Van wie is de borst?

De vrouw als pot waar de deksel stevig op moet, de sleutel in handen van mannen. Omdat de vrouw te machtig is. Heuvels van het paradijs gaat over mannenangsten.

Georgia O’Keeffe, Grey Lines with Black, Blue and Yellow, 1923, 48x30 cm © Georgia O’Keeffe Museum / Pictoright Amsterdam

Vagina dentata: ik hoorde er voor het eerst over in een gesprek met een oudere vriend. In dat woord, en hoe hij het uitsprak, was zijn angst voor vrouwen fysiek voelbaar. Als dit beeld in zijn hoofd spookte, dan begreep ik wel dat hij homo was.

Het is een van de vele angstbeelden van mannen voor vrouwen, blijkt uit het boek van literatuurwetenschapper Mineke Schipper Heuvels van het paradijs, angst voor haar onverzadigbare lust, voor die donkere poort waar je geacht wordt naar binnen te gaan, en die dus ook tanden kan bevatten die kunnen bijten en castreren. Schipper heeft een grote hoeveelheid mythen onderzocht uit veel landen en tijden, en haar boek is een lusthof van verhalen over mannelijke en vrouwelijke macht en onmacht, over wederzijdse angsten en verlangens, afgunst en woede.

Het beeld van de vagina dentata is me altijd bijgebleven, en ik schepte er ook een raar soort genoegen in: een klein herstel van evenwicht, zo niet in macht, dan toch in angst.

Vrouwenangst voor de macht van mannen is me bekend, uit het leven en de literatuur, en wordt in deze tijd breed uitgemeten. De macht die vrouwen klein houdt en op sluipende en venijnige manieren kan toeslaan. De fysieke en psychische mannelijke dominantie die alles ongemerkt doortrekt, gedrag, gevoel, moraal, de manieren van kijken en oordelen. We kennen inmiddels de melodie, maar zo we even ingedut waren heeft #MeToo ons wel weer de ogen geopend, ook voor de woede die het gevolg is van die angst en van het mannelijk machtsoverwicht.

Maar mannenangsten zouden ook wel wat meer aandacht mogen krijgen, of het nu hun angst voor impotentie is of voor verlies van macht en betekenis – sociale impotentie dus. Want deze kunnen uitwerken in agressie en machtslust, of de giftige combinatie ervan. Voorbeelden liggen voor het grijpen, vroeger en nu, openlijk en verborgen. Voorbeelden van geweld en onderdrukking, soms onverwacht heftig zoals in groepsverkrachtingen. Dat geweld, betoogt Schipper, komt voor een deel voort uit angst en afgunst. En die angst is groot, al wordt die in het dagelijks leven vaak nauwelijks ervaren, want weggedrukt, overstemd en uitgeleefd. Psychotherapeuten en coaches krijgen soms een glimp te zien, als er iets van binnen en buiten is vastgelopen. In de psychiatrische praktijk komen we de angsten tegen in de vorm en de taal van stoornissen. Maar mythen geven op een aangenaam onomwonden manier gestalte aan die welig tierende angsten en jaloezieën. Ze geven inzicht in die ondergrondse wereld van krachtige emoties en van de pogingen tot overheersing, indamming en destructie van vrouwen die iets kunnen wat zij, mannen, niet kunnen: baren. Vrouwen moeten beteugeld worden, door strenge leefregels, het bedekken van hun lichaam, door ze op te sluiten, in huis, of hun seksuele organen af te sluiten of te verminken (borsten, vagina’s). Gruwelijke beelden en vertellingen, een soort humuslaag van onze beschaving, met alle onrustbarende terugvallen van angst en woede en pogingen tot controle. Schrikbeelden van wat ooit was, nog steeds is, en weer kan worden.

Die mannenangst voor de vruchtbaarheid van vrouwen, voor hun leven scheppende vermogen, vraagt weer even om een afdaling in de oerlagen, want in onze tijd overheersen vaak andere beelden en sentimenten. Dat vrouwen kinderen kunnen krijgen betekent ook dat zij desgewenst de klus moeten klaren, inclusief vervorming van het lichaam, pijn en gezondheidsrisico, en dat ze – een nadeel dat in onze tijd zwaar weegt – maatschappelijk op achterstand worden gezet. De jaloezie op de mannenpositie ligt meer aan de oppervlakte dan het omgekeerde.

Penisnijd was het woord dat Freud hieraan gaf, baarmoedernijd kwam in zijn vocabulaire niet voor, waarschijnlijk was het voor hem ondenkbaar dat mannen jaloers op vrouwen zouden kunnen zijn, immers wezens behept met een tekort. Maar in deze mythen komen we terecht bij een andere laag waar wel degelijk sprake is van afgunst van mannen op dit vitale vermogen van vrouwen, van angst voor deze machtige wezens met hun onbeheersbare seksualiteit die aan banden moet worden gelegd. Schipper noemt talrijke ‘containermetaforen’ van de vrouw als kruik en pot waar de deksel stevig op moet, het slot bewaakt, de sleutel in handen van mannen. Hier is mannelijke controle nodig, anders heerst er chaos. De mannelijke rede tegenover de vrouwelijke woestheid: het zijn oude beelden die nog altijd voortleven, onder de oppervlakte van het moderne leven.

Mannen hadden de macht om de regels te stellen. Ze moesten toch wat. Compensatie als drang, mythen als rechtvaardiging

Een voorbeeld: een verhaal uit Kenia over hoe vrouwen ooit de baas waren, regeerden als tirannen, wreed en meedogenloos, mannen alles lieten doen, en nooit tevreden waren. De mannen bedachten een list, spraken af alle vrouwen tegelijk zwanger te maken, en toen ze in het kraambed lagen werd hun bewind omver geworpen. ‘De mannen schiepen een nieuwe orde en versterkten hun greep op de samenleving. Sindsdien heerst er gerechtigheid en vrede in de Gikuyu-gemeenschap.’

Een mooie omkering van beelden. Meestal wordt aan mannen tirannieke macht toegekend en sloven de vrouwen, maar na deze carnavaleske episode weten de mannen orde te scheppen en hun macht te versterken, waardoor de zaak ten goede keert.

Mythen legitimeren de bestaande orde. Interessant is als er sprake is van een verandering van mythen, als ‘het huis van verhalen’ verbouwd wordt. Als de machtsverhoudingen verschuiven verandert ook de imaginaire orde zoals die vorm heeft gekregen in verhalen. Terwijl eerst Moeder Aarde werd bezongen in al haar vruchtbare leven brengende vermogen en godinnen macht werd toegekend, verschuift het beeld: Moeder Aarde werd God de Vader, godinnen raakten in de vergetelheid. En de baarmoeder werd van magische plek een passieve vergaarbak voor mannelijk leven schenkend zaad. De soms kwellende vraag: wie is de vader? kreeg een aanvulling die de hele soort aangaat: hoe groot is de mannelijke en vrouwelijke bijdrage aan het nieuwe leven? In sommige mythen is het de man die de ziel en de levensadem in het kind brengt via zijn zaad, dat hij stort in die bak. Het baren wordt in sommigen beelden en verhalen overgenomen door de man: Eva ontstaat uit Adams rib, Athene wordt geboren uit het hoofd van Zeus. Het beeld van de man als autonome voortplanter.

Is dit de angst voor eigen overbodigheid? Zijn dit compensatiemythen voor eigen gevoel van onvermogen op dit punt? Dit is de these van Schipper, dit is de manier waarop zij de mythen interpreteert, en ik vind dit een interessante gedachte. Mannen ervaren een tekort op een vitaal punt: leven scheppen. Dat vraagt om een herstel van evenwicht. Zij eigenden zich daarop het buitengebied toe, de wereld van de wetten en de beroepen. Vrouwen werden daaruit geweerd, onbekwaam en gevaarlijk bevonden, de orde der dingen en mensen werd straf bewaakt, mannen hadden de macht om de regels te stellen. Ze moesten toch wat. Compensatie als drang, mythen als rechtvaardiging. De legitimering van de mannenmacht in een notendop.

Hoeveel mannen zullen dit zo ervaren? Een goede vriend van me, niet die van de vagina dentata, denkt er inderdaad zo over, en hield dit ook vol ten tijde van de tweede feministische golf, wat ik wel dapper vond, want dit ging geheel tegen de tijdgeest in. De vrouwelijke procreatieve voorsprong werd immers beleefd als leidend tot maatschappelijke achterstand, en daar ging men zwaar aan tillen. Moederschap was herdoopt van bestemming tot valkuil. De voorsprong was achterstand geworden.

Angst, jaloezie, compensatie, geweld, macht en onmacht: dit zijn de begrippen die in dit boek steeds langskomen, en die denk ik veel duidelijk maken van de grondlagen van ons doen en laten, van wat ons beweegt, ook al zijn we ons daar niet altijd van bewust. Lust komt er opvallend weinig in voor, maar dat kan aan de selectie van de verhalen liggen. Seksualiteit wordt als iets gevaarlijks gezien dat aan banden moet worden gelegd, gecontroleerd. Het gaat om geweld, niet om lust.

De jaloezie van mannen – zijn de mythen over de jaloezie van vrouwen schaarser? – reikt in deze verhalen ver, hun kwetsbaarheid voor verlies van positie is groot. Zij konden lang beschikken over het lichaam van vrouwen, kenden de jaloezie op de baby die de borst kreeg, de borst die hun toekwam. Wat nog steeds in sommige culturen de vraag oproept: van wie is de borst, van de baby of van de man? Zou het ook misschien van de vrouw zelf kunnen zijn? In het huis van verhalen kwam deze gedachte niet voor. Tijd voor een verbouwing. Maar ook nieuwe verhalen moeten gaan over oude angsten, over en weer, en diepe verlangens. Anders worden het preken, of paradijsfantasieën.

De strijd tussen de seksen wordt gevoerd in verhalen, en via verhalen: over het kwaad dat aan banden moet worden gelegd, over het gevaar dat bedwongen moet worden, en het laatste rechtvaardigt het eerste. Dit boek heeft mij de ogen verder geopend voor mannenangsten. De vagina dentata als symbool van de angst voor de macht van vrouwen, castrerend, mannen berovend van macht en potentie. Bij menige man onherkenbaar, misschien afwezig, wellicht ontvlucht in male bonding, tot rust gekomen in heilzame en intieme contacten met vrouwen. Allemaal mogelijk, maar deze mythen geven inzage in oerangsten en jaloezieën die de kop kunnen opsteken als het gevoel van dreiging en frustratie groot wordt. Wat in deze tijd het geval is.