Het kindbeeld in 41 jaar Kinderen voor Kinderen

Van wereldverbeteraar in unisex tuinbroek tot superverantwoordelijke modelburger

Groepsfoto uit de editie van kinderen voor kinderen uit 1983 © Kippa / ANP

In oktober 2019, bij het 40-jarig jubileum van KvK, begonnen Feike Dietz en Laurens Ham de Kinderen voor Kinderen Marathon. In maandelijkse stukken belichtten ze thematische ontwikkelingen in de bijna 550 liedjes van het programma, van Kerst via Prestatiedruk en De Gooise R tot aan Jongen/Meisje. In hun slotstuk: hoe KvK meeging met de tijd.

Wie de clip van het nieuwe Kinderen voor Kinderen-nummer ‘En toen?’ bekijkt, ziet eerst het verlaten Rijksmuseum liggen. Er verschijnt ineens een deur in de ruimte, en daaruit stormen de koorkinderen naar buiten, naar de museumingang. Met de meesterwerken uit de Gouden Eeuw als achterdoek dansen zij hun ‘TikTok-dansje’: bewegingen ontleend aan filmpjes op het sociale medium TikTok. Ondertussen zingen ze dat zij de mensen zijn die de toekomst gaan maken, ‘met een kwast of een gitaar’, zoals voorgaande generaties hún stempel op de wereld gedrukt hebben. ‘Ieder land, elke eeuw, elke taal / iedereen schrijft zijn eigen verhaal // En toen, en toen, en toen? / Nu mogen wij het gaan doen.’

‘En toen?’ behandelt een thema dat in een groot aantal KvK-liedjes terugkeert: dat van het kind als wereldverbeteraar. De jeugd heeft de toekomst en weet als geen ander wat die toekomst nodig heeft, zo draagt dit kinderprogramma al ruim veertig jaar uit. In KvK-liedjes nemen kinderen het journaal over, richten ze als minister-president Nederland rechtvaardig in, en zorgen ze voor een schonere, gelijkere wereld.

Zo bezien is ‘En toen?’ niet meer dan een variant op een overbekend thema, en toch zullen kijkers die alleen vertrouwd zijn met de vroegste edities hun ogen niet geloven. Niet alleen is KvK verbluffend geprofessionaliseerd – de productie is kristalhelder, de zang en dans zijn om door een ringetje te halen – ook lijkt de maatschappelijke boodschap helemaal anders dan veertig jaar terug. Het goedhartige, wat paternalistische zingen voor het goede doel heeft plaatsgemaakt voor een gelikte can do-houding.

‘In deze tijd draait het allemaal om maakbaarheid,’ zegt Florence van Duijvendijk, zo’n tien jaar betrokken bij KvK en inmiddels eindredacteur. ‘Meer dan vroeger ligt het vandaag voor de hand dat een kinderprogramma aandacht besteedt aan hoe je je talent benut. Wij zijn als programma met de tijdgeest meeveranderd.’ Ook Lucia Marthas, als choreograaf sinds 1999 intensief betrokken bij KvK, denkt dat dit programma het publieke debat eerder volgt dan vormt, hoe progressief de thema’s ook zijn die soms worden aangehaald. ‘Je moet ook niet té ver voorop willen lopen. Dan ben je misschien luisteraars en scholen in het land kwijt die zich niet herkennen in het beeld dat je ze voorspiegelt.’

Ook wij denken, na twee jaar lang onderzoek te hebben gedaan naar dit beeldbepalende kinderprogramma, dat KvK meeveranderd is met Nederland in de laatste veertig jaar. Het land heeft zich met horten en stoten omgevormd van een links gidsland in een natie die zich laat voorstaan op innovatie en particulier initiatief. In dat nieuwe Nederland hoort een ander koorkind thuis, dat met andere middelen luisterende kinderen ertoe aanzet de wereld op een andere manier te verbeteren. Wij zien in die vier decennia KvK drie perioden terug: tussen 1980 en 1992 werden de koorzangers in de rol van weldoeners geplaatst, tussen 1993 en 2004 waren ze voor de luisteraars een beste vriend en speelkameraad en sinds 2005 ontwikkelden de koorkinderen zich tot rolmodel.

‘Kinderen voor Kinderen, een kind is hier zo rijk / Kinderen voor Kinderen, het is zo ongelijk / een kind onder de evenaar is meestal maar een bedelaar / Kinderen voor Kinderen, voor kinderen van daar.’ Als er één onderdeel van KvK legendarisch is geworden, dan is het de tune wel, die enkele metamorfoses doormaakte. Deze oorspronkelijke woorden van Jack Gadellaa zouden veruit het bekendst worden, met dat harde contrast tussen de kinderen ‘onder’ en ‘boven’ de evenaar.

In die woorden zat de kern van het oorspronkelijke KvK besloten: dit was een liefdadigheidsproject waarmee witte, welvarende kinderen geld inzamelden voor zwarte, minder goed bedeelde kinderen. Het goede doel was tot 1992 steeds hetzelfde: de VARA Speelgoedactie, waarmee rond Sinterklaas speelgoed werd gekocht voor vluchtelingkinderen (én voor kinderen in Nederlandse kindertehuizen, overigens). Het belangrijkste product in die jaren was het jaarlijkse album waarvan de opbrengsten voor de Speelgoedactie waren; de bijbehorende televisieshow was een soort promotiemiddel.

KvK bood Nederlandse kinderen in die jaren ook een podium om zich uit te spreken óver de wereld. Vele duizenden brieven met ideeën voor liedjes ontvingen programmamaakster Flory Anstadt en haar team in de eerste jaren. Na verloop van tijd kon het programmateam wel zo’n beetje uittekenen waarover het gros ging: overleden oma’s, zieke huisdieren, vervelend schoolwerk. Maar soms zaten er verrassende brieven tussen over ‘taboedoorbrekende’ (dixit Anstadt) of politieke thema’s: broertjes met syndroom van Down, discriminatie, of hobby’s die niet bij je gender pasten (‘Jongen op ballet’, 1982). Die kregen duidelijk voorrang van de makers, al gingen ze voor de hand liggende onderwerpen als verliefdheid niet uit de weg.

Flory Anstadt en de kinderen van het koor nemen in 1982 een platina plaat in ontvangst. © Marcel Antonisse Anefo / wikimedia commons

In het begin speelden briefschrijvers een zichtbare rol in de televisie-uitzendingen: ze zaten in de zaal en werden geïnterviewd door de presentatoren, bekende televisiepersoonlijkheden als Willem Nijholt, Leoni Jansen en Willem Ruis. De programmamakers wilden daarmee de stem en de denkwijze van kinderen recht doen: waarover piekerden zij, waaraan ergerden ze zich, waarvan hielden ze? Deze kinderen waren producten van het antiautoritaire opvoeden van de jaren zeventig, waarin het uiten van je mening heel belangrijk was geworden. Bij ons onderzoek naar de bijna 550 liedjes van het programma viel ons op hoezeer die antiautoritaire gedachte ook doorklonk in de eerste twaalf edities van het programma. Steeds opnieuw keerden de kinderen zich in lied en brief tegen hun opvoeders en tegen alles wat ‘moest’.

Met KvK zitten we in het links-progressieve hart van de jaren tachtig. Sterker nog: er bestaat een duidelijke parallel tussen deze uitgangspunten van het vroege KvK en de principes waarop ‘gidsland’ Nederland zich vanaf de jaren zestig liet voorstaan, volgens historicus James Kennedy. Hij noemt vijf terreinen waarop Nederland zich een sleutelrol in de wereld aanmat: ontwikkelingshulp, verwerping van (religieuze) autoriteit, vrijheid (met vrijplaats Amsterdam als symbool), tolerantie tegenover taboeonderwerpen als drugs en abortus en de protestcultuur. De parallellen zijn frappant: hoewel KvK werd opgericht in een periode waarin de christendemocratie ogenschijnlijk een groter stempel op de publieke sfeer drukte dan de sociaaldemocratie, bleef Nederland tot in de jaren negentig dit progressieve zelfbeeld koesteren.

Het is verbazingwekkend dat dit progressieve programma, dat voor die tijd best ver ging qua taalgebruik en thema’s, als tuttig bekend is komen te staan. Dat kwam ongetwijfeld door de Gooise r van de kinderen (die ‘om praktische redenen’ vlakbij Hilversum werden geworven), de vaak wat gezapige aankleding van de eerste televisieshows en de aanvankelijk wat keurige muziek. Tjeerd Oosterhuis, als componist en producer sinds 2011 betrokken bij KvK, hoort in die vroegste jaren weinig van de toenmalige popmuziek terug. ‘Eerst draaide het echt om de tekst; de muziek was orkestachtig, de productie weinig uitgesproken.’

De formule werkte als een trein – van iedere elpee gingen er 200.000-300.000 over de toonbank – en werd een paradepaardje van de VARA, waarin heel veel geld werd geïnvesteerd. Anstadt kon met KvK 6 en 7 haar twee laatste en beste edities maken: televisiemusicals met Edwin Rutten en Ati Dijckmeester in de rol van ouders. Ook de twee edities daarna waren oogstrelend: onder regie van de avant-gardistisch georiënteerde Bob Rooyens werden de kinderen in groteske kledij gestoken en in bevreemdende decors geplaatst. Maar veranderingen hingen in de lucht en kondigden zich aan toen in 1992 de Speelgoedactie werd stopgezet.

Kinderen voor Kinderen 1984 © Arthur Bastiaanse / ANP

‘Kinderen voor Kinderen, een kind is vaak een vrind / Kinderen voor Kinderen, ook voor een ander kind / een kind heeft nog een open geest, een kind begrijpt het allermeest / Kinderen voor Kinderen en die het zijn geweest.’ In 1993 kondigde de koers van het nieuwe KvK zich aan met een door Jack Gadellaa herschreven tunetekst. De Speelgoedactie was verdwenen en de aangescherpte mediawet maakte het onmogelijk om structureel geld in te zamelen. Dat had grote consequenties. De basis van het programma – waar bij zowel de uitvoerende als de luisterende kinderen in de rol van weldoener werden geplaatst – viel immers weg, en daarmee ook het commerciële model. In 1980 kocht je een KvK-album niet alleen voor je eigen plezier, maar ook om iets goeds te doen, althans: zo zag het programma het graag. Maar om welke reden moesten kinderen vanaf 1993 naar de winkel voor de nieuwe KvK-cd?

De nieuwe tune geeft daarvoor een aanwijzing: de koorleden stelden zich op als ‘vrind’ van hun leeftijdsgenoten. Kinderen kochten het album dus omdat ze zich identificeerden met de koorleden. Om die identificatie mogelijk te maken, kwam het accent van de liedjes te liggen op de ups en downs in het leven van gewone Nederlandse kinderen, en minder op het adresseren van globale ongelijkheid. Meer liedjes over scheidingen, feestjes en ruzies dus, minder over oorlogen ver weg. Opvallend daarbij was dat de koorkinderen minder als zelfverzekerde rebellen werden neergezet, en vaker als kwetsbare tobbers, die kampten met faalangst, stress en hoogoplopende prestatiedruk. Ouders werden bij die strijd om het hoofd boven water te houden eerder als maatjes dan als vijanden gezien.

Maar voelden de KvK-kinderen zélf wel als ‘vrinden’ voor veel Nederlandse kinderen? Er hing nog altijd een elitaire, Gooise reuk om het programma, tot ergernis van sommige medewerkers. Volgens Kathleen Warners, die als uitvoerend VARA-producent Amusement & Jeugd in die tijd verantwoordelijk was voor KvK, kwam er veel kritiek op dat Gooise, weinig inclusieve karakter: ‘En terecht. Het moest anders.’

Warners trok in 1999 Lucia Marthas aan om een koerswijziging tot stand te brengen. Marthas had een dansopleiding waarmee zij kinderen uit gekleurde en minder geprivilegieerde milieus de kans wilde geven te leren dansen. Zij moest het programma inclusiever maken, en de danskwaliteit helpen opkrikken: de koorkinderen kwamen in hun bewegingen weinig verder dan het ‘steppie van Beppie’, namelijk een stapje links en een stapje rechts.

Marthas werd er aanvankelijk voor één jaar bijgehaald, en schrok van het gebrek aan diversiteit bij het programma. ‘Ik dacht: hallo, mensen met een socialistische achtergrond, waar zijn jullie mee bezig? Ik dacht dat diversiteit altijd hoog in het vaandel had gestaan van de VARA, maar in de eerste jaren werd er echt alleen soms voor het beeld een zwart kindje bijgehaald. Meestal was dat als er een liedje over cultureel verschil moest worden gezongen, zoals ‘Op ons eiland’.’ Marthas leverde in 1999 speciale ‘danskinderen’ voor het programma met heel diverse achtergronden, terwijl de koorkinderen praktisch allemaal wit waren en nauwelijks dansten. Een merkwaardig contrast. Hoewel Marthas het gevoel had dat haar pleidooi voor een diverse koers niet bij alle oudgedienden goed viel, werd ze voor de jaren nadien wel telkens gevraagd.

Mede dankzij deze vernieuwingen werden de shows vanaf 1999 langzaamaan strakker. Dat was hard nodig, want KvK zocht al jarenlang naar een gouden formule om terug aan de top te komen. Ieder jaar werd er iets nieuws geprobeerd qua presentatie en format, maar niets beklijfde. Zorgwekkender nog was dat het programma de voeling met de doelgroep begon te verliezen. Kinderen verbonden zich vanaf midden jaren negentig al op jonge leeftijd aan popmuziek voor oudere doelgroepen, waaronder de eurohouse en meiden- en jongensgroepen als Spice Girls en Backstreet Boys. Daarbij vergeleken klonk KvK behoorlijk tam.

Toen in 2003 het AVRO Junior Songfestival werd gestart, was duidelijk dat de VARA rechts werd ingehaald. ‘Dat vonden we weliswaar ver gaan, met kinderen die helemaal opgetut waren’, zegt Warners, ‘maar het was wel duidelijk dat we truttig aan het worden waren.’ En dat was des te problematischer omdat tegelijkertijd de platenmarkt in een duikvlucht belandde door de komst van illegaal gekopieerde cd’s en van MP3. Naarmate het 25-jarig jubileum van KvK naderde, was de crisis steeds zichtbaarder: kranten spraken al van ‘vergane glorie’.

‘Kinderen voor kinderen, voor jou en iedereen / Kinderen voor Kinderen, dat zing je nooit alleen / een ander land, een vreemde taal, muziek verstaan we allemaal / Kinderen voor Kinderen, een eindeloos verhaal.’ De nieuwe KvK-tune die op het 25-jarige jubileum in 2004 zijn intrede deed, klonk als weinig minder dan een statement. Er keerde weer iets van de maatschappelijke oriëntatie terug, nu het programma zich expliciet verbond aan ‘een ander land, een vreemde taal’. Tegelijk was duidelijk dat KvK niet meer de kloof met ‘kinderen onder de evenaar’ benadrukte, maar verbinding wilde uitstralen: verbinding via muziek.

Maar wat voor muziek was daarvoor nodig? De muziekproductie werd vanaf jaargang 25 in handen gelegd van Jochem Fluitsma en Eric van Tijn, die hun hitgevoel al hadden bewezen met jaren-negentig-klappers als Linda, Roos & Jessica en ‘15 miljoen mensen’. Maar de echte omslag liet nog even op zich wachten. Toen Florence van Duijvendijk, destijds zakelijk leider bij de VARA, rond 2011 betrokken raakte, zag ze het enthousiasme dat om het programma heen hing, maar ook het gebrek aan weerklank: ‘We concludeerden dat er twee dingen nodig waren: een hit en een verhaal.’

Die hit kwam er met de komst van Tjeerd Oosterhuis: ‘Hallo wereld’ bereikte de hitlijsten in 2012. De clip zag er niet alleen goed en eigentijds uit, de dance-oriënteerde muziek lag nu voorwaar dichter bij een pop-danceproductie dan bij ‘Op een onbewoond eiland’. ‘Toen wisten we dat we iets te pakken hadden’, zegt Oosterhuis. ‘Inmiddels zoeken we bij al onze liedjes raakvlakken met hedendaagse muziekstijlen. Het heerlijke is dat die invloeden zo gevarieerd mogen zijn. Rockliedjes staan naast Disneysongs, ballads naast hiphop.’ De productie van Oosterhuis trekt die invloeden naar elkaar, waarbij hij stembewerking bepaald niet schuwt. ‘We nemen de kinderen als artiestenstemmen volkomen serieus. Dus natuurlijk gebruiken we effecten, galm en autotune, zoals alle hedendaagse producers doen. Ik zit soms urenlang te zoeken in wel tien takes, om de perfecte zangtrack te krijgen.’

Het was niet alleen de hitmuziek die zijn vruchten afwierp, maar ook het nieuwe verhaal. Het was het KvK-team rond 2008 duidelijk geworden dat een ‘goed doel’ moest terugkeren. Met het grotendeels loslaten van een maatschappelijke oriëntatie leek het programma iets van zijn ziel te zijn verloren. Maar de wereld was er niet meer naar dat men structureel ging werven volgens de ideologie van de jaren tachtig. De oplossing diende zich aan toen KvK kon gaan samenwerken met partners wiens goede boodschap KvK kon helpen verspreiden. ‘Hallo wereld’ beet daarbij het spits af: dat was een samenwerking met het goede doel My Book Buddy en de Kinderboekenweek van CPNB.

In 2013 werd de meest succesvolle samenwerking beklonken, toen KvK partner werd van de Koningsspelen, een jaarlijkse sportdag op basisscholen door het hele land. Lucia Marthas en Tjeerd Oosterhuis leverden sindsdien elk jaar een dansbare knaller die gezondheid en sportiviteit promoot. Het leverde de afgelopen jaren streamingsrecords op: ‘Pasapas’ was het meest gestreamde Nederlandse YouTubefilmpje van 2019, ‘Hupsakee’ (2016) behoort met 85 miljoen views tot de vaakst bekeken Nederlandse filmpjes ooit.

Zo werd KvK ‘een krachtig en multimediaal merk’, volgens Warners. Ook Van Duijvendijk spreekt van het ‘merk’ KvK, terwijl Marthas het over een ‘mooi en eenvoudig product’ heeft. Die woordkeuze weerspiegelt een belangrijke ontwikkeling sinds 2012: van een televisieshow-met-cd werd KvK een multimediaal ‘merk’ dat niet alleen jaarlijks op televisie te zien is en op ouderwetse cd’s te beluisteren, maar permanent aanwezig is op YouTube en Spotify, op sociale media als Facebook en Instagram en in theaters in het hele land tijdens zogeheten doe-middagen. Van Duijvendijk noemt media-aandacht genereren een van de voornaamste middelen in het huidige goededoelenbeleid van KvK. ‘Vroeger zamelden we geld in voor het goede doel, nu vestigen we de aandacht op kwesties die we belangrijk vinden.’

En daarmee is er iets cruciaals veranderd in het type kind dat KvK tot leven brengt. In 1980 was er de geruststellende boodschap dat kinderen, door een album te kopen, al bijdroegen aan een betere wereld. Vanaf 2004 wordt er méér gevraagd: kinderen zijn verantwoordelijke individuen die in hun eigen gedrag zowel zichzelf als de wereld kunnen – of moeten – vervolmaken.

Met die verhouding tussen individu en groep is iets interessants aan de hand, zowel in de vroegste als in de recentste edities van KvK. In de vroegste periode heerste er ogenschijnlijk een gelijkheidsdwang in het programma, met de unisex bordeauxrode tuinbroeken van KvK 1 als mooiste symbool. Maar als je dieper op de eerste twaalf jaar inzoomt, dan ademt juist alles individualisme: er werd vaak door één kind gesoleerd en de liedjes werden gebaseerd op de denkwereld van één individueel kind.

Tegenwoordig richt KvK zich ogenschijnlijk op het gedrag en de mogelijkheden van individuele kinderen, maar tegelijkertijd lijkt eensgezindheid de basis van het programma te vormen. Volgens Oosterhuis laten de liedjes het individuele stemgeluid van de kinderen horen, maar afgezet tegen veertig jaar KvK-geschiedenis is die ruimte voor de individuele stemmen in het laatste decennium juist sterk afgenomen. Recente liedjes worden vaak in groepjes gesoleerd, de dansjes door het hele koor collectief uitgevoerd, en de liedteksten gaan niet over eenlingen, maar vertellen over levens waar talloze Nederlandse kinderen zich in kunnen herkennen.

Kinderen voor Kinderen 2019 © Sebastiaan ter Burg / Wikimedia Commons

En daarom bevatten de liedjes over ecologie – één van de populairste thema’s uit de afgelopen vijftien jaar – niet alleen de boodschap dat het betere milieu bij jezelf begint, maar ook enkel met elkaar bereikt kan worden. Neem een liedje over energiebesparing als ‘Powercheck’: ‘Hou de wereld niet in spanning, spanning / power on, power off / we doen dit met z’n allen, allen.’

Lucia Marthas zegt dat KvK bewust niet teveel accent legt op individuele koorkinderen. ‘We willen juist uitstralen dat we het sámen doen, als groep.’ Tegelijkertijd is die groep divers: ‘Zwart, wit, groot, klein, dikker of dunner, Goois of Brabants: echt iedereen zit erbij.’

Is dat zo? Wij hebben ons best gedaan, maar ook in recente nummers hoor je nooit een zachte g terug. En de kinderen zijn toch allemaal knappe, sportief uitziende jonge mensen met een goede uitstraling? Florence van Duijvendijk moet even op die vraag kauwen. ‘Misschien klopt dat wel. Het interessante is: daar kiezen we ze niet op uit.’ Doorslaggevend is de stem, die van nature goed moet zijn, zodat ze die in de uitvoering verder kunnen perfectioneren. Oosterhuis: ‘Als we het mooier kunnen maken, dan doen we dat.’

Het is een dilemma waar in de huidige prestatiemaatschappij niet aan te ontsnappen lijkt: wie kinderen coacht, autotunet en traint als volwaardige zangsterren, verliest iets van de schattigheid die – eerlijk is eerlijk – KvK ook altijd eigen was. De KvK-medewerkers die we spraken denken echter niet dat het programma daarmee té imposant of ontmoedigend voor luisteraars is geworden. ‘Kinderen trekken zich graag op aan leeftijdsgenoten die ze goed vinden’, zegt Marthas.

Van Duijvendijk blijft wat langer stilstaan bij onze observatie dat de kinderen in recente liedjes als superverantwoordelijke modelburgers worden uitgebeeld. ‘Uiteindelijk willen we dat kinderen geïnspireerd raken en zelfvertrouwen krijgen. Maar misschien krijgen de kinderen onbewust van ons ook wel een taak mee. Ik ben sinds laatste twee jaar bezig om weer meer ‘Kriebeltrui’-liedjes te laten maken, over typische kinderproblemen. We hebben de afgelopen jaren misschien wat weinig vanuit kinderen en hun belevingswereld gedacht.’ Aan het wereldverbeterende kind kan ook na 41 jaar nog steeds geschaafd worden.


Feike Dietz en Laurens Ham werken als letterkundigen aan de Universiteit Utrecht. Bekijk hier de eerdere stukken in de KvK Marathon en luister hieronder op Spotify de playlist met de beste minder bekende KvK-nummers