Van wie is de sint?

Zaterdag 11 november. Lente. Sinterklaas komt aan. In Doesburg. En hoewel het net zo goed had kunnen hagelen maakt dat prachtige weer de invloed van handel op cultuur en kinderlevens nog schrijnender voelbaar. Dank zij het Kinderkast-project (dat, negatief geformuleerd, kinderen tegen televisie probeert te beschermen en, positiever, probeert te bereiken dat de televisie rekening houdt met de belangen van kinderen) weet ik dat die intocht zo schandelijk vroeg is doordat de NPS voor het blok is gezet: reclamemakers hebben langer tijd nodig om ‘Sinterklaas te positioneren ten opzicht van het Kerstfeest’.

En er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat de publieke omroep alle middelen nodig heeft ‘om zich te positioneren’ tegenover RTL, SBS en Veronica en zich dus laat gijzelen door de Ster. Met als genant gevolg dat uitgerekend meneer Staartjes, die toch de belichaming is van prachttelevisie voor kinderen, twee weken te vroeg aan de kade staat.
De zondag dat ik dit schrijf mag ik, op verzoek van enthousiaste jonge honden die de wereld nog bestormen terwijl ik er langzaam vanaf sukkel, in debat met Harry de Winter over vragen, zo groot dat ik er geen antwoord op weet. Om met de eenvoudigste te beginnen: 'Hoe groot is de macht van televisie?’ In elk geval dus kleiner dan die van Fisher Price en Barbie en wel zo groot dat kinderen twee weken langer schoenen zetten, in de stress zitten en beroerder slapen dan noodzakelijk is. Noodzaak is die stress wel want Sinterklaas is heilig en de enige ware en zijn naam zij geprezen en hij kome.
Naar Doesburg dus. En ik herhaal maar weer eens dat geen land ter wereld, serieus als betrof het de aankomst van Beatles of het Nederlands elftal na het winnen van het EK, een directe uitzending wijdt aan een collectief afgesproken en beleefde onwaarheid die juist daardoor waar wordt. Hoewel ik geen hout van poppekastspelen kan, behaalde ik maximaal resultaat door 'Kijk uit, achter je’ in te voegen - als u begrijpt wat ik bedoel. Dat hebben ze bij de NPS heel goed begrepen, dus elk jaar dreigt Sints aankomst te mislukken om dan toch, op het nippertje… Dit keer voer de boot in hoog tempo aan Doesburg voorbij terwijl daar volgens Aart wel 'duizenden, misschien wel een miljoen’ kinderen wachtten - die dus niet wachtten in Zutphen, waar de boot heen leek te gaan. Ik zag het even ook helemaal niet meer zitten maar gelukkig was Aart dit keer de domoor en niet de wegwijs-Piet: een boot moet immers tegen de stroom in aanmeren.
En omdat ik toch een kater had en me eeuwenoud voelde en alleen tot het kleine in staat, keek ik die middag naar Dag juf, tot morgen bij de Avro. Waarin Hieke onderweg naar huis een verdwaald poesje tegenkomt; waarin ze naar bed moet terwijl het nog licht is en beneden gezellig; waarin ze wakker wordt in een leeg, donker huis; waarin ze het poesje weer vindt; waarin haar ouders haar niet vinden, omdat ze in de kelder zit, en dus de politie bellen; en waarin alles goed komt en het poesje een nacht mag logeren. Zo simpel, zo klein, zo leuk. Weg met Telekids.