Vanuit het hart van de academie

Rebellen, zo werden ze genoemd: het viertal Nederlandse wetenschappers van Science in Transition, een initiatief dat het gebrekkig functioneren van de wetenschap aan de kaak stelt.

Medium commentaar 46 2013 science

Veel publicaties zijn onder de maat, kwantiteit lijkt belangrijker dan kwaliteit en er gaapt een gat tussen wetenschap en samenleving, zo luidt hun diagnose. De aanbevelingen vormen het spiegelbeeld van de klachten: er moeten nieuwe kwaliteitsmaatstaven komen en meer betrokkenheid van het publiek bij onderzoek.

Zelf moeten ze niet veel van dat etiket ‘rebel’ hebben, maar, zoals Albert Camus betoogde in De mens in opstand, alleen als je ergens echt om geeft, kun je ertegen rebelleren. En dat het viertal geeft om de wetenschap lijdt geen twijfel. Boegbeeld is Frank Miedema, decaan van het umc Utrecht. Ook de andere initiatiefnemers bekleden vooraanstaande wetenschappelijke posities. Dat, meer nog dan de inhoud, geeft dit initiatief allure. Hun oproep om het wetenschappelijk bedrijf grondig te herzien komt uit het hart van de academie.

Ook belangrijk: Science in Transition krijgt bijval van bètawetenschappers. Vanuit alfa- en gammahoek is de crisis in de wetenschap al vaker gesignaleerd. Nu voegen ook hun exacte collega’s zich bij dit koor.

Publicatiedruk, een hijgerige cultuur van ranglijsten en citatie-indexen, commerciële motieven van onderzoekers: de problemen zijn bekend

Helemaal in balans is het betoog van de heren niet. Zo zijn de media in hun ogen een slecht doorgeefluik. Journalisten zouden complexe wetenschappelijke bevindingen vermalen tot hapklaar leesvoer. Deze suggestie doet onrecht aan de grote Nederlandse dagbladen. Juist de wetenschapsbijlagen weerstaan de verplatting van de kranten bijzonder goed. Bovendien (en dat erkennen de initiatiefnemers ook) wordt een journalist die een kijkje in de keuken van de wetenschap wil in de regel doorverwezen naar de persvoorlichter die als een uitsmijter bij een discotheek bepaalt onder welke voorwaarden iemand naar binnen mag.

Ook bij de klachten over het promovendi-overschot zijn vraagtekens te zetten. Ja, natuurlijk is er een financiële prikkel om doctores af te leveren (93.000 euro per bul, geschonken door de regering), maar tijdens de jaren dat een promovendus zwoegt in het lab maakt de universiteit vaak kosten die vele malen hoger zijn. En dat er voor het merendeel geen professoraat in het verschiet ligt, is niet erg. Misschien moet juist de koppeling tussen promoveren en een academische carrière bij het grof vuil. Promotieonderzoek is een mooie invulling van de eerste paar jaar na een studie, en dat kan prima op basis van een beurs, zonder vast salaris en baangarantie.

Veel van de problemen die het Science in Transition-manifest op de agenda zet (publicatiedruk, een hijgerige cultuur van ranglijsten en citatie-indexen, commerciële motieven van onderzoekers) zijn bekend. Het meest pakkende deel van het betoog is dat de samenleving een stevige les wetenschapssociologie moet krijgen. Niks objectieve waarheidszoekers, wetenschappers zijn ook gewoon mensen die fouten maken en zich laten leiden door eerzucht, prestatiedrang en jaloezie. Het is aan het publiek om het idealistische beeld van de man (m/v) in de laboratoriumjas bij te stellen, aan wetenschappers de opdracht om er eerlijk over te zijn dat de wetenschap soms een rommeltje is.

Het is opvallend hoe goed het initiatief tot nu toe is ontvangen. Onder professoren gingen bij velen de handen op elkaar. Daarmee lijkt dit plan iets aan te jagen dat ontbreekt in de wetenschap: voldoende zelfreinigend vermogen. Net als voor wetten geldt voor wetenschappelijke publicaties de vergelijking met worsten: vraag liever niet naar hoe ze gemaakt worden. Dankzij de initiatiefnemers van Science in Transition gaat de deur van de worstenfabriek langzaam open.