Van wie is virginia woolf?

James King, Virginia Woolf. Hamish Hamilton, Londen, 699 blz., f79,25
In Amerika is ze ‘Woolf’: militant feministisch, lesbisch, bitchy dan wel slachtofferig. In Engeland is ze ‘our Virginia’: een ongelukkig genie en een upper-class snob. Wanneer komt er eens een echt literaire biografie van haar uit?

ALS VIRGINIA Woolf haar meisjesnaam Stephen was blijven gebruiken, had haar reputatie er heel anders uitgezien. En die van Edward Albee trouwens ook - met Who’s Afraid of Thomas Wolfe was hij vast niet zo beroemd geworden. Sinds de verfilming in 1966 van Albees toneelstuk over het ‘huwelijk als hel’ met Elisabeth Taylor en Richard Burton zag het grote publiek bij het horen van de naam Virginia Woolf een hysterisch krijsende Martha voor zich. De hardnekkigheid van dat misverstand bleek onlangs nog in een interview met de cineast George Sluizer in De Groene Amsterdammer (28 september 1994). Daarin zei hij niets op te hebben met Virginia Woolf-achtige verhalen waarbij het om ruzies en hevige emoties ging. Kennelijk heeft hij nooit iets van de schrijfster gelezen.
De New York Times kreeg na de premiere van Who’s Afraid of Virginia Woolf in 1962 tientallen protestbrieven over de titel. Hoe durfde Albee de draak te steken met een van de grootste schrijfsters van deze eeuw was? Men was bang dat haar naam voorgoed was besmet. 'Bang’ werd ook het woord dat de discussie ging beheersen. Er bleven maar artikelen verschijnen met titels als: 'Who’s Afraid of Big Bad Broadway?’, 'Who’s Afraid of Edward Albee?’ en 'Who’s Afraid of the Culture Elite?’ Edward Albee in ieder geval niet. Dat was nu juist wat velen hem kwalijk namen: hij had iets hoogwaardigs profaan gemaakt. Zijn toneelstuk markeerde het begin van een battle of the brows met Virginia Woolf als inzet.
De enorme belangstelling voor de biografie van Woolfs neef Quentin Bell in 1972 had dan ook niet veel met haar bekendheid als schrijfster te maken, meer met Edward Albees stuk. Eindelijk kon men te weten komen wie de echte Virginia Woolf was. Bell had haar tot zijn dertigste goed gekend; hij kon het met recht over 'Virginia’ hebben. En wat bleek? Zij was het tegendeel van het beeld dat Albee met Martha de wereld in had geholpen. Geen grofbesnaarde, dominante bitch maar een fragiel genie dat bescherming nodig had. Niet oversekst maar aseksueel. Misschien wel omdat haar halfbroers haar ooit hadden betast. Af en toe krankzinnig, maar wellicht juist daardoor een genie. Verder was Woolf apolitiek, niet feministisch en was het de verstandigste beslissing van haar leven dat zij met Leonard Woolf was getrouwd.
Dat nu viel bepaald niet goed bij de academische lezeressen die haar inmiddels hadden geannexeerd. Hun T-shirts - met Woolfs Medusa-hoofd om de mannen bang te maken - spraken een andere taal. Haar portret hing op duizenden studentenkamers een nieuwe tijd aan te kondigen. Haar beeld werd een icoon van politiek activisme, feminisme en kameraadschap. Had ze haar lezers niet de opdracht gegeven openlijk 'Chloe liked Olivia’ te durven schrijven? Was Orlando niet de mooiste lesbische liefsdesbrief van de eeuw? En nu zou volgens Bell haar verhouding met Vita Sackville-West nauwelijks iets hebben voorgesteld, en werd haar huwelijk met Leonard Woolf heilig verklaard.
IN AMERIKA WERD Virginia Woolf de belangrijkste genderbender van de jaren zeventig. Met haar huwelijk bleek men alle kanten op te kunnen. Ze was dan wel getrouwd, maar had de traditionele rollen omgedraaid: Leonard Woolf was 'the angel in the house’; zij kon ongestoord aan haar carriere werken. En niet hij maar zij deelde seksueel de lakens uit.
Anderen vonden dat hij haar artistieke groei juist in de weg had gestaan. Zagen hem zowel intellectueel als emotioneel als haar grootste vijand. Aan het gesol met haar huwelijk, haar krankzinnigheid en haar zelfmoord leek geen eind te komen. Haar leven en dood werden het eigendom van iedereen. Feministen raakten onderling slaags, en ook Quentin Bell kwam zwaar onder vuur te liggen. Tussen de Amerikaanse en de Engelse Virginia Woolf begon zich een kloof af te tekenen zo breed als de Atlantische Oceaan. Nigel Nicolson, de zoon van Vita Sackville-West, bracht dat verschil in 1987 tijdens een symposium in Amerika onder woorden met: 'Our Virginia has been translated into your Woolf.’ 'Woolf’ is in haar meest extreme Amerikaanse gedaante: militant feministisch, marxistisch, lesbisch en een incestslachtoffer, wat tot haar frigiditeit en uiteindelijk haar zelfmoord zou hebben geleid. Toch is in Amerika zowel het slechtste als het beste over Woolf verschenen, hoewel er in 1989 nog een boek met de omineuze titel Who Killed Virginia Woolf? verscheen. Razend interessant is bijvoorbeeld het fascinerende artikel van de Amerikaanse Brenda Silver over de iconisering van Woolf: 'What’s Woolf Got To Do With It? Or, the Perils of Popularity’ (in: Modern Fiction Studies, 1992).
Quentin Bell liet regelmatig van zich horen wanneer Amerikaanse feministische dames als Jane Marcus en Louise DeSalvo weer eens te ver waren gegaan. Zonder succes overigens. Voor DeSalvo zijn en blijven alle mannen in Woolfs leven seksmaniakken. En voor Jane Marcus is en blijft Woolf gewoon de belangrijkste marxistische schrijfster van de twintigste eeuw.
DE NIEUWSTE BIOGRAFIE van Virginia Woolf van de Canadees James King kan het best als 'Mid-Atlantic’ worden omschreven. Hij wil het zowel de Marcussen en de DeSalvo’s als Quentin Bell naar de zin maken. King had zich aan deze zoveelste levensbeschrijving (de elfde, de twaalfde?) gezet omdat er nog geen literaire biografie van haar bestond. King ziet Woolfs werk als door en door autobiografisch omdat schrijven het belangrijkste in haar leven was. Dat klinkt veelbelovend. Je hoopt even dat dit een mooi boek over het existentiele belang van literatuur zal worden. Waarin duidelijk wordt dat Virginia Woolf tot de bloedgroep behoorde van schrijvers die het meest intensief leefden als zij schreven: Flaubert, Kafka, Proust, Sarraute, Joyce, Svevo, Musil, Pessoa.
Leonard Woolf is in Kings boek, net als bij Quentin Bell, de held van het verhaal: de vroedvrouw dank zij wie al Woolfs geestelijke kinderen ter wereld konden komen. Kings mededogen met Leonard Woolf is groot omdat zijn vrouw hem al snel tot een leven van natte dromen veroordeelde. Seksualiteit zat bij Virginia Woolf nu eenmaal letterlijk tussen de oren. Ook Vita Sackville-West wordt als een incident terzijde geschoven, niet veel meer dan materiaal voor Orlando. Maar anders dan bij Bell is Woolf bij King uitgesproken feministisch, en politiek bepaald geen onbenul. Hoewel Kings taalgebruik veelal zoetsappig is, bedient hij zich van de heftige terminologie van Louise DeSalvo als de 'evil stepbrothers’ ter sprake komen: Virginia Woolf werd op haar zesde seksueel 'gemolesteerd’ en raakte daardoor voor het leven 'verminkt’. Zo wordt dit toch weer een slachtofferboek.
Michael Holroyd, zelf een auteur van buitengewoon smakelijke biografieen, heeft de schrijver van een literaire biografie eens gedefinieerd als iemand die 'zijn onderwerp de gelegenheid geeft om in samenwerking met hem een postuum werk te schrijven’. Zoiets moet King voor ogen hebben gestaan: hij eigent zich Woolfs zinnen toe zonder aanhalingstekens te gebruiken en propt, net als zij zelf in haar dagboeken, zijn alinea’s vol met de meest uiteenlopende zaken. Zijn voorkeur gaat uit naar roddels en anekdotiek met een seksuele component. Zeker, Woolf behoorde tot een generatie voor wie het opwindend was om 'copulatie’ en 'sperma’ te zeggen, maar King seksualiseert het boek op een knullige manier.
Het ergst zijn echter zijn psychologische verklaringen. Die gaan als volgt. Woolfs moeder stierf toen Virginia dertien was. Zij had nooit veel aandacht aan haar dochter besteed en daarom zocht Woolf haar hele leven naar mensen die de moederrol konden vervullen. Maar er was te veel gebeurd, niemand kon goedmaken wat er mis was gegaan. Dus moest ze wel voor zichzelf zorgen. Alleen: 'Why should she look after herself when her own mother had obviously not thought her worthy of such attention?’ Vooral als ze net een boek had gebaard, speelde dit conflict haar parten. Tijdens haar postnatale depressies voelde ze de eenzame pijn van haar jeugd het meest. Dan droomde ze bijvoorbeeld dat haar nichtje Angelica dood was. 'Of course, she was really worried that her own inner girl had perished long ago.’
De weeige nasmaak van dit soort passages doet je snakken naar het autobiografische Moments of Being om even van haar zelf te horen dat het terugdenken aan haar jeugd ook heel anders kan klinken. Hoe zeer King ook probeert in Woolfs zinnen te kruipen, ze passen hem niet. Hij ziet bovendien kans overal een steen aan te hangen. Woolf is licht waar King zwaar is. Zij vraagt, waar hij weet.
Aan het eind van de biografie lopen de rillingen je over de rug. 'Virginia had haar zware bontjas aangetrokken om naar de Ouse te wandelen. De ondergelopen weilanden, de beken, de oever van de rivier, het maakte allemaal deel uit van haar favoriete tocht. Maar dit was een heel andere, buitengewoon eenzame reis. Ze zou haar man, haar vrienden, haar huis en haar boeken nooit meer terugzien. Ze had besloten een te worden met het water, het gebied te betreden dat haar had geinspireerd tot het beste dat ze had geschreven.’ Dan volgt een citaat uit Between the Acts, haar laatste roman, waarin een van de personages zelfmoord overweegt en zich afvraagt hoe het zal zijn om nooit meer bomen in bloei te zien of vogels te horen zingen. 'Virginia zou zich wel eens dezelfde vragen gesteld kunnen hebben terwijl ze haar zakken volstopte met zware stenen, haar wandelstok neerlegde en het aardegroene water inliep. Daar in “that deep centre, in that black heart” (citaat uit Between the Acts - hg) stierf ze een rustige maar waarschijnlijk geen zachte dood terwijl haar lichaam zich verzette voor het zich over wilde geven. Zo werd deze bekende vrouw onzichtbaar, zij liet het doek vallen. (Plaatje van gesloten toneelgordijnen; het stofomslag van Between the Acts - hg) Haar lichaam werd drie weken later aan de overkant van de rivier gevonden. In het werk van Virgina Woolf kan water een vernietigende kracht zijn, maar het is ook een plek van rust, vernieuwing en wedergeboorte.’
Kreunend sla je het boek dicht. En je realiseert je hoe superieur Quentin Bells laatste hoofdstuk is geschreven. In Kings handen wordt de literaire biografie van Woolf een roman over seks en geweld. Virginia Woolf is niet ontoegankelijk, is de boodschap, niks high brow. Niemand hoeft meer bang voor haar te zijn.
Nu heeft men daar in Amerika al tijden geen last meer van. In 1987 verscheen Virginia Woolf for Beginners als een soort stripverhaal in de Documentary Comic Book-serie. De smakeloze tekeningen zijn om suicidaal van te worden. Virginia Woolf met een mes in haar hand, met de tekst: 'Haar woorden waren messcherp, ze beende alles uit tot op het bot.’ Haar eerste zelfmoordpoging: ze springt uit een raam. Haar huwelijk: ze zit met Leonard op een bankje en zegt: 'Your sugar kisses taste like salt to me.’ Ziek in bed met een bezorgde Leonard bij zich: 'Virginia had hem nodig maar voelde geen begeerte voor hem.’ Een wolkje uit de mond van een uitgeknipte foto van Vita Sackville-West: 'Ik ben doodsbang om lichamelijke gevoelens bij haar los te maken vanwege haar krankzinnigheid, met dat vuur speel ik liever niet.’ Daaronder een tekening van vlammen. Bij de Miss-USA-verkiezingen in 1987 moesten de deelneemsters hun intelligentie bewijzen met enig begrip van Virginia Woolf. Ze zullen ongetwijfeld het stripverhaal voor de test hebben gebruikt.
HET AURA ROND HAAR naam, gezicht en levensverhaal is in alle Amerikaanse regionen doorgedrongen. The Indigo Girls uit Atlanta zingen: 'The river eclipsed your life and sent your soul like a message in a bottle to me/ And it was my rebirth’. Two Nice Girls uit Texas noemden een van hun CD’s Chloe Liked Olivia en er is een hard-rock groep die Virginia Wolf (sic) heet. Haar profiel wordt gebruikt om bier aan te prijzen ('When words are not enough, Bass helps you get to the bottom of it all’) en op heel wat academische Woolf-feestjes eet men Boeuf-en-Daube, net als in To the Lighthouse. Haar gezicht dient om glossy’s, kleren en de New York Review of Books te verkopen. Orlando is een cult-film en van haar roman Mrs. Dalloway is een opera gemaakt.
Als icoon van de westerse beschaving wordt zij als de zuster van Shakespeare gezien, als de George Eliot van deze eeuw, een literaire Medusa, Mona Lisa, Marilyn Monroe en Madonna. Voor velen is zij haar naam: fragiel maar onverschrokken. Over de betekenis van haar huwelijk met Leonard Woolf mogen de meningen dan uiteenlopen, de optimale metaforische geladenheid van haar naam heeft zij in ieder geval aan hem te danken.
In Engeland raakt men intussen danig geirriteerd over Woolfs uit de hand gelopen reputatie. Daar heeft our Virginia het trouwens nooit erg gemakkelijk gehad. Het is of men daar maar bang voor haar blijft. Alan Bennett schreef in 1978 een televisiestuk dat Me, I’m Afraid of Virginia Woolf heette waarin haar poster werd voorzien van een paar enorme tieten. Iemand in het stuk vroeg of haar boeken grappig zijn en kreeg als antwoord: 'Yes, killing.’ Wat Bennett haar het meest kwalijk nam, was haar upper-middle-class achtergrond en het feit dat ze schrijven het allerbelangrijkste in haar leven vond. De columnist Bernard Levin gaat er al jaren prat op dat hij nooit iets van haar heeft gelezen en dat graag zo wil houden. De Times schreef na Claire Tomalins televisiestuk Mrs. Woolf’s Room in 1983 dat het haar gelukt was 'in de bovenkamer van haar onderwerp te kruipen om daar wat orde op zaken te stellen’.
In Engeland lijkt men het Virginia Woolf persoonlijk kwalijk te nemen dat zij ook daar in toenemende mate als cultural marker wordt gebruikt. Want ook daar bestaat nu een popgroep met de naam Shakespeare’s Sister en in de Londense wijk Bloomsbury heet een grill-restaurant Virginia Woolf. De gerant weet niet wie zij is, maar je kunt er een 'Mrs. Dalloway’ eten: een hamburger met groene pepersaus, room en cognac.
Victoria Glendinning, de biografe van Vita Sackville-West, heeft herhaaldelijk afgegeven op de 'Woolf-industrie’. Waarbij zij even vergat dat haar Vita menig graantje meepikt. Niets staat nu eenmaal op zichzelf. Hanif Kureishi’s film Sammy and Rosie Get Laid wordt bijvoorbeeld een stuk interessanter als je leest hoe Brenda Silver in 'What’s Woolf Got To Do With It’ de rol van de poster met Woolfs profiel in die film analyseert. Haar gezicht betekent voor iedereen in de film iets anders: intellectualisme, feminisme, pacifisme, sapfisme, snobisme, postkolonialisme, kinderloosheid, zelfmoord en het spookbeeld van de dominante vrouw. Ook in deze film boezemt zij nog behoorlijk wat angst in, al is ze in de eerste plaats een icoon van postmoderne meerduidigheid. Zelfs haar status als de twingste-eeuwse George Eliot komt aan bod. 'If you had to choose between sleeping with George Eliot or Virginia Woolf, who would you choose?’ vraagt Rosie aan Sammy. Zijn antwoord: 'On looks alone, I’d go for Virginia.’
De gevoeligste slag in de nog steeds voortwoedende battle of the brows is in 1991 door Tom Paulin uitgedeeld. Paulin, een Ierse dichter, literair criticus en universitair docent, maakte een documentaire over Woolf in de serie J'accuse. Paulin vindt Woolf een van de meest overschatte literaire figuren van deze eeuw. Haar politieke standpunten waren volgens hem volkomen abject en de rol die zij krijgt toebedeeld, beschouwt hij als 'groteske travestie’. Zij is volgens hem de ultieme vertegenwoordigster van de victoriaanse heersende klasse: imperialistisch, onverdraagzaam en snobistisch. Angela Carter deed Orlando in het programma af als een 'slijmerige valentijnskaart aan de hogere klassen’. A.S. Byatt deed een duit in het zakje door haar als reactionair te bestempelen - maar ja, zij zou natuurlijk zelf het liefst de George Eliot van de twintigse eeuw genoemd willen worden.
Tom Paulin zou dat allemaal nog niet zo erg vinden als Woolf maar wat beter had geschreven. Maar wat is ze inferieur aan James Joyce, veel te upper-middle class om een waarlijk groot modernist te kunnen zijn. De lyrische passages in To the Lighthouse horen wat Paulin betreft thuis in glossy’s als Homes and Gardens: de sfeer van luxe, geld en goede smaak. 'Sucking up the upper classes is the name of the game.’
Er wordt al weer aan een volgende biografie gewerkt. Door de Engelse Hermione Lee. De volgende travestie? Of zal zij haar onderwerp de gelegenheid geven een postuum werk te schrijven?