Crisis in de accountancy

Van waakhond tot schoothond

Demissionair minister Hoogervorst van Financiën werkt aan maatregelen ten aanzien van de accountancy. De bouwfraude-enquête heeft immers duidelijk gemaakt hoe deze beroepsgroep in de ban van het grote geld is geraakt. De accountants hoorden niets, zagen niets en zeiden niets.

De val van de Amerikaanse energiereus Enron en de ondergang van accountancy- en consultancykantoor Andersen — een van de grootste faillissementen ooit — brachten de volle omvang van de bestuurlijke misstanden aan het licht. Bankrekeningen op de Kaaiman Eilanden, bestuurders die vlak voor het faillissement miljoenen incasseerden terwijl duizenden pensioenen in rook op gingen en accountants die overuren maakten bij de papierversnipperaars; elke verhouding was zoek. Enron — dat tot de val bij de vijf grootste energiebedrijven ter wereld hoorde — was slechts het topje van de ijsberg. Want toen kwam WorldCom, met een financieel topman die geboeid door de FBI uit zijn kantoor werd gehaald en kans maakt op een gevangenisstraf van 25 jaar. Daarna kwamen Tyco, Global Crossing en Xerox, dat een recordboete van tien miljoen dollar moet betalen voor een frauduleuze boekhouding. In Europa raakte Vivendi in opspraak, en Zwitserlands grootste verzekeraar, Swiss Life.

Nederland zal binnenkort zijn eigen Enron beleven: KPNQwest ging deze zomer om nog grotendeels duistere redenen met een noodsnelheid ten onder. Emeritus hoogleraar accountancy Hans Blokdijk zei onlangs tegenover de pers: «Voor deze zaak kun je de civielrechtelijke procedure meteen overslaan. Iedereen is verbijsterd over de recente boekhoudschandalen in Amerika, maar hier in ons land gebeurt in principe hetzelfde.» De Vereniging Effecten Bezitters overweegt juridische actie tegen KPNQwest, Landis en LCI wegens «onjuiste en te positieve berichtgeving in de periode voorafgaand aan het faillissement».

Uit de dampende ruïnes van de megaschandalen verschijnen telkens de contouren van een economisch systeem waar overheidstoezicht faalde en de neoliberale variant van het laissez-faire-kapitalisme leidde tot een dolgedraaide carrousel van roekeloos graaien, blind winst bejag en kortzichtig eigenbelang. De voorspelling van Immanuel Wallerstein dat het kapitalisme de tweede helft van de volgende eeuw niet haalt, lijkt beangstigend vroeg uit te komen.

Het kapitalisme verkeert in een diepe crisis. Een die verder gaat dan de sluipende beurskrach, terugvallende economische groei of tegenvallende bedrijfsresultaten. De crisis is het gevolg van sjoemelende topbestuurders, slapende commissarissen en volgzame accountants. Voorzitter Jim Greenwood van een van de Congres-commissies die het Enron-schandaal onderzocht, legde het nog eens uit aan Andersen-partner David Duncan: «Enron beroofde de bank, Andersen leverde de vluchtauto en u zat achter het stuur.»

De accountants hoorden niets, zagen niets, zeiden niets; de waakhond werd een schoothond. Paul Koster, bestuurslid bij de onafhankelijke toezichthouder Autoriteit Financiële Markten, is akelig bezorgd, zo vertelde hij de toehoorders op een seminar van PricewaterhouseCoopers: «De accountancy bevindt zich in een overlevingsstrijd. Toezichthouders houden momenteel hun hart vast. Nog een Enron en de big four (de vier grootste wereldwijde accountantskantoren — en) worden een big three en dan is voor het beroep het einde zoek. Er móet wat gebeuren.» Vakblad De Accountant, huisorgaan van beroepsorganisatie Nederlands Instituut van Registeraccountants (Nivra), windt er geen doekjes om: «Het accountantsberoep kampt met een crisis zonder weerga.» Om er direct een waarschuwing aan zijn vakbroeders aan toe te voegen: «Elke poging tot bagatellisering daarvan slaat de plank mis en werkt averechts.»

Een crisis? Zo zou Nivra-voorzitter Piet Hoogendoorn, tevens bestuursvoorzitter van een van ’s werelds grootste accountantskantoren Deloitte Touche Tohmatsu, het niet willen noemen. Opvallend relativerend zegt hij: «Crisis is een te groot woord. Er is sprake van afnemend vertrouwen in de accountancy. Dat is reden tot zorg en we hebben dan ook nog wat huiswerk te doen. Maar laten we de zaken in perspectief zetten: als de top van een bedrijf moedwillig de boel belazert, is het heel moeilijk om daar achter te komen. Het publiek verwacht een panacee dat de accountant niet kan bieden. We kunnen niet alles zien en controleren en dat is onze opdracht ook niet. Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat geen enkele Nederlandse beroepsgroep meer regels kent dan de accountancy. Het Nivra heeft de laatste tijd al vele extra maatregelen genomen: accountants mogen geen aandelen van hun cliënten hebben en ze mogen niet als werknemer naar een cliënt overstappen, om maar wat te noemen. Al drie jaar pleiten wij voor extern toezicht en we zijn blij dat nu ook de politiek daarvan de noodzaak inziet.»

Hoogendoorn doelt op de voorstellen die demissionair minister Hoogervorst (VVD, Financiën) vorige week deed «om het vertrouwen op de financiële markten te herstellen». Naast het reguleren van optieregelingen en het vergroten van de invloed van aandeelhouders op het benoemen van commissarissen, kondigde de minister extern toezicht voor accountants aan. Want tot voor kort werd de accountancy gecontroleerd door: de accountancy. Eind deze maand zal Hoogervorst een notitie met deze voorstellen naar de Tweede Kamer sturen.

Wat daarin zal ontbreken is een voorstel om accountantskantoren te dwingen de veel lucratievere consultancyafdelingen af te stoten. De crisis is daarmee verre van bezworen, maar de big four halen (voorlopig) opgelucht adem.

Een crisis? Zo zou ook Pieter Lakeman met zijn Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie, die zich ten doel stelt bedrijven door te lichten, waarmee Lakeman de horzel van het Nederlands bedrijfsleven is geworden, het niet willen noemen. Lakeman: «Ik denk eerder dat wantrouwen en scepsis tegenover de accountants normaal behoren te zijn en dat het gezond verstand weer de overhand krijgt. In Nederland mogen bedrijven hun eigen controleurs uitzoeken. Dat is toch van de zotte? Alsof gevangenen hun eigen cipiers huren of belastingbetalers hun eigen inspecteurs.» Lakeman heeft niet veel op met de accountancy. Lakeman: «Accountants bewerkstelligen het tegenovergestelde van wat ze beogen: hun controles zijn rookgordijnen voor het management en werken daardoor bedrijfscriminaliteit in de hand. Want het publiek gelooft nog steeds in het ‹onafhankelijke accountantsrapport› en het management verschuilt zich daarachter.»

Volgens Marinus van Dijk, verbonden aan de faculteit der economische wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen, is «de vertrouwenscrisis een logisch gevolg van de manier waarop accountancy in Nederland gereguleerd is en de manier waarop accountants hun werk doen». Van Dijk, voor zijn academisch bestaan registeraccountant, baseert zich op omvangrijk Angelsaksisch en eigen experimenteel onderzoek. Van Dijk: «De druk op accountants om soepel met de boeken om te gaan, is groot en komt van meerdere kanten. Ten eerste zijn de controleopdrachten chronisch onderbetaald als gevolg van de grote concurrentie, waardoor een aantal voorgeschreven controles achterwege blijft.» De controlerende accountants hebben te weinig tijd om hun werk goed te doen, omdat de opdrachtgever — die dus gecontroleerd moet worden — minder voor de controle wil betalen dan vereist is. De accountantsfirma’s kunnen een hoger bedrag offreren, maar dan is de kans groot dat de opdracht aan hun neus voorbijgaat. Niet alleen deze, ook de volgende opdrachten — en natuurlijk de veel lucratievere consultancyopdrachten. Bedrijven bepalen dus niet alleen wie de boeken controleert, maar ook hoe grondig.

Van Dijk: «De druk van het gecontroleerde bedrijf op de controlerende accountant is de laatste jaren alleen maar toegenomen. Optieregelingen en winstdelingen maken dat de persoonlijke financiën van de directieleden van het gecontroleerde bedrijf gebaat zijn bij rooskleurige jaarcijfers. Want hoe hoger de aandelen, hoe meer geld de directieleden verdienen. De door de directie ingehuurde accountants vragen zich voortdurend af: kunnen we bepaalde negatieve zaken niet positiever waarderen waardoor het geheel er wat rooskleuriger uitziet? Anders verliezen we deze klant.» De volgens Van Dijk «zeer soepele Nederlandse regels» maken dat weinig druk nodig is: het is niet moeilijk om geheel volgens de letter van de wet tegen de geest van diezelfde wet in te gaan. Van Dijk: «Opdrachtgevers weten dit en spelen de accountants uit. Ze zeggen: ‹Hebben jullie moeite met deze cijfers? Jullie concurrenten niet. Als jullie niet willen tekenen, gaan we met hen verder.›»

Dergelijke misstanden zijn een kwestie van belangenverstrengeling, vindt Van Dijk. «De kwaliteit van de Nederlandse accountancy is hoog — daar ligt het niet aan. Als de accountants worden ingehuurd om een faillissement of een fusie door te rekenen, werken ze veel nauwkeuriger en zijn ze in hun beoordeling veel strenger.» De reden is eenvoudig: de opdrachtgever is in die gevallen gebaat bij een nauwkeurig financieel verslag. En wie betaalt, bepaalt.

De uitvoerend accountant ervaart ook druk vanuit zijn of haar eigen kantoor. Zoals elk bedrijf wil de accountancy winst maken. Beroepseer is daaraan niet zelden ondergeschikt. «Als een accountant onregelmatigheden vindt, zullen zijn superieuren erop wijzen dat er geld verdiend moet worden, en dat grote klanten niet naar de concurrentie mogen gaan. Als deze toch weigert de jaarrekening voor akkoord te verklaren, zullen ze hem of haar subtiel vragen waarom het niet gelukt is de opdrachtgever te overtuigen de boeken anders op te stellen. Je kunt als accountant in dergelijke gevallen maar enkele keren je rug recht houden. De top van het accountantskantoor gaat morren: die man verliest te veel opdrachtgevers, hij kost te veel geld. Hij moet gaan.»

Dat ondervond registeraccountant Leo Verhoef naar eigen zeggen aan den lijve. Hij noemt zichzelf «een klassieke klokkenluider». Tien jaar geleden begon de rekkelijkheid van de rekenmeesters hem tegen te staan. Verhoef: «Steeds vaker kwam ik jaarrekeningen van gemeenten en provincies tegen waar geen barst van klopte. Inkomsten en uitgaven werden verzwegen, de accountants namen een loopje met regels en gezond verstand. Het werd almaar ernstiger, grover, omvangrijker.» Overigens is Verhoef niet de enige die opmerkte dat er met gemeentelijke of provinciale controles weleens wat mis is. Neem de onderzoekscommissie die de bankierende provincie Zuid-Holland na het Ceteco-debacle (2000) doorlichtte. Deze concludeerde dat «de accountant gebruikmaakt van kennelijk ontoereikende technieken». Het Nivra gaf deze zomer toe dat in de rekeningen van veel gemeenten en provincies niet alle baten en lasten terug zijn te vinden. Met andere woorden: de goedkeurende accountantsverklaring werd ten onrechte gegeven.

Verhoef werkte onder andere voor VB Accountants, het in 1987 geprivatiseerde Verificatie Bureau Nederlandse Gemeenten, nu opgegaan in Deloitte & Touche. Verhoef: «Nadat ik wederom weigerde om mijn handtekening onder zo’n bedenkelijk jaarverslag te zetten, ging VB Accountants naar de kantonrechter om mijn ontslag aan te vragen: ik zou een lastige werknemer zijn. Zo gaat dat met klokkenluiders, of het nu om de fraude van de Schipholtunnel gaat of de veiligheidssituatie van de kerncentrale van Petten.» Deloitte & Touche ontkent desgevraagd dat VB Accountants werknemers ontslagen heeft omdat deze weigerden een financieel verslag te ondertekenen.

Momenteel behandelt de tuchtraad van beroepsorganisatie Nivra dertien zaken die Verhoef tegen verschillende accountants heeft aangespannen omdat ze volgens Verhoef «ronduit misleidende» gemeentelijke jaarrekeningen voor akkoord verklaarden. Verhoef heeft geen fiducie in een goede afloop: «Die tuchtraad staat volledig onder controle van het Nivra, die op haar beurt niets anders doet dan het behartigen van de belangen van de big four. Een vorige zaak die ik heb aangespannen is door de tuchtraad zonder enige inhoudelijke toetsing geseponeerd. Het Nivra beantwoordt niet eens mijn brieven.» Het Nivra ontkent Verhoefs aantijgingen en zegt dat hij in de kern van de zaak net als Verhoef pleit voor meer eenduidige regelgeving.

Hoe kon de zo florerende Nederlandse accountancy in deze ongeloofwaardige positie terechtkomen? Het is een indrukwekkende prestatie: een beroepsgroep krijgt het staatsmonopolie op wettelijk verplichte controles in de schoot geworpen, waarbij zelfs de controle aan de beroepsgroep zelf wordt toevertrouwd. En nu ontneemt nota bene een liberale minister — in beginsel vertrouwend op het zelfregulerend vermogen van de vrije markt — de rekenmeesters hun vrijheid. In feite zegt minister Hoogervorst met zijn voorstellen voor staatstoezicht: mijne dames en heren accountants, u heeft ons vertrouwen beschaamd en u keert weer terug naar mijn rokken.

«Maar ook de Nederlandse en Europese overheid hebben schuld aan de huidige crisis», zegt Luc Keuleneer, hoogleraar financieel management aan de VU en directeur bij KPMG te Brussel. Want wat dachten politici toen ze de verantwoordelijkheid voor het wettelijk verplicht controleren van bedrijfsresultaten uitbesteedden aan commerciële controleurs? «En dan zonder eigen overkoepelend toezicht», vult hij aan, «een beroepsgroep zichzelf laten reguleren en controleren, dat is vragen om problemen. We vinden het heel normaal dat de Nederlandsche Bank ABN Amro controleert en de Pensioen & Verzekeringskamer Aegon. Maar bij een maatschappelijk gezien net zo belangrijk bedrijf als Shell kijkt niemand mee over de schouders van de accountants. Ook voor dergelijke bedrijven is extern toezicht nodig.» Hoogervorst stelt voor dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) die taak in de nieuwe wetgeving op zich zal nemen. Dat gaat Keuleneer niet ver genoeg: «We moeten ons niet blind staren op financiële verslaglegging, de specialiteit van de AFM. De crisis in het bedrijfsleven zit dieper. Ook minder materiële zaken als ethiek, duurzaamheid en corporate governance in de brede zin van het woord moeten aan bod komen. Bij banken worden nieuwe directieleden door De Nederlandsche Bank tegen het licht gehouden. Waarom niet bij Shell? Het op te richten extern toezichtorgaan moet veel bredere bevoegdheden krijgen.»

Nu moet niet de indruk ontstaan dat de hele top van het bedrijfsleven en de accountancy vol rotte appels zit. De werkelijkheid is verre van dat, zegt Keuleneer. «Maar we zijn het station van zachte maatregelen gepasseerd. Stel dat het huidige systeem redelijk goed functioneerde, dan nog zijn de meest rigide maatregelen nodig om het vertrouwen van de maatschappij te herwinnen. Ik ben bang dat ook beroepsorganisatie Nivra te weinig beseft wat er aan de hand is. Stel dat het Nivra zijn zin krijgt met het doorvoeren van halve maatregelen, en er komt nog een schandaal met de omvang van Enron bovendrijven, dan is het einde van de accountancy zoals het nu bestaat aanstaande.»

Ook Ruud Pruijm, hoogleraar administratieve technieken aan de Erasmus Universiteit en zelfstandig management consultant, denkt dat het Nivra achter de feiten aanloopt. Hij geeft accountantskantoren die consultancy- én accountancydiensten blijven aanbieden weinig overlevingskans. «Beleggers en investeerders willen weten aan wie ze hun geld toevertrouwen, zeker als het economisch tij tegenzit. De combinatie van accountancy en consultancy heeft een onmiskenbaar negatieve invloed op de integriteit van de accountant, en dus op de financiële administraties die ze accorderen. Wie investeerders wil trekken, moet een onbesproken jaarrekening presenteren. Dat betekent controle door een onbesproken partij: kantoren die niets anders doen dan het controleren van de boeken.»

De big four zullen het dan ook moeilijk krijgen, voorspelt Pruijm. «Aan de vercommercialisering van de accountancy moet een einde komen. De verhouding controle en advieswerk is volkomen scheefgegroeid. Op elke dollar controlewerk werd in 2001 2,69 dollar verdiend aan advies en andere diensten. Dat heeft onder meer tot gevolg dat de controlediensten onder de marktprijs worden aangeboden, omdat ze worden gesubsidieerd door het advieswerk dat de cross selling oplevert. Kleine kantoren kunnen hier moeilijk tegenop. Het Amerikaanse instituut voor registeraccountants publiceerde een artikel met de veelzeggende titel Make Audits Pay: Leveraging the Audit Into Consulting Ser vices. Zulke strategieën maken de financiële controle volkomen ongeloofwaardig.»

Nivra-voorzitter Hoogendoorn moet er niets van hebben. «Zogeheten audit-only firms betekenen kwaliteitsverlies voor de accountancy. Controles worden steeds meer specialistenwerk, dan heb je een team van deskundigheid nodig. Met name kantoren die zowel advies als consultancy aanbieden, bezitten dat. Splitsing is het kind met het badwater weggooien.» Pruijm is niet onder de indruk. «De big four willen er niet aan omdat het geldverlies betekent.» Hoe zuur ook, er moet worden gesplitst, benadrukt hij: «De accountancy bevindt zich op een doodlopende weg als ze niet grondig reorganiseert. Het beleggend publiek heeft niet alleen het geloof in aandelen verloren, maar ook in betrouwbare cijfers. Dat is desas treus voor de investeringen.» En zonder investeringen overleeft het kapitalisme niet.