cultuur. Die factor zou ook meegenomen moeten worden in een verklaring van de Keulse ontsporingen. In een artikel over het Maghreb-Viertel in het weekblad Focus bracht de socioloog Dirk Baier de twee verklaringen – kansarm/crimineel en islamitische cultuur – samen in een analyse: ‘Als de overheid geen verblijf kan garanderen, dan verdwijnt de wil om te integreren. Daarvoor komt frustratie in de plaats. (…) Het sterke machismo – dat men als man kan krijgen wat men wil – brengen velen van hen helaas uit hun landen mee naar Duitsland.’

‘Je kunt niet klakkeloos stellen dat het aan de islamitische cultuur ligt’, zegt Samy Charchira (44), een sociaal-pedagoog die in het Maghreb-Viertel opgroeide en de go-to guy is voor media die meer willen weten over de illegale Noord-Afrikanen in Düsseldorf. ‘We moeten goed in de gaten houden dat het hier om een minderheid van een minderheid gaat. Je treft hier veel illegale jongemannen die uit Spanje of Italië zijn gekomen, of via de vluchtelingenroute. De meerderheid van hen probeert te overleven en houdt zich koest. Een minderheid van deze groep bestaat uit jongeren die ook crimineel waren in Marokko of Algerije. Dat zijn de jongens die hier makkelijk van het pad af raken omdat ze niets hebben om zich aan op te trekken. Het is dus vooral een sociaal-economisch probleem. Die jongens zijn gefrustreerd. Ze gebruiken drugs, alcohol. Het zijn de jongens die tekeergingen in Keulen.’

De Duits-Marokkaanse tv-journaliste Sounia Siahi (38) zet wat sterker in op de cultureel-religieuze uitleg van de gebeurtenissen in Keulen. Siahi, die ook in het Maghreb-Viertel opgroeide, trok in 2014 de aandacht met een artikel in Der Spiegel waarin ze beschreef hoe salafisten in het Maghreb-Viertel aan invloed winnen. Een keer liep ze er over straat en werd door een drietal salafisten aangesproken op haar kleding die te weinig verhullend zou zijn. Ook de komst van de illegale jongemannen uit Noord-Afrika heeft bijgedragen aan het conservatieve en vrouwonvriendelijke klimaat, zegt Siahi. Ze vindt dat ze zich daardoor in de wijk niet meer zo vrij en makkelijk kan bewegen als vroeger.

‘Ik heb met veel van deze jongens in het Maghreb-Viertel gesproken’, zegt Siahi. ‘Het is gewoon een feit dat zij een ander vrouw- en wereldbeeld hebben. Dit zijn andere Marokkanen dan de Marokkanen die in Duitsland zijn opgegroeid. Dit gaat om jongens die groot werden in landen waar anders gekeken wordt naar vrouwen. Ze hebben de mentaliteit uit die landen meegenomen.’

De Algerijnse journalist en schrijver Kamel Daoud (45) heeft dezelfde analyse. Daoud, die internationale roem vergaarde met zijn roman Moussa of de dood van een Arabier (2013), geldt als een felle criticus van het politiek islamisme. Hij woont in de Algerijnse havenstad Oran en vult in de krant Le Quotidien d’Oran de column ‘Raïna Raïkoum’ waarin hij geregeld van leer trekt tegen de conservatieve religieuze mores in de Arabisch-islamitische wereld. Eind januari en in februari bemoeide hij zich ook met de gebeurtenissen in Keulen, eerst in Le Monde (‘Cologne, lieu de fantasmes’) en later in The New York Times (‘The Sexual Misery of the Arab World’). In de artikelen wisselt hij de hyperbool (‘In sommige van Allah’s landen ademt de oorlog tegen vrouwen en stelletjes de geest van een inquisitie’) af met meer genuanceerdere observaties (‘Seks is een complex taboe dat in landen als Algerije, Tunesië, Syrië of Jemen voortkomt uit de omringende conservatieve patriarchale cultuur, de nieuwe rigide regels van de islamisten en het discrete puritanisme van de verschillende soorten socialisme in de regio’).

De artikelen werden geprezen, maar ook fel bekritiseerd. In Le Monde (‘Kamel Daoud recyclet de meest banale oriëntalistische clichés’) klom een aantal academici in de pen om Daoud ervan te beschuldigen dat hij problemen met de seksuele moraal in de Arabische wereld volledig toeschrijft aan de islam zonder oog te hebben voor de sociale, economische en politieke omstandigheden die aan misogynie kunnen bijdragen. En Daoud zou zich bezondigen aan oriëntalisme door de Arabisch-islamitische wereld te reduceren tot een homogeen geheel waar iedereen lijdt aan een ziekelijke relatie met seksualiteit. Het artikel legitimeert islamofobie, stelden de academici.

‘Ik ben het ermee eens dat puritanisme een probleem is in de Arabische wereld’, mailt Thomas Serres, professor politicologie aan de Université Jean Monnet en een van de academici die Daoud bekritiseerden. ‘Maar als een “zogenaamde humanist” de islamitische wereld reduceert tot een wereld van seksuele frustratie, en Europeanen waarschuwt dat vluchtelingen afwijkend gedrag met zich meebrengen, dan moet iemand daar wat van zeggen.’

De beschuldiging van islamofobie kwam hard aan bij Daoud. In een reactie (‘Lettre à un ami étranger’) in Le Quotidien d’Oran schreef Daoud dat hij als gevolg van de kritiek de journalistiek eraan zou geven en zich voortaan alleen nog maar op de literatuur zou richten. Hij vond het ‘immoreel’ dat academici die in ‘comfort en veiligheid’ in het Westen leven, hem van islamofobie durven te betichten. Zijn kritiek op de seksuele moraal in de Arabisch-islamitische wereld gelijkstellen met de moslimhaat die in het Westen welig tiert, is volgens Daoud niet minder dan een manier om hem met morele chantage de mond te snoeren.

Het is niet zo moeilijk informatie te vinden die de stelling bewijst dat vrouwen in Arabisch-islamitische wereld slechter af zijn dan in Europa. Volgens recente cijfers van de World Health Organisation heeft 37 procent van alle vrouwen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika wel eens met fysiek en seksueel geweld te maken gehad. In Europa gaat dat op voor 25,4 procent van alle vrouwen. Maar die cijfers zeggen niets over de oorzaken van fysiek en seksueel geweld. Religie en cultuur kunnen eraan ten grondslag liggen. Maar volgens de who hangt het ook samen met zaken als geringe scholing, drankgebruik en kindermishandeling. In die zin is de kritiek op Daoud terecht dat hij religie en cultuur hoofdverantwoordelijk maakt voor de misogynie in de Arabisch-islamitische wereld terwijl er ook andere factoren meespelen.

‘Als Daoud de islamitische wereld reduceert tot een wereld van seksuele frustratie, dan moet iemand daar wat van zeggen’

Na de incidenten in Keulen zijn in Europa de haatretoriek en het geweld tegen moslims en vluchtelingen toegenomen. De pvv deelde ‘verzetsspray’ uit aan vrouwen om zich te verdedigen tegen ‘mannen uit de barbaarse, vrouwonvriendelijke islamitische cultuur’. In Polen plaatste een weekblad een foto op de cover van een blonde vrouw die van alle kanten wordt betast door bruine handen en begeleidde dat met de tekst ‘De islamitische verkrachting van Europa’. Daar komen de ettelijke brandstichtingen in asielzoekerscentra bovenop. In dit klimaat is het inderdaad voorstelbaar dat Daouds opinies als olie op het vuur werken.

Maar is Daouds gebrek aan nuance genoeg om zijn opinies weg te wuiven en om hem in het kamp van islamofoben neer te zetten? Keulen heeft plaatsgevonden. Van de honderden aangiftes die de politie binnen kreeg ging het in veertig procent van de gevallen om seksuele intimidatie. Er werden 75 verdachten geïdentificeerd, het merendeel illegale Noord-Afrikanen. Ook in andere Duitse steden (Düsseldorf, Frankfurt, Hamburg, Stuttgart) werden vrouwen op oudejaarsavond aangerand en ook in deze gevallen hadden veel daders een Arabische of Noord-Afrikaanse achtergrond. De massaliteit hiervan vraagt om een antwoord.

Een verklaring voor dit gedrag kan zeker liggen in sociaal-economische factoren, maar als er ook indicaties zijn dat een religieuze cultuur een rol kan hebben gespeeld, waarom worden die dan niet verder onderzocht? De angst om hiermee moslimhaters in de kaart te spelen is een capitulatie. Hoe onzorgvuldig of hyperbolisch men zijn retoriek ook kan vinden, Daoud ondernam in ieder geval een poging om die cultureel-religieuze dimensie in te kleuren met zijn observaties en overtuigingen. Hem hierom islamofobie in de schoenen schuiven is een gemakzuchtige reflex, en hem geïnternaliseerd oriëntalisme verwijten is een ad hominem en niet een overtuigend tegenargument.

Van de week sprak ik een vriendin die mij vertelde dat ze hier in Düsseldorf op oudejaarsavond in haar kruis werd gegrepen door een man met een “Arabisch” uiterlijk’, zegt de journalist Andreas Vollmert. ‘Ze wist niet wat ze ermee aan moest. Ze wilde er geen aangifte van doen bij de politie, uit angst om te stigmatiseren. Pas nadat duidelijk werd wat er in Keulen gebeurde durfde ze naar de politie te gaan.’

Vollmert staat aan het hoofd van de vrijwilligersorganisatie Flüchtlinge Willkommen in Düsseldorf (fwd). We zitten in een klein pand vlak achter de Ellerstrasse. Hier ontvangen Vollmert en zijn collega’s vluchtelingen die hun weg zoeken in Düsseldorf. De organisatie groeide afgelopen zomer enorm. Tientallen mensen meldden zich aan als vrijwilliger. Allemaal wilden ze iets betekenen voor de ontheemde vluchtelingen. Het was ook een tijd waarin men bepaalde wrijvingen tussen de vluchtelingen en de vrijwilligers bewust negeerde. De angst om te stigmatiseren was groot. Als voorbeeld noemt Vollmert de vriendin die op oudejaarsavond haar aanranding voor zich hield.

‘Ik hoorde steeds vaker van vrouwelijke vrijwilligers dat sommige asielzoekers in hun gedrag niet erg vrouwvriendelijk waren’, vertelt Vollmert. ‘Ze wilden niets van een vrouw aannemen, of überhaupt niet met ze in contact komen. Daar spraken we wel eens over, maar een groot probleem werd er niet van gemaakt. Keulen heeft dat veranderd. Het wordt sindsdien vaker besproken.’

Vollmert excuseert zich even om een Albanese asielzoeker te helpen. Als de jongen de deur uit is vertelt Vollmert met een twinkeling in zijn ogen hoe dankbaar hij dit werk vindt. Soms kan hij niet zo heel veel uitrichten, zoals in het geval van de Albanees die nauwelijks een toekomst in Duitsland lijkt te hebben. Maar in andere gevallen kan hij mensen die oorlog, armoede en honger zijn ontvlucht helpen om hun leven weer op de rails te krijgen.

Daarna vertelt Vollmert tussen neus en lippen door over zijn relatie met een man. Hoe wordt daarop gereageerd door de islamitische vluchtelingen waarmee hij contact heeft? Hij reageert ontwijkend op de vraag en brengt het gesprek op een ander onderwerp.

‘Weet je dat het woord “Gutmensch” tot het woord van 2015 is gekozen?’ vraagt Vollmert grijnzend. ‘Misschien zijn wij dat wel, Gutmenschen.’ Gutmensch is synoniem voor naïeve wegkijker. Vooral ter rechterzijde geldt het als verwijt aan iedereen die de problematische kanten van de islamitische cultuur niet onder ogen wil zien. Misschien is Vollmert inderdaad een wegkijker. Maar het is tegelijkertijd ook groots wat hij doet. De onbaatzuchtige hulp die hij mensen biedt die misschien niets moeten hebben van zijn seksuele geaardheid dwingt hoe dan ook respect af.

‘Maar met hun kijk op vrouwen’, vertelt Vollmert tot slot, ‘daar moeten we toch wel iets mee. We zijn nog aan het nadenken wat precies. Er gaan een paar ideeën rond. We denken bijvoorbeeld aan een cursus waarin we ze vertellen wat onze waarden zijn, en hoe er in dit land tegen vrouwen wordt aangekeken.’


Beeld: Politieactie in het ‘Maghreb-Viertel’ in Düsseldorf, 16 januari (Maja Hitij/DPA/Corbis/HH)