KUNST

Vanitas

Matthew Day Jackson

De werken in de tentoonstelling In Search Of… van Matthew Day Jackson (1974) verraden een enthousiaste, jongensachtige fascinatie. Oude covers van LIFE magazine, vreemde stenen en rotsen, botten en schedels, stukken militair materiaal, foto’s van De Bom en Hiroshima, films over zombies en spookhuizen, Star Trek, boeken over de kosmos en over raadselachtige verdwijningen: het is alsof Jackson laat zien hoe hij als achtjarige op de zolder van zijn ouderlijk huis rond rommelde en betoverd raakte door het mysterie van het voorwerp als drager van geschiedenis. Die betovering deelt hij met alle andere jongetjes - u kent ze, en ja, het zijn jongetjes - die met zulke willekeurige en ongelijksoortige voorwerpen een verzameling begonnen, of beter nog: een museum. Zij legden hun pijpenkoppen, munten, plaatjes van J.P. Coen of Napoleon, oude kogelfles, een stuk van een Delftse tegel bijeen, en daarna begon in de breinen van zulke jongetjes het heerlijke proces van associatie en verbinding, van de constructie van grotere verhalen.
Op zich maakt alleen al dat enthousiasme Jacksons tentoonstelling in Den Haag tot een fijn reisdoel. Het is bovendien een jonge Amerikaan en het historisch materiaal dat hij verzamelde, op die zolder, die foto’s uit LIFE of die dingen die aan de Tweede Wereldoorlog herinneren, die zijn herkenbaar, opgebouwd uit populaire cultuur, commercie, misdaad, kunst, technologie, het militair bedrijf, enzovoort. U ziet bijvoorbeeld de cockpit van het vliegtuig dat de bom naar Hiroshima bracht, nauwkeurig opgebouwd uit Ikea-materiaal. Of het interieur van de maanlander, precies in elkaar gezet van gebruikt hout, en daarna geblakerd. Dat zijn virtuoze, ondanks hun bittere lading bijna leuke stukken werk, onmiddellijk toegankelijk.
Maar gaandeweg laat Jackson zien dat die fascinatie voor het verleden veel meer omvat dan alleen een herinterpretatie in beeld of sculptuur, en ook: dat het gebruik van die ouwe Amerikaanse spullen niet de zoveelste flauwe pop-art-achtige herbewerking is, geen camp, geen ongerijmde verheffing van het banale, alleen om de kick van het contrast, zoals bij Tarantino of Robert Rodriguez, maar juist een praktijk die grote diepte zoekt.
Jackson maakte een serie werken waarin hij zichzelf als dode afbeeldt, in een kist, op een brandstapel, en die foto’s leiden hier naar een werkelijk formidabel werk, The Tomb, dat een hele zaal domineert. Het is geïnspireerd op een bestaand vijftiende-eeuws grafmonument van Philippe Pot door Antoine Le Moiturier uit het Louvre, maar de sarcofaag is van glas, en van het lijk zijn alleen wat botten en onherkenbare onderdelen over. De pleurants die de kist torsen zijn houten figuren die als astronauten te herkennen zijn. Daarbij, aan de wand, een voorbeeld van Jacksons Study Collections, een opstelling met herkenbare en raadselachtige objecten - schedels, flesjes, gebruiksvoorwerpen, merkwaardige naturalia. Hier heeft de 35-jarige jongen een museum gebouwd van een heel leven, zijn eigen leven, met een enorme geschiedenis, vervat in dingen die zowel dagelijks als onbekend zijn. Jackson toont ze terwijl de betekenis aan ons begrip ontsnapt, omdat ze, zoals alle voorwerpen, los van onze bedoelingen de toekomst in reizen, om ooit, misschien, ergens, door een jongetje van acht naast elkaar gelegd te worden. Dat is al met al een krachtige overpeinzing van dood en vergankelijkheid, maar dan gebracht met optimisme en oprechte verwondering.
Ik kan de rijkdom en de humor en de diepgang van Jacksons werk hier geen recht doen. Het volstaat misschien te zeggen dat dat jongetje met die filmpjes en die schedels en de colaflesjes een fantastisch museum heeft gemaakt, hoera.

Matthew Day Jackson, In Search Of…, GEM, Den Haag, t/m 6 mei, www.gem-online.nl